09-04-2010

Dossier Ontgiften: Ontgiften moet op maat

Het vermogen tot ontgiften is bij iedereen anders


De hypothese dat gifstoffen zich in het lichaam ophopen en niet zondermeer verdwijnen, is volgens sceptici en bestrijders van de ‘kwakzalverij’ een mythe. Volgens hen beschikt het lichaam over uiterst effectieve reinigingsorganen, zoals de lever en de nieren. Die zijn niet te versterken met zogenaamde ontgiftingsprogramma’s of -producten.
Maar dat gaat voorbij aan de talrijke factoren die meespelen in dit proces, zoals onze aangeboren aanleg, wat we doen en wat we eten. Uit onderzoek blijkt dat die allemaal invloed hebben op het reinigend vermogen van ons lichaam. Wij staan in toenemende mate bloot aan giftige chemicaliën. Zelfs te veel suiker in ons voedsel heeft al een ingrijpend effect op ons ontgiftingsvermogen. Onvoldoende ontgifting lijkt ook verantwoordelijk voor een reeks gangbare ziekten zoals kanker en de ziekte van Parkinson.

Waarom ontgiften?
Critici, zoals de Britse vereniging tegen de kwakzalverij Sense About Science, vinden ontgiften zinloos omdat de meeste chemicaliën zich niet in het lichaam ophopen (stapelen). Toch groeit het bewijs dat veel van de jaarlijks wereldwijd geproduceerde synthetische stoffen (zo’n honderdduizend!) in ons bloed zijn terug te vinden. En ook in ons lichaamsvet, waar ze tientallen jaren lang kunnen stapelen1.
Veel studies, waaronder die van de Environmental Working Group (EWG) in de Verenigde Staten, en het World Wildlife Fund (WWF) en Greenpeace in Europa, tonen aan dat vrijwel iedereen rondloopt met een cocktail van kunstmatige chemicaliën in het bloed. Denk daarbij aan materiaal voor anti-aanbakpannen, brandwerende meubelbekleding, zuigflessen, de binnenkant van conservenblikken, zelfs pesticiden die al lang verboden zijn2. Sommige daarvan zijn ook in lichaamsvet aangetroffen, wat bewijst dat ze wel degelijk stapelen in ons lichaam. De US Environmental Protection Agency (EPA) heeft in 1982 in de VS in het kader van de National Human Adipose Tissue Survey (NHATS) onderzoek gedaan dat 20 gifstoffen in meer dan 76 procent van het geteste vetweefsel aantoonde. Vijf daarvan waren: OCDD (een dioxine) en de oplosmiddelen styreen, 1,4-dichloorbenzeen, xyleen en ethylfenol. Het gehalte hiervan was in alle geteste monsters alarmerend hoog.
Alleen dit geeft al een chemische lichaamsbelasting van 57,4-6350 ng (nanogram) per gram vetweefsel3. Aangezien de gemiddelde Amerikaanse vrouw 32 procent vetweefsel heeft bij een gewicht van 74 kg zou ze alleen al in het lichaamsvet 0,15 mg/kg gifstoffen meedragen4. Ter vergelijking: deze hoeveelheid is de gemiddelde kwikvervuiling in vis.
Wat dit gif in ons lichaam precies doet is nog onbekend maar het bewijs groeit dat het leidt tot een scala van gezondheidsproblemen zoals kanker, diabetes, onvruchtbaarheid, zwaarlijvigheid, Alzheimer en hartziekten.
Zoals vaker in Medisch Dossier beschreven, zijn de voornaamste boosdoeners pesticiden, oplosmiddelen, plasticstoffen als bisfenol A (BPA) en ftalaat, en vlamvertragers zoals polygebromeerde difenylethers (PBDE’s) en polychloorbifenylethers oftewel PCB’s. Al deze stoffen werden vroeger op grote schaal in de industrie gebruikt. Inmiddels is niet alleen in epidemiologisch (statistisch) onderzoek een relatie met ziekte aanwijsbaar, ook dierexperimenteel en laboratoriumonderzoek levert overtuigend bewijs op.
Maar als we nu allemaal blootstaan aan gif, waarom wordt dan niet iedereen ziek? Hier komt de lichaamsontgifting in beeld. Of we ziek worden hangt volgens sommige wetenschappers af van de manier waarop ons lichaam hiermee omgaat, met andere woorden ons natuurlijk ontgiftingsvermogen.

Wat houdt ontgifting in?


Ontgifting wil zeggen dat het lichaam ongewenste afvalstoffen afvoert. Dat zijn niet alleen omgevingschemicaliën die in ons weefsel terechtkomen. Het gaat ook om stoffen die ons lichaam zelf produceert, zoals bij voedselintolerantie. Zelfs bij normale lichaamsprocessen zoals de spijsvertering moeten bepaalde stoffen na het uitoefenen van hun functie tot de laatste molecuul worden opgeruimd. Dit is een buitengewoon ingewikkeld proces; het bestaat in feite uit het neutraliseren van deze onnodig geworden stoffen zodat ze veilig kunnen worden afgevoerd. Volgens Dr. Sidney Baker, in zijn boek Detoxification and Healing5, verloopt dit proces in twee fasen: functionalisatie en conjugatie, of simpeler: ontgifting fase I en fase II.
In fase I (functionalisatie) moeten de afvalproducten ‘geactiveerd’ worden en ‘kleverig’ gemaakt zodat ze eenvoudig verzameld kunnen worden. In deze fase is een categorie enzymen werkzaam met de naam cytochroom P450. Baker vergelijkt de werking met een ballon die je over je trui wrijft. Daarna plakt alles eraan vast vanwege de statische lading. In eerste instantie wordt het hierdoor gevaarlijker. Daarom is fase II zo belangrijk.
Fase II (conjugatie) betekent dat er tijdig ‘vervoermoleculen’ (carriers) moeten zijn die met behulp van verschillende enzymen dit afval ‘deactiveren’ ten behoeve van een veilige afvoer. Voor deze moleculen gebruikt Baker het beeld van kleine, wat kleverige vrachtwagentjes, waar het plakkerige afval wordt ingeladen. Als alle giftige of overbodige moleculen in zo’n wagentje zitten, worden ze gedeactiveerd en daardoor beter oplosbaar in het bloed- of galvocht. Hierna kunnen ze via de nieren of de darmen het lichaam verlaten.’
Bij dit ontgiftingssysteem van het lichaam zelf zijn geen commerciële reinigingsproducten en therapieën nodig, beweren critici. In het pamflet Debunking Detox (ontgifting ontmaskerd) van de eerdergenoemde organisatie Sense about Science staat dat u niets hoeft te doen om de reinigingsorganen van uw lichaam (vooral de nieren, lever en spijsvertering) te ondersteunen. Alleen als u een vergif of een overdosis ergens van hebt binnengekregen moet u gedialyseerd worden of uw maag leeggepompt.
Het probleem met dit soort beweringen is dat niet ieders biochemie hetzelfde is. Uit onderzoek blijkt dat ons ontgiftingssysteem zo uniek is als een vingerafdruk en door een groot aantal factoren beïnvloed wordt. Er zijn mensen bij wie het lichaam uitstekend gifstoffen kan afvoeren maar bij anderen kan het systeem verstopt raken.

Genetische verschillen


Uit de genomica, de nieuwe gespecialiseerde studie op het terrein van de genetica, blijkt dat sommige mensen vanwege genetische leverafwijkingen geen optimale ontgifting in fase I of II of in beide fasen hebben. In dat geval lukt het niet om milieuvervuilende stoffen efficiënt en volledig uit het bloed te verwijderen6.
Volgens dr. Damien Downing, die al 25 jaar werkzaam is als klinisch specialist voeding en milieu, heeft 50 procent van alle mensen een genetische variant (een polymorfisme) die bekendstaat als CYP1A2. Dit gen codeert voor een van de belangrijkste leverenzymen in fase I. Het kan de activiteit van dit enzym zodanig verhogen dat er meer vrije radicalen ontstaan dan het lichaam aankan. Bestaat er tegelijkertijd een vermindering van het essentiële fase II enzym glutathion S-transferase (GST), dat verantwoordelijk is voor de neutralisatie en afvoer van gifstoffen, dan wordt de belasting voor het lichaam nog groter.
‘Een veelvoorkomend polymorfisme in een van de vele genen voor dit laatstgenoemde enzym beperkt het vermogen om een reeks stoffen zoals pesticiden, giftige metalen, petrochemische stoffen, antibiotica, hormonen en zelfs alcohol af te voeren’, aldus dr. Downing. ‘Geen wonder dat de kans op allergische reacties tenminste tweemaal zo groot wordt, zowel voor “gewone” allergenen zoals pollen als voor chemische stoffen als sigarettenrook en uitlaatgassen. Het toont aan wat een ingrijpend effect dit veelvoorkomende polymorfisme heeft op onze uitscheiding van chemische stoffen.’
Steeds vaker wordt ook een verband gevonden tussen onvoldoende ontgifting en ziekten als kanker, ziekte van Parkinson, fibromyalgie en chronisch vermoeidheids/immuundisfunctie syndroom7. Uit onderzoek in Taiwan bleek dat een polymorfisme op het CYP1A1 gen borstkanker bij vrouwen kon verdubbelen8. Dit is een gen dat betrokken is bij metabolisme van carcinogenen en oestrogenen in het milieu.
Uit Japans onderzoek bleek een relatie tussen ditzelfde polymorfisme en een driemaal hoger risico op longkanker9. Onderzoek van Engelse wetenschappers bevestigt dat genetische variaties die metabolisering van gifstoffen vertragen tot meer risico op Parkinson leiden10.
Deze genetische verschillen verklaren wellicht ook waarom sommigen zo slecht reageren op medicijnen11.

Lichaamsbelasting


Naast de genetica speelt de toxische belasting van ons lichaam een rol. Uitgebreide en langdurige blootstelling aan gif door werk, hobby of woonplaats doet een zware aanslag op ons ontgiftingssysteem waardoor het niet goed kan werken. ‘Toename van de toxische belasting kan leiden tot belemmerde afvoer van sommige stoffen: het enzymsysteem wordt simpelweg overvraagd’, aldus dr. DeAnn Liska in haar uitgebreide analyse van het ontgiftingsenzymsysteem7.
Ook medicijnen dragen bij aan deze belasting. Onlangs bleek bij ratten dat een hoge dosering van gangbare medicijnen zoals de pijnstiller naproxen, onvoldoende metabolisering van de milieuvervuilers nonylfenol en bisfenol A tot gevolg heeft12. Dit hoeft niet per se voor mensen op te gaan maar suggereert wel dat ook mensen die langdurig medicijnen slikken (en dat is een groot deel van de bevolking) een verminderd ontgiftingsvermogen hebben. Onevenwichtige voeding, te veel suiker bijvoorbeeld of te weinig eiwit, heeft ook invloed op dit systeem (zie kader 1), net als onze leeftijd en algehele gezondheidstoestand.
Het is duidelijk dat lang niet iedereen adequaat kan ontgiften en dat veel van ons wel een steuntje kunnen gebruiken.

Ontgiftingstherapie


Maar helpt het nu ook, een speciale therapie voor ontgifting?
Er is een overvloed aan ontgiftingsproducten en -programma’s op de markt (van sappen en diëten tot supplementen en versterkende middelen) die allemaal claimen dat ze dit proces ondersteunen. Maar er is weinig wetenschappelijk bewijs voor. Terwijl er honderden gerandomiseerde gecontroleerde studies zijn gedaan naar ontgifting van alcohol en drugs is dat niet het geval voor gifstoffen uit ons milieu1.
Dierproeven bevatten wel veelbelovend bewijs voor de effectiviteit van verschillende natuurlijke middelen en methoden aangetoond (zie kader 2). Ook bij mensen blijkt inmiddels dat bepaalde ontgiftingsprogramma’s de symptomen van chemische belasting verlichten. De meeste daarvan zijn gebaseerd op een lichaamsreinigingsprogramma van de oprichter van de Scientology-kerk, L. Hubbard, dat nogal wat stof heeft doen opwaaien. Oorspronkelijk bedoeld om het lichaam van drugs te zuiveren, wordt dit programma nu ook gebruikt voor andere stoffen die in lichaamsvet liggen opgeslagen, zoals pesticiden en industriële chemicaliën. Hierbij gebruikt men een hoge dosis niacine in combinatie met andere vitamines, mineralen en meervoudig onverzadigde oliën. Daarbij moet men sterk zweten (bijvoorbeeld in de sauna) en sporten. Voor elk onderdeel op zich bestaat wel degelijk wetenschappelijk bewijs en de methode blijkt te werken, al ligt die wel onder vuur (net als de Scientology-kerk zelf).
Nog onlangs werd deze methode gebruikt bij reddingswerkers die tijdens de 9/11 ramp in het World Trade Center in New York aan gif waren blootgesteld. Veel van hen hadden er een groot aantal gezondheidsklachten aan overgehouden. Wie behandeld was met de Hubbard-methode had hierna aanzienlijk minder PCB’s (polychloorbifenylen), PCDF’s (polychloordibenzofuranen) en PCDD’s (polychloordibenzodioxinen) in het lichaam, zo bleek uit een voorlopige studie. Bovendien waren de daarmee samenhangende gezondheidsklachten aan het eind van de behandeling voorbij13.
Ander onderzoek vond plaats onder arbeiders in de elektronica, die bij hun werk blootstaan aan PCB’s en andere chemische stoffen. Bij de helft van de proefpersonen in een gecontroleerde trial, verminderde door deze methode de hoeveelheid PCB’s in bloed en lichaamsvet met respectievelijk 42 en 30 procent. In de controlegroep daarentegen steeg het PCB-gehalte en zag men geen gezondheidsverbetering14.
De methode boekte ook succes bij 14 brandweermannen die ziek werden na het blussen van transformatoren met PCB’s. Zes maanden later werden ze onderworpen aan een reeks van 22 neurofysiologische tests. Bij alle veertien bleek het geheugen en cognitief functioneren aanzienlijk slechter dan bij collega’s die niet bij de brand waren geweest. Na de ontgifting gaven 6 van 13 tests die aanvankelijk schade hadden laten zien betere resultaten15.
Ook uit andere onderzoeken, waaronder case-reports, cohortstudies en niet-gerandomiseerde gecontroleerde trials, blijkt dat het Hubbard detoxificatieprogramma chemische lichaamsbelasting en bijbehorende klachten kan verminderen. Het blijkt ook een veilige methode te zijn. Nog geen 3 procent van de 103 deelnemers in een voorlopige studie had complicaties: een geval van longontsteking, een oorinfectie en een aanval van diarree tijdens de onderzoeksperiode van drie weken. Toch blijft meer systematisch en strikt gecontroleerd onderzoek gewenst om de veiligheid en effectiviteit van de methode te bevestigen1.

De waarheid over ontgifting


Over ontgifting valt nog veel te leren maar wel is al duidelijk dat critici het bij het verkeerde eind hebben. Ieders aangeboren vermogen tot ontgiften is uniek en wordt grotendeels bepaald door onze genen, leefstijl en voeding.
Cruciaal is dat als ons lichaam te veel gif opneemt er te weinig afgevoerd kan worden.
We beginnen nu pas te begrijpen wat onvoldoende lichaamsreiniging betekent voor onze gezondheid en wie van ons hierbij hulp nodig heeft. De ervaring tot dusver leert dat ontgiftingstherapie een waardevolle remedie kan zijn, en zelfs als preventie kan dienen voor veel van de ziekten van onze moderne maatschappij.

Joanna Evans

 

 

1Aust Fam Physician, 2007; 36: 1009-1010
2www.greenpeace.org/fragile
3Altern Med Rev, 2000; 5: 52-63
4Baily C. The Ultimate Fit or Fat. New York: Houghton Mifflin Co, 1999
5Baker, S. Detoxification and Healing. New Canaan, CT: Keats Publishing, 1997
6Altern Complement Med, 2001; 7: 227-232
7Altern Med Rev, 1998; 3: 187-198
8Br J Cancer, 1999; 80: 1838-1843
9FEBS Lett, 1990; 263: 131-133
10Mov Disord, 2000; 15: 30-35
11Clin Pharmacokinet, 2009; 48: 761-804
12Xenobiotica, 2009 Nov 16; Epub ahead of print
13Chemosphere, 2007; 69: 1320-1325
14J Environ Sci Health Part A, 1990; 25: 731-751
15Arch Environ Health, 1989; 44: 345-350

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...