Dossier Kanker: De ‘Missing Link’

In ons huidige ziektemodel ontbreekt bij kanker een cruciale schakel: de bacteriën in ons lichaam. En misschien zijn die wel de sleutel tot genezing.

Een micro-organisme kan een oorzaak van kanker zijn, mogelijk zelfs de enige oorzaak. Het bewijs voor deze opvatting is groeiende binnen de wetenschap. Volgens die theorie is het geen microbe waarmee we besmet worden, maar goedaardige lichaamseigen bacteriën die onder invloed van ongezonde omgevingsinvloeden zoals roken, vervuiling en straling beginnen te transformeren en een proces in gang zetten dat uiteindelijk tot kanker zal leiden. De aanhangers van deze theorie gaan nog verder: zij geloven dat farmaceutische middelen − vooral penicilline − dit proces kunnen uitlokken.

Deze ongebruikelijke hypothese weerspiegelt een van de eerste theorieën over kanker, die zo’n honderd jaar geleden werd verlaten. Maar als de theorie dat kanker wordt veroorzaakt door micro-organismen correct blijkt, zit de huidige geneeskunde er voor wat betreft kanker en de beste behandelwijzen compleet naast.

Dat sommige micro-organismen carcinogeen zijn, is al wel een geaccepteerd standpunt. Denk aan de Helicobacter pylori, een bacterie die tot maagkanker kan leiden, en het hepatitis-B-virus dat verantwoordelijk is voor ongeveer de helft van de gevallen van leverkanker. Toch doet professor Henry Pitot, hoogleraar oncologie aan de universiteit van Wisconsin (VS), dit af als ‘uitzonderingen die de regel bevestigen’.

Hij verwoordt de gangbare mening als hij stelt dat er ‘afgezien van de H. pylori geen bewijs is dat bacteriën een rol van enig belang spelen in de ontwikkeling van kanker bij de mens’1. Dit standpunt geldt al sinds 1919 toen de Amerikaanse patholoog James Ewing (die ironisch genoeg in 1943 aan kanker overleed) de in opkomst zijnde theorie van een kankermicrobe verwierp.

Oncologen zijn het er vandaag de dag over eens dat de ruim honderd vormen van kanker die wij kennen ontstaan door een grote verscheidenheid aan factoren die schade aan ons DNA en de natuurlijke levenscyclus van cellen toebrengen. Die factoren variëren van roken, voeding, stress en levensstijl tot zonnebrand, leeftijd en genen. Als gevolg hiervan blijven cellen zich delen en groeien, terwijl ze hadden moeten afsterven. Hierdoor ontstaat een tumor. Chemotherapie, bestraling en chirurgie moeten deze tumoren vervolgens te lijf gaan door ze te vernietigen en te verwijderen.

Maar de laatste jaren groeit het bewijs dat bacteriën een centrale rol spelen bij het ontstaan van kanker en zelfs de belangrijkste oorzaak zouden kunnen zijn. De redactie van Cancer Prevention Research, het wetenschappelijke tijdschrift van de American Association for Cancer Research, is tot de conclusie gekomen dat ‘microben een belangrijke oorzaak zijn van kanker bij de mens en wij schatten het belang daarvan steeds hoger in naarmate de biologische processen van kanker duidelijker worden’2.

De theorie van de ‘kankermicrobe’ suggereert dat er een schakel ontbreekt in ons huidige wetenschappelijke verklaringsmodel van kanker. Wetenschappers aan de universiteit van North Carolina (VS) geloven dat de 100 biljoen bacteriële organismen (voornamelijk uit ons darmstelsel) die normaal gesproken goedaardig blijven, onder invloed van bijvoorbeeld slechte voeding kwaadaardig kunnen worden. Volgens hen is dit de belangrijkste oorzaak van darmkanker3.

Als hun hypothese klopt zouden bacteriën de oorzaak zijn van alle vormen van kanker die worden veroorzaakt door factoren die een ‘aanslag’ op ons lichaam plegen. Dat kan voeding zijn of het slikken van medicijnen, maar ook levensstijl en/of vervuiling. Volgens dit verklaringsmodel zou roken bijvoorbeeld geen rechtstreekse oorzaak van kanker zijn, maar een uitlokkende factor. Die zet een proces in gang waarbij onze normaal gesproken lichaamsvriendelijke bacteriën veranderen in kwaadaardige ziekteverwekkers. Dat resulteert in ontstekingen die uiteindelijk ons DNA en de natuurlijke levenscyclus van onze lichaamscellen kunnen beschadigen.

Groeiend bewijs

Onderzoekers stuiten in toenemende mate op voorbeelden van kankers die ofwel worden uitgelokt door bacteriën of waarbij ze een belangrijke rol speelden in het ontstaansproces. Vorig jaar werd aan de John Hopkins University in Baltimore, Maryland (VS) ontdekt dat een veelvoorkomende bacterie uit ons darmkanaal − Bacteroides fragilis − kanker van de dikke darm (colon)f veroorzaakt. ‘Dit zou wel eens de H.pylori van colonkanker kunnen zijn’, zo stelt hoofdonderzoeker Cynthia Sears.

In een experiment met laboratoriummuizen bleek dat de bacterie een chronische ontsteking kan veroorzaken die vervolgens het genetisch materiaal van de darmcellen beschadigt. Het gevolg daarvan is dat deze ongeremd gaan groeien en zich tot tumoren ontwikkelen. De bewuste bacterie zit bij zeker 35 procent van alle kinderen en volwassenen in de darmen en wordt aangetroffen bij 40 procent van de patiënten met colonkanker4.

Een team van wetenschappers aan de universiteit van Utah heeft ontdekt wat de rol van ontstekingen (deels veroorzaakt door bacteriën) is voor de ontwikkeling van kankercellen, al zien zij dat als slechts één onderdeel van een driedelig proces dat leidt tot kanker. De andere twee onderdelen zijn volgens hen hormonen en wat zij noemen ‘energiefactoren’5.

Ook in Groot-Brittannië hebben onderzoekers van de universiteit van Leicester geconstateerd dat ontsteking een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van kanker. Zij zien dit als een proces dat begint met een infectie, waarop het immuunsysteem een overreactie vertoont en kankercellen beschermt6. Deze conclusie wordt ondersteund door onderzoek van het Cork Cancer Research Centre in Ierland, dat aan bepaalde bacteriën een sleutelrol bij kankergroei toedicht7.

Ander nieuw onderzoek dat een verband tussen infectie en kanker bevestigt werd gepresenteerd op de 101ste jaarlijkse bijeenkomst van de American Association for Cancer Research (AACR) in april j.l. in Washington, DC. Enkele bevindingen hieruit waren de volgende.

·        Bij aids-patiënten is een nieuw type lymfoom gevonden. Onderzoekers van de universiteit van California in San Francisco zeggen bij meer dan de helft van de onderzochte aids-patiënten een dergelijk aids-gerelateerd lymfoom (ARL) – een vorm van kanker die samenhangt met infectie – te hebben aangetroffen.

·        Aids-patiënten hebben 100 keer meer kans op een non-Hodgkin lymfoom. Onderzoekers van het US National Cancer Institute veronderstellen dat het verhoogde risico te wijten is aan hogere gehaltes cytokinen – eiwitten die verband houden met infecties en ontstekingen.

·        Het risico op colonkanker is hoger bij personen met een verhoogd C-reactief proteïnegehalte (CRP). Dit eiwit is kenmerkend voor een ontsteking in het hele lichaam. CRP wordt gevonden in het bloed en het gehalte stijgt in reactie op een ontsteking ergens in het lichaam, aldus Gong Yang, wetenschappelijk hoofdonderzoeker aan de Amerikaanse VanderBilt University in Nashville, Tennessee. In één studie zag Yang dat 209 van de 338 gevallen van colonkanker gepaard gingen met een verhoogd CRP gehalte, waaruit viel op te maken dat het risico er 2,5 maal zo groot door werd.

Bij analyse van alle bewijs tot dusver concludeerde professor William G. Nelson van het Sidney Kimmel Comprehensive Cancer Center aan de John Hopkins University ‘…dat chronische of recidiverende (terugkerende) ontstekingen blijken bij te dragen aan de ontwikkeling van allerlei soorten kanker. Vroegtijdige behandeling van die ontstekingen lijkt de aangewezen preventiemaatregel’8.

Enkele voorbeelden

Aids (acquired immunodeficiency syndrome) werd voor het eerst als een mogelijke epidemie herkend in 1981, toen jonge homoseksuele mannen Kaposi sarcoom (KS) ontwikkelden, een vorm van kanker die veroorzaakt wordt door een virus. KS is de tumor die het meest wordt gevonden bij aids-patiënten, zo vaak zelfs dat deze wordt beschouwd als een van de specifieke kenmerken van een positieve aids-diagnose.

Op de 101ste jaarvergadering van de American Association for Cancer Research (AACR) hadden wetenschappers zich het hoofd gebroken over het verband tussen kanker en aids en de vraag waarom dat blijkt samen te gaan. De gepensioneerde dermatoloog Alan Cantwell had een dergelijk verband gezien tussen de tuberkelbacil (die tuberculose veroorzaakt) en kanker; hij poneerde de (omstreden) stelling dat de twee ziektes uitingen zijn van eenzelfde bacterieel proces9. Hij is van mening dat dit ook opgaat voor kanker bij aids-patiënten.

Wil deze hypothese inderdaad opgaan dan zouden bacteriën moeten kunnen veranderen, een verschijnsel dat biologen ‘pleomorfisme’ (veelvormigheid) noemen. De traditionele opvatting in de biologie luidt dat bacteriën monomorf zijn. Volgens die theorie wijken de kenmerken van een bacteriecel niet af van de cel van specifieke omvang en vorm waaruit hij ontstond, op wat kleine variaties na.

Milton Wainwright, microbioloog aan de Sheffield University, stelt dat deze gangbare mening bij onderzoek van bacteriën uit tumoren niet blijkt te kloppen. Deze blijken ‘in hoge mate pleomorf’ en ze maken een complete levenscyclus door waarbij ze van microkokken in bacillen, schimmels en eventueel virussen veranderen10.

In simpeler bewoordingen, de bacterie neemt verschillende levensgedaanten aan (zo ongeveer als in de sciencefiction horrorfilm Alien) en is in staat van virus naar bacterie en naar schimmel te transformeren. Tijdens deze verbazingwekkende reeks metamorfoses verandert het micro-organisme ook van grootte en van vorm. Dat betekent dat het in virusvorm onzichtbaar is onder de microscoop en weer zichtbaar wordt in de bacterie- of schimmelfase.

De theorie van de pleomorfe kankerbacterie wordt door de orthodoxe wetenschap gemakshalve afgedaan als een verkeerde interpretatie van vervuilde laboratoriummonsters, maar die verklaring is al te gemakkelijk. Biologen slagen er stelselmatig in een specifiek type pleomorf micro-organisme te isoleren, zowel in dierlijke als in menselijke kankercellen, dat zij omschrijven als ‘een mysterie dat nog niet in kaart is gebracht11. En men vermoedt dat een vorm van kanker die wordt veroorzaakt door het Rous sarcoom virus de manifestatie is van één bepaald stadium in de levenscyclus van dat micro-organisme12.

Florence Seibert, een van de beroemdste biochemici ter wereld die de huidtest op tuberculose uitvond die heden ten dage nog steeds in gebruik is, heeft aangetoond dat bacteriën in kankercellen niet het gevolg zijn van besmetting in het laboratorium. Zij slaagde erin bij acute leukemie in een reeks experimenten bacteriën in ieder tumorbiopt en bloedmonster dat zij onderzocht aan te tonen13. Maar na deze ontdekking droogde de sponsoring, bijvoorbeeld door de American Cancer Society, plotseling op en Seibert zag zich gedwongen op te houden met haar onderzoeksprogramma.

Het idee van een Alien-achtige microbe blijft niet beperkt tot kanker en andere chronische ziekten. Onderzoekers hebben ontdekt dat de darmparasiet Giardia lamblia die de oorzaak is van miljoenen gevallen van diarree per jaar, een eiwitomhulsel heeft dat hij in luttele seconden kan veranderen om de immuuncellen van het lichaam te laten ontsporen. Hugo Lujan, onderzoeker aan de Katholieke Universiteit van Córdoba in Argentinië, bestudeert deze parasiet al vele jaren. Hij heeft ontdekt dat deze zo’n 200 verschillende eiwitomhulsels kan aannemen in een proces dat RNA interferentie wordt genoemd14.

Nog meer ontdekkingen

Maar de theorie van de pleomorfe kankerbacterie heeft nog meer kanten. Tijdens het transformatieproces lijkt de bacterie zijn celwanden te verliezen en wordt wat men noemt een L-vorm ofwel ‘celwandloze’ (CWD –cell-wall deficient). In de afgelopen eeuw hebben onderzoekers meer dan 50 verschillende soorten bacteriën geïdentificeerd die een L-vorm kunnen worden. Onderzoekers van het Royal Brompton Hospital in Londen kwamen tot de conclusie dat L-vormen samenhangen met een scala aan chronische ziekten, waaronder kanker, en dat hun bizarre levenscyclus in gang wordt gezet door een invloed van buiten zoals antibiotica15.

Mocht dat inderdaad het geval zijn dan is dat voer voor de kankermicrobe-theorie, die ervan uitgaat dat ‘vriendelijke’ bacteriën kwaadaardig kunnen worden als gevolg van een aanval door externe factoren zoals voeding of roken en natuurlijk ook medicijnen.

L-vorm bacteriën worden in veel tumoren aangetroffen. In de jaren tachtig werden aan de Columbia University in New York door de klinisch oogarts Emil Wirostko L-vormen gevonden in de witte bloedcellen van kankerpatiënten16. De dermatoloog Alan Cantwell gebruikte een zuurvaste aankleuringstechniek om L-vormen aan te tonen in het stoffelijk overschot van patiënten die waren overleden aan de ziekte van Hodgkin17 en andere vormen van kanker18.

Lida Mattman, wetenschappelijk onderzoeker en senior bacterioloog aan de universiteit van Massachusetts, die vervolgens aan het hoofd stond van een laboratorium voor analyse van biopten die door artsen werden ingestuurd, tilde het onderzoek naar een hoger niveau. Zij bevestigde Dienes’ conclusies (zie kader) dat L-vormen van grootte en vorm kunnen veranderen maar zij deed een nog opzienbarender ontdekking, namelijk dat bij 85 procent van de tbc-gevallen een snelle toename van L-vormen in het bloed te zien was19.

Indringer of omstander?

Hoewel L-vormen voortdurend bij een groot aantal chronische ziekten aanwezig blijken te zijn, betekent dat niet automatisch dat ze daar ook de oorzaak van zijn. Maar uit het feit dat het ziekteverwekkers zijn valt per definitie af te leiden dat ze ziekte veroorzaken. Dit werd aan het University of Illinois College of Medicine door de patholoog John Nuzum al in de jaren twintig aangetoond. Nuzum isoleerde uit borstkankertumoren bacteriën van een stam die hij Micrococcus noemde.

In een reeks risicovolle experimenten injecteerde hij deze micro-organismen in het been van een man van zeventig, die na 62 injecties huidkanker kreeg20. Los daarvan ontdekte Irene Diller, werkzaam bij het Fox Chase Institute for Cancer Research in Philadelphia (PA), dertig jaar later schimmelachtige microben in kankercellen. Zij spoot deze cellen in bij laboratoriummuizen waarna bleek dat deze tweemaal zo vaak kanker kregen als niet-geïnjecteerde muizen21.

Meer recent deed Dr. Andy Wright, verbonden aan de Britse Complete Hormone Clinic in Bolton, de ontdekking dat L-vormen verantwoordelijk zijn voor het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). Met gebruikmaking van een speciaal soort microscoop en zonodig speciale immunologische aankleuring slaagde hij erin L-vormen te isoleren en in beeld te brengen bij elk van de 600 gevallen van CVS die hij onderzocht.

Hij heeft de manier waarop de geïsoleerde L-vormen van vorm veranderen terwijl ze zich van de ene cel naar de ander bewegen, zelfs op film weten vast te leggen. Daarop is te zien dat als ze rechthoekig worden ze een cel kunnen binnendringen en vervolgens gaan groeien. Dit wordt bevestigd door de Deense onderzoeker Marie Kroun22. Uit deze onderzoeksresultaten concludeert Wright dat CVS en myalgische encefalomyelitis (ME) bacteriële ziektes zijn die veroorzaakt worden door L-vormen.

Een team van Australische wetenschappers onder leiding van biomedisch onderzoeker Trevor Marshall is geheel onafhankelijk tot eenzelfde conclusie als Wright gekomen. Zij toonden aan dat L-vormen een gezond functioneren van het immuunsysteem kunnen belemmeren en bovendien permanent in het lichaam aanwezig blijven23.

Starre houding

In de afgelopen eeuw is elke wetenschapper die geloof hechtte aan de theorie van de kankermicrobe genegeerd, verguisd, of de financiering van zijn onderzoek werd stopgezet. Wilhelm Reich, die een zeer persoonlijke visie had op de rol van bacteriën bij kanker, belandde zelfs in de gevangenis.

Florence Seibert tekende in haar autobiografie het volgende op: ‘Het gebrek aan interesse in plaats van groot enthousiasme dat op dergelijke onderzoeksuitkomsten zou moeten volgen, is moeilijk te begrijpen. Het contrast tussen de voortgang die geboekt is bij tuberculose − waar we nu de oorzaak van kennen, goede diagnostische tests voor hebben, een vaccin en effectieve antibiotica − en die bij kanker ondanks alle geïnvesteerde miljoenen, is schokkend.

Een aantal bevlogen wetenschappers zou het zeer bevredigend vinden deze uiterst nauwkeurige en tijdrovende experimenten te kunnen bevestigen dan wel verwerpen, teneinde de noodzakelijke eerste stap te zetten naar een oplossing van dit grote probleem: de oorzaak van kanker24.

Hoewel de theorie van de kankermicrobe nog steeds grotendeels wordt genegeerd heeft de geneeskunde zelf weinig eigen antwoorden op de ziekte te bieden. De ziektecijfers stijgen nog steeds (inmiddels krijgt meer dan een op de drie mensen kanker) en de behandelingen die er zijn helpen nauwelijks of niet.

In plaats van de tumor centraal te stellen (die slechts het resultaat, het symptoom is van een onderliggend proces) gaat men volgens de theorie van de kankermicrobe op zoek naar omkering van het ziekteproces. Dat proces is begonnen met een infectie, die vervolgens tot een ontsteking leidde en uiteindelijk tot celverandering. Een nieuwe therapie zou moeten focussen op herstel van de cellulaire balans.

Vooraanstaande wetenschappers hebben in de laatste honderd jaar bij herhaling aangetoond dat er een zeer reële kans bestaat dat een pleomorf micro-organisme een rol speelt bij kanker. De onafhankelijke toeschouwer moet wel haast tot de conclusie komen dat geld, reputatie en een starre dogmatische houding − of nog erger, een combinatie daarvan − belangrijker zijn dan een onbevooroordeelde zoektocht naar de oplossing van een van de grootste gesels van de mensheid.

Bryan Hubbard

Bronnen:

1:J Natl Cancer Inst, 2000; 92: 1713
2:Cancer Prev Res, 2008; 1: 15-20, online-publicatie
3:Cancer Prev Res, 2008; 1 [7 Suppl]: CN15-02; doi: 10.1158/1940-6207.PREV-08-CN15-02
4:Nat Med, 2009; 15: 1016-1022
5:Cancer Prev Res, 2009; 2: 922-930; doi: 10.1158/1940-6207.CAPR-08-0191
6:Br J Cancer, 2001; 85: 473-483
7:Mol Ther, 2010; 13 april; doi: 10.1038/mt.2010.59
8:Proceedings of the American Association for Cancer Research 101st Annual Meeting, Washington, DC, 20 april 2010
9:Cantwell AR Jr. The Cancer Microbe: The Hidden Killer in Cancer, AIDS, and other Immune Diseases. Los Angeles, CA: Aries Rising Press, 1990
10:Perspect Biol Med, 1997; 40: 407-414

11:Ann NY Acad Sci, 1970; 174: 636-654
12:Med Hypoth, 1990; 32: 1-9
13:Trans NY Acad Sci, 1972; 34: 504-533
14:Nat Med, 2010; 16: 551-557; doi: 10.1038/nm.2141
15:J Int Med Res, 2005; 33: 1-20
16:Br J Ophthalmol, 1989; 73: 865-870

17:Arch Dermatol, 1984; 120: 401-402
18:Int J Dermatol, 1982; 21: 99-106
19:Mattman LH. Cell Wall Deficient Forms: Stealth Pathogens, 3rd edn. Boca Raton, FL: CRC Press, 2001
20:Surg Gynecol Obstet, 1921; 33: 167-175
21:Growth, 1962; 26: 181-209
22:see Bacteriality: Exploring Chronic Disease, at http://bacteriality.com/2007/08/18/history
23:Autoimmun Rev, 2009; 8: 677-681; doi: 10.1016/j.autrev.2009.02.016
24:Seibert F. Pebbles On The Hill of a Scientist. St Petersburg, FL: privépublicatie

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...