22-08-2010

Dossier Kanker: De geschiedenis van kankermicroben

Tot 1920 stond de geneeskunde open voor de theorie dat kanker werd veroorzaakt door een microbe. Al in 1772 veronderstelden artsen – weliswaar ten onrechte, zoals later bleek– dat de bacteriële ziekteverwekker Mycobacterium tuberculosis, die de oorzaak was van tuberculose, ook kanker veroorzaakte. Pas in 1890 werd er enig ondersteunend bewijs gevonden voor de theorie dat er een kankermicrobe bestond.

Dat bewijs kwam van William Russell, patholoog bij het Royal Infirmary in Edinburgh. Hij vertelde op een wetenschappelijke bijeenkomst in december 1890 dat hij een ‘organisme dat karakteristiek was voor kanker’ had ontdekt bij microscopische bestudering van tumorweefsel van kankerpatiënten.

Russel had in feite hetzelfde fenomeen gezien dat wetenschappers vandaag de dag rapporteren; deze organismen waren parasieten die zowel binnen als buiten cellen te zien zijn. De afmetingen liepen uiteen van ternauwernood zichtbaar tot ‘anderhalf keer zo groot als een rood bloedlichaampje’. De grootste leken op een schimmel- of gistachtige parasiet.

Hoewel zijn theorie met veel scepsis werd ontvangen werd deze in 1901 bevestigd door Harvey Gaylord van het New York State Pathology Laboratory die in alle gevallen van kanker die hij onderzocht ‘Russell lichaampjes’ aantrof1.

Ondanks deze ontdekkingen negeerde de Amerikaanse patholoog James Ewing de theorie en hij was de oorzaak dat de medische opinie een andere richting uitging. Hij schreef in 1919 dat ‘maar weinig competente waarnemers dit als een mogelijke verklaring van kanker beschouwen2. Ewing geloofde niet dat kanker het gevolg was van een infectie die mensen konden oplopen. En zo groot was zijn autoriteit dat praktisch al het onderzoek naar de theorie van de kankermicrobe stopte.

Bronnen:

1:Am J Med Sci, 1901; 121: 501-539
2:Ewing J. Neoplastic Diseases. Philadelphia, PA: WB Saunders Co., 1919

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...