Diabetes: een vette oplossing voor een groot probleem

Niet het vet dat we eten, maar het vet dat we produceren veroorzaakt de wereldwijde diabetesepidemie. Celeste McGovern doet verslag

Greg Perry staart naar een gapend gat in zijn linkervoet. Een paar maanden geleden was het slechts een pijnlijke blaar, veroorzaakt door zijn schoen. Maar nu heeft de wond zich uitgebreid over zijn hele voetzool.

Christopher Lu, Gregs voet- en enkelspecialist in Toronto, windt er geen doekjes om. ‘Wat hier aan de buitenkant gebeurt’, hij knikt naar de lelijke diabetische voetzweer, ‘gebeurt ook daarbinnen.’ Hij klopt op Gregs borst. ‘Als je zo doorgaat, Greg, ga je dood. Er zit niet alleen vet rond je middel, maar ook rond je organen. Daar ga je aan kapot.’‘Ik wil niet dood, ik wil mijn kleinkinderen zien’, denkt Greg als hij weer in zijn auto stapt, en hij begint te huilen.

Zijn oudere broer Roy had ook een diabetische voet gehad. Elke 30 seconden amputeert een arts ergens ter wereld een teen, voet of been van een diabetespatiënt. Bij Roy was eerst zijn linkeronderbeen geamputeerd onder de knie. Doordat zijn zenuwen waren aangetast door de diabetes, voelde hij de blaar niet aan zijn rechtervoet. Deze ging zweren en dat breidde zich uit naar zijn onderbeen. Roy stond al ingepland voor de amputatie van zijn rechterbeen, maar vlak daarvoor overleed hij aan een hartinfarct. Hij was 68. Greg is 62.

Specialist Lu hoeft hem eigenlijk niet te vertellen dat zijn diabetes uit de hand gelopen is. Greg heeft al last van een Charcot-voet: een soort botontsteking door hoge bloedsuiker, waardoor de gewrichten in de voet zwakker worden. Hij draagt orthopedische schoenen om zijn beschadigde en verzwakte botten te immobiliseren.Een zweer is een complicatie die vaak voorkomt. Greg weegt 135 kg en een groot deel daarvan zit in zijn buik.

Hij is door de behandeling alleen maar aangekomen in plaats van afgevallen, hoewel hij alles heeft gedaan wat hem werd opgedragen: hij slikte metformine om zijn bloedsuiker te verlagen, en gebruikte de bloeddruk- en cholesterolverlagers die zijn arts hem voorschreef. Elke keer dat zijn bloedsuiker piekte, kreeg hij een hogere dosering metformine voorgeschreven. Uiteindelijk werd ook insuline aan de lijst toegevoegd. Hij begon met 10 eenheden per dag, maar de dosering werd bij elk bezoek opgehoogd, totdat hij uiteindelijk 74 eenheden per dag gebruikte. Zijn buik was evenredig toegenomen. Zijn HbA1c-gehalte (Hemoglobine A1c: versuikerde cellen van de rode bloedkleurstof) was 86 mmol/mol. Dat is gevaarlijk hoog. De normaalwaarde van HbA1c is 20-42 mmol/mol.

De code kraken

Een paar maanden voor zijn bezoek aan Lu was Greg op een congres in Californië een oude vriend tegen het lijf gelopen die blaakte van gezondheid. Zijn vriend vertelde dat hij 18 kg was afgevallen, met de boeken van Jason Fung, een nierspecialist en auteur van De diabetes-code (Nieuwezijds, verwachte verschijningsdatum maart 2020) en De obesitascode (Nieuwezijds, 2019).Greg was ooit bij Fung geweest, maar had toen niets met diens adviezen over gezonde vetten en intermitterend vasten gedaan. Maar na het schokkende nieuws van Lu was Greg bereid om toch weer een afspraak met nierspecialist Fung te maken. Hij schreef zich in voor een training die in december 2018 begon: het Intensive Dietary Management Program. Fung heeft dit programma samen met onderzoekster Megan Ramos ontwikkeld.

Na tien maanden had Greg een transformatie ondergaan, net als duizenden andere diabetes- en obesitaspatiënten. Greg is 23 kilo afgevallen en weegt nu 114 kilo. Zijn buikomvang is met 23 cm geslonken. Zijn HbA1c-waarden zijn gedaald van de gebruikelijke 86 of meer naar ergens tussen de 42 en 53 mmol/mol. Met Fungs hulp is hij langzaam maar zeker minder insuline gaan gebruiken, totdat hij het na vier maanden helemaal niet meer nodig had. ‘Ik slik nog wel metformine, maar als het me lukt om onder de 42 mmol te blijven, stop ik daar ook mee.’ Op een foto van zijn voet is te zien dat de zweer spectaculair is genezen en bijna is verdwenen.

Sterke stijging onder kinderen

In het Verenigd Koninkrijk had twintig jaar geleden geen enkel kind diabetes type 2; tegenwoordig is 1 op de 5 kinderen van 11 jaar obees. Tegelijk verdubbelde het aantal kinderen met diabetes type 2 in vijf jaar tijd. Wereldwijd is eenzelfde patroon te zien.

 

Dat kan niet kloppen

De gezondheidsautoriteiten hebben decennialang beweerd dat vet de grote boosdoener is bij diabetes type 2. Dus hoe kan het dan dat méér vet binnen krijgen in plaats van minder – en ook minder koolhydraten en in totaal meer calorieën, zoals Fung adviseert – tot minder buikvet leidt, lagere bloedglucosewaarden en minder behoefte aan insuline bij mensen met diabetes type 2? Het is een feit dat obesitas de grootste risicofactor is voor diabetes type 2, en beide aandoeningen nemen explosief toe. De mate waarin diabetes voorkomt, is de afgelopen dertig jaar verviervoudigd, en de aandoening steeg naar de negende plaats van belangrijkste doodsoorzaken. Wereldwijd heeft bijna 1 op de 10 volwassenen diabetes. We weten dat de ziekte samenhangt met leefstijl en voeding, in tegenstelling tot diabetes type 1, een autoimmuunaandoening waarbij het lichaam de eigen alvleesklier aanvalt.

Zelfs kinderen ontkomen er niet aan. In het Verenigd Koninkrijk, waar twintig jaar geleden nog helemaal geen kinderen waren met diabetes type 2, is tegenwoordig 1 op de 5 kinderen van 11 jaar oud obees, en het aantal kinderen met diabetes type 2 is er de afgelopen vijf jaar verdubbeld.1

 

De ene calorie is de andere niet

In 2015 deed Lustig met zijn team een toonaangevend onderzoek onder 43 kinderen met overgewicht die minimaal nóg een metabole aandoening hadden, zoals hoge bloeddruk, hoge cholesterolwaarden of tekenen van leververvetting. De kinderen aten negen dagen lang evenveel caloriën als ze gewend waren, maar dan zonder suiker.

Rauw fruit was wel toegestaan, omdat de vezels in fruit de slechte effecten van fructose compenseren. Vandaar dat vezelrijke voeding zo gezond is voor diabeten. Maar de rest moest suikerarm zijn. Ze mochten dus bewerkte voedingsmiddelen zoals chips en pizza, maar geen suikerhoudende producten zoals frisdrank of gezoete yoghurt.

De kinderen werden dagelijks gewogen, en als ze afvielen moesten ze meer gaan eten. Gek genoeg zeiden sommigen dat ze het gevoel hadden dat het eten te veel was.

Na negen dagen met een suikerarm dieet was hun gezondheid enorm verbeterd, zonder dat hun gewicht was veranderd. Hun bloeddruk was gedaald, hun LDL-cholesterol (de slechte variant) daalde en hun leverfunctie verbeterde. Hun nuchtere bloedsuiker daalde met 5 punten en hun insulinewaarde daalden met een derde.

‘Uit deze studie blijkt dat de ene calorie de andere niet is. Het voedsel waaruit de calorie afkomstig is, bepaalt waar zij in het lichaam naartoe gaat’, zegt Lustig. Calorieën uit suiker zijn het slechtst, omdat ze in de lever in vet veranderen, insulineresistentie bevorderen en daardoor het risico op diabetes, hart- en leverziekten verhogen.1

BRON
1 Obesity (Silver Spring), 2016; 24: 453–60

 

Meer resistentie

De diagnose diabetes type 2 is gebaseerd op hoge bloedsuikerwaarden. Het hormoon insuline houdt onze bloedsuiker constant en zorgt ervoor dat die niet te veel schommelt. Als je steeds meer insuline nodig hebt om je bloedsuiker op hetzelfde niveau te houden, heet dat insulineresistentie: het is de voornaamste oorzaak van diabetes type 2. Bij patiënten als Greg schrijven artsen gewoonlijk steeds meer insuline voor, zodat je een veilige bloedsuikerspiegel houdt. Maar dat lost het onderliggende probleem dat ervoor heeft gezorgd dat iemands bloedsuiker is gaan stijgen, niet op.

Het beeld dat we allemaal voor ogen hebben, is dat obesitas en diabetes hand in hand gaan. Artsen, diëtisten en volksgezondheidsprogramma’s hebben ons wijsgemaakt dat we vet moeten laten staan. We moeten minder slechte verzadigde vetten eten en meer gezonde plantaardige vetten en koolhydraten. Als we dat doen en veel meer gaan bewegen, dan komen we niet alleen van obesitas af, maar ook van diabetes.

Maar dit plaatje blijkt niet te kloppen. Zo hebben Samuel Klein en zijn onderzoeksteam van de Washington University School of Medicine de afgelopen jaren vastgesteld dat niet alle lichaamsvet hetzelfde is als het gaat om diabetes. Als je bijvoorbeeld alleen rond je middel vet verliest (of chirurgisch laat verwijderen), heeft dat geen invloed op het onderliggende stofwisselingsprobleem, namelijk insulineresistentie die tot diabetes leidt.

Vet rond de organen, dat we visceraal vet noemen, is gevaarlijker dan onderhuids vet, en een vervette lever is een kenmerk van insulineresistentie.2 Het slechte nieuws horen we niet zo vaak: je kunt slank zijn, maar wel een vervette lever hebben. Daardoor loop je risico op dezelfde ziekten als mensen met overgewicht. Van de mensen met een normaal gewicht heeft 40 procent precies dezelfde stofwisselingsstoornis en leververvetting als 80 procent van de mensen met obesitas. En ze lopen volgens kinderendocrinoloog Robert Lustig evenveel risico op diabetes.

Niet-alcoholische leververvetting (NAFLD), een aandoening die een generatie geleden nog niet bestond, is tegenwoordig de voornaamste reden voor levertransplantaties. De prevalentie van NAFLD stijgt sneller dan van obesitas of diabetes: tussen 2002 en 2017 is dit met 700 procent gestegen.3

‘Er zijn meer slanke zieke mensen (67 miljoen in Amerika) dan dikke zieke mensen, en de slanke zieke mensen zeggen dat de dikke zieke mensen het probleem zijn’, zei Lustig op het symposium van JumpstartMD, een gewichtsverliesprogramma.

Lustig vertelde dat de bloedsuikerwaarden van schijnbaar gezonde volwassenen de afgelopen 40-50 jaar gelijk zijn gebleven. Maar hun behoefte aan insuline om die bloedsuiker zo laag te houden, is 2-4 keer zo groot geworden, zo blijkt uit onderzoek.

Immuunprobleem

Er is steeds meer bewijs dat het immuunsysteem en onderliggende ontstekingen een rol spelen bij zowel obesitas als diabetes. Niet de afbraak van glucose, maar de oxidatie van vetzuren veroorzaakt ontstekingen in gezonde cellen. Dat blijkt uit een studie die vorig jaar werd gepubliceerd door onderzoekers van de Boston University School of Medicine, het Massachusetts Institute of Technology en de University of Kentucky.4

‘Het bloedsuikerparadigma lijkt langzaam maar zeker te verdwijnen’, zegt Barbara Nikolajczyk van de Boston University, een van de auteurs van het artikel. Ze wijst op een studie uit 2009, onder veteranen met diabetes, die veel ophef veroorzaakte: hoewel hun bloedsuikerspiegel nauwkeurig stabiel gehouden werd met insuline, had dat geen invloed op het aantal hartaandoeningen of sterfgevallen.5

Met andere woorden, als je insuline toevoegt aan het probleem van een hoge bloedsuiker, doet dat niets om de onderliggende ziekte op te lossen. De onderzoekers ontdekten dat de hoogte van de bloedsuiker wordt gestimuleerd door de metabolieten van vetzuren. ‘Het is onduidelijk waar die vetten precies vandaan komen’, zegt Nikolajczyk. ‘Wat zeker is, is dat je lichaam vetten maakt en vetten verandert. Alles wat je eet wordt door de lever gezuiverd en veranderd.’

Giftig goedje

De behandeling van diabetes type 2, zo ontdekte Greg Perry, bestaat uit insuline en nog meer insuline. Daarnaast worden complicaties behandeld als diabetische voet, nierproblemen en hartziekte.

Nierspecialist Jason Fung is een voorbeeld, omdat hij de vraag durft te stellen wat al die insuline eigenlijk doet bij diabetes. Als een patiënt veel suiker heeft gegeten, komt er veel insuline vrij om die suiker te verwerken. Hoge insulinewaarden veroorzaken insulineresistentie en zo ontstaat een vicieuze cirkel van meer suiker, meer insuline, meer resistentie enzovoorts.

De behandeling bestaat vaak enkel en alleen uit insuline-injecties. Zo dwing je de cellen om meer glucose op te nemen om de bloedsuiker omlaag te krijgen. Maar je vergeet aan de gevolgen te denken. Fung stelt een vraag die vaak niet gesteld wordt: Als die hoge glucosewaarde in het bloed toxisch is, waarom zou die dan in de cellen niet toxisch zijn?

‘Insuline verwijdert glucose niet uit je lichaam, het haalt alleen maar het overschot aan glucose uit het bloed en stopt het overal in de cellen: van ogen, nieren, zenuwen, hart. Na verloop van tijd beginnen organen gewoon te rotten door al die glucose.’

Anders dan mensen met diabetes type 1, die een hoge bloedsuiker hebben omdat ze geen normale insulineproductie hebben en daarom insuline moeten injecteren, hebben diabetici type 2 al te veel insuline in hun bloed. En vervolgens schrijft hun arts ze nog meer insuline voor, waardoor ze nog zieker worden.

Veel insuline zorgt op zijn beurt weer voor andere problemen. Zo dwingen zowel een hoge bloedsuiker als een hoge insulinewaarde het lichaam om magnesium uit te scheiden. Maar je hebt magnesium nodig om de insuline en glucose in je bloed te reguleren. Dus als je lichaam te veel magnesium uitscheidt, ontstaat er een neerwaartse spiraal en krijg je een magnesiumtekort als gevolg van een hoge bloedsuiker.1

Leptine is het hormoon dat ons hongergevoel reguleert, en hoge insulinewaarden kunnen ook leptineresistentie veroorzaken. Daardoor denken je hersenen dat je honger hebt. ‘Hoe hoger je insulinewaarde, hoe meer je aankomt en hoe meer trek je hebt’, legt Lustig uit. Als er insuline in de buurt is, kun je geen opgeslagen vet verbranden.

BRON:
World J Diabetes, 2015; 6: 1152–7 

 

Zelfgemaakt vet

Onderzoekers weten dat het vet waarmee de lever van mensen met insulineresistentie en diabetes type 2 verstopt zit, afkomstig is van een proces genaamd novo-lipogenese: de aanmaak van vet uit koolhydraten.

De lever maakt dit vet voornamelijk uit fructose. Dat zit niet alleen in fruit, maar ook in tafelsuiker, honing en alles waaraan suiker is toegevoegd, van snoep en koek tot ketchup en sladressing. Levervet en lichaamsvet zijn moeilijker te verbranden dan glycogeen: de brandstof van ons lichaam, die de lever maakt uit glucose uit koolhydraten.

Fung gebruikt de analogie van de koelkast. Als je thuiskomt met veel meer boodschappen dan je nodig hebt, en je hebt de koelkast volgepropt (glycogeen opgeslagen in de lever), kun je de rest niet laten wegrotten op het aanrecht (in het bloed). Daarom stop je het in de vriezer in de kelder: je slaat het op als triglyceriden of lichaamsvet, waar je minder goed bij kunt.

Insuline kun je vergelijken met een verkeersregelaar die de overtollige glucose naar de vetvriezer in de kelder stuurt. Maar zolang er insuline in je bloed zit, wordt al het verkeer naar de vriezer gestuurd en kun je niets gebruiken. Je moet wachten tot de aanwezige insuline verminderd is voordat je het opgeslagen vet kunt uitpakken.

De juiste verhouding

Uit onderzoek blijkt dat omega 3-vetzuren (zoals je die aantreft in vette vis) een ontstekingsremmend effect hebben. Dit in tegenstelling tot omega 6-vetzuren, die in meervoudig onverzadigde oliën zoals maïs- en zonnebloemolie zitten. Deze oliën bevorderen vaak ontstekingen door de bewerking die ze hebben ondergaan. Ze zijn geoxideerd en ranzig geworden, wat de chronische, laaggradige ontsteking stimuleert die de basis vormt voor diabetes en andere ziekten.

De consumptie van omega 6 is enorm gestegen doordat het in grote hoeveelheden in bakolie zit. De verhouding omega 6 en omega 3 was in traditionele voeding naar schatting 1:1, maar is nu naar 20:1 of meer gestegen. Deze ontwikkeling houdt gelijke tred met de sterke toename van diabetes en obesitas.

Uit onderzoek blijkt dat de ontstekingen afnemen als de verhouding van 18:1 naar 3:1 daalt. Stel jezelf daarom tot doel om hooguit twee keer zoveel omega 6- als omega 3-vetzuren te gebruiken: dus een verhouding 2:1 of zelfs 1:1.1

De opkomst van omega 6

De verhouding omega 6 tot omega 3 is explosief gestegen: van naar schatting 1:1 in traditionele voeding, naar 20:1 of meer in het moderne westerse voedingspatroon

De juiste verhouding

Uit klinische studies blijkt dat het aantal ontstekingsmarkers afneemt als de verhouding omega 6 tot omega 3 van 18:1 naar 3:1 daalt

BRON:
1 Nutrients, 2016; 8: 128

 

Vals beschuldigd

Wetenschappers hebben niet alleen de verzadigde vetten in onze traditionele voeding, zoals in vlees, roomboter, room, kaas en kokosolie, ten onrechte beschuldigd, maar ook koolhydraten die een insulinepiek veroorzaken gepromoot, vindt Fung. Hij schrijft het ontstaan van de diabetesepidemie toe aan de ‘beruchte’ richtlijnen voor gezonde voeding uit de jaren 80 van de vorige eeuw, waarin dikmakende koolhydraten werden aangeprezen als ‘gezonde granen’.

Koolhydraten worden afgebroken tot glucose, waarop het lichaam reageert met een insulinepiek om de overtollige suiker af te voeren naar de diepvriezer met vet. Juist koolhydraten worden in de lever door novo-lipogenese omgezet tot verzadigde vetten. Dus koolhydraten zijn de ware boosdoeners achter de vetvoorraad in het lichaam.

‘Verzadigde vetten in je bloed, niet in je eten, houden verband met hart- en vaatziekten’, zegt Fung.

De problemen van koolhydraatrijke voeding en het succes van koolhydraatarme diëten zijn inmiddels zo duidelijk dat zelfs de voedingsrichtlijnen die de Amerikaanse Diabetes Association in 2019 uitbracht, voor het eerst sinds tientallen jaren hun goedkeuring geven aan voeding met weinig koolhydraten.

Ze aarzelen nog over verzadigde vetten, maar verzadigde vetten uit voeding blijken steeds opnieuw bescherming te bieden tegen stofwisselingsziekten.

Fung noemt als voorbeeld de Tokelau Migrants-studie: een studie onder eilandbewoners van wie de traditionele voeding grote hoeveelheden kokosnoot bevatte, waardoor ze extreem veel verzadigd vet in hun bloed hadden.6 ‘Obesitas of diabetes kwam nauwelijks voor’, vertelt Fung. ‘Toen ze overstapten op een westerse voeding, werden ze dik en kregen ze diabetes. Dus nee, het is onwaarschijnlijk dat verzadigde vetten diabetes type 2 veroorzaken bij mensen.’

Ook in een studie uit 2016 bleek dat de best beschermende vetten misschien wel enkelvoudig onverzadigde vetten zijn. Die zitten in grote hoeveelheden in rood vlees, volle zuivelproducten, noten, avocado’s en olijven.7 Vetten worden gevaarlijk door ze te verwerken. Verder blijken de vetzuren die veel gezondheidsautoriteiten adviseren, nu juist de vetzuren te zijn waar je het minste aan hebt: meervoudig onverzadigde vetten uit plantaardige oliën (zie kadertekst rechts).

Gevaar voor volksgezondheid: fructose

Van transvetten of industriële vetten weten we dat ze een ramp zijn voor de stofwisseling. Ze worden sinds de jaren 50 van de vorige eeuw geproduceerd. Ze zijn veelvuldig aan producten zoals margarine toegevoegd om die smeerbaar te maken, en aan bijvoorbeeld gebak en koek om ze langer houdbaar te maken.

Uit onderzoek bleek dat ze verband hielden met obesitas en hart- en vaatziekten. En ze bleken de vetproducerende novo-lipogenese in de lever te stimuleren. Tegenwoordig zal niemand meer ontkennen dat transvetten mensen ziek maken. Daarom bevatten margarines en halvarines in Nederland bijna geen transvetten meer.8

Maar staatsvijand nummer 2 blijkt veel moeilijker uit te bannen. Robert Lustig legde tien jaar geleden mooi uit aan het grote publiek dat de obesitascrisis veroorzaakt wordt door suiker. Tafelsuiker (of sucrose) bestaat uit een molecuul brandbare glucose en een molecuul fructose. Met dat laatste kan onze lever niets, behalve het opslaan als vet met behulp van novo-lipogenese.

‘Het is al lang bekend dat zowel glucotoxiciteit als lipotoxiciteit verband houden met ontstekingen die tot diabetes leiden’, zegt Lustig. ‘Maar het was onduidelijk hoe, wanneer en waarom, zodat verschillende theorieën met elkaar om voorrang streden. We beginnen nu eindelijk te begrijpen hoe het komt dat die theorieën zo verschillend zijn.’ Hij wijst op een artikel dat onlangs in Cell Metabolism werd gepubliceerd, waaruit blijkt dat fructose de functie van de mitochondriën verzwakt. Mitochondriën zijn de energiecentrales van onze cellen, die brandstof gebruiken om energie te produceren.9

Als je dat combineert met het werk van Nikolajczyks team, dat aantoont dat de vetverbranding bij diabetes type 2 slechter is, dan is wel duidelijk wat de boosdoener is.

Lustig: ‘Naast de vele calorieën, is suiker om twee redenen slecht: het wordt door de lever omgezet in vet en het ondermijnt de mitochondriën. Dat leidt allebei tot een proces dat we insulineresistentie noemen, wat op zijn beurt chronische ziekten veroorzaakt.’

Nederlands perspectief 

Ook in Nederland heerst meer en meer een andere kijk op vet in de behandeling van mensen met diabetes type 2. Van de huidige volwassen Nederlanders van 45 jaar en ouder krijgt naar verwachting 1 op de 3 in de toekomst diabetes type 2.1 In het leefstijlprogramma Keer diabetes 2 om’ van Stichting Voeding Leefteen onafhankelijke organisatie van professionals is hier eveneens aandacht voor (www.keerdiabetesom.nl). Afhankelijk van het stadium van diabetes, zou de het in 85 procent van de gevallen omgekeerd kunnen worden met aanpassingen in de voeding en leefstijl. 

www.diabetesfonds.nl 

 

Voordelen van vasten

De snelste manier om het probleem van te veel glucose en te veel insuline te corrigeren, zegt Fung, is vasten. Niets eten in plaats van weinig calorieën eten, brengt de insuline tot bedaren, zodat het vet uit de vriezer kan verbranden.

Intermitterend vasten – of je nu je ontbijt overslaat, één maaltijd per dag eet, 5-6 keer per week 16 uur aaneengesloten vast of 2-3 keer per week 24 uur of langer – zet je lichaam in de vetverbrandingsstand.

Een dieet met weinig calorieën mislukt uiteindelijk meestal. Dat komt doordat de stofwisseling vertraagt en zich aanpast aan de lagere energieinname. Dat zie je bijvoorbeeld bij de deelnemers aan het tv-programma ‘The biggest loser’: op één persoon na waren alle deelnemers zes jaar na het programma weer bijna net zo zwaar als toen ze begonnen.10 Studies naar alternate-day fasting (om de dag vasten) daarentegen laten zien dat de basaalstofwisseling stabiel blijft, zelfs na 22 dagen.11

Periodiek vasten corrigeert de onderliggende cyclussen van te veel glucose en insuline door het lichaam daarvan te ontdoen. Dus het doet meer dan de symptomen van een hoge bloedsuiker aanpakken. Of je koolhydraatarm of ketogeen (weinig koolhydraten en veel vetten) eet om je insulinewaarden tussen de vastenperiodes door laag te houden, maakt niet uit. Het gaat erom dat je je lichaam de tijd geeft te herstellen zonder dat het voedsel moet verteren.

Op de eerste dag dat Greg naar Fungs kliniek was geweest, besloot hij te vasten. Hij gebruikte 27 uur lang geen voedsel of suikerhoudende dranken. ‘Ik was verbaasd’, vertelt hij. ‘Ik voelde me echt goed.’ Zijn Charcot-voet maakt het onmogelijk dat hij intensief gaat sporten, maar hij beperkt zijn maaltijden tot slechts één per dag, en van tijd tot tijd vast hij een langere periode. Elke keer dat hij zich laat wegen en zijn bloed laat onderzoeken, is hij wat lichter en zijn zijn bloedwaarden beter.

Hij is blij, net als veel andere mensen die de officiële adviezen negeren, hun cola light en koolhydraatarme pasta laten staan en zijn gaan vasten, maar die ook smullen van ‘verboden’ vette voedingsmiddelen. ‘Geen denken aan dat ik hier weer mee ophoud’, zegt Greg. ,Bij medicatieaanpassingen of aanpassingen in eetgedrag, zoals vasten, is professionele begeleiding altijd aan te raden.

BRONNEN

1 Royal College of Paediatrics and Child Health, National Paediatric Diabetes Audit annual reports, 2017/18 and 2013/14.
2 Proc Natl Acad Sci U S A, 2009; 106: 15430–5
3 Clin Gastroenterol Hepatol, 2019; 17: 748–55.e3
4 Cell Metab, 2019; 30: 447–61.e5
5 N Engl J Med 2009; 360:129-139
6 N Z Med J, 1980; 92: 417–21
7 Lipids, 2016; 51: 507–17
8 Voedingscentrum
9 Cell Metab, 2019; 30: 735–53.e4
10 Obesity (Silver Spring), 2016; 24: 1612–9
11 Am J Clin Nutr, 2005; 81: 69–73

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Het laatste woord; Patiënten en cliënten zijn vooral mensen

Als mens hebben we veel rollen. We zijn ouder en/of kind, partner, grootouder, buurman of -vrouw, collega, teammaat en nog veel meer. Op het moment dat iemand ernstig ziek wordt, blijft er vaak nog maar één rol over: die van patiënt. Voor iedereen is de zieke mens...

Eten als medicijn

De overgang vormt een kantelpunt in de gezondheid van elke vrouw. In Eten als medicijn: overgang legt gynaecoloog drs. Dorenda van Dijken uit hoe het vrouwenlichaam in deze levensfase verandert. Met haar adviezen én 75 recepten van culinair journalist Janneke...

Groeien met psychosynthese

In een souterrain aan de Amsterdamse Lijnbaansgracht zit de psychosynthese praktijk van Wim Verbeek (61). Een trap voert naar beneden, de wachtruimte in. Daarachter ligt zijn praktijk, warm en zacht verlicht. Verbeek, stevige handdruk en vriendelijke oogopslag, gaat...

Luister (niet) altijd naar je gevoel; Deel 1

In dit eerste deel van een tweeluik over ‘luisteren naar je gevoelens’ legt Cindy de Waard uit waarom dit zo belangrijk is. En waarom het niet altijd verstandig is om naar je gevoel te luisteren. Zij bekijkt het onderwerp vanuit een holistisch perspectief, met...

Je knie heeft zorg nodig

Vorig jaar kwam een man van 43 weer terug in mijn praktijk. Vier jaar eerder was hij bij mij geweest met knie-artroseklachten. De specialist had hem gezegd dat er geen genezing mogelijk was. Bezoeken aan meerdere behandelaars en acupuncturisten hadden hem ook niet...

Medisch Dossier avatar

Over de auteur