04-08-2008

Depressie

Afgelopen zomer heeft Groot-Brittanië verboden antideoressiva aan kinderen voor te schrijven, toen bleek dat de middelen tot zelfmoord aanzetten. In de V.S. zal er waarschijnlijk alleen een waarschuwing in de bijsluiter worden opgenomen. In Nederland werdern in de 2e kamer vragen over deze middelen gesteld, toen het Europese Agentschap voor Geneesmiddelen, de EMA, er een waarschuwing over uitbracht. Volgens de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie zijn Nederlanse artsen al zeer terughoudend in het voorschrijven van antidepressiva aan kinderen, al mogen ze aan kinderen met ernstige klachten ‘niet worden onthouden'(bron: www.apotheek.org – nieuws).

Er zijn kinderen die al op de leeftijd van twee jaar sterke stemmingsregulerende medicijnen voorgeschreven krijgen, zoals Prozac en andere antidepressiva. Hoewel sterk werkende medicijnen meestal pas vanaf zesjarige leeftijd worden voorgeschreven, waarbij wordt doorgegaan tot de leeftijd van gemiddeld negentien, is het aantal twee- tot vierjarigen dat stimulerende middelen (zoals Ritalin), antidepressiva (zoals Prozac), antipsychotica en clonidine (voor hoge bloeddruk bij volwassenen en voor slapeloosheid bij hyperactieve kinderen) gebruikt, schrikbarend gestegen.

Gebruik op grote schaal

Uit Amerikaanse gegevens blijkt dat in de periode van 1988 tot 1994 het gebruik van antidepressiva bij kinderen met 400 procent is gestegen1. Op dit moment gebruikt ongeveer 2 procent van de Amerikaanse jeugd antidepressiva. Bij een onderzoek in Frankrijk bleek dat 12 procent van de kinderen in de leeftijd waarop ze voor het eerst naar school gingen, psychotrope medicijnen kreeg, meestal fenothiazines. Van die groep kreeg 76 procent deze behandeling al sinds het vierde jaar2.

In 2003 schreven in Engeland alle artsen samen 170.000 recepten uit voor antidepressiva aan kinderen. Van alle antidepressiva is het gebruik van selectieve serotonine-heropnameremmers (SSRI’s) onder kinderen het spectaculairst gestegen: in de periode 1993 tot 1997 vertienvoudigd het gebruik3.

Van de huisartsen en kinderartsen heeft slechts 8 procent een adequate scholing gevolgd voor de behandeling van depressie bij kinderen. Toch weerhield dat 72 procent van hen er niet van SSRI’s (zoals Prozac) voor te schrijven aan kinderen jonger dan achttien jaar4. Bovendien gaf 57 procent van deze artsen toe dat ze wel eens een SSRI aan een minderjarige voorschrijven bij andere diagnoses dan depressie. Voorbeelden hiervan waren kinderen met aandachtstekort met hyperactiviteit (ADHD), obsessief-compulsieve stoornis (‘dwangneurose’), agressieve gedragsstoornissen en zelfs bedplassen.

Wereldwijd fenomeen

Als een medicijn eenmaal is toegelaten en op de markt is gebracht, worden er zelden nog onderzoeken uitgevoerd naar de veiligheid van het gebruik bij kinderen en baby’s5. Veel geneesmiddelen die voor kinderen worden gebruikt, zijn dus nog niet voor die specifieke toepassing goedgekeurd en worden ‘off-label’ (buiten de voorschriften uit de bijsluiter) voorgeschreven 6. Zo’n recept is in feite dus niet meer dan een gok op basis van eigen kennis en ‘informatie van collegae’: er is geen enkele wetenschappelijke basis voor.

Aan het eind van de jaren zestig werd er voor het eerst bezorgdheid geuit over dit gebruik van medicijnen bij kinderen dat buiten het toepassingsgebied valt7. Destijds werd er echter geen acht op geslagen en op den duur werd het ongeoorloofd voorschrijven aan kinderen een wereldwijd fenomeen8. Bij een onderzoek dat in 2000 onder vijf Europese ziekenhuizen werd uitgevoerd, werden er 2262 recepten nagezien, uitgeschreven aan 624 kinderen. In bijna de helft van de gevallen bleek het om medicijnen te gaan die niet bedoeld of onderzocht waren voor kinderen. In totaal kreeg 67 procent van de kinderen een medicijn dat niet voor kinderen bedoeld of onderzocht was9.

Dat een middel veilig is voor kinderen valt niet af te leiden uit het feit dat het op grote schaal gebruikt wordt. Ook valt het niet af te leiden uit het feit dat het veilig is bij volwassenen. Kinderen zijn geen ‘kleine volwassenen’, maar hebben andere lichaamsverhoudingen en een andere stofwisseling. Het is bewezen dat niet voor kinderen bedoelde medicijnen op kinderafdelingen veel meer bijwerkingen opleveren dan middelen die wel voor kinderen onderzocht en goedgekeurd zijn10.

Zelfmoord en zelfbeschadiging

Bij kinderen is het moeilijk vast te stellen wat de negatieve bijwerkingen van een middel zijn, omdat ze vaak totaal anders reageren dan volwassenen. Een goed voorbeeld is de paradoxale reactie van kinderen op fenobarbital vergeleken met die van volwassenen. Bij volwassenen werkt fenobarbital kalmerend, bij kinderen veroorzaakt het hyperactiviteit. Ritalin (methylfenidaat) daarentegen, een cocaïneachtig middel, wordt bij kinderen gebruikt als een middel tegen hyperactiviteit, terwijl het bij volwassenen juist stimulerend werkt.

Zonder fatsoenlijk onderzoek moeten we uit marktonderzoek onder gebruikers, als dat al bestaat, afleiden of er bijwerkingen zijn. De conclusies zijn verontrustend.Uit recente onderzoeken wordt steeds duidelijker dat het gebruik van SSRI’s bij kinderen een hoger risico van zelfmoord oplevert.

Twee van deze middelen, venlafaxine (Efexor) en paroxetine (Seroxat), zijn in Groot-Brittannië sinds vorig jaar al verboden voor kinderen omdat het risico zo groot is. In beide gevallen bleek uit een onderzoek waarbij de werking van het middel werd vergeleken met die van een placebo, achtergehouden door de producerende farmaceuten Wyeth en GlaxoSmithKline, dat kinderen die SSRI’s gebruikten acute emotionele onrust ondervonden, wat bij sommige tot zelfmoord- of moordneigingen leidde.

Pas toen deze achtergehouden informatie bekend werd, kregen de voorschrijvende artsen een brief van de producenten waarin stond dat bepaalde problemen zoals agressie, zelfmoordgedachten en -pogingen, en zelfbeschadiging, door de medicijnen tot wel 3 procent verergerden.

Uit artikelen in de Britse pers rijst het vermoeden dat beide fabrikanten al jaren wisten dat hun producten bij kinderen tot moord- en zelfmoordneigingen konden leiden (zie www.guardian.co.uk/uk_news/story/0,3604,1045902,00.html, maar ook Trouw, 24 april 2004). In hun eigen onderzoeksverslagen wisten de fabrikanten deze bevindingen te verhullen doordat zij de intense emotionele onrust en het gewelddadige gedrag ‘emotioneel labiel’ noemden, een eufemisme dat wel vaker voorkomt bij klinisch onderzoek. Bij de toelatingscommissies had deze term alarmbellen moeten doen afgaan, maar dat gebeurde niet.

Al lang bekend

Het verhoogde risico van zelfmoord bij kinderen is geen nieuws. Bij een onderzoek aan de universiteit van Yale bleek dat 14 procent van de kinderen tussen tien en zeventien jaar neigingen tot en gedachten over zelfbeschadiging kregen wanneer zij fluoxetine namen11.

Nu Efexor en Seroxat niet langer voor kinderen worden aanbevolen, is het zelfmoordrisico echter nog niet verdwenen. Bij een onderzoek door de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA), waarbij ze twintig onderzoeken nalazen waaraan in totaal 4100 kinderen en adolescenten meededen die ofwel op een placebo ofwel op een antidepressivum gezet waren uit een groep van acht, waaronder citalopram, fluoxetine, fluvoxamine, mirtazapine en nefazodon, bleek dat deze middelen allemaal vaker tot zelfmoordgedachten leidden dan een placebo.

Om het nog erger te maken concludeerde de FDA ook nog dat van geen van de onderzochte medicijnen bewezen was dat ze effectief waren tegen depressie bij kinderen. Pfizer, de producent van sertraline (Zoloft) distantieerde zich direct van dit onderzoek en financierde een onderzoek onder 376 kinderen (van zes tot zeventien jaar) met een depressie.

Daaruit bleek dat sertraline ‘effectief was en goed verdragen werd’, hoewel zeventien kinderen de behandeling staakten vanwege de bijwerkingen en hoewel er twee een zelfmoordpoging deden12.
Vanwege het overweldigende bewijs heeft de Engelse toelatingscommissie, de Medicines and Healthcare Products Regulatory Agency, in december 2003 uiteindelijk verboden SSRI’s aan minderjarigen voor te schrijven. In de rest van de wereld ging deze praktijk nog gewoon door. In Nederland mogen artsen een middel dat geregistreerd is, ook voorschrijven aan kinderen, ook al is het niet onderzocht voor kinderen. We kunnen dit niet verbieden, aldus minister Hoogervorst in maart 2004 naar aanleiding van de kamervragen.

Ontwikkelingspsychologische schade

Ook niet goed onderzocht is of antidepressiva en stimulerende middelen tot verslaving op latere leeftijd leiden. Uit onderzoek lijkt naar voren te komen dat gebruik van stimulerende middelen als Ritalin niet tot verslaving aan stimulantia op latere leeftijd leidt13.

Er blijkt echter een addertje onder het gras te zitten. Bij deze onderzoeken wordt meestal gekeken naar lichamelijke en niet naar geestelijke verslaving. Sommige mensen denken dat kinderen een geneesmiddel sneller uit hun lichaam uitscheiden, zodat ze minder gemakkelijk lichamelijk verslaafd raken.

Misschien klopt dat, misschien ook niet, maar het gevaar van mogelijke psychologische schade door psychotrope medicijnen blijft bestaan. Door kinderen bij het eerste teken van een probleem een geneesmiddel te geven, of dat nu paracetamol is bij hoofdpijn of Prozac bij een slecht humeur, groeien ze op met de opvatting dat overal wel een pilletje voor is. Die boodschap zou de farmaceutische industrie graag in al onze hoofden gehamerd zien.

Wat het moeilijkst te herkennen en te verhelpen is, is in feite de verborgen schade van medicijngebruik op zo jonge leeftijd. In de vroege kindertijd verandert er enorm veel in het menselijk brein. In de leeftijd van drie tot vier jaar is de stofwisseling van de hersenen het hoogst14.

In dat jaar leert een kind visuele prikkels verwerken en verwerft het motorische en taalvaardigheden. Hoe geneesmiddelen die op het brein inwerken, de timing en richting van de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van een kind beïnvloeden, is gewoon nog niet bekend15.

Om die reden luidde de conclusie van een ander onderzoek16 dat ‘mogelijke negatieve effecten op het in ontwikkeling zijnde brein niet zijn uit te sluiten’. In dit artikel bevelen de auteurs ouders vervolgens aan alert te zijn op tekenen van subtiele veranderingen in de zich ontwikkelende persoonlijkheid van hun kind, omdat deze een direct gevolg kunnen zijn van het effect van stemmingsregulerende medicijnen op de neurotransmitters in de hersenen.

Hindernissen tegen verandering

Er zijn verschillende hindernissen voor een effectieve medische behandeling van kinderen. Een daarvan is het ethische bezwaar tegen het testen van medicijnen op kinderen. Welke ouder zou er immers in toestemmen dat zijn kind aan zo’n onderzoek deelneemt, gezien de mogelijke schade die het kind kan oplopen? Toch lijken er al heel veel kinderen proefkonijn te zijn, gezien het grootschalige gebruik van medicijnen die niet bedoeld of getest zijn voor kinderen17.

Een ander probleem is dat de kindergeneeskunde maar een klein deel van de markt uitmaakt, zodat het financieel weinig oplevert om geneesmiddelen op kinderen te testen. De huidige wetgeving verplicht fabrikanten alleen een vrijwaring in hun bijsluiters op te nemen, die voorzichtigheid gebiedt bij gebruik bij kinderen. En dan nog bleek bij een onderzoek door de Australische overheid dat bij 70 procent van de onderzochte producten er ofwel helemaal geen informatie was, ofwel een gedeeltelijke of algemene vrijwaring opgenomen was over het gebruik bij kinderen18. Een soortgelijke bevinding deed de Amerikaanse Physician’s Desk Reference19.
Duidelijk is dat waar de overheid de grens ook legt, kinderen geen gelijke toegang hebben tot ‘veilige’ geneesmiddelen. Er zijn echter nog andere maatschappelijke problemen die ertoe hebben geleid dat stemmingsregulerende middelen bij kinderen geaccepteerd zijn. De belangrijkste is de manier waarop ouders voortdurend aangemoedigd worden hun ouderlijke verantwoordelijkheid uit handen te geven aan artsen, scholen, maatschappelijk werk en, uiteindelijk, farmaceutische bedrijven. Daarbij komt het groeiende geloof dat we alleen aantreffen bij de post-babyboom generatie ouders, dat elk kind zich moet gedragen volgens een bepaald ideaal patroon: netjes, opgewekt, nooit verveeld of drammerig en nooit lastig voor de ouders. Hoe meer ouders deze opvatting huldigen, des te gemakkelijker zal een kind de diagnose ‘gedragsstoornis’ of ‘depressie’ krijgen.
Ook het verzet tegen Ritalin en het te vaak diagnosticeren van ADHD kan een rol hebben gespeeld. Ouders die niet blij waren met de ‘diagnose’ ADHD, hebben vaak met succes bepleit dat de symptomen van ADHD gemakkelijk te verwarren zijn met andere problemen. Voor artsen die niet weten hoe ze dan kinderen moeten helpen die niet in het keurslijf van de maatschappij passen, is depressie, immers de ‘verkoudheid’ onder de geestesziekten, als diagnose misschien wel de makkelijkste toevlucht. De verschrikkelijke prijs voor een dergelijk simplistisch vonnis over onze kinderen begint pas nu tot ons door te dringen.
Pat Thomas

 

[Noten]
1 Pediatrics, 2002; 109: 721-727
2 Rev Epidemiol Santé Publ, 1992; 40: 467-471
3 Can J Psychiatry, 1998; 43: 571-575
4 Pediatrics, 2000; 105: e82
5 Curr Opin Pediatr, 1995; 7: 195-198
6 Arch. Dis Child, 1999; 80: F142-145
7 J Pediatr, 1968; 72: 119-120
8 JAMA, 2000; 283: 1059-1060
9 BMJ, 2000; 320: 79-82
10 Acta Paediatr, 1999; 88: 965-968
11 J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 1991; 30: 179-186
12 JAMA, 2003; 290: 1033-1041
13 J Clin Psychiatry, 2003; 64 [Suppl 11]: 9-13
14 Ann Neurol, 1987; 22: 487-497
15 J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 2003; 42: 651-655
16 JAMA, 2000; 283: 1025-1030
17 J Law Med Ethics, 2000; 28: 362-78
18Report of the Working Party on the Registration of Drugs for Use in Children, Canberra: Therapeutic Goods Administration, 1997
19Pediatrics, 1999; 104: 598-602

Kader 1
Kinderachtige middelen?
Goedgekeurd voor gebruik door kinderen?
Prozac is een voorbeeld van een SSRI dat door de Nederlandse farmaceutische commissie nog steeds niet wordt ontraden: in het Farmacotherapeutisch Kompas, dat door vrijwel elke arts geraadpleegd wordt, staat alleen dat er onvoldoende gegevens zijn over de werkzaamheid en de veiligheid. Maar ook is er nog steeds een aantal middelen dat veilig geacht wordt voor minderjarigen, ook al is dit zelden onderzocht en hebben ze vaak verontrustende bijwerkingen. Volgens het Nederlandse Farmacotherapeutisch Kompas komen de onderstaande middelen in aanmerking voor gebruik bij kinderen.
ANTIDEPRESSIVA
Antidepressiva kinderen en adolescenten
clomipramine (Anafranil)
imipramine (voor bedplassen!)

 

Antidepressiva alleen adolescenten
amitriptyline (Sarotex, Tryptizol)
dosulepine (Prothiaden)
doxepine (Sinequan)
nortriptyline (Nortrilen)
trimipramine (Surmontil)

ANTIPSYCHOTICA
Antipsychotica kinderen en adolescenten
alimemazine* (Nedeltran)
benperidol (Frenactil)
chloorpromazine* (Largactil)
chloorprotixeen (Luctral, kinderen vanaf 6 jaar)
flufenazine* (Anatensol)
flupentixol (Fluanxol)
haloperidol (Haldol, kinderen vanaf 3 jaar)
perfenazine* (Trilafon)
periciazine* (Neuleptil)
pimozide (Orap, kinderen vanaf 3 jaar)
pipamperon (Dipiperon)
pipotiazine* (Piportil)
sulpiride (Dogmatil)
thioridazine (Melderil, kinderen vanaf 2 jaar)

Antipsychotica alleen adolescenten
broomperidol (Impromen)

STEMMINGSSTABILISATOREN
stemmingsstabilisatoren kinderen en adolescenten
carbamazepine (Tegretol)

stemmingsstabilisatoren alleen adolescenten
lithium (Camcolit, Litarex, Priadel)

* Niet voor kinderen jonger dan 1 jaar, vanwege verband met wiegendood.

Kader 2
Diagnose
Een depressie herkennen bij kinderen
Hoe weten we wanneer het om een emotionele afwijking gaat bij een tweejarige die huilt of een vierjarige die drammerig en tegendraads is? Wat is een depressie bij kinderen eigenlijk?
De symptomen van depressie bij kinderen zijn ontzetten moeilijk te herkennen (en te onderzoeken) en hangen van enorm veel andere, meestal externe factoren af. In de brochure met patiënteninformatie van de Mayo Foundation for Medical Education and Research staat: ‘Depressie bij kinderen is moeilijker te diagnosticeren omdat veel gedragsvormen die bij een depressie horen, bij een kind normaal gedrag kunnen zijn. Om een depressie bij een kind te kunnen vaststellen zal de behandelaar kijken naar het aantal, de duur en de ernst van de symptomen.’
Dat klinkt goed, maar vervolgens worden in de brochure gedragsvormen opgesomd als lusteloosheid, prikkelbaarheid, makkelijk huilen, klagen over verveling, ruziemaken met de ouders, gebrek aan motivatie voor school en zelfs ‘er verdrietig uitzien’. Welke ouder kan oprecht beweren dat zijn kind nooit deze gedragingen vertoond heeft?
Uit de gegevens komt duidelijk naar voren dat de mentale stabiliteit van een kind sterk samenhangt met die van zijn ouders en omgeving. Bij een onderzoek aan de Columbia Universiteit in New York bleek bijvoorbeeld dat een kind een verhoogd risico heeft op angstgevoelens en depressie wanneer ouders hun taak niet goed uitvoeren. De onderzoekers hadden bijna 600 ouders en hun kinderen geïnterviewd. Het bleek dat bepaald gedrag bij de ouders, zoals verbale agressie, inconsequente regels, ouderlijke ruzie waar de kinderen bij zijn en te weinig supervisie, allemaal kunnen bijdragen tot angst of depressie in de kindertijd1. Uit veel onderzoek blijkt dat als de moeder depressief is, het kind dat ook zal zijn2, 3. Bij één onderzoek bleek dat als de moeder depressief was en rookte, de kans dat haar kind ‘sociaal niet goed functioneerde’ bijna verdubbelde4.
Evenzo zijn er aanwijzingen dat we geneesmiddelen gebruiken om grotere problemen, zoals sociale ongelijkheid, te maskeren. Zo valt uit de onderzoeksgegevens op te maken dat arme kinderen en gekleurde kinderen het gemakkelijkst stemmingsregulerende middelen voorgeschreven krijgen5 in plaats van counseling of therapie.

1 Arch Gen Psychiatry, 2001; 58: 231-236
2 J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 2001; 40: 1367-1374
3 Matern Child Health J, 2000; 4: 215-221
4 Ambul Pediatr, 2003; 3: 288-294
5 Arch Pediatr Adolesc Med, 1999; 153: 1039-1045
Kader 3
Oorzaken van depressie
Hoe voedingsgewoonten tot depressie leiden
De medicinale behandeling van een depressie is er meestal op gericht de serotonine te ‘normaliseren’. Hoe de neurotransmitters precies te beïnvloeden zijn, is echter niet goed bekend. Het gaat om een moeilijk en op de lange termijn waarschijnlijk niet te reguleren proces. Daarom wordt er ook onderzoek op ander gebied gedaan. Zo wordt er in de voedingsleer onderzoek gedaan naar morfineachtige substanties die ontstaan door incomplete vertering van eiwitten uit granen en zuivel als mogelijke oorzaken van depressie. Deze substanties, ‘exorfinen’, zijn al sinds het eind van de jaren zeventig bekend1. Bij nader onderzoek werden er vijf afzonderlijke exorfinen onderscheiden bij de maagvertering van gluten2 en acht andere exorfinen bij de maagvertering van melk3. Exorfinen hebben een deprimerende werking en er wordt aangenomen dat ze de oorzaak zijn van de psychiatrische symptomen, waaronder ‘mist in het hoofd (brain fog)’, die vaak bij allergische reacties op deze voedingsmiddelen worden gemeld.
Bij allergieën en bij coeliakie is depressie een veelvoorkomend symptoom. Bij de laatste aandoening raakt de binnenbekleding (slijmvlies) van de dunne darm beschadigd als de patiënt tarwe, rogge, haver of gerst eet4. Bij onderzoek naar de abnormale hersenactiviteit die bij meer dan tweederde van de kinderen met onbehandelde coeliakie werd aangetroffen, bleek dat die activiteit meestal normaal werd als de kinderen geen granen en zuivel meer aten5, 6. Abnormale hersenactiviteit kan een indicatie zijn van het neurologisch disfunctioneren dat bij depressie voorkomt.
Uiteraard zal niet elk kind met een depressie coeliakie hebben, maar sommige kinderen zouden wel eens behoed kunnen worden voor een leven lang aan de medicijnen door gewoon geen granen en zuivel meer te eten.

1 J Biol Chem, 1979; 254: 2446-2449
2 Life Sci, 1995; 57: 729-734
3 N Engl J Med, 1982; 307: 895
4 Am J Gastroenterol, 1999; 94: 839-843
5 Psychiatr Pol, 1991; 25: 30-34
6 Z Klin Med, 1985; 40: 707-709
Kader 4
Alternatieven voor medicatie
Andere mogelijkheden als uw kind droevig is
Een van de reacties die het vaakst voorkomen als mensen horen van een depressief kind, is: ‘Waar kan dat kind nou depressief van zijn?’ Hoewel het best mogelijk is dat er bij jonge kinderen te vaak de diagnose ‘depressie’ gesteld wordt, zijn er wel degelijk kinderen die daadwerkelijk depressief zijn. Waarschijnlijk is het belangrijker dat u het probleem vroeg inziet en aanpakt, dan dat u besluit daarbij wel of geen geneesmiddelen in te zetten. Uit hersenscans van kinderen met stemmingsstoornissen blijkt dat de elektrische activiteit in de hersenen weer normaal kan worden of er nu wel of niet medicijnen worden gebruikt. Van cruciaal belang blijkt de juiste behandeling voor het specifieke kind te vinden1 en het herstel te ondersteunen.
– Praten werkt beter dan pillen. In tegenstelling tot behandeling met medicijnen vereist een psychotherapeutische behandeling een grote betrokkenheid van zowel ouders als kind. Uit onderzoek blijkt echter dat ze effectiever is en tot langduriger resultaten leidt dan medicijnen. Geef de therapievorm (of de therapeut) van uw keuze altijd drie maanden de tijd voordat u het effect beoordeelt.
– Gebrek aan zelfvertrouwen is een belangrijke factor bij het ontstaan van depressie bij kinderen. Ouders kunnen het zelfvertrouwen van hun kind vergroten door een betere communicatie, duidelijke verwachtingen en grenzen te stellen en een gevoel van verantwoordelijkheid aan te leren.
– Lichamelijke activiteit kan een depressie verlichten of verhelpen. Een bijkomend voordeel van lichaamsbeweging is dat adolescenten er een beter lichaamsbeeld door krijgen. Een niet-competitieve sport als zwemmen is beter dan een sport met ‘winnaars’ en ‘verliezers’2.
– Leer uw kind met stress omgaan. Dat kan betekenen dat u zelf op cursus moet om het geleerde vervolgens met uw kind in de praktijk te brengen. Ook kunt u de leraren op school vragen of ze een programma willen opnemen waarbij de kinderen met stress leren omgaan en sociale vaardigheden aanleren. Uit verschillende publicaties valt af te leiden dat dergelijke programma’s op scholen vaak effect sorteren bij leerlingen met een verhoogd risico voor depressie3.
– Coëxistente ziekten. Depressie gaat vaak samen met andere mentale aandoeningen of stoornissen, zoals aandachtstekort met hyperactiviteit (ADHD) en, vooral bij tienermeisjes, eetstoornissen en zelfbeschadiging. Schildklieraandoeningen, parasitaire infecties en een overgroei van Candida kunnen ook tot depressie leiden. Als een van deze aandoeningen aanwezig is, moet ze tegelijk met de depressie behandeld worden, wil het resultaat blijvend zijn.
– Stel vragen over de voorgestelde medicijnen. Vraag de behandelend arts en de apotheker naar mogelijke interacties en bijwerkingen. Probeer zoveel mogelijk te weten te komen over een medicijn dat uw kind wellicht al gebruikt en probeer onafhankelijke informatie te verkrijgen om na te gaan of het verhaal van uw arts klopt. Vergeet niet dat een middel dat medisch niet van toepassing is, een depressie juist kan verergeren.
– Reacties op medicijnen als antibiotica, astmamedicijnen, hartmiddelen, kankerbestrijders, pijnstillers, immunosuppressiva en hoestmiddelen kunnen allemaal tot een depressie leiden. Als uw kind een van die middelen gebruikt, kan dat het enige probleem zijn.
– Zorg voor een regelmatig en voedzaam eetpatroon. Laat uw kind geen maaltijden overslaan en vermijd voedingsmiddelen met veel suiker, cafeïne of conserveringsmiddelen, smaakstoffen en kleurstoffen. Een evenwichtig dieet is een cruciale energiebron bij het herstellen van een depressie. Raadpleeg zo nodig een diëtist; bepaalde voedingstekorten, zoals aan B-vitaminen, essentiële vetzuren en sommige mineralen, kunnen namelijk ook gepaard gaan met depressie.
– Een regelmatige slaapcyclus houdt de energie op peil, terwijl onregelmatig slapen de symptomen van een depressie verlengt of verergert. Voorkom dat het kind overdag slaapt, ook al heeft het ’s nachts moeite met slapen.
– Raadpleeg een terzake gediplomeerde homeopaat. Uit casusonderzoek lijkt naar voren te komen dat bepaalde middelen, zoals Aurum, Natrum muriaticum, Aurum muriaticum natronatum en Stramonium, bij zeer hoge enkelvoudige doseringen (C200 tot M1) de symptomen van depressie kunnen verlichten.
– Blootstelling aan giftige stoffen zoals metalen, dioxinen, polychloorbifenylen (PCB’s) en organochloride/organofosfaat als pesticide/oplosmiddel komt vaak voor en deze kan dezelfde balansverstoring in de hormonen of neurotransmitters veroorzaken als bij een depressie optreedt4. Met name blootstelling aan kwik, meestal door vaccinatie of amalgaamvullingen, kan van grote invloed zijn. Overweeg uw kind te laten nakijken op overbelasting door een schadelijke stof.

1 Arch Gen Psychiatry, 1992; 49: 681-689
2 Am Fitness, 1993; 11: 24-26
3 J Sch Health, 1995; 65: 390-394
4 Townsend Lett Docs, 2001; 210: 64-72

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...