14-07-2008

Depressie de baas

Medicatie een mythe?
VAN SSRI’S IS WEL BEKEND DAT ZE GROTERE GEVAREN MET ZICH MEEBRENGEN DAN DE MEESTE ANDERE MEDICIJNEN. DAT ZE WAARSCHIJNLIJK OOK HET MINST EFFECTIEF ZIJN, IS MINDER BEKEND. HUN TOEPASSING IS GEBASEERD OP EEN HYPOTHESE DIE NOG STEEDS NIET BEWEZEN IS. IN VEEL ONDERZOEKEN DOEN ZE HET NIET VEEL BETER DAN EEN PLACEBO, OFTEWEL, HUN UITWERKING WORDT GROTENDEELS VEROORZAAKT DOOR DE VERWACHTINGEN VAN DE PATIËNT ZELF.

 

Jaarlijks worden er wereldwijd voor 13 miljard dollar aan antidepressiva geslikt. In meer dan 80 procent van de gevallen is dat een SSRI (selectieve serotonine heropname remmer) zoals Prozac, Seroxat en Zoloft. SSRI’s zijn echte bestsellers onder de geneesmiddelen. Hun enorme succes is gebaseerd op de theorie dat depressie ontstaat door een ‘chemische balansverstoring’. Zo’n verstoring houdt in dat mensen te weinig serotonine in hun hersenen hebben. Serotonine is een neurotransmitter met een functie in het zenuwstelsel. Een SSRI herstelt de chemische balans door de serotonine beter zijn werk te helpen doen. Volgens de fabrikanten kan het niet alleen depressie genezen, maar ook andere psychiatrische problemen zoals de sociale angststoornis en de obsessief-compulsieve stoornis.

De opkomst van SSRI’s was een revolutie in de geestelijke gezondheidszorg. Van de ene op de andere dag hoefde iemand die een klinische ofwel ernstige depressie had, deze niet langer te doorstaan of te overwinnen, maar kon gewoon een pilletje slikken. Een pilletje met een chemische stof die een andere chemische stof in de hersenen behandelde. Veel depressieve mensen omarmden deze oplossing, waardoor ze voortaan leefden in ‘het land Prozac’, zoals Elizabeth Wurtzel dat in haar bestseller noemde.

De farmaceutische industrie is de grootste pleitbezorger van de depressie-serotonine-theorie. Zij hebben namelijk baat bij een theorie die stelt dat een geneesmiddel een ziekte kan verhelpen. Sinds de theorie in 1967 het levenslicht zag, is hij echter nooit bewezen, ondanks vele pogingen daartoe. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat de antidepressiva van het SSRI-type veel minder effectief blijken dan ze volgens de fabrikanten zijn. Bij een meta-analyse van de gepubliceerde en ongepubliceerde trials tot nu toe (die trouwens meestal betaald waren door de fabrikant van het geteste middel), concludeerden de onderzoekers dat de resultaten meestal te positief werden geïnterpreteerd, of dat ze helemaal niet werden gepubliceerd als ze niet positief waren 1.

De algemene opvatting

Volgens artsen en het grote publiek ontstaat een ernstige depressie doordat de chemische balans is verstoord, waarbij er met name een tekort is aan de neurotransmitter serotonine. Deze theorie werd voor het eerst geponeerd in 1965 door Joseph Schildkraut, die stelde dat er bij een depressie een tekort is aan een neurotransmitter. Door die balansverstoringen ontstaan stemmingswisselingen en die kun je corrigeren met geneesmiddelen, zo luidde zijn opvatting. Twee jaar later wezen onderzoekers serotonine aan als de verantwoordelijke neurotransmitter 2.

Dit algemeen geaccepteerde idee lijkt echter meer gebaseerd op de fanatieke marketing van de fabrikanten van geneesmiddelen, die de theorie als basis gebruiken voor de verkoop van SSRI’s, dan op onderzoek door neurowetenschappers. Deze doen namelijk al veertig jaar lang hun best sluitende bewijzen te vinden voor de theorie, maar tot nu toe zonder succes.

Zo vonden zij bij een onderzoek waarin ze de cerebrospinale vloeistof, die de hersenen en het ruggenmerg omgeeft, analyseerden, geen enkel verschil in het serotinegehalte bij depressieve en suïcidale patiënten vergeleken met proefpersonen. En bij medische trials waarin het serotonine van proefpersonen met opzet werd verlaagd, werden die deelnemers niet depressief 3.

Andersom voelden depressieve mensen die enorm veel serotonine kregen toegediend, zich niet beter 4. Wat niet bepaald helpt, is dat niemand goed weet wat een ideaal serotoninegehalte eigenlijk inhoudt, laat staan dat bekend is hoe een pathologische balansverstoring er dan precies uitziet.

In onafhankelijk neurowetenschappelijk onderzoek is de theorie dus nog nooit bewezen. Wel zijn er uit die onderzoeken veel gegevens gekomen waaruit valt op te maken dat depressie en andere mentale stoornissen het gevolg kunnen zijn van veel complexere factoren dan alleen een tekort van een neurotransmitter.

‘Er bestaat geen enkel peer-reviewed artikel in de wetenschappelijke literatuur waarin accuraat is vastgesteld dat er een serotoninetekort is bij een mentale stoornis,’ zegt Jeffrey Lacasse, een promovendus van de Florida State University en mede-auteur (samen met professor in de neuro-anatomie dr. Jonathan Leo van het Lake Erie College of Osteopathic Medicine) van het essay ‘Serotonin and Depression: A Disconnect Between the Advertisements and the Scientific Literature’5.

In de ‘bijbel’ van de psychiatrie, het Diagnostic and Statistic Manual of Mental Disorders (DSM-IV; publicatie van de American Psychiatric Association in samenwerking met psychiatrische beroepsverenigingen wereldwijd, ook in Nederland) worden de definities opgesomd van alle psychiatrische diagnoses die er zijn en nergens staat serotonine vermeld als een oorzaak van een mentale stoornis.

Wel wordt in het Textbook of Clinical Psychiatry, 4th edn6 serotoninetekort beschreven als ‘een onbewezen hypothese’, met de toevoeging dat ‘door aanvullende ervaring de hypothese van een monoaminetekort niet wordt bevestigd’. (Monoamine is een verzamelnaam voor verschillende neurotransmitters waarvan serotonine deel uitmaakt.) En ook het Nederlandse Leerboek Psychiatrie stelt dat de theorie niet meer is dan een hypothese (‘monoaminehypothese’) en wordt veeleer uitgegaan van een verminderde gevoeligheid van de zenuwcellen voor serotonine dan van iets als een verlaagd serotoninegehalte. Maar ook hier wordt gesteld dat het ‘nog onduidelijk [is] welke van de gevonden afwijkingen oorzaak dan wel gevolg zijn en hoe de verschillende systemen hierbij interacteren’7.

Explosieve groei van SSRI’s

Toch is de verkoop van SSRI’s tussen 1981 en 2000 met 353 procent gestegen8. De voorspellingen luiden zelfs dat die verkoop nog tot 2010 zal blijven stijgen. In dat jaar wordt een wereldwijde omzet van 14,6 miljard dollar verwacht. Japan moet de komende jaren de belangrijkste groeimarkt worden met een verwachte verkoopstijging van 52 procent 9.
De eerste kaskraker onder de SSRI’s was Prozac (fluoxetine als hydrochloride). Dit werd in 1986 gelanceerd en is ‘de meest voorgeschreven antidepressieve medicatie ooit’, aldus zijn fabrikant Eli Lilly. Een andere SSRI, Zoloft (sertraline) van Pfizer, stond in 2003 op de tiende plaats van best verkopende medicijnen ter wereld, met een omzet van 3,4 miljard dollar. Voordat de SSRI’s ontwikkeld werden, kregen op een bevolking van een miljoen mensen er maar 100 de diagnose depressie. Momenteel zijn dat er 100.000 per miljoen inwoners 10.

Fabrikanten van geneesmiddelen promoten de hypothese depressie-serotonine in zowel reclame-uitingen voor artsen en het grote publiek, als in seminars voor professionals in de gezondheidszorg. Daar hebben ze zoveel succes mee dat de hypothese nu algemeen aanvaard wordt als een fysiologisch feit. In Amerika mogen de fabrikanten van geneesmiddelen direct voor consumenten reclame maken. De tv-reclame van Pfizer voor Zoloft zegt dat depressie kan komen door een chemische balansverstoring en dat ‘Zoloft die verstoring corrigeert’.

In de literatuur die Pfizer als onderbouwing gebruikt voor zijn SSRI, vermeldt de fabrikant dat ‘wetenschappers geloven dat het (depressie) in verband kan staan met een balansverstoring van een stof in de hersenen die serotonine heet’. SmithKlineBeecham, de fabrikant in Amerika van de SSRI Paxil (paroxetine; in Nederland Seroxat) zegt erover op zijn website: ‘Uit wetenschappelijk onderzoek valt op te maken dat depressie en bepaalde angststoornissen wellicht ontstaan door een chemische balansverstoring in de hersenen. Paxil helpt de chemische balans in uw hersenen herstellen.’

De fabrikanten van SSRI’s herhalen deze stelling voortdurend, ook al heeft de Amerikaanse regulerende instantie voor geneesmiddelen, de Food and Drug Administration (FDA), sinds 1997 al tien waarschuwingsbrieven naar die fabrikanten gestuurd. De Irish Medical Board heeft GlaxoSmithKline zelfs verboden om in de bijsluiter van Paxil te zeggen dat Paxil een chemische balansverstoring corrigeert. Toch handhaaft dat bedrijf die bewering op zijn eigen website en die in andere landen. De fabrikanten worden dus wel op de vingers getikt, maar in het algemeen blijven ze de hypothese gewoon gebruiken voor promotiedoeleinden.

Even goed of beter dan een SSRI

Het is niet zo verbazend dat een middel dat niet gebaseerd is op een bewezen hypothese, niet werkt. Dat geldt ook voor de SSRI’s.  Andere geneesmiddelen en behandelmethoden blijken trouwens even goed of beter bij depressies te werken als SSRI’s. Dit versterkt alleen maar de twijfel over de juistheid van de depressie-serotonine-hypothese, maar het is vooral hoopgevend wanneer u alternatieven zoekt voor behandeling met een SSRI. Zo bleek bij een Cochrane review van verschillende antidepressiva dat er geen groot verschil in effectiviteit is tussen SSRI’s en de tricyclische antidepressiva die in de jaren vijftig ontwikkeld werden11. En in gerandomiseerde trials bleken twee andere antidepressiva, die geen van beide ingrijpen in de serotoninehuishouding, even effectief een depressie te behandelen als SSRI’s. Het gaat om bupropion (Wellbutrin; Zyban)12 dat meestal gebruikt wordt als middel om te stoppen met roken, en reboxetine (in Nederland niet verkrijgbaar: Edronax; Norebox)13.

Ook het kruid Hypericum perforatum (sint-janskruid) bleek effectiever dan een SSRI in een trial met patiënten die matig tot ernstig depressief waren14, en de SSRI sertraline werd overtroffen door een placebo in een andere trial met patiënten met een ernstige depressie 15. Zelfs intensieve lichaamsbeweging is even effectief gebleken tegen depressie als Zoloft in een gerandomiseerde trial met ouderen met een ernstige depressie 16.

Kwaad met erger bestrijden

De FDA heeft over de gevaren van SSRI’s meer publieke waarschuwingen en black-box notices (waarschuwingen in een zwart kader in de literatuur en bijsluiters van middelen) uitgevaardigd dan over de meeste andere geneesmiddelgroepen. Het aantal bijwerkingen van SSRI’s is namelijk niet gering, maar de grootste zorg betreft het verhoogde risico van zelfmoord door SSRI-gebruik.

Er werd altijd gedacht dat het risico het hoogst was onder adolescenten en tieners, maar de FDA heeft toegegeven dat iedereen die een SSRI neemt een verhoogd risico loopt zelfmoord te plegen. Bij een vergadering van het drugs advisory committee van de FDA in december 2006 zei psychiater dr. David Healy tot de leden van die commissie: ‘Het idee dat er een risico zou zijn in de ene leeftijdsgroep en niet in een andere leeftijdsgroep, is gewoonweg fout.’ Er legde nog een psychiater, dr. Peter Breggin, getuigenis af.

Hij zei: ‘De Amerikaanse waakhond voor de geneesmiddelen moet de hand in eigen boezem steken omdat hij antidepressiva toegelaten heeft. De primaire gegevens over de suïcidaliteit komen voort uit kortdurende gecontroleerde trials die waren opgezet door fabrikanten van geneesmiddelen, uitgevoerd door stromannen van die fabrikanten en beoordeeld door werknemers van het bedrijf dicht bij de hoogste regionen. Als een dergelijke, uitvoerig gecultiveerde evaluatie zo’n rotte oogst oplevert, probeert u zich dan voor te stellen wat een objectieve evaluatie zou hebben opgeleverd.’

Ondanks het reële gevaar van zelfmoord worden SSRI’s nog steeds voorgeschreven, ook aan kinderen. Bij een onderzoek kwam naar voren dat zesjarige kinderen soms al een SSRI kregen, en dat bij hen de kans 52 procent groter is dat ze in de eerste twee maanden zelfmoord plegen. In totaal had een kind dat een SSRI gebruikte, vijftien keer zo veel kans dat het zichzelf zou doden als een kind dat het middel niet gebruikte 17.

Naast het risico van zelfmoord kent SSRI’s een behoorlijk aantal bijwerkingen. Prozac heeft alleen al 242 bijwerkingen op zijn naam staan, waaronder 34 aandoeningen van de genitaliën en urinewegen. Bij een overzichtsartikel over bijwerkingen werd geconstateerd dat ‘in een periode van tien jaar over Prozac meer meldingen van ziekenhuisopname, sterfgevallen of andere ernstige bijwerkingen gedaan waren bij de FDA, dan over elk ander middel in Amerika 18.

De meest voorkomende problemen die bij SSRI’s optreden, zijn neurologisch van aard (22 procent), psychiatrisch (19,5 procent), gastro-intestinaal (18 procent) of dermatologisch (11,4 procent)19.
Tegen elke fabrikant van een SSRI lopen wel rechtszaken. Tegen Forest Laboratories, de fabrikant van Lexapro (escitalopram als oxalaat) en Celexa (citalopram), zijn volgens het Amerikaanse advocatenbureau Pogust & Braslow recent meer dan 25 rechtszaken gevoerd, en de meeste gingen over onverklaarde zelfmoorden of pogingen daartoe.

Off-label voorschrijven

Een van de redenen van het grote succes van SSRI’s is dat artsen het middel vaak off-label voorschrijven. Dit betekent dat ze het voorschrijven voor een indicatie (aandoening) die wel bekend is, maar waarvoor het middel niet is geregistreerd. Met andere woorden, het medicijn wordt gegeven aan mensen van wie niet bekend is of het middel veilig voor hen is, omdat er geen trials naar gedaan zijn. Denk aan zeer oude of zeer jonge mensen, of mensen met een probleem dat niet onder de geregistreerde indicaties van het middel valt.

Afgezien als antidepressiva zijn de SSRI’s geregistreerd als middel bij acht andere psychiatrische stoornissen, waaronder sociale fobie, obsessief-compulsieve stoornis en premenstruele dysforie (een ernstige vorm van PMS). De toepassing als antidepressivum wordt dus al breed geïnterpreteerd. Desondanks bleek uit Amerikaans onderzoek dat 75 procent van alle recepten voor een SSRI off-label is, dus als behandeling voor een aandoening waarvoor het middel niet is toegelaten20.

De eerste auteur van dit onderzoek, dr. Hua Chen van de universiteit van Houston, zei dat die bevindingen een ‘duidelijke tekortkoming’ blootleggen in het Amerikaanse systeem voor de veiligheid van geneesmiddelengebruik. Dit verschijnsel is niet puur toe te schrijven aan ‘Amerikaanse toestanden’. In Nederland slikken bijvoorbeeld vier op de duizend kinderen onder de achttien antidepressiva, terwijl die niet geïndiceerd zijn voor die leeftijdsgroep. Het grootste deel daarvan komt voor rekening van SSRI’s 21.

In de loop der tijd zijn SSRI’s al voorgeschreven voor pijn, slapeloosheid, verlegenheid, menstruatiepijn, dementie en het restless legs-sydroom. Ook zijn ze voorgeschreven aan alle leeftijdsgroepen, inclusief kleine kinderen, en zelfs aan zwangere vrouwen ondanks bewijzen dat deze middelen schadelijk kunnen zijn voor zowel vrouwen in verwachting als de foetus in hun buik 22.

Het is niet verboden voor artsen om een geneesmiddel off-label voor te schrijven, maar wel voor farmaceutische bedrijven om een middel aan te prijzen voor gebruik bij een indicatie waarvoor het niet geregistreerd is. Die laatste praktijk komt op grote schaal voor en daarover is inmiddels in de VS al een zaak ontstaan voor een onderzoekscommissie van de regering.

Depressie behandelen zonder medicijnen

Een depressie kan iemand ernstig belemmeren in zijn of haar functioneren, maar het is te behandelen zonder SSRI’s met hun ernstige bijwerkingen en hun gebrek aan effectiviteit. Misschien is de belangrijkste bijdrage van SSRI’s wel dat ze hebben laten zien hoe krachtig ons eigen brein is in het genereren van gezondheid. In veel onderzoeken doet een placebo het namelijk beter dan SSRI’s, wat betekent dat de uitwerking die ze hebben grotendeels wordt opgewekt door de verwachtingen van de patiënt zelf.
Een nadere toelichting:
• Sint-janskruid (Hypericum perforatum). Van dit kruid, dat ook wel het ‘natuurlijke Prozac’ wordt genoemd, is bewezen dat het goed werkt bij lichte tot matige depressie, en zelfs effectief is in ernstigere gevallen. In Duitsland is dit middel de standaardbehandeling geworden bij een depressie en geniet het zelfs de voorkeur boven antidepressieve medicijnen.

Uit verschillende onderzoeken is namelijk gebleken dat het middel werkt. Bij één onderzoek bleek dat 75 procent van de depressieve mensen die driemaal daags 300 mg namen genas23. Houd er wel rekening mee dat u het niet mag gebruiken in combinatie met verschillende geneesmiddelen, waaronder antidepressiva.

De huisarts of apotheker kan u daarover adviseren. Het Nederlandse Huisartsengenootschap (NHG) heeft in zijn behandelstandaarden sint-janskruid afgeraden ‘gezien de wisselende resultaten bij effectiviteitsonderzoek en onduidelijkheden over de optimale dosis, de langetermijneffecten en mogelijke interacties’ met geneesmiddelen. In hun ziektebeschrijvingen staat echter dat sint-janskruid juist wel werkt, maar dat niet duidelijk is hoe 24.

• Voeding. Vette vis kan een depressie verlichten. Tryptofaanrijke voeding zoals kalkoen, zalm en zuivel kunnen ook helpen, evenals voedingsmiddelen met veel vitamine B6, zoals sojabonen, linzen, vlees, gevogelte, vis, fruit en bruine rijst. Eet veel enkelvoudig of meervoudig onverzadigde vetzuren en schrap koffie en geraffineerde suikers. Eet alleen pure chocolade.

• Supplementen. De B-complex vitaminen, waaronder B12 en foliumzuur, kunnen helpen tegen een depressie, evenals calcium, zink en omega-3-vetzuren.

• Thought Field Therapy (TFT) (gedachteveldtherapie). Bij deze therapie klopt de therapeut met de vingers op specifieke acupunctuurpunten op het lichaam terwijl de patiënt een negatieve emotie of gedachte oproept. Door het kloppen moet de ‘gevangen’ emotie vrijkomen. Hoe dubieus dit ook moge klinken, deze therapie is in summiere trials getest en de eerste resultaten waren veelbelovend. Maar nader onderzoek is noodzakelijk.

• Cognitieve gedragstherapie. Dit is een vorm van ‘gesprekstherapie’ gebaseerd op het idee dat onze denk-, gedrags- en gevoelswijzen elkaar beïnvloeden. Het is een goede manier om lichte tot matige depressie te behandelen. De effectiviteit is even groot als die van SSRI’s, maar zonder de gevaarlijke bijwerkingen 25.

• Lichaamsbeweging. Inspanning kan verrassend effectief zijn tegen depressie. Zelfs matige inspanning, oftewel drie- tot viermaal per week veertig minuten stevig wandelen of joggen, kan al helpen. Mensen die al regelmatig sporten, lopen minder kans depressief te worden. Uit een onderzoek is gebleken dat matige inspanning even effectief was als de krachtige SSRI sertraline (Zoloft)26.

BRONNEN:

1N Engl J Med, 2008; 358: 252-260
2Br J Psychiatry, 1967; 13: 1237-1264
3Pharmacopsychiatry, 1996; 29: 2-11
4Arch Gen Psychiatry, 1975; 32: 22-30
5PLoS Med, 2005; 12: 1211-1216
6Hales RE, Yudofsky SC, red. Washington, DC: American Psychiatric Publishing, 2003
7Hengeveld MW, van Balkom AJLM, red. Utrecht: De Tijdstroom uitgeverij, 2005
8Ann Pharmacother, 2002; 36: 1375-1379
9Datamonitor: op www.marketresearch.com/search/results.asp?sid=92042647-406931770-490552493&query=ssri+future+use+Japan&vendorid=72&publisher=Datamonitor&cmdSubmitLt=Go
10Healy D. Let them Eat Prozac. New York: NYU Press, 2006
11Cochrane Database Syst Rev, 2000; 3: CD002791
12J Clin Psychiatry, 1997; 58: 532-537
13J Clin Psychiatry, 2000; 61 [Suppl 10]: 31-38
14BMJ, 2005; 330: 503
15JAMA, 2002; 287: 1807-1814
16Arch Intern Med, 1999; 159: 2349-2356
17Arch Gen Psychiatry, 2006; 63: 865-872
18Moore, T. Prescription for Disaster. New York: Dell Publishing, 1998
19Drug Safety, 1999; 20: 277-287
20J Clin Psychiatry, 2006; 67: 972-982
21http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/19716671/
22N Engl J Med, 1996; 335: 1010-1015
23J Geriat Psychol Neurol, 1994; 71: 12-14
24http://nhg.artsennet.nl/uri/?uri=AMGATE_6059_104_TICH_R1696661358096662
25BMJ, 2006; 332: 1030-1032
26Arch Intern Med, 1999; 159: 2349-2356


Resultaten te positief

Bij een recente meta-analyse van 74 trials met 12 antidepressiva die bij de FDA waren geregistreerd, ontdekten onderzoekers van de Oregon Health and Science University dat de fabrikanten ofwel probeerden af te zwakken dat het middel niet werkte, ofwel een te positieve interpretatie gaven van resultaten die er eigenlijk op wezen dat hun middel niet werkte. Ook ontdekten de onderzoekers dat geen van de 22 onderzoeken die negatieve uitkomsten hadden, waren gepubliceerd. Verder waren er 11 onderzoeken met positieve conclusies die echter niet door de onderzoeksbevindingen bevestigd werden. Van de trials die wel gepubliceerd waren, rapporteerde 94 procent positieve conclusies die stelden dat het geteste middel aanzienlijk beter was dan een placebo voor de behandeling van depressie. Maar volgens de analyses van de FDA van diezelfde trials bevatte maar 51 procent van die trials positieve uitkomsten1.
Bij een andere analyse van klinische trials met SSRI’s die bij de FDA waren ingediend, ontdekten de onderzoekers dat een placebo, of een suikerpilletje, tot 80 procent van de gunstige werking van een geneesmiddel kon nabootsen. Ook ontdekten ze dat in 57 procent van alle trials die al dan niet gepubliceerd waren, er geen statistisch significant verschil werd gevonden tussen het geteste middel en een placebo2.

1 N Engl J Med, 2008; 358: 252-60
2Prev Treat, 2002; 5: artikel 23: online op http://content.apa.org/journals/pre/5/1/23

kader 2
Hoe kan een depressie ontstaan?
Depressie is een chronische aandoening waardoor iemand niet meer goed kan functioneren. Het is veel meer dan een ‘down’ gevoel of ‘niet lekker in je vel zitten’. Voor de medische stand is het duidelijk dat een depressie verschillende vormen kan aannemen, zoals matige tot ernstige depressies. Waardoor sommige mensen een depressie krijgen is niet precies bekend, wel dat er een complex van verschillende oorzaken kan zijn. Eén ding staat echter vast: de veelgebruikte theorie van een chemische balansverstoring is simplistisch en wordt onvoldoende ondersteund door wetenschappelijk bewijs.
In voorlichting aan patiënten verwijst men vaak naar ‘logische’ factoren die een depressie uitlokken, zoals een sterfgeval binnen het gezin, ontslag of chronische ziekte. In de literatuur staan echter vele andere, vaak onverwachte oorzaken.
• Hypothyroïdie. Het is aannemelijk dat ongeveer een op de vijf gevallen van chronische depressie ontstaat doordat het lichaam niet voldoende schildklierhormoon aanmaakt. Zo bleek bij een onderzoek dat vrouwen al bij een licht verlaagde schildklierfunctie drie maal zo vaak een depressie hadden dan gemiddeld1. Er is een eenvoudige manier om te controleren of uw schildklier nog goed presteert. U houdt gewoon ’s ochtends, direct nadat u wakker bent geworden, tien minuten een thermometer onder de oksel. Geeft de thermometer drie dagen achtereen een temperatuur aan onder de normale waarde van 36,6 tot 37 graden, dan kan het betekenen dat de schildklier niet actief genoeg is. Vrouwen in de vruchtbare jaren moeten deze test in de eerste vijf dagen van hun cyclus doen, omdat daarna de lichaamstemperatuur stijgt onder invloed van de hormooncyclus.
• Een laag bloedsuiker. Deze aandoening heet in medische termen ‘reactieve hypoglykemie’ en het staat vast dat ze depressie kan veroorzaken. Een laag bloedsuiker kan ontstaan na dwangmatig (veel, tussendoor) voeding met veel suiker en/of koolhydraten te eten. De depressie kan overgaan door geen suiker meer te gebruiken en geen of bijna geen koolhydraten meer.
• Prikkelbaredarmsyndroom. Maagdarmproblemen zijn heel vaak oorzaak van prikkelbaarheid en depressie. Eenderde van de mensen die de ziekte van Crohn hebben, heeft hoofdpijn, oogproblemen en depressies2.
• Coeliakie (glutenintolerantie). Depressie gaat vaak samen met deze maagdarmaandoening, waarbij de binnenbekleding van de dunne darm wordt aangetast door het eten van tarwe, haver, rogge of gerst.
• Allergie. Uit een onderzoek bleek dat eenderde van de mensen met een depressie ook enige vorm van allergie heeft, zoals voor bepaalde voedingsmiddelen, of hooikoorts of bronchiaal astma3.

1Ann Rev Med, 1995; 30: 37-46
2South Med J, 1997; 90: 606-610
3J Affect Disord, 1981; 3: 291-286
kader
Is het een depressie?
Hierna vindt u symptomen van een depressie. Voor u deze op uzelf betrekt, bedenk wel dat deze symptomen gedurende lange tijd moeten voorkomen. Iedereen voelt zich wel eens minderwaardig, maar dat wil niet zeggen dat hij een depressie heeft. Die is er pas wanneer het gevoel voortduurt. Wie vijf van de symptomen heeft uit onderstaande twee categorieën, heeft wellicht een matige tot ernstige depressie.

Symptomen van een matige depressie
• zich dingen aantrekken die gewoonlijk geen probleem zijn;
• slechte eetlust;
• overmatig eten;
• gevoelens van minderwaardigheid;
• concentratieproblemen;
• moeite hebben met dingen ondernemen;
• angst voor de toekomst;
• rusteloos slapen;
• mensen onvriendelijk vinden;
• eenzaamheid;
• verhoogde prikkelbaarheid;
• continu een down gevoel.

Symptomen van een ernstige depressie
• snel huilen;
• geen plezier kunnen voelen;
• voortdurend moe of uitgeput zijn;
• onredelijk lage zelfachting;
• hoog angstniveau;
• geen interesse in seks;
• slechte concentratie; geheugenverlies;
• geen motivatie;
• zich een last voelen voor anderen;
• extreem vroeg wakker worden;
• aanhoudend slapen;
• angst om alleen te zijn/zichzelf juist extreem afzonderen;
• onverklaarde pijn en andere klachten;
• zelfmoordgedachten

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...