28-07-2008

De vijfvoudige inenting: geen klein prikje meer

AL SINDS 1993 WORDT IN HET NEDERLANDSE VACCINATIEPROGRAMMA GEBRUIK GEMAAKT VAN EEN COMBINATIEPRIK VAN MAAR LIEFST VIJF VACCINS TEGELIJK. VANAF APRIL DIT JAAR IS DAAR EEN VACCIN TEGEN PNEUMOKOKKEN BIJ GEKOMEN. VOLGENS DE OVERHEDEN EN DE FABRIKANTEN IS DE VEILIGHEID VAN AL DIE PRIKKEN BEWEZEN. MAAR UIT ONDERGESCHOVEN BEWIJSMATERIAAL TREKKEN WIJ HEEL ANDERE CONCLUSIES.

 

Sinds twee jaar zijn er belangrijke veranderingen ingevoerd in het rijksvaccinatieprogramma, en wel met vaccins die niet terdege getest zijn en waarover bijna alle informatie over mogelijke ernstige bijwerkingen werd achtergehouden voor zowel artsen als patiënten. Over de wetenschappelijke onderzoeken waaruit naar voren komt dat de meeste gebruikte vaccins in het huidige programma gevaarlijker zijn dan algemeen bekend is, rept de overheid niet. Maar de combinatie van zeven vaccins tegelijk blijkt zo veel systemische reacties te veroorzaken dat vrijwel ieder kind er nadelige gevolgen van zal ondervinden.
Aangezien die bewijzen niet openbaar zijn, hebben de beleidsmakers met een redelijk gerust hart het vaccinatieprogramma kunnen aandikken zodat het nu intensiever is dan ooit. Tegen de tijd dat een kind van tegenwoordig twee jaar is, heeft het al zo’n 25 vaccins gekregen in twaalf prikken.
Niet alleen bevat het nieuwe schema de controversiële BMR-prik, maar ook bevat het drie nieuwe vaccins: de vijf-in-een-prik (DKTP-Hib), een nieuw pneumokokkenvaccin en het vaccin tegen meningitis C. Al die vaccins hebben hun eigen gevaarlijke bijwerkingen of zijn onvoldoende getest om er een duidelijke conclusie voor de lange termijn over te trekken. De overheden willen dit vaccinatieprogramma gewoon handhaven, ook al is er geen onderzoek naar het effect van de gecombineerde toediening van deze vaccins.
 

Vijf prikken in één
De vijf-in-een-prik, officieel de DKTP-Hib, wordt in Nederland sinds 2003 toegepast. Het is een inenting tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio en Haemophilus Influenza type b. Sinds 1993 kregen kinderen de inentingen DKTP en Hib al tegelijk, maar afzonderlijk in elk been. De nieuwe combinatieprik moest de weg vrijmaken voor een extra prik in het andere been, tegen hepatitis B, bij kinderen met een verhoogd risico.
Volgens de autoriteiten is de DKTP een stuk veiliger geworden sinds in 2005 het kinkhoestvaccin vernieuwd is. Dit is een acellulair vaccin geworden in plaats van de oude variant waarin de hele cel van het virus zat. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zou de acellulaire variant minder negatieve bijwerkingen hebben dan de variant die tot en met 2004 werd gebruikt.
In Nederland wordt al sinds 1957 gebruik gemaakt van het inactieve poliovaccin, dat minder effectief is dan het orale, levende vaccin, maar ook minder risico met zich meedraagt. Tot voor kort werd in andere Europese landen het levende vaccin gebruikt. Inmiddels is in heel Europa het risico dat iemand polio krijgt zo laag, dat bijna alle gevallen van polio nu veroorzaakt worden door het vaccin. Daarom stappen steeds meer landen over op het inactieve vaccin en doet dus de vijf-in-een-prik overal zijn intrede.
De meeste veiligheidsbepalingen zijn gebaseerd op onderzoek naar een individueel vaccin. Klinisch onderzoek naar de veiligheid van de combinatieprik is zeer schaars. Uit die schaarse onderzoeken komt een aantal gevaren naar voren, waarover de overheden en de fabrikanten van de vaccins (in Nederland het Nederlands Vaccin Instituut (NVI)) het publiek niet informeren.
Volgens de datasheet Medicines’ Compendium van Sanofi-Pasteur, de fabrikant van het vaccin voor Engeland, kreeg bijna tweederde van de 451 ingeënte baby’s wel een bijwerking op een andere plek dan de injectieplaats. Een op de acht van die reacties was van matig tot ernstige aard. De systemische reacties waren onder andere:
• koortsstuipen bij 1 op de 1000-10.000 kinderen;
• hypotone hyporesponsieve episodes (HHE): het kind raakt hierbij buiten bewustzijn;
• een vorm van ongebruikelijk hoog huilen of ontroostbaar aanhoudend huilen dat soms duidt op encefalitis (ontsteking van de hersenen).

Deze bijwerkingen waren al lang bekend van het hele-celvaccin voor kinkhoest. Vanwege die bijwerkingen is juist naarstig gezocht naar een veiliger alternatief.
Ook werden er acute reacties gemeld op het vaccin: dyspneu (ademhalingsproblemen), cyanose (een blauwige verkleuring van de huid door gebrek aan zuurstof), netelroos, angio-oedeem (steeds terugkerende episodes van zwelling in de hersenen, huid en slijmvliezen), hypotensie (lage bloeddruk) en anafylactische shock. Die laatste kan tot de dood leiden.
Behalve die ernstige problemen kreeg 71 procent van de kinderen een negatieve reactie op de plaats van de injectie in de eerste 24 uur na de vaccinatie: pijn, erytheem (roodheid van de huid, vaak met ontstekingsverschijnselen of zelfs infectie), of oedeem (onderhuidse zwelling).
De overheden hebben erg hun best gedaan aan te tonen dat het acellulaire vaccin veiliger is dan het hele-celvaccin. Maar de gegevens die dat moeten bewijzen, zijn grotendeels epidemiologisch: er zijn minder meldingen van ziekenhuisopnames door ernstige bijwerkingen van het acellulaire dan van het hele-celvaccin1. Maar dergelijke gegevens zijn onderhevig aan allerlei bronnen van fouten.
Worden de twee vaccins daadwerkelijk rechtevenredig met elkaar vergeleken, zoals in de Nationwide Multicenter Acellular Pertussis Trial in Amerika, waarbij meer dan 2000 kinderen werden vergeleken die ofwel het cellulaire ofwel het hele-celvaccin hadden gekregen, dan blijkt er geen verschil te zijn wat het aantal ernstige negatieve reacties betreft2. Die reacties waren onder andere overlijden, bijna overlijden, ontwikkelingsachterstand en convulsies (koortsstuipen) zoals die al bekend waren van het hele-celvaccin. Bij een ander onderzoek in 1997 werden er geen verschillen gevonden in reacties op het acellulaire versus het hele-celvaccin tegen kinkhoest3.
Volgens het Engelse Medicines and Healthcare Products Regulatory Agency (MHRA) gaan de hoog gedoseerde vaccins met het acellulaire kinkhoestvaccin gepaard met een verhoogd risico van reacties op de plaats van injectie, waarbij soms de hele arm of het hele been is aangedaan. De gevallen van plaatselijke reacties die bij het MHRA zijn gemeld, variëren van roodheid en zwelling tot enkele centimeters rond de injectieplaats, tot zwelling van de schouder tot de elleboog. Ook waren er meerdere gevallen van blaarvorming rond de injectieplaats. Bovendien worden de reacties bij elke prik heviger.

De combinatieprik
In Canada, waar de vijf-in-een-prik sinds 1997 wordt gebruikt, is gebleken dat hij verre van goedaardig is. Bij een onderzoek onder 3029 baby’s bleek dat meer dan een op de zes kinderen een negatieve reactie kreeg in de orde van grootte van ‘graad 3’: zo ernstig dat de normale dagelijkse activiteiten niet kunnen worden uitgevoerd4.
Volgens het RIVM krijgt ongeveer 30 procent van de kinderen meer of minder last van bijwerkingen door de DKTP-Hib vaccinatie. In hun voorlichtingsmateriaal spreekt dit instituut echter alleen over de bijwerkingen van alle vaccinaties bijeen en alleen van de bijwerkingen die gemeld worden: het getal daalt dan naar 1 op 1000. Bij meer dan de helft daarvan gaat het om een ernstige bijwerking.
Volgens Edda West van het Canadian Vaccine Risk Awareness Network (VRAN) is Canada een ideaal land voor farmaceutische bedrijven om nieuwe vaccins te testen, want in tegenstelling tot Amerika er zijn geen regels die verplichten een reactie op vaccinatie te melden. Volgens de richtlijnen van het Canadese Vaccine Adverse Event Surveillance System kunnen werkers in de gezondheidszorg zelf bepalen of ze een VAE (een reactie op een vaccin) melden. Treedt de reactie na een bepaalde tijd op, dan ziet de arts wellicht de link met het vaccin over het hoofd. In Canada hebben ouders geen toegang tot de gegevens die overheden en farmaceuten wellicht hebben over gemelde reacties.
Veel regeringen baseren hun aannames over de vijf-in-een-prik die in hun land gebruikt worden, op de ervaringen in andere landen met soortgelijke prikken. Maar in verschillende landen worden varianten gebruikt die van elkaar kunnen verschillen, bijvoorbeeld in de oplossingsvorm of in de gebruikte cellijn voor het inactieve poliovirus. Volgens het Canada Communicable Disease Report van 1 februari 2005 is het niet meer dan een vermoeden dat de verschillende vijf-in-een-prikken gelijkwaardig zijn. Dat vermoeden is ontstaan in tijden van tekort aan vaccins, waarin men de eigen vaccin soms aanvulde met een andere variant of waarin kinderen naar gebieden verhuisden waar andere vaccins werden gebruikt5.
Er wordt veel drukte gemaakt over het feit dat de vaccins geen thiomersal (ook wel thimerosal) meer bevatten: het kwikbevattende conserveermiddel waarover met name bij de BMR-prik veel ophef is geweest. Het is in verband gebracht met ernstige bijwerkingen en mogelijk autisme bij kinderen6. Toch bevat ook de Nederlandse vaccincombinatie een conserveermiddel, en wel 2-fenoxyethanol. Deze stof, die overigens een belangrijk ingrediënt is in antivries, is in verband gebracht met neurotoxiciteit7. Zo bleken drie vrouwen op een zalmkwekerij die het middel als verdovingsmiddel gebruikten bij het behandelen van kleine vissen, last te krijgen van hoofdpijn en vergiftigingssymptomen, en kregen ze minder gevoel en kracht in hun handen en vingers8. Na een tot twee jaar blootstelling bleken de vrouwen geleidelijk een beginnende cognitieve stoornis te ontwikkelen waardoor ze niet meer konden werken. Bij neuropsychologisch onderzoek werd bevestigd dat ze alledrie blijvende plaatselijke cognitieve afwijkingen hadden.
In de woorden van West: ‘We hebben nog geen gegevens kunnen vinden waaruit blijkt dat het veilig is om baby’s 2-fenoxyethanol toe te dienen, of antivries.’
 

Pneumonieuweling
In april is de jongste vernieuwing van het rijksvaccinatieprogramma ingevoerd: het pneumokokkenvaccin. Dit moet beschermen tegen hersenvliesontsteking door pneumokokken, bloedvergiftiging en longontsteking. Volgens minister Hoogervorst9 is ‘de gezondheidswinst die de pneumokokkenvaccinatie oplevert […] aanzienlijk. Volgens de Gezondheidsraad kunnen jaarlijks 78 sterfgevallen, 85 gevallen van hersenvliesontsteking, 308 gevallen van bloedvergiftiging, 1800 gevallen van longontsteking en 52.000 gevallen van middenoorontsteking voorkomen worden.’
Wat de minister niet vermeldt, is dat dit vaccin in Amerika reeds voor onrust heeft gezorgd. Anders dan Canada heeft Amerika het Vaccine Adverse Event Reporting System (VAERS), een geautomatiseerd systeem voor de melding van bijwerkingen. Na evaluatie van de meldingen via het VAERS in de eerste twee jaar sinds de toelating van het vaccin bleek er een scala aan ernstige bijwerkingen op te treden10.
In totaal werden er via het VAERS in de twee jaar na de toelating 4154 meldingen gedaan. Hierbij zaten 117 doden; in driekwart van de gevallen kregen de kinderen meerdere vaccins tegelijk. In bijna 15 procent van de meldingen ging het om ernstige bijwerkingen. Plus:
• In 34 gevallen (8 op de 1000) kreeg het kind een invasieve pneumokokkeninfectie, hetgeen erop wijst dat het vaccin faalt.
• Drie kinderen die overleden hadden onverklaarde stuipen.
• Van een tweeling die een stoornis ontwikkelde met stuipen, stierf de één op de leeftijd van een jaar en de ander vier maanden later.
• Bij drie doden waren er leverproblemen door septische shock.
• Twee kinderen stierven aan een acute hersenziekte na een meervoudige inenting.
• Een voorheen gezond kind van tien weken oud stierf elf dagen na vaccinatie met het pneumokokkenvaccin.

Volgens het Canadese adviesorgaan voor vaccinatie, het Joint Committee on Vaccination and Immunisation (JCVI), levert het pneumokokkenvaccin in combinatie met de Canadese vijf-in-een-prik een verhoogd risico op van hypotone episodes. Toch vindt de Nederlandse overheid een onderzoek naar de combinatie van DKTP-Hib met het nieuwe vaccin niet nodig.
 

Verminderde immuniteit
Het vaccin tegen meningitis is toegelaten en geregistreerd op basis van een groot onderzoek waarbij 114 baby’s werden ingeënt in de leeftijd van twee, drie en vier maanden11. Bij meer dan een vijfde van de prikken kreeg het kind een systemische reactie: zeer hoge koorts en aanhoudend huilen. De prik veroorzaakt ook prikkelbaarheid, sufheid, verstoorde slaap, anorexie (niet willen eten), diarree en braken.
De grootste bron van zorg is dat het meningitis-C-vaccin, dat ‘geënt’ is op het vaccin tegen difterie, de werking van andere vaccins kan verstoren. In het bovenstaande onderzoek met baby’s gaven de onderzoekers toe dat ‘een verhoogde dosis carrier-eiwitten verstorend kan werken op de immunologische werking van andere vaccins die aan een eiwit gebonden (geconjugeerd) zijn. Dit […] kan van belang zijn bij combinaties van geconjugeerde vaccins met dezelfde carrier-eiwitten’, zoals het Hib-vaccin.
 

Onze kinderen speldenkussens
Bij elke vernieuwing van het vaccinatieprogramma voegt men iets extra’s toe aan een reeds overvol schema. De belangrijkste onbeantwoorde vraag is of er een drempel bestaat waarboven de combinatie van al die antigenen bij een onvolgroeid systeem ernstige blijvende schade aanricht. Tot zover hebben de autoriteiten deze vraag nooit gesteld, laat staan geprobeerd hem te beantwoorden.
De beperkte visie van belangrijke kopstukken in de geneeskunde, dat er enkel een probleem is voor de injectie zelf, bleek toen dr. George Kassianos, een woordvoerder van het Britse Royal College of General Practitioners, zijn mening gaf: ‘Twee injecties in hetzelfde been geven is geen probleem, zolang er maar 2,5 cm ruimte tussen zit.’ Zo’n opvatting betekent voor de Sanofi’s van deze wereld onbeperkte groeimogelijkheden.
Amanda Diamond, met aanvullingen van Lynne McTaggart

1Pediatrics, 2003; 112: 348
2Lancet, 1996; 347: 209-210
3Lancet, 1997; 350: 1569-1577
4Pediatrics, 2002; 109: 58
5CCDR, 2005; 31: ACS-1
6Med Sci Monit, 2004; 10: PI33-39
7Arch Toxicol, 1999; 73: 55-59
8J Occup Med, 1990; 32: 42-45
9Kamerstuk PG/ZP 2.639.368, 2-12-2005
10JAMA, 2004; 292: 1702-1710
11J Infect Dis, 1999; 179: 1569-1572
 

Kader
De Britse kritiek op de pneumoprik
De lancering van het pneumokokkenvaccin blijkt meer ten goede te komen aan ouderen dan aan de kinderen zelf. Pneumokokkeninfectie is namelijk vooral een ziekte van de ouderdom. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) sterft jaarlijks naar schatting een miljoen kinderen in ontwikkelingslanden aan een ziekte door pneumokokken. Maar, aldus de WHO, in de ontwikkelde landen ligt het risico van pneumokokkeninfectie bij de ouderen.
Zo valt in de notulen van de vergadering van juni 2004 van het Britse adviesorgaan voor vaccinatie, het Joint Committee on Vaccination and Immunisation (JCVI) te lezen: ‘De impact van collectieve immuniteit, met name door vaccinatie van kinderen tegen pneumokokken, zou het risico van pneumokokkeninfectie voor ouderen verkleinen, zodat de algehele gezondheidsopbrengst groter is.’
Blijkbaar gebruiken regeringen het immuunsysteem van baby’s en kinderen om een ziekte uit te bannen die vooral volwassenen treft. Dat houdt in dat westerse kinderen worden gevaccineerd tegen een ziekte die buitengewoon weinig baby’s en kinderen het leven kost. In de overwegingen van de JCVI bij hun aanbeveling het pneumokokkenvaccin in te voeren stond dat ‘de beschikbare cijfers veel onduidelijk laten’. Volgens de schattingen van de Britse National Health Service (NHS), die zeer uiteenlopen, sterven er jaarlijks vijftig kinderen aan een pneumokokkeninfectie. Toen de redactie van What Doctors Don’t Tell You dat echter naging bij het Office for National Statistics (ONS), bleken er in heel 2004 (alleen de gegevens van het vorig jaar waren beschikbaar) zo’n elf kinderen in de leeftijd van nul tot vier gestorven te zijn aan hersenvliesontsteking door pneumokokken, twee aan longontsteking en tien aan bloedvergiftiging. In de leeftijd van vier tot negentien jaar stierven er precies twee kinderen aan een van deze ziekten.
De schattingen van de NHS van de mortaliteit is eveneens opgeblazen ten opzichte van een onderzoek uit 2002 naar het sterftecijfer van pneumokokkeninfecties tussen 1989-1999. Volgens dat onderzoek stierven er jaarlijks slechts dertien kinderen in de leeftijd van een maand tot vier jaar aan pneumokokkeninfecties1.
Een ander probleem, aldus de JCVI, is dat het vaccin slechts tegen zeven stammen van de pneumokok beschermt. Als slechts een deel van de stammen door de vaccinaties wordt uitgeroeid, kunnen de andere daar juist wel bij varen. Volgens de JCVI is dat in Amerika reeds aan de gang.
Los van dat alles kan het ook nog zo zijn dat het vaccin helemaal niet zo goed werkt. De WHO heeft een waarschuwing uitgevaardigd dat kinderen jonger dan twee jaar na de vaccinatie lang niet allemaal immuniteit voor pneumokokkeninfecties ontwikkelen.
Iets soortgelijks geldt overigens ook voor het meningitis C-vaccin. Gerekend voor alle leeftijdsgroepen kost deze ziekte in Engeland ongeveer veertig kinderen het leven: een incidentie van 1 op de 200.000.

1Arch Dis Child, 2002; 86: 403-406
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...