08-01-2018

De sleutel tot pijnverlichting

Veel medici zien de fascia alleen maar als het bindweefselvlies dat onze spieren bedekt, maar Cate Montana ontdekte dat veel therapeuten weten dat het de sleutel vormt tot pijnverlichting… en meer.

‘The toe bone’s connected to the foot bone. The foot bone’s connected to the heel bone. The heel bone’s connected to the ankle bone…’ Dit liedje, The skeleton dance, is een van de vele liedjes over onze botten die op YouTube te vinden zijn. Het geeft weer hoe de meeste mensen naar het menselijk lichaam kijken: een bewegingsapparaat met onderling verbonden botten en spieren, gevuld met allerlei afzonderlijke organen, die op hun plaats worden gehouden door een taai wit bindweefsel dat we de fascia of fascie noemen.

In deze traditionele opvatting dient de fascia als een beschermende, verbindende laag, die elk orgaan en bloedvat, elke spier en zenuw omwikkelt en op zijn plaats houdt. Het is dan een verpakking, meer niet, die bestaat uit eiwitten (collageenbundels en elastinelagen), die de fascia zowel sterk als beweeglijk maken, en uit een laag hyaluronzuur, die als smeermiddel werkt tussen de fascia en de onderliggende spieren.

De fascia is een lichaamsdeel dat altijd vrij weinig aandacht kreeg, totdat Janet Travell, destijds arts van president John F. Kennedy, met de behandeling begon van wat zij ‘myofasciale triggerpoints’ noemde.

De fascia is eigenlijk één groot aaneengesloten weefsel, dat van het puntje van onze kruin tot aan onze voetzolen loopt.1

Deze fasciale matrix kan beschadigd en geblokkeerd raken door ziekte, ongeval, operatie, ontsteking en over- en onderbelasting. Dat veroorzaakt pijn in de fascia zelf, en in de spieren en organen die hij omhult. Hoe beweeglijker de fascia is, hoe efficiënter ons lichaam de trauma’s kan verwerken. Trauma’s worden echter vaak, samen met de emoties die ermee verbonden zijn, door de fascia vastgehouden, waardoor fasciale blokkades ontstaan die druk en pijn veroorzaken. Na verloop van tijd raken de collageenbundels in de fascia ontregeld; ze trekken aan botten en ruggenwervels, en veroorzaken pijn door scheefstand, of zelfs cysten en vleesbomen.1

Vooral myofasciale triggerpoints zijn pijnlijk. Dit zijn verkrampte vezels van de fascia en onderliggende spieren: zogeheten contractieknopen. Het is logisch dat ze pijn doen: trauma’s, ontstekingsreacties of operatieve ingrepen kunnen myofasciale beperkingen veroorzaken die een treksterkte tot wel 140 kg/cm² kunnen uitoefenen op pijngevoelige structuren. Deze knopen zijn niet te zien bij standaardonderzoeken, zoals een röntgenfoto, myelogram (röntgenonderzoek met contrastvloeistof), CT-scan en elektromyogram (spieronderzoek).

In de jaren zestig van de vorige eeuw ontwikkelden de osteopaat Robert Ward en fysiotherapeut John Barnes allebei een techniek die ze ‘myofascial release’ (MFR) noemden. Ze behandelden de fascia echter op twee verschillende manieren. Ward baseerde zijn behandeling op de Rolfing-techniek en ontwikkelde de directe myofascial release-techniek, die ook wel diepeweefselmassage wordt genoemd. Dat is manipulatie met enige kracht van de fascia en de onderliggende spieren, met gebruik van knokkels, ellebogen en andere instrumenten om de vastzittende fascia langzaam op te rekken, soms zelfs te scheuren op een plek waar de fascia verkleefd zit met de spieren en huid.

John Barnes daarentegen ontwikkelde de indirecte releasetechniek, die meestal bedoeld wordt als het gaat over myofasciale release. In Nederland heet de therapie soms kortweg fasciatherapie. De behandelaar oefent zachte druk uit op de verkrampte fasciapunten, en doet dat 5 tot 8 minuten op elk punt, zodat de warmte en infraroodfrequenties van zijn vingers het vastzittende weefsel laten ‘smelten’ en de bloedtoevoer en circulatie in het beschadigde gebied stimuleren. Daardoor kan het lichaam zichzelf genezen.

Fysio- en MFR-therapeut Carol Davis, emeritus hoogleraar fysiotherapie van de medische faculteit van de Universiteit van Miami, zegt dat je myofasciale release zelfs kunt voelen. ‘Het is alsof je je handen op een gelatinepudding legt,’ zegt ze. ‘Het collageen in de fascia is heel plastisch. Waar een verkramping zit, vouwt het zichzelf dubbel. In de tubuli (bindweefselvezels) van de fascia, bevindt zich een gel van eiwitten en polysacchariden, die grondsubstantie wordt genoemd. Deze gel wordt dunner als je erop drukt, net als gelatine die smelt. Dan voel je plotseling het bobbeltje onder je vingers verdwijnen. De elastine in de fascia begint langer te worden, het collageen wordt vlakker en de gel wordt dunner, als stroop die uitloopt.’

Zodra de behandelaar zijn handen van het punt af haalt, stroomt het bloed de capillairen (haarvaatjes) in en hydrateert het gebied, zodat de fascia weer moeiteloos over de laag hyaluronzuur kan glijden.

Onderzoek naar fibroblasten (bindweefselcellen die collageen en andere vezels produceren) laat zien dat manuele therapie inderdaad de celvorm – en zodoende de fascia – verandert. Cellen reageren altijd op hun omgeving als er kracht op uitgeoefend wordt. Dit proces heet mechanotransductie: mechanische prikkels wordt omgezet in elektrochemische activiteit.2

John Barnes schrijft veel veranderingen die bij een myofasciale behandeling in het lichaam plaatsvinden, toe aan het piëzo-elektrisch effect: het vermogen van bepaalde materialen, waaronder cellen, om onder invloed van mechanische druk elektrische lading te produceren. ‘Het piëzo-elektrisch effect, gecombineerd met mechanotransductie door aanhoudende druk met je vingers, heeft op cellulair niveau biochemische en hormonale gevolgen,’ zegt hij, en hij legt dat uit: ‘Na ongeveer vijf minuten zorgt mechanotransductie in het lichaam voor de productie van interleukine-8, de bestrijder van ontsteking en kanker in ons lichaam. Er wordt ook interleukine-3 en -1 beta geproduceerd, die de circulatie verbeteren en het afweersysteem stimuleren.’

Twee vliegen in één klap

MFR-therapeuten zeggen dat ze met hun behandeling de pijn en andere symptomen verlichten bij patiënten met een scala aan gezondheidsproblemen, van rug- en nekpijn en scoliose (verkromde rug) tot sportblessures, fibromyalgie (reumatische aandoening), het chronischevermoeidheidssyndroom en zelfs aandoeningen aan de voortplantingsorganen, zoals endometriose. Uit onderzoeken blijkt MFR effectief om de algehele kwaliteit van leven te verbeteren bij mensen die lijden aan de complicaties van reumatoïde artritis en collagene colitis (een ontstekingsziekte van de dikke darm),3 lage rugpijn,4 en scoliose.5

MFR heeft ook zijn nut bewezen in de behandeling van carpaaltunnelsyndroom 6 en plantaire fasciitis (peesplaatontsteking van de hiel).7 Patiënten die op de traditionele manier voor deze aandoeningen zijn behandeld, kijken vaak raar op als een MFR-therapeut hun carpaaltunnelsyndroom (waarbij de middelste zenuw in de pols bekneld raakt, red.) begint te behandelen door druk uit te oefenen op punten in de nek en schouder, of bij plantaire fasciitis (ontsteking van de fascie aan de onderkant van de voetzool, red.) op punten in het bekken. Maar dat laat wel precies zien wat het enorme netwerk van de fascia eigenlijk is: een onderling verbonden, extra- en intracellulair web dat de genezing in gang kan zetten als de barrières in de communicatie tussen de cellen eenmaal zijn opgeheven.

‘Van degenen die met het carpaaltunnelsyndroom bij mij kwamen had niemand na de behandeling nog een operatie nodig,’ zegt Davis. ‘Eerst behandel ik de nek en hef de blokkades daar op; daarna ga ik naar de kwetsbare plek in de pols en behandel de pijnpunten daar. Vervolgens geef ik de patiënt een thuisprogramma mee, en na twee weken gaat het beter.’

Hetzelfde gebeurt bij plantaire fasciitis, dat volgens haar helemaal geen voetprobleem is. Het probleem ontstaat namelijk in het bekken met een verdraaid ileum (deel van dikke darm). Als de fasciale beperkingen in het bekken eenmaal zijn verholpen, behandelt ze het been van boven naar beneden en maakt alle betrokken punten los. Daarna nog een programma met strekoefeningen voor thuis en het probleem is snel verholpen, zegt ze.

Maar als MFR bij zoveel aandoeningen zo doeltreffend is, waarom kent niemand het dan? Ten eerste, legt Barnes uit, zijn fasciale knopen bij standaardonderzoeken niet zichtbaar. Daardoor worden de myofasciale problemen voortdurend genegeerd of er wordt er een verkeerde diagnose gesteld. Het tweede probleem is een gebrek aan onderzoek. Hoewel er steeds meer studies naar MFR plaatsvinden, is de kwaliteit niet altijd even goed. De uitkomsten zijn weliswaar meestal positief, maar het huidige bewijs geeft geen uitsluitsel.8

Fibromyalgie en chronische vermoeidheid

Fibromyalgie is een chronische aandoening die zich kenmerkt door spierpijn, stramme gewrichten, hevige vermoeidheid en allerlei andere symptomen, van een spastische darm tot depressiviteit. De oorzaak is onbekend. Medici gokken erop dat het in de spieren ontstaat, hoewel bij bloedonderzoek, elektromyografisch onderzoek (EMG) en spierbiopsie de spieren volkomen normaal lijken.9

‘Chronische vermoeidheid, fibromyalgie en het myofasciale pijnsyndroom (MPS) vertonen allemaal symptomen die in hun aard fasciaal zijn,’ zegt Barnes. ‘Als wij een trauma ervaren, reageert ons lichaam door te verstarren, om zo de beproeving te doorstaan en ons leven te redden. Helaas zijn we ons van veel trauma’s niet bewust, en de meesten van ons wandelen rond in een toestand van dissociatie (vervreemd van de werkelijkheid) en spanning, waarbij het lichaam traumatische ervaringen uit het verleden vasthoudt alsof ze nog steeds plaatsvinden. Er is een constante staat van innerlijke spanning in het hele lichaam, waardoor de gelachtige grondsubstantie rond de fibroblasten in de fascia, harder wordt. Dat oefent een enorme druk uit op uw lichaam.’

Met andere woorden: volgens Barnes en andere MFR-therapeuten kan iemand twintig jaar na bijvoorbeeld een vervelend auto-ongeluk nog steeds in de toestand van bescherming en verkramping zitten die hij op het moment van het ongeluk ervoer. Zijn lichaam heeft de spanning en angst nog niet losgelaten, en de pijn en stoornis die mensen jaren later ervaren, komt doordat het fasciale netwerk langzaam harder wordt, en de spieren en organen in een patroon van spanning vastzet.

Dit soort systemische spanning (dat wil zeggen door het hele lichaam) is ook een mogelijke verklaring voor chronische vermoeidheid. Ruth Duncan, een vooruitstrevende MFR-therapeut uit het Schotse Glasgow, legt uit dat bij een blokkade van de extracellulaire matrix (of bindweefselmatrix: de collageenvezels ingebed in de grondsubstantie) ook geen goede lymfedrainage mogelijk is. Daardoor is het lichaam minder goed in staat gifstoffen af te voeren. Bovendien is bij veel mensen het bekken uit evenwicht, terwijl dat juist ontworpen is om het lichaam in evenwicht te houden, en het centrale zenuwstelsel, de schedel en wervelkolom te ontlasten. Dat is vooral het geval bij mensen die een ongeluk, valpartij of ander letsel hebben gehad.

‘Als het bekken uit balans is… treft dat de durale zak (het vlies dat om het ruggenmerg ligt), die van het heiligbeen tot aan het wiggenbeen loopt. En dan kan de liquor (het hersenvocht) niet ongehinderd door het hele systeem stromen,’ zegt ze.

‘Als het ruggenmerg en de zenuwen onvoldoende van liquor worden voorzien, gaat het lichaam in vecht- of vluchtreactie en dan onstaat er een enorme hoeveelheid adrenaline die constant door je systeem jaagt. En dat draagt voor een groot deel bij aan de vermoeidheid die mensen ervaren.’

Duncan zegt dat ze veel mensen heeft geholpen die leden aan fibromyalgie, het chronischevermoeidheidssyndroom en het myofasciale pijnsyndroom. ‘Je ziet mensen met deze langdurige problemen gewoon binnen een halfuur veranderen op de behandeltafel,’ zegt ze.

Littekenweefsel

MFR-therapeuten zeggen dat de behandeling ook helpt tegen de pijn in chirurgische littekens.10 ‘Ik zie vaak dat littekens op de buik uiteindelijk hun uitwerking hebben op iemands rug en heupen,’ zegt Duncan. ‘Iemand komt bijvoorbeeld bij me met rugpijn, en dan zie ik tijdens het consult dat de man een blindedarmoperatie heeft gehad of de vrouw een keizersnee. En als ik het litteken behandel, verdwijnt de rugpijn..’

Sharon Wheeler heeft in Amerika een voortrekkersrol op het gebied van fasciatherapie. Zij zegt dat littekens heel geschikt zijn voor fasciale manipulatie. Meestal werkt dat wat je aan de oppervlaktelagen doet helemaal door tot in de diepe plek van de operatie. Harde, onregelmatige en niet elastische littekens worden glad en soepel. Het belangrijkste doel is dat de betrokken weefsels weer goed gaan functioneren. Dat gaat vaak gepaard met de terugkeer van beweeglijkheid, en als het litteken verdoofd aanvoelde ook met terugkeer van gevoel.

‘Het vermogen tot tastzin van littekenweefsel verandert snel en makkelijk,’ zegt ze. ‘Een oneffen weefselstructuur met bultjes, kuiltjes, striemen en kussentjes trekt glad, en het litteken ziet er mooier uit. Al na één behandeling verandert er veel, doordat kleine veranderingen in littekenweefsel zich snel opeenstapelen.’

Wheeler stelt haar patiënten gerust: de behandeling van littekenweefsel is niet heel gevoelig. ‘Het gebeurt maar zelden dat een techniek pijn doet,’ zegt ze.

Wel komen er vaak herinneringen en emoties naar boven als ze bezig is met de behandeling van littekens. ‘Iemand heeft bijvoorbeeld huiselijk geweld meegemaakt en heeft een litteken aan de zijkant van zijn gezicht. Als je zo’n litteken gaat behandelen, komt de emotie naar boven van wat hij voelde toen hij mishandeld werd en geen kant op kon.

Als je zoiets ziet, besef je en begrijp je dat het lichaamsgeheugen meer is dan alleen het geheugen van het zenuwstelsel. Er moeten lichamelijke herinneringen zijn opgeslagen in de fasciale weefsels, die de spieren op de een of andere manier laten samentrekken, waardoor er zelfs beweging ontstaat.’ Duncan zegt dat ze iemand met een quadriplegie heeft gezien (verlamd aan beide armen en benen) die tijdens een MFR-sessie op de behandeltafel onmogelijke bewegingen maakte.

Literatuur:
1 Int J Ther Massage Bodywork, 2011; 4(4): 1–6
2 Ann Biomed Eng, 2010; 38: 1148–61
3 Int J Ther Massage Bodywork, 2011; 4(3): 1–9
4 Spine (Phila Pa 1976), 2002; 27: 1142–8
5 J Bodyw Mov Ther, 2008; 12: 356–63
6 J Am Osteopath Assoc, 1993; 93: 92–4, 100–1
7 Foot (Edinb), 2014; 24: 66–71
8 J Athl Train, 2013; 48: 522–527
9 Evid Based Complement Alternat Med, 2011; 2011; 561753
10 J Bodyw Mov Ther, 2016; 20: 906–913

BRONNEN:
www.myofascialrelease.com
Myofascial release: healing ancient wounds, door John Barnes
Comprehensive myofascial self-treatment, door Joyce Karnis

Wat is de fascia?

De fascia (synoniem: fascie) is een laag bindweefsel die bestaat uit collageen en elastine. Deze laag die alle structuren in ons lichaam bedekt en bijeenhoudt, zorgt zo voor structurele samenhangt. Een chirurg herkent het als het taaie, witte, vezelige materiaal waar hij doorheen moet snijden om bij de onderliggende organen te komen.

Fysiologisch bestaat de fascia vooral uit cellen die fibroblasten heten: die zorgen voor de synthese en vernieuwing van collageen. De fascia is één geheel en loopt van onze kruin helemaal naar beneden tot onze voetzolen. Microscopisch gezien is de fascia opgebouwd uit driedimensionale, polygonaalvormige tubuli (buisjes) gevuld met een vloeibare gel van polysachariden (meervoudige suikers) en vocht. De fascia heeft geen holtes of lagen.

Een aantal vooruitstrevende wetenschappers, artsen en onderzoekers, onder wie Carol Davis, vraagt zich af waar precies – en zelfs of – de fascia eindigt en onze spieren en organen beginnen. Inmiddels weten we dat de fascia zich helemaal uitstrekt tot in de kern van elke lichaamscel.1

Studies naar tensegriteit (of biotensegriteit: de structuur en samenhang tussen spieren en botten) laten zien dat de fascia betrokken is bij een mechanische krachtoverbrenging die allerlei processen in gang zet, zoals celsignalering en gentranscriptie.2 Piepkleine vezeltjes in de extracellulaire matrix maken zelfs bepaalde receptoren in onze haarvaatjes open om zonodig de bloedtoevoer naar onze spieren te vergroten.3
‘Elk dier, elke plant en elk mens heeft fascia,’ zegt Davis. ‘Fascia is het bindweefsel van alles wat leeft.’

Literatuur:
1 Ann Biomed Eng, 2010; 38: 1148–61
2 Prog Biophys Mol Biol, 2008; 97: 163–79
3 Fascia Research II: Basic Science and Implications for Conventional and Complementary Health Care. München: Elsevier Urban & Fischer; 2009; pp. 129–137

Myofasciale zelfbehandeling

Zelfbehandeling is een belangrijk onderdeel van MFR. De fascia kan eigenlijk niet ‘rekken’. Het is meer zo dat het weefsel zich onder de juiste omstandigheden actief verlengt. Veel pijn en bewegingsbeperking wordt in feite veroorzaakt door onbuigzaamheid van het collageen en uitdroging van de grondsubstantie in de fascia. Gewone rek- en strekoefeningen helpen dan niet.

‘Sporters kunnen rekken en strekken wat ze willen, de oefeningen die zij hebben geleerd maken alleen het elastische weefsel van de fascia los,’ zegt John Barnes, een van de grondleggers van MFR. ‘Het maakt de blokkades in het collageen niet los. Voor yoga geldt hetzelfde. Maar als je MFR koppelt aan myofasciale ‘rekoefeningen’, dan krijg je het soort optimale prestaties waar je naar op zoek bent.’

Hieronder volgen een paar oefeningen om u een voorproefje te geven van de myofasciale rekoefeningen uit het boek van Joyce Karnis, Comprehensive myofascial self-treatment.
• Houd een gewone rekoefening minimaal 90 tot 120 seconden vast. Of nog beter, houd hem 5 minuten vast. Dat heft de collageenblokkade op en maakt de elastine in de fascia los.
• Bij erg gespannen gebieden met een beperkt bewegingsbereik moet u de oefening niet forceren. Ga niet verder dan de pijn toelaat. Probeer liever langs de plek met weerstand te ‘schuiven’. Stel bijvoorbeeld dat u uw schouder maar beperkt kunt bewegen. Dat kunt u verbeteren door uw arm op te tillen tot u weerstand voelt, en dan uw vingers uit te strekken, waardoor u uw arm voorzichtig langer maakt. Houd dit 90 tot 120 seconden vast, of langer als dat lukt.
• Richt uw aandacht helemaal op deze rekoefening terwijl u deze vasthoudt.

Twee succesverhalen

Annie, een vrouw van 56 uit Pennsylvania, kreeg fysiotherapie en moest na een ongeval te snel krachttraining gaan doen. Haar hele rug werd ‘naar beneden getrokken’ en op een pijnschaal van 0 tot 10 gaf ze haar rugpijn een gemiddelde score van 6 tot 9.

Haar arts schreef haar spierontspanners en antidepressiva voor. Ze bezocht een pijnspecialist, die haar injecties gaf (zogeheten triggerpoint-injecties), maar die werkten maar 24 uur. Ze kreeg drie keer per week een massage, wat ‘een beetje’ hielp, en daarnaast acupunctuur en gesprekstherapie. Maar ze ervoer geen verbetering op de lange termijn.

De pijn werd erger en ze was aan het eind van haar Latijn, toen ze in 2004 op internet John Barnes vond en zijn MFR-behandelcentrum in Pennsylvania. ‘Ik had heel veel pijn,’ zegt ze, ‘en ik wilde ook fulltime blijven werken. Dus ik waagde een poging.’

Ze vond de intake en eerste behandeling heel prettig. Ze merkte ook dat haar lichaam positief reageerde, dus ze schreef zich in voor een ‘intensive’: een beginweek met 15 behandeluren, om te voorkomen dat het lichaam meteen weer in de oude, pijnlijke patronen terugvalt. Ze ging de MFR-oefeningen die ze leerde ook thuis doen.

‘Je geneest langzaam,’ zegt ze, ‘omdat de fascia van verschillende lagen los moet komen.’ Op dit moment is ze voor 90 tot 95 procent genezen en gebruikt ze geen medicatie. ‘MFR bleek het beste besluit te zijn dat ik ooit heb genomen,’ zegt ze.

T.C.R. is een vrouw van 64, ook uit Pennsylvania, die naar de kliniek van John Barnes ging vanwege spier- en zenuwpijn in haar hele lichaam, die zo erg was dat ze veel tijd op bed doorbracht. Ze had ook carpaaltunnelproblemen, hoewel ze daar al aan geopereerd was, en spondylolyse: een rugaandoening waarbij de ene wervel over de andere naar voren glijdt, meestal in de onderrug. Daardoor had ze last van rugpijn en een verdoofd of verzwakt gevoel in een of beide benen.

Reguliere artsen raadden haar een rhizotomie aan voor de spondylolyse. Dat is een chirurgische ingreep waarbij de zenuwwortels in het ruggenmerg gedeeltelijk worden uitgeschakeld om zo chronische rugpijn en spierspasmen te verlichten.

Ze wilde geen operatie, daarom ging ze naar fysiotherapeuten en osteopaten, maar zonder succes. Uiteindelijk ontdekte ze MFR. ‘Na die eerste intensieve behandelweek kon ik weer normaal zitten en rechtop staan,’ vertelt ze.

Nog steeds ziet ze duidelijke verbetering en ze zegt dat anderen het ook zien. En het is haar gelukt om een operatie te vermijden. ‘MFR heeft me de langdurige verbetering gegeven doordat ik leerde hoe ik mezelf kan behandelen, waardoor ik weer in staat ben van mijn kleinkinderen te genieten, te reizen en voor mezelf te zorgen.’

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere artikelen van Cate Montana

kleine wonderen met Enzymtherapie

Acupunctuur bij gezichtsveroudering

Je lymfestelsel overvol

Anders omgaan met een beroerte

Herstel van het lichaam na een kankerbehandeling

Column dr. Wendy Lin; Handzenuw in de knel

Anderhalf jaar geleden kwam een man in mijn praktijk. Hij was net gepensioneerd. Zijn hele leven was hij internationaal correspondent geweest, dus hij had veel tijd achter zijn toetsenbord doorgebracht. Tuinieren was de hobby waarin hij altijd zijn rust had gevonden....

Cate Montana avatar

Over de auteur

Cate Montana is een auteur die bekend staat om haar werk op het gebied van psychologie, spiritualiteit en zelfhulp. Ze heeft een achtergrond in de journalistiek, wat haar een scherpe analytische blik geeft op de onderwerpen die ze behandelt. Montana's werk richt zich vaak op het verkennen van het menselijk bewustzijn, de aard van de werkelijkheid en hoe deze concepten van invloed zijn op persoonlijke groei en ontwikkeling.
Lees meer artikelen van Cate Montana