13-06-2011

De sleutel tot MS

Nieuwe ontdekkingen rond multiple sclerose (MS) leiden tot een heel andere opvatting van de ziekte. Ze bieden tevens nieuw inzicht in andere auto-immuunziekten, waaronder de ziekte van Alzheimer en van Parkinson.

Elena Ravalli was 37 jaar, toen ze in 1995 de diagnose multiple sclerose (MS) kreeg. Ze had klachten als duizeligheid, een doof gevoel, periodes van slecht zien en vermoeidheid: allemaal klassieke symptomen van MS. Maar wat er volgde, was allesbehalve klassiek of conventioneel en heeft de discussie over MS opengebroken: wat MS is, waar het door ontstaat en hoe het gerelateerd is aan vele andere zogeheten neurodegeneratieve ziekten, zoals Alzheimer, Parkinson en dementie.
Elena is getrouwd met Paolo Zamboni, hoogleraar vaatziekten aan de universiteit van Ferrara, in het noorden van Italië. Vanwege de diagnose van zijn vrouw begon hij zich te verdiepen in MS en alle normale verschijnselen ervan. Hij raakte er algauw van overtuigd dat de geneeskunde niet het hele plaatje kende.
Wereldwijd lijden ongeveer 2,5 miljoen mensen aan MS. Aangenomen wordt dat het een ziekte van het centrale zenuwstelsel (CZS) is, waartoe ook de hersenen en het ruggenmerg behoren. Meer specifiek is de ziekte een ‘inflammatoire demyeliniserende’ aandoening. Dat houdt in dat het vettige omhulsel van zenuwuiteinden (axonen), dat bestaat uit myeline, beschadigd raakt (demyelinisatie) door ontsteking (inflammatie). Daardoor ontstaat littekenvorming ofwel sclerose (verharding, zoals je dat ook ziet bij de arteriën in het geval van atherosclerose). De demyelinisatie treedt vooral op in de witte substantie van de hersenen en het ruggenmerg, hoewel de symptomen kunnen variëren, afhankelijk van welke axonen beschadigd zijn en hoe groot de schade is.
De geneeskunde weet niet precies waardoor de ontstekingen in eerste instantie ontstaan. Wel zijn er aanwijzingen dat er bij sommige families een erfelijke factor is, maar dat is nog niet wetenschappelijk vastgesteld. Algemeen is de opvatting dat MS ontstaat door stress of een infectie.

IJzer in de hersenen
Zamboni ontdekte iets heel anders. De meeste onderzoeken die hij bestudeerde, toonden een zeer hoog ijzergehalte in de hersenen van mensen met MS aan. Maar nog belangrijker vond hij dat de aderen (venen) waardoor het bloed uit de hersenen moet wegstromen kronkels en obstructies vertoonden bij bijna 90 procent van de MS-patiënten. Dat zou kunnen betekenen dat MS in essentie een vaatziekte is, zo redeneerde hij. Hij gaf de ziekte daarom de nieuwe naam ‘chronische cerebrospinale veneuze insufficiëntie’ (CCSVI). Zijn vrouw werd zijn eerste proefkonijn en onderging een baanbrekende operatie om de venen rond haar hersenen te deblokkeren.
Het verbijsterende resultaat was dat haar symptomen direct verdwenen, evenals die van honderden andere MS-patiënten die na haar Zamboni’s nieuwe operatietechniek ondergingen, die hij nu the Liberation Treatment noemt. Tot 2009 werkte Zamboni aan verfijningen van de behandeling, waarbij hij gebruik ging maken van angioplastiek – een ingreep waarbij een ballon via een katheter wordt ingebracht om bij hartpatiënten vaten te verwijden en te ‘openen’ – om de hersenvenen te deblokkeren.
In een van zijn vroege pilots, met 65 MS-patiënten, kreeg de helft geen terugval (heroptreden van de symptomen na een periode van herstel), terwijl vóór de operatie slechts 27 procent van hen nooit een terugval had. Het gemiddelde terugvalpercentage voor de gehele groep was echter niet verbeterd door de ingreep: de meeste ‘gedeblokkeerde’ aderen raakten in de anderhalf jaar van de follow-up toch weer vernauwd1.
De eerste onafhankelijke verkennende onderzoeken hebben tot dusver nog ambivalentere resultaten opgeleverd. In april 2009 is een grootschalig gerandomiseerd evaluatieonderzoek gestart, de Ongoing Combined Transcranial and Extracranial Venous Doppler Evaluation. Daarbij hebben onderzoekers van het University at Buffalo Medical Center in New York met behulp van dopplerecho’s de eerste 500 proefpersonen onderzocht op tekenen van CCSVI. Van hen hadden 280 personen MS. Hun bevinding was echter dat slechts 56 procent van de MS-patiënten voldeed aan de criteria van CCSVI, ten opzichte van ongeveer 42 procent van degenen met een andere neurologische stoornis en 22 procent van de gezonde proefpersonen2. Het plan is nu om nog eens 500 proefpersonen te werven voor de tweede fase van dit klinische onderzoek en deze met betere, modernere diagnostiek te beoordelen.

Het bloed kruipt…
Maar weer andere onderzoeken velden een veel slechter oordeel: geen enkel bewijs werd gevonden voor enig causaal verband tussen CCSVI en MS. Een van die onderzoeken was dat van Florian Doepp, expert in veneuze bloedafvoer aan de Humboldt-universiteit in Berlijn. Hij onderwierp de hersenen van 56 patiënten met MS (en 20 controlepersonen) aan echografische beeldvorming met kleurcoderingen en aan verschillende bloedstroomanalyses. Daarbij vond hij geen enkel bewijs van CCSVI3. Een ander onderzoek kwam ook uit Duitsland, ditmaal uitgevoerd door onderzoekers van de Goethe-universiteit in Frankfurt, die tot een soortgelijke conclusie kwamen. In hun verslag met de ironische naam The Perfect Crime? CCSVI not leaving a trace in MS (de perfecte misdaad: geen spoor van CCSVI bij MS), vonden de onderzoekers wederom geen enkel bewijs van veneuze obstructie of terugvloeiing van bloed in hun onderzoeken met extracraniale en transcraniale echografie van 20 MS-patiënten en 20 controlepersonen4.
Evenzo konden ook onderzoekers van het academisch ziekenhuis in het Italiaanse Padua geen bewijzen vinden van een oorzakelijk verband tussen CCSVI en de ontstekingsschade die op mogelijke MS wijst, bij hun onderzoek met 50 MS-patiënten en 50 voor leeftijd en geslacht gematchte controlepersonen5.
Ondanks deze negatieve onderzoeksresultaten staat de volgende vraag nog steeds recht overeind: waarom maakten zo veel MS-patiënten zo’n dramatische verbetering door na de zogeheten Liberation-behandeling van Zamboni? Robert Zivadinov, hoofd van het onderzoeksteam aan het Buffalo, denkt dat hij het antwoord heeft gevonden in de initiële bevindingen die hij tot nu toe heeft verzameld met zijn nieuwe 500 patiënten. ‘CCSVI is geen oorzaak van MS, maar zou een gevolg of een bijdragende factor in de progressie ervan kunnen zijn. Ik denk dat we dát moeten onderzoeken’, zegt hij. ‘Wat professor Zamboni op het gebied van de vaten heeft ontdekt, is iets wat verder reikt dan MS. We moeten in kaart brengen wat de rol van het veneuze systeem is bij de pathologie achter ziekten van het centrale zenuwstelsel en bij de gevolgen van ouder worden.’

De connectie met Alzheimer
Als het zo zou zijn dat vernauwingen en obstructies van het veneuze systeem een algemeen kenmerk van neurodegeneratieve ziekten zijn, en niet alleen van MS, dan zou dat kunnen betekenen dat er een gemeenschappelijk verband is met andere auto-immuunziekten en/of ontstekingsziekten, zoals de ziekte van Parkinson en van Alzheimer, die meestal ook met ouderdom samenhangen.
Onderzoekers van de universiteit van Zuid-Florida, in Tampa, hebben aangegeven dat ontstekings- en neurodegeneratieve processen beide aanwezig zijn op bepaalde momenten in het ziekteverloop van vele chronische neurologische aandoeningen. De ziekte van Alzheimer begint met degeneratie en daarna volgen ontstekingsprocessen, terwijl bij MS het tegenovergestelde gebeurt, zeggen zij6.
MS vertoont ook overeenkomsten met beroerte, de ziekte van Alzheimer en schizofrenie, in de zin dat al deze aandoeningen zich laten kenmerken door schade aan de axonen – zenuwceluiteinden – in de witte substantie van de hersenen7. Bij autopsie van de hersenen van overleden MS- en alzheimerpatiënten is met behulp van histochemische technieken aangetoond dat de hersenschade bij beide ziekten vergelijkbaar is8. Dat heeft geleid tot doorbraken in onze opvattingen over ontstekings- en neurodegeneratieve ziekten die beslist een ‘paradigmaverschuiving’ te noemen zijn in de neuropathologie, aldus onderzoekers van de Cecilie Vogt Klinik für Neurologie in Berlijn9.
Als echter MS geen op zichzelf staande ziekte-entiteit is, maar lid van een subset van ontstekingsziekten waaronder ook de ziekte van Alzheimer, van Parkinson, beroerte en schizofrenie, dan blijft de hamvraag: wat is de oorzaak van deze ziekten? Vrijwel alles is als mogelijke oorzaak te berde gebracht, van erfelijkheid en virusinfecties10 tot kunstmatige zoetstoffen11 en hoogspanningsleidingen12, maar het meest overtuigende bewijs dateert al van meer dan zestig jaar geleden, en is sindsdien systematisch genegeerd.

De Swank-hypothese
Er is nóg een kenmerk van alle aandoeningen die bekendstaan als neurodegeneratief, zo hebben onderzoekers van de Duke University ontdekt. In een onderzoek met 770 parkinsonpatiënten ontdekten zij dat de vitamine-D-receptoren van deze patiënten beschadigd waren. Dat houdt in dat ze niet in staat waren tot omzetting van vitamine D, dat we voornamelijk uit zonlicht krijgen13. Verder werd in Oxford, bij een onderzoek naar het vóórkomen van deze ziekte in Schotland, ontdekt dat er een hecht verband was tussen MS en blootstelling aan zonlicht. De ziekte bleek significant meer voor te komen onder diegenen die noordelijker woonden, waar de blootstelling aan zon minimaal is14. Een even hecht verband werd gevonden in een onderzoek naar het vóórkomen van MS in verschillende regionen van Frankrijk. De prevalentie van MS bleek soms zelfs meer dan twee maal zo hoog te zijn in de regionen met weinig zonlicht, gemeten aan de hand van het gehalte ultraviolette (UVB) straling15.
Dr. Roy Swank was tot voor kort neuroloog aan de Oregon Health & Sciences University in Portland en anticipeerde al zestig jaar geleden op deze ontdekkingen. Swank overleed in 2009 op 99-jarige leeftijd en hij was een van de eersten die een verband legde tussen onze geografische locatie – waar we wonen en de hoeveelheid zonlicht waaraan we blootstaan – en slechte voeding en MS. Zoals de onderzoekers van de Duke University veel later zouden ontdekken, ging het niet enkel om onze blootstelling aan vitamine D, maar ook om ons vermogen om die vitamine te verwerken.
In 1948 was het westen van Europa een kant en klaar laboratorium voor de proeven van Swank. Het was pas drie jaar nadat een afgrijselijke oorlog had gewoed, en over het hele continent was de voedingsgewoonte drastisch veranderd. Zijn eerste onderzoeken deed hij in Noorwegen, waar hij ontdekte dat MS in de kuststreken zeldzaam was, terwijl het in de bergen negen maal zo vaak voorkwam. De bewoners van de kustregionen hadden uiteraard een voedingspatroon met veel vis en zeevruchten, terwijl de mensen in geïsoleerde bergregionen in het algemeen meer vlees, melk, eieren en kaas aten16. Door deze en andere onderzoeken veronderstelde Swank dat MS wellicht te keren zou zijn door een vetarm dieet, een theorie die in de loop der jaren bewezen werd in een onderzoek met 150 MS-patiënten die ermee instemden zo’n dieet te gaan volgen.
Verbazingwekkend is dat Swank nog contact met hen hield tot in het jaar 2000. Om de drie maanden werd er contact met hen opgenomen en eens per jaar onderzochten Swank en zijn team de patiënten. Sommige MS-patiënten slaagden er niet in zich aan het vetarme dieet te houden; desalniettemin was in 1991 21 procent van hen die slechts 17 gram vet per dag aten gestorven, tegenover 75 procent van hen die 30 gram vet per dag aten, en 81 procent van diegenen die 42 gram vet per dag aten17.
Ook had Swank hetzelfde verschijnsel opgemerkt dat Zamboni had gevonden en waarop de Italiaanse CCSVI-theorie was gebaseerd: MS-patiënten hebben een slechte doorstroming van bloed rond de hersenen, die bovendien progressief slechter wordt. Maar Swank had de theorie van Zamboni al een stap verder ontwikkeld, door te beweren dat de oorzaak van die slechte hersendoorbloeding lag in het moderne voedingspatroon, met veel verzadigde vetten18.

Nieuwerwetse problemen
Als Swank het bij het rechte eind had – en MS vooral ontstaat door onze moderne eetgewoonten met veel vet – dan zou daaruit volgen dat de prevalentie toeneemt. Dat blijkt uit de geschiedenis van MS tot nu toe ook zo te zijn. Een van de allereerste bekende gevallen van MS dateert pas van halverwege de 19e eeuw, maar tegen de eeuwwisseling – zo’n vijftig jaar later – was het al een erkende ziekte. In 1922 werd al door onderzoekers vastgesteld dat de incidentie van MS in die laatste twintig jaar was gegroeid19.
Swank zelf ontdekte een groei van 50 procent tussen 1935 en 1958 in Montreal (Quebec). En uit een recenter onderzoek, uit 1999, onder de genetisch zeer stabiele bevolking van Sardinië bleek dat de ziekte daar vijf keer zo vaak voorkwam als 35 jaar daarvoor20.
De eerder genoemde onderzoekers in Oxford vonden in samenwerking met de Canadian Collaborative Study Group verdere aanwijzingen dat MS een ziekte door leefstijl en omgevingsfactoren is. In hun onderzoek onder zo’n 27.000 MS-patiënten ontdekten zij dat de prevalentie in vijftig jaar tijd drastisch was verschoven tussen de twee seksen. Ooit kregen ongeveer even veel mannen als vrouwen MS, maar tegen 2006 was het aantal vrouwen met de ziekte 3,2 keer zo groot als het aantal mannen21.

Het ontbrekende stukje
Desalniettemin is MS nog steeds relatief zeldzaam. Gemiddeld is het risico dat iemand de ziekte krijgt maar één op zevenhonderd. Ter vergelijking: het risico op kanker is één op drie, en dat op chronische hartziekte één op 22. Als Swank gelijk heeft en gezien het grote aantal mensen in de Westerse wereld met een voedingspatroon met veel vetten, zou je verwachten dat veel meer mensen MS zouden moeten hebben (al stijgt het percentage wel dramatisch als je MS beschouwt als een subset binnen een scala aan neurodegeneratieve ziekten).
Charles Poser, neuroloog aan de Harvard Medical School, denkt dat hij het ontbrekende puzzelstukje misschien heeft gevonden. Hij werd aangezet tot zijn onderzoek door de cijfers rond MS op Hawaï, met grote verschillen tussen de vele etnische groepen aldaar. Blanke bewoners die in Californië geboren zijn, hebben drie maal zo vaak MS als blanken die op een van de eilanden geboren en getogen zijn. Anderzijds hebben mensen van Japanse afkomst die op Hawaï geboren zijn, juist drie maal zo vaak MS als Japanse mensen die in Japan geboren en getogen zijn, maar nu op Hawaï wonen22. Deze tegenstrijdige gegevens verklaart Poser aan de hand van zijn Multiple Sclerosis Trait (MST)-theorie. Hij neemt aan dat sommige mensen genetisch vatbaar zijn voor MS – dus de MST hebben – terwijl ze de ziekte niet noodzakelijkerwijs ook krijgen. Alleen door een bepaalde ‘gebeurtenis’ in de omgeving komt de ziekte dan tot uiting: zo’n gebeurtenis kan van alles zijn, zoals een infectie, vaccinatie, voedingspatroon met veel vetten of onvoldoende blootstelling aan zon23.
Deze theorie wordt ondersteund door een onderzoeksproject waarbij MRI-scans werden gemaakt van 296 gezonde mensen van wie ongeveer de helft een directe familieband had met een MS-patiënt en de andere helft niet. Geen van de deelnemers had zelf de diagnose MS.
De onderzoekers ontdekten echter dat 10 procent van degenen bij wie MS in de directe familie voorkwam, beschadigingen in de hersenen hadden die ook gezien worden bij MS-patiënten, maar zonder dat ze symptomen hadden. Onder degenen zonder MS in de directe familie had 4 procent die beschadigingen. Die beschadigingen zouden betekenen dat de persoon drager was van de MST, maar dat er tot nu toe nog niets in hun leven was gebeurd dat de ziekte tot uiting gebracht had24.

Een reactie, geen ziekte
Wat is MS dan nu precies? Poser en Swank hebben vastgesteld dat het geen auto-immuunziekte is, zoals artsen altijd geloofden, maar een auto-immuunreactie. Zo’n reactie, waarbij een slechte doorbloeding een rol kan spelen, kan uitgelokt worden door een virusinfectie als gordelroos of waterpokken, door een voedingspatroon met veel vetten, een voedselintolerantie, een voedingstekort – met name van vitamine D – of een parasiet.
Dat betekent dat MS geen progressieve ongeneeslijke ziekte is, maar een reactie die wellicht te stoppen is als de oorzaak eenmaal gevonden is en behandeld kan worden. Poser heeft ook aangetoond dat een genetische aanleg op zichzelf niet voldoende is om MS te doen ontstaan.
Artsen worden niet opgeleid om de ‘waarom’-vraag te stellen, terwijl dat juist de vraag is die patiënten beantwoord willen zien: waarom heb ik X? Als medici daarvoor opgeleid zouden worden, dan zouden ze misschien dichter komen bij een behandeling van de zogeheten ‘auto-immuunziekten’ zoals MS, Alzheimer en Parkinson, in plaats van enkel de symptomen te behandelen.
Bryan Hubbard
 

1J Vasc Surg, 2009; 50: 1348-1358
2www.buffalo.edu/news/fast-execute.cgi/article-page.html?article=109370009
3Ann Neurol, 2010; 68: 173-183
4J Neurol Neurosurg Psychiatry, 2011, February 4; doi: 10.1136/jnnp.2010.231613
5Ann Neurol, 2011; 69: 90-99
6Aging Dis, 2010; 1: 169-172
7Neurology, 2011; 76: 397-404
8Immunol Invest, 2011; 40: 197-205
9J Mol Med, 2008; 86: 975-985
10Med Hypotheses, 2010; 75: 204-213
11AAOHN J, 2008; 56: 251-259
12Am J Epidemiol, 2009; 169: 167-175
13Ann Hum Genet, 2011; 75: 201-210
14PLoS One, 2011; 6: e14606
15Neurology, 2011; 76: 425-431
16Trans Am Neurol Assoc, 1950; 51: 274-275
17Nutrition, 1991; 7: 368-376
18Swank RL, Dugan BB. The Multiple Sclerosis Diet Book, New York, NY: Doubleday, 1977
19Arch Neurol Psychiatry, 1922; 8: 59-75
20Neuroepidemiology, 2005; 25: 129-134
21Lancet Neurol, 2006; 5: 932-936
22Neurology, 1971; 21: 122-130
23Clin Neurol Neurosurg, 2005; 108: 227-233
24Ann Neurol, 2006; 59: 11a-12a

De Kingsley-methode
Dr. Patrick Kingsley behandelde tot zijn pensionering – enkele jaren geleden – ruim negenduizend patiënten met multiple sclerose (MS) in zijn praktijk in een dorpje in Leicestershire, Engeland. In bijna elk ziektegeval bereikte hij een opzienbarende verbetering en vaak een complete remissie (afwezigheid van ziekteverschijnselen). Het woord ‘genezing’ neemt hij liever niet in de mond.
Hij constateerde dat MS zich meestal op twee manieren manifesteert: als motorische MS (waarbij de spieren niet goed werken) of als sensorische MS (waarbij de patiënt een ‘doof’ gevoel heeft of juist tintelingen ervaart). Sommige van zijn patiënten hadden echter beide typen symptomen.
Zijn behandeling richtte zich op twee speerpunten: voedingspatroon en leefstijl. Daarbij gaf hij intraveneuze infusen met hooggedoseerde vitaminen. Ook manipuleerde hij soms met opmerkelijk succes de kaak van een patiënt. Sensorische MS leek beter te reageren op de infusen – en op het verwijderen van amalgaamvullingen in het gebit – dan op veranderingen in het voedingspatroon.
Hij is van mening dat MS wordt veroorzaakt door een reeks van factoren, waaronder voedselintolerantie, giftige metalen (waaronder amalgaam), pesticiden en voedseladditieven, vitaminegebrek (vooral vitamine B12 en D en magnesium), infecties, stress en een verstoorde hormoonbalans.
De benadering via het voedingspatroon vereiste heel wat speurwerk, omdat de patiënt moest proberen te achterhalen welk voedsel de MS had veroorzaakt. Zijn patiënten moesten zuivelproducten, cafeïne, alcohol, geraffineerde en witmeelproducten, suiker en voedsel met chemische toevoegingen laten staan en zo mogelijk ook alle rood vlees. In plaats daarvan moest een MS-patiënt veel groente eten, salades, noten en zaden, volkorenproducten, kip en vis – vooral vette vis, zoals tonijn en zalm – en gebotteld mineraalwater en kruidenthee drinken.
Patiënten met MS van het sensorische type reageerden ook goed op vitamine-infusen, vooral op hoge doses vitamine B12 (30.000 mcg). Bij het motorische type MS werkte een infuus met magnesium en lagere doses B12 (5000 mcg) beter.
Ter informatie: dr. Kingsley bereidt momenteel een boek voor, De nieuwe geneeskunde, waarin hij zijn benadering en behandelprotocollen voor een heel scala aan ziekten uiteenzet.

Het verband met amalgaam
Gebitsvullingen van amalgaam kunnen een oorzaak zijn van MS en zeker bijdragen aan verergering van de symptomen. Deze vullingen, waarin kwik zit – het giftigste metaal dat wij kennen – beïnvloeden de gemoedsgesteldheid van een patiënt en kunnen hem depressief maken, vijandig, psychotisch en obsessief-compulsief.
Onderzoekers van het Rocky Mountain Research Institute in Colorado onderzochten de geestelijke gezondheid van 47 MS-patiënten met amalgaamvullingen, en vergeleken de uitkomsten met 50 patiënten die hun vullingen hadden laten vervangen. Over het geheel genomen hadden degenen met amalgaamvullingen 43 procent meer symptomen dan wie die had laten verwijderen1.
Na een literatuursearch stuitten onderzoekers bij systematische analyse van de gecombineerde resultaten van de meest relevante literatuur tussen 1966 en 2006 op een constante samenhang tussen amalgaamvullingen en MS2.

1Psychol Rep, 1992; 70: 1139-1151
2J Public Health Dent, 2007; 67: 64-66

De ziekte van Lyme
De diagnose multiple sclerose is moeilijk exact te stellen. Hij wordt gebaseerd op klinische criteria, zoals littekenvorming in het centrale zenuwstelsel, aan te tonen met een MRI-scan.
Er zijn echter ook andere ziekten die dit effect tot gevolg hebben. De ziekte van Lyme – die je kunt oplopen door een tekenbeet – veroorzaakt eenzelfde littekenvorming en geeft bovendien precies dezelfde symptomen als MS.
Bij analyse van 55 patiënten met de diagnose MS bleken drie van hen Lyme te hebben. Trekt men deze uitkomst door, dan zou 6 procent van alle MS-patiënten de verkeerde diagnose hebben1. In een aparte case-study van een 45-jarige Braziliaanse vrouw bleek dat zij al vijftien jaar behandeld werd voor MS voordat artsen in een bloedmonster bewijs vonden voor de ziekte van Lyme. Een MRI-scan van haar hersenen liet beschadigingen zien die ook bij MS passen2.
Onderzoekers van de International Lyme and Associated Diseases Society (ILADS) stellen dat Lyme inmiddels een gangbare infectie is geworden, met dezelfde symptomen als MS. Volgens hen is het daarom aannemelijk dat bij veel MS-patiënten de diagnose verkeerd is gesteld3.
1Med Clin, 1990; 94: 685-688
2Arq Neuropsiquiatr, 1994; 52: 566-571
3Clin Neurol Neurosurg, 17 december 2010; online voorpublicatie

Het Swank-dieet
Dr. Roy Swank was een van de eersten die de link legde tussen multiple sclerose en een vetrijk dieet. Vanuit deze gedachte zette hij honderden van zijn patiënten op een vetarm dieet, met een beperkte hoeveelheid verzadigde vetten en meervoudig onverzadigde oliën. Rood vlees en vet vlees werden het eerste jaar van dit dieet ook in de ban gedaan en vervangen door granen, fruit, groenten en vette vis.
Swank heeft nooit geclaimd dat zijn dieet een geneeswijze was; het kon MS onder controle brengen, zo noemde hij het. Veel van zijn patiënten leefden jarenlang door met MS – sommigen van hen zelfs vijftig jaar lang – maar wel zonder een aantal van de ernstigste symptomen.
Zuivelproducten
Neem alleen magere producten. Vermijd ook margarine, boter, bakvet, reuzel, cacaoboter, kokosolie, palmolie en geharde olie.
Eieren
Alleen het eiwit is toegestaan.
Granen en muesli
Eet alleen volkorenproducten en geen broodjes, gebak, cake, koekjes of taart met gehard vet.
Pasta en rijst
Volkorenpasta heeft de voorkeur, maar bij het Swank-dieet zijn ook witte pasta en rijst toegestaan.
Bewerkte voedingsmiddelen
Het meeste voedsel in pakjes en zakjes is bewerkt of bevat gehard vet. Dit kan dus beter achterwege worden gelaten.
Kruiderij
Alleen mayonaise wordt ontraden.
Dranken
Cafeïne bevordert nervositeit en verstoort de slaap en kan dus beter vermeden worden. Ook als u niet te veel last hebt van cafeïne kunt u het drinken van koffie toch beter tot drie kopjes per dag beperken.
Alcohol
MS-patiënten zijn meestal erg gevoelig voor alcohol. Zo niet, dan is een glas per dag toegestaan.
Noten en zaden
Walnoten, zonnebloem- en pompoenpitten vormen een prima tussendoortje.
Groente en fruit
Eet zo veel groenten en fruit als u wilt. Dat gaat alleen niet op voor avocado’s en olijven, omdat die onverzadigde vetzuren bevatten.
Wild en gevogelte
Wit kippenvlees zonder vel, en kalkoen zijn toegestaan, maar bewerkt vlees wordt afgeraden.
Vis
Eet bij voorkeur witte vis, zoals kabeljauw, heilbot en tong. Schaal- en schelpdieren, zoals krab, oesters en sint-jakobsschelpen zijn ook toegestaan, maar beperk de hoeveelheid vette vis, zoals tonijn en zalm.
Rood vlees
Rood vlees wordt afgeraden, vooral gedurende het eerste jaar van het dieet. Daarna is een kleine hoeveelheid mager vlees toegestaan, waaronder ook lamsvlees, lever en niertjes.
Vitaminen
Dagelijkse supplementen met levertraan, 1000 mg vitamine C en 400 IU vitamine E worden aanbevolen.
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...