23-07-2008

De schaduwzijde van spaarlampen

De Nederlandse en alle andere Europese regeringen zijn afspraken aan het maken om de standaard gloeilamp uit te bannen en te vervangen door ‘energiebesparende’, ‘milieuvriendelijke’ spaarlampen. Maar hoe veilig is eigenlijk dat tl-licht voor mensen? En aangezien de lampen kwik bevatten: hoe milieuvriendelijk pakken ze in de praktijk eigenlijk uit?

De Nederlandse minister Cramer van VROM (volksgezondheid, ruimtelijke ordening en milieu) wil dat nog in deze kabinetsperiode de gloeilamp tot het verleden gaat behoren en vervangen is door kleine spaarlampen. Zowel de Europese Unie als Australië en Canada hebben zich gecommitteerd de gewone gloeilampen binnen de komende jaren uit te bannen.

Waarom deze overstap? Aangenomen wordt dat spaarlampen energie-efficiënter zijn en beter voor het milieu dan de standaard gloeilamp. Volgens Greenpeace zijn gloeilampen inefficiënt en slecht voor het klimaat. Spaarlampen geven dezelfde hoeveelheid licht, maar stoten veel minder CO2 uit, een belangrijke boosdoener in de opwarming van de aarde. Ook besparen ze geld: gemiddeld 7,9 euro per jaar per vervangen gloeilamp. Wanneer alle huishoudens in Nederland hun gloeilampen zouden vervangen door spaarlampen, levert dit een jaarlijkse besparing op van 1,52 miljard kilogram CO2, aldus de website van het onafhankelijke consumentenadviesorgaan Milieu Centraal (www.milieucentraal.nl).

De voordelen die aan spaarlampen worden toegeschreven, zijn gebaseerd op de manier waarop ze licht produceren. Bij gloeilampen wordt er een draadje opgewarmd in het binnenste van het peertje totdat dit witheet is, waardoor het licht ontstaat dat je ziet. Kenmerkend is echter dat ongeveer 90 procent van de benodigde energie wordt omgezet in warmte en niet in licht, zodat er veel energie verloren gaat. Bij spaarlampen wordt daarentegen gebruikgemaakt van een gas dat een onzichtbaar ultraviolet licht voortbrengt als het gas daartoe wordt aangedreven door elektriciteit. Het ultraviolet licht stuit op de witte binnenbekleding van de spaarlamp, die het omzet in zichtbaar licht. Omdat spaarlampen geen gebruikmaken van warmte om licht te vormen, zijn ze veel energie-efficiënter dan gewone gloeilampen. Spaarlampen mogen dan beter zijn voor het milieu, de vraag welke impact ze hebben op de gezondheid van mensen is buiten beschouwing gebleven.

Gevolgen voor de gezondheid

Al sinds de eerste introductie van spaarlampen is er grote bezorgdheid over een groot aantal gezondheidskwesties die door tl-verlichting veroorzaakt kunnen zijn: van hoofdpijn en vermoeide ogen tot hyperactiviteit bij kinderen en zelfs kanker. Een van de belangrijkste zorgen is de hoeveelheid uv-licht dat de spaarlampen uitzenden. Dat is significant meer dan gewone lampen. En hoewel de hoeveelheid uv-straling van tl-licht nog altijd veel kleiner is dan van zonlicht, heeft het feit dat veel mensen dagelijks onder tl-buizen werken, en dat jaren achtereen, bezorgdheid voor de effecten op langere termijn opgewekt.

Bij een van de eerste onderzoeken werd inderdaad een verdubbeling gevonden van het risico van maligne melanomen (huidkanker) bij kantoorpersoneel dat bij tl-verlichting werkte vergeleken met mensen die vanwege hun beroep in de zon werkten1. Sindsdien zijn er meer onderzoeken geweest waarbij een verband werd gevonden tussen blootstelling aan tl-verlichting en kwaadaardige huidkanker2,3,4. Maar bij weer andere onderzoeken werd zo’n verband helemaal niet gevonden5,6,7, en ook bij onderzoek waarbij alleen gekeken werd naar blootsteling in huis werd er geen toegenomen risico gevonden van huidkanker door tl-verlichting5. Nu echter in steeds meer huishoudens wordt overgestapt op spaarlampen en dus tl-verlichting, zelfs zonder dwang van de regeringen, kan het plaatje er in de toekomst wel eens anders uit gaan zien.

Andere gezondheidsproblemen houden verband met flikkerend licht. In tegenstelling tot gewone gloeilampen fluctueert de conventionele tl-verlichting in intensiteit. Hoewel met het blote oog niet duidelijk zichtbaar, wordt in sommige onderzoeken aangenomen dat het ‘flikkeren’ dat daardoor ontstaat debet is aan hoofdpijnen, vermoeide ogen en verminderde leesprestaties bij visuele taken8,9. Dat flikkeren kan zelfs van invloed zijn op gedrag. Toen zes autistische kinderen zowel bij gloeilampverlichting als bij tl-verlichting werden geobserveerd, bleek dat ze significant meer tijd doorbrachten met herhalend gedrag onder de tl-buizen. Volgens de auteurs kwam dit door het flikkerlicht10.

Bij een onderzoek door de vooraanstaande lichtresearcher dr. John Ott in een school in Sarasota in Florida werd een verband gevonden tussen koel wit tl-licht en neurotische vermoeidheid, prikkelbaarheid, perioden van aandachtstekort en hyperactiviteit11. Hier zijn de effecten wellicht niet te wijten aan het flikkeren, maar aan de kwaliteit van het licht zelf, de kleuren die het in totaal heeft (de zogeheten verdeling van het lichtspectrum of spectral power distribution, SPD). Toen de school in Florida de tl-verlichting verving door full-spectrum tl-lampen (met het volledige lichtspectrum), waarvan wordt aangenomen dat ze de SPD van zonlicht hebben, trad er een duidelijke verbetering van het gedrag op. De kinderen werden rustiger, meer geïnteresseerd in hun werk en ze letten beter op11. Bij onderzoeken in twee andere scholen in Californië werden soortgelijke resultaten gevonden.

Moderne tl-verlichting

Is de nieuwe tl-verlichting veiliger? Volgens Alasdair Philips van Powerwatch is de tl-verlichting van spaarlampen ver gevorderd sinds de tijd van voornoemde onderzoeken. ‘De moderne tl-verlichting genereert veel minder uv-straling dan de ouderwetse, zendt een breder lichtspectrum uit en flikkert vrijwel niet,’ zegt hij. ‘Maar zonder nader onderzoek naar de nieuwe technologie – inclusief die van spaarlampen – weten we eenvoudig niet zeker of het veilig is.’

Er bestaan verkennende onderzoeken naar moderne tl-verlichting die geruststellend zijn. De voorschakelapparaatjes met hoge frequentie die de stroom naar de lamp reguleren, zijn bij de moderne lampen elektronisch in plaats van magnetisch zoals bij de oude, en geven veel minder flikker. Aangetoond is dat ze veel minder gespannen ogen, hoofdpijn en andere gezichtssymptomen veroorzaken12. Bij een onderzoek bleken de conventionele voorschakelapparaten samen te gaan met meer stress en minder goede prestaties, terwijl dat bij de moderne elektronische niet zo was13.

Toch is er ook onderzoek naar moderne tl-verlichting dat niet zo positief is.

Zo bleek bij een onderzoek dat lichtbronnen voor binnenshuis, inclusief tl, kwarts halogeenlampen en zelfs gloeilampen met wolfraamgloeidraad, verrassend veel ‘kankerverwekkende uv’-straling uitzonden14. Alle onderzochte tl-lampen – inclusief de spaarlampen – zonden uva-stralen uit, en veel ervan zonden ook uvb uit met zeer korte golflengtes, tot slechts 280 nm. Dat is korter dan de uvb in zonlicht. Zelfs standaard gloeilampen met een laag wattage bleken deze zeer korte golflengtes uit te zenden. Zorgwekkend hieraan is dat er niet veel bekend is over de mogelijke gevaren voor de gezondheid van dit soort straling. Hoewel uitzending van uv meestal te dempen is door de peertjes te overkappen of te bedekken, merkten de onderzoekers op dat, tenzij de stralen volledig gefilterd worden, ‘er altijd potentieel schadelijke uv-straling aanwezig kan zijn’.

De belangrijkste zorg van dit onderzoek was de vraag welke invloed dit soort straling heeft op fotosensitieve personen. De bevindingen hebben daarnaast echter nog andere implicaties. ‘Als er golflengten aanwezig zijn die korter zijn dan die in zonlicht, kan de blootgestelde huid in toenemende mate negatieve reacties vertonen die niet alleen voor fotosensitieve personen gelden, maar ook voor de algemene bevolking.’

Wat te doen?

Gaat u – of, op termijn, moet u – een spaarlamp kopen, dan geeft Alasdair Philips de volgende tips:
– Kies een peer met een warme witte of een gele tint, aangezien er dan meer uv-straling binnen blijft.
– Kies een peer met een filter: bepaalde goedkopere varianten hebben dat niet.
– Ga na of de spaarlamp een elektronisch voorschakelapparaat met hoge frequentie heeft.
Een betere optie is echter tl-verlichting met volledig lichtspectrum, waarvan valt aan te nemen dat het spectrum hetzelfde is als dat van zonlicht. In verhouding tot spaarlampen is hier veel onderzoek naar gedaan, met positieve uitkomsten. Zoals wijlen dr. Ott zei in zijn boek Health and Light (Ariel Press, 1973): ‘Verlichting met volledig spectrum kan de prestaties op scholen en kantoren verbeteren, de immuunfunctie ondersteunen, en mogelijk het risico verlagen van ziekten als kanker, osteoporose en zelfs tandbederf.’

Bronnen:

1 Lancet, 1982; 2: 290-293
2 Am J Epidemiol, 1992; 135: 749-762
3 Br J Cancer, 1986; 53: 65-74
4 Lancet, 1983; I: 704
5 BMJ, 1988; 297: 647-650
6 Br J Cancer, 1985; 52: 765-769
7 Recent Results Cancer Res, 1986; 102: 127-136
8 Ophthalmic Physiol Opt, 1991; 11: 172-175
9 Psychol Med, 2001; 31: 949-964
10 J Autism Child Schizophr, 1976; 6: 157-162
11 Ott JN. Lecture to the Society for Clinical Ecology, 1974
12 Lighting Res Technol, 1995; 27: 243-256
13 Ergonomics, 1998; 41: 433-447
14 Photochem Photobiol, 2004; 80: 47-51


Allergisch voor licht

Er is een aantal aandoeningen waarbij overgevoeligheid voor licht kan ontstaan, waaronder de autoimmuunziekte lupus, de erfelijke aandoening xeroderma pigmentosum (uv-overgevoeligheid) en huidaandoeningen zoals erytropoëtische protoporfyrie (een stofwisselingsziekte) en polymorfe lichteruptie (zonne-allergie). Ook geneesmiddelen zoals sulfonamiden, tetracycline en thiazide diuretica kunnen overgevoelig maken voor licht.

Lichtovergevoelige reactie wordt meestal uitgelokt door zonlicht, maar ook tl-lampen kunnen, bij de intensiteiten die ook binnenshuis worden gebruikt, een reactie uitlokken1,2. Zowel uva- als uvb-straling van tl-lampen worden hiervan verdacht3,4. Bij nieuw onderzoek bleek dat zelfs gloeilampen een risico kunnen vormen voor lichtovergevoelige mensen5. Symptomen van lichtovergevoeligheid (fotosensitiviteit) kunnen zijn een roze of rode huiduitslag met kleine ronde blaartjes, schrale plekken of verhoogde vlekjes op de blootgestelde huid. Die kunnen jeuken of branden en ze kunnen enkele dagen blijven. Er zijn echter ook ernstigere reacties mogelijk, waarbij iemand een abnormaal lage bloeddruk kan krijgen of buiten bewustzijn kan raken6.

Een manier waarop mensen met lichtallergie zichzelf kunnen beschermen, is ervoor te zorgen dat de lamp een verstrooier (diffuser) heeft. Bij een onderzoek met lupuspatiënten werden er standaard acryl diffusers gebruikt die uvb-straling absorberen. Daardoor namen de problemen die de patiënten rapporteerden af tot vrijwel nul7. Dat hoeft echter niet te betekenen dat dit de oplossing voor iedereen is.

1 Br J Dermatol, 1973; 89: 351-359
2 Br J Dermatol, 1969; 81: 420-428
3 Ann Rheum Dis, 1994 juni; 53: 396-399
4 Ann NY Acad Sci, 1985; 453: 317-327
5 Ergonomics, 1998; 41: 433-447
6 Psychol Med, 2001; 31: 949-964
7 Arthritis Rheum, 1992; 53: 949-952


Spaarlampen: goed voor het milieu?

Spaarlampen bevatten het potentieel schadelijke metaal kwik (minimaal 5 mg per lamp) evenals een scala aan vluchtige organische componenten (VOC’s) en andere chemische vervuilers uit elektronische onderdelen. Dat betekent dat ze niet in de gewone vuilnisbak gegooid mogen worden. Volgens de wet moeten spaarlampen worden ingeleverd als klein chemisch afval (KCA). Wanneer ze gescheiden worden ingezameld, kan 92 procent ervan worden hergebruikt. Toch belanden veel spaarlampen waarschijnlijk gewoon in de vuilnisbak, waardoor ze tot giftige milieuschade kunnen leiden. In Amerika heeft de milieu-organisatie INFORM hierover een nieuw rapport uitgebracht. De hoofdauteur daarvan, Cameron S. Lory, zegt: ‘Kwik uit gebroken of weggegooide tl- en spaarlampen is een van de belangrijkste bronnen van kwikvervuiling in ons milieu.’

 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Het laatste woord; Patiënten en cliënten zijn vooral mensen

Als mens hebben we veel rollen. We zijn ouder en/of kind, partner, grootouder, buurman of -vrouw, collega, teammaat en nog veel meer. Op het moment dat iemand ernstig ziek wordt, blijft er vaak nog maar één rol over: die van patiënt. Voor iedereen is de zieke mens...

Eten als medicijn

De overgang vormt een kantelpunt in de gezondheid van elke vrouw. In Eten als medicijn: overgang legt gynaecoloog drs. Dorenda van Dijken uit hoe het vrouwenlichaam in deze levensfase verandert. Met haar adviezen én 75 recepten van culinair journalist Janneke...

Groeien met psychosynthese

In een souterrain aan de Amsterdamse Lijnbaansgracht zit de psychosynthese praktijk van Wim Verbeek (61). Een trap voert naar beneden, de wachtruimte in. Daarachter ligt zijn praktijk, warm en zacht verlicht. Verbeek, stevige handdruk en vriendelijke oogopslag, gaat...

Luister (niet) altijd naar je gevoel; Deel 1

In dit eerste deel van een tweeluik over ‘luisteren naar je gevoelens’ legt Cindy de Waard uit waarom dit zo belangrijk is. En waarom het niet altijd verstandig is om naar je gevoel te luisteren. Zij bekijkt het onderwerp vanuit een holistisch perspectief, met...

Je knie heeft zorg nodig

Vorig jaar kwam een man van 43 weer terug in mijn praktijk. Vier jaar eerder was hij bij mij geweest met knie-artroseklachten. De specialist had hem gezegd dat er geen genezing mogelijk was. Bezoeken aan meerdere behandelaars en acupuncturisten hadden hem ook niet...

Medisch Dossier avatar

Over de auteur