22-08-2010

De pandemie die niet bestond

Zette de farma-industrie de WHO onder druk om een pandemie-alarm af te kondigen over de uitbraak van de Mexicaanse griep?

Het is een bekende tactiek van de farma-industrie om moord en brand te roepen over te verwachten epidemieën en pandemieën. Op die manier worden Europese gezondheidsautoriteiten overgehaald om antivirale middelen aan te schaffen. Dit was afgelopen jaar ook het geval bij de verwachte epidemie van de Mexicaanse griep (H1N1), zo blijkt uit een nieuw rapport. Eén overheidsinstantie kreeg precies een uur de tijd om een bestelling te plaatsen ter waarde van vele miljoenen. Als dan nog niet besloten was zouden de medicijnen aan een ander land worden verkocht.
Deze onthullingen worden gedaan op een moment dat zowel de Raad van Europa als de WHO (World Health Organization) geconfronteerd worden met pijnlijke vragen over hun relatie met de farma. De handelwijze van de WHO, waarbij de uitbraak van de Mexicaanse griep tot pandemie werd gebombardeerd, ligt ook onder vuur.
In de tussentijd kan de farma-branche zijn winst uittellen die de zogenaamde pandemie heeft opgeleverd. In april jongstleden had GSK (GlaxoSmithKline) het prettige bericht voor zijn aandeelhouders dat met de verkoop van Pandemrix, het vaccin tegen de Mexicaanse griep, ruim 800 miljoen euro was verdiend. Daardoor kwam de winst over het eerste kwartaal ruim 750 miljoen euro hoger uit (17 procent).
GSK was slechts een van meerdere bedrijven die de gezondheidsinstanties lucratieve afspraken had weten af te dwingen om hun anti-griepmedicijnen en vaccins af te nemen. Bij de deal was bepaald dat deze automatisch van kracht werd op het moment dat de WHO de uitbraak van het virus tot pandemie ofwel fase-6-uitbraak verklaarde.
Dit griepalarm werd door de WHO in juni 2009 afgegeven. In Groot-Brittannië hielden de gezondheidsautoriteiten de angstige bevolking voor dat de pandemie wellicht 750.000 mensenlevens zou kosten.
Keji Fukuda, griepspecialist bij de WHO, verzekerde de pers onmiddellijk dat ‘de farmaceutische industrie geen enkele invloed had op besluiten van de WHO’. Maar drie weken vóór de afkondiging van het alarm hadden 30 kopstukken uit de farma-industrie een ontmoeting met de directeur-generaal van de WHO, Margaret Chan. Volgens het nieuwsblad Der Spiegel was deze groep alleen geïnteresseerd in het moment dat een fase-6-alarm zou worden afgekondigd.
Het innige contact tussen Big Farma en de beslissers bij de WHO stamt echter al van veel eerder dat jaar, toen de farma-branche een werkgroep van wetenschappers in het leven riep die zich de European Scientific Working Group on Influenza noemde. Voorzitter daarvan was Ab Osterhaus van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, een van de invloedrijkste adviseurs van de WHO ter wereld op het terrein van griepvaccins.

Intimidatietactiek?
Maar zelfs vóór dit griepalarm zette de farma-industrie regeringsinstanties al onder druk om een voorraad antivirale middelen aan te leggen. In april vorig jaar had Roche de Duitse gezondheidsautoriteiten in Thüringen laten weten dat zij één uur bedenktijd hadden om te beslissen of ze al dan niet 180.000 verpakkingen van het antivirale middel Tamiflu zouden afnemen. Zo niet ‘…… dan zou deze voorraad beschikbaar komen voor andere afnemers’, zo ontdekte Der Spiegel.
De beperkingen van Tamiflu werden door Roche enigszins verdoezeld. De bijsluiter vermeldt dat het middel ‘de duur van de griepsymptomen met een dag kan bekorten, op voorwaarde dat het wordt ingenomen binnen 48 uur uur nadat de eerste symptomen zich openbaren’.
De angst voor de Mexicaanse griep viel ook samen met de uiterste houdbaarheidsdatum van de voorraden Tamiflu in Engeland, waar het aangeschaft was ten tijde van de vogelgriep (H5N1), de pandemie die in 2005 niet doorging. Groot-Brittannië en de Verenigde Staten hadden een voorraad van meer dan 3 miljard dollar waar ze vanaf wilden. De VS kondigde de noodtoestand af en gebruikte de voorraden Tamiflu voor ambtenaren met functies die van vitaal belang waren.
Polen is een van de weinige landen die zich niet bang lieten maken. Zoals de gezondheidsminister het in het parlement stelde: ‘Is het mijn taak om overeenkomsten te sluiten die in het belang zijn van het Poolse volk of in het belang van de farmaceutische industrie?’ Er stierven uiteindelijk 170 Polen aan de Mexicaanse griep. Het staat niet vast of medicijnen hen hadden kunnen redden maar het aantal van 170 is in elk geval een stuk lager dan bij de gewone seizoensgriep.
Rond oktober 2009 was het duidelijk dat de Mexicaanse griep geen pandemie was en zelfs geen bijzonder heftige vorm van griep. Sommige gezondheidsautoriteiten kwamen tot de conclusie dat de aankoop van de overbodige voorraden antivirale middelen en vaccins min of meer opgedrongen was, en dat ze ook misleid waren door de WHO. De WHO op zijn beurt ontving rapporten dat het pandemie-alarm een overtrokken reactie was. Virologen van de Universiteit van Maryland hadden in augustus al bekendgemaakt dat het H1N1 virus geen pandemisch niveau zou bereiken en evenmin zou muteren tot een zogenoemde ‘superbacterie’1.
Zoals Wolf-Dieter Ludwig, voorzitter van de commissie Medicijnen van de Duitse Medische Associatie, het verwoordde: het is overduidelijk dat de farmaceutische bedrijven een gevaar hebben opgeblazen om geld te verdienen en de gezondheidsautoriteiten zijn er het slachtoffer van.


Onderzoek

Het gedrag van de farma-industrie en de WHO is onderwerp van onderzoek door een externe commissie die afgelopen mei van start is gegaan. De voorzitter daarvan, Harvey Fineberg, heeft laten weten dat geen van de commissieleden door de WHO wordt betaald en dat hij verwacht binnen het jaar een eindrapport te kunnen uitbrengen. Directeur-generaal Chan van de WHO hoopt volgens haar zeggen op een openhartig, kritisch, transparant, geloofwaardig en onafhankelijk verslag.
Desondanks zijn sommigen binnen het Europees Parlement al overtuigd van de schuld van de farma-bedrijven. Dr. Wolfgang Wodarg, voorzitter van de gezondheidscommissie van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa heeft de bangmakerij voor een Mexicaanse-grieppandemie ‘een van de grootste medische schandalen van de eeuw’ genoemd. Dit orgaan heeft een eigen onderzoek naar deze affaire in gang gezet en een van hun stellingen luidt: ‘Om hun gepatenteerde medicijnen en vaccins tegen de griep te promoten hebben farmaceutische bedrijven wetenschappers en volksgezondheidsinstanties beïnvloed om wereldwijd regeringen te alarmeren waardoor schaarse gezondheidszorgmiddelen verkwist werden aan nodeloze vaccinatie. Daarbij zijn miljoenen gezonde mensen blootgesteld aan de risico’s van een onbekend aantal bijwerkingen van onvoldoende uitgeteste vaccins. De vogelgriepcampagne in 2005 en 2006 en daarbij de campagne tegen de Mexicaanse griep lijkt zeer schadelijk te zijn geweest, zowel voor sommige gevaccineerde patiënten als voor landelijke volksgezondheidsbudgetten. Bovendien heeft dit afbreuk gedaan aan de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van belangrijke internationale gezondheidsorganisaties.’

Geloofwaardigheid
Per saldo profiteren drie groepen van angst voor ziekte:
• farmaceutische bedrijven, omdat elke gezondheidspaniek de verkoop van medicijnen opdrijft, of ze nu werkzaam zijn of niet;
• gezondheidsautoriteiten, vooral als ze af willen van oude voorraden om elk publiek debat te vermijden en juist als ‘goed voorbereid’ willen worden afgeschilderd; en
• de media, die weten dat angst voor ziekte de krantenverkoop bevordert.
Het probleem van de WHO en andere gezondheidsorganisaties is dat ze in de afgelopen tien jaar al driemaal alarm hebben geslagen over een komende epidemie of pandemie – SARS (Severe Acute Respiratory Syndrome), vogelgriep en de Mexicaanse griep – maar het steeds bij het verkeerde eind hadden. Daar brengt de WHO tegenin dat zij dat voor alle zekerheid doet; men staat sterk onder invloed van epidemiologen die van mening zijn dat er onvermijdelijk een grote pandemie aankomt en dat die al langer uitblijft dan verwacht mag worden.
Maar aantoonbaar is dat de farma-industrie een grote rol heeft gespeeld in het ensceneren van de jongste angst voor een epidemie, dus hoe geloofwaardig is de WHO nu nog?

Sommige feiten uit dit artikel zijn eerder gepubliceerd in Spiegel Online (www.spiegel.de/international/world/0,1518,682613,00.html)
1PLoS Currents, 25 augustus 2009; www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC2762341/
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...