De oorlog tegen kanker

Al dertig jaar bezig (en nog niet gewonnen) In 1971 verklaarde Richard Nixon de oorlog aan kanker en voorspelde dat de medische technologie ‘binnen zes jaar’ een geneesmiddel zou vinden: die snoeverij moest Kennedy’s doelstelling om een mens op de maan te zetten evenaren. Maar hoewel de macht van de Amerikaanse technologie de ruimte binnen tien jaar wist te bedwingen, bleek het een stuk moeilijker kanker te overwinnen.

Sindsdien is aan onderzoek en behandeling van kanker in totaal naar schatting meer dan 2000 miljard dollar1 uitgegeven. Het grootste deel van dat geld komt van ons als belastingbetaler, patiënt, consument en donateur aan charitatieve instellingen ten bate van bestrijding van kanker.

En wat hebben we eraan overgehouden? Afgaande op de geluiden van artsen, de farmaceutische industrie en de goededoelenorganisaties zijn we de oorlog tegen kanker aan het winnen en is het geneesmiddel steeds bijna binnen handbereik. Maar klopt dat wel? Laten we om te beginnen eens kijken naar de naakte mortaliteitscijfers aan kanker in onze zogenaamde ontwikkelde westerse wereld.

De cijfers

Ondanks de macht van de geneeskunde stierven er in de twintig jaar vanaf 1971 in Amerika elk jaar meer mensen aan kanker dan het jaar daarvoor; en dat in het land met de meest vooruitstrevende medische zorg ter wereld en de beste staat van dienst op het gebied van kankerbestrijding.

Hoewel de afgelopen tien jaar een kleine daling te zien was, is de harde waarheid dat het aantal sterfgevallen aan kanker in de afgelopen dertig jaar is verdubbeld. Dat pijnlijke gegeven wordt vaak verklaard door het gegeven dat de mens gemiddeld steeds langer leeft (uiteraard dankzij de geneeskunde) en er dus meer mensen lang genoeg leven om een degeneratieve ziekte als kanker op te lopen.

Maar check je deze verklaring bij een expert als dr. John Bailor, dan blijkt het excuus geen steek te houden. Bailor was twintig jaar lang senior statisticus bij het Amerikaanse Nationaal Kanker Instituut alsmede redacteur van het blad van die stichting. In 1985 zei hij: ‘De sterftecijfers van kanker blijven elk jaar maar stijgen. Dat zijn werkelijke stijgingen en dit is al jaren aan de gang.’2 Toen Bailor tien jaar later de cijfers nog eens onder de loep nam, concludeerde hij: ‘…jarenlang intensieve inspanning om met name de behandeling te verbeteren moeten we toch echt als een mislukking beschouwen’3.

Ook in Nederland stegen de sterftecijfers in de jaren zeventig nog, maar inmiddels zijn ze licht gedaald. Bij sommige vormen van kanker zijn ze echter alarmerend gestegen: stierven in 1964 16 op de 100.000 vrouwen aan borstkanker, in 2003 waren dat er 21 op de 100.000 4.

Biopsie als oorzaak van kanker

Als bij een screening eenmaal ontdekt is dat iemand kanker heeft , moet de diagnose bevestigd worden door een diagnostische test. Voorbeelden daarvan zijn de test op prostaatspecifiek antigen (PSA) of een biopsie. Daarbij worden stukjes weefsel opgezogen of uitgesneden (soms op wel twaalf verschillende plaatsen, zoals bij de prostaat) om die op kankercellen te controleren.

Die procedure is echter niet zonder risico: de meeste patiënten lopen er een infectie door op, 20 procent krijgt erge pijn en 15 procent raakt impotent5. Daar komt nog bij dat een biopsie helemaal niet zo nauwkeurig is, omdat er vaak toch geen kankercel wordt gevonden terwijl die er wel zijn6.

Het meest absurde is echter wel dat iemand door een biopsie juist kanker kan krijgen en de diagnose dus juist de ziekte kan veroorzaken. Die alarmerende constatering werd al vijftig jaar geleden gedaan toen bleek dat een geval van prostaatkanker was ontstaan door de biopsie7.

Maar in plaats van ernstig voor de procedure te waarschuwen, blijven artsen gewoon een biopsie aanbevelen voor de diagnose van prostaatkanker. En waartoe? Een groot Amerikaans militair ziekenhuis meldde dat maar liefst 1 op de 100 patiënten door een biopsie overlijdt8.

Nog erger is het verhaal bij biopsieën voor borstkanker. Hierbij blijken in ongeveer een op de drie gevallen kwaadaardige kankercellen ‘verplaatst’ te worden9. Daardoor krijgt 1 op de 15 vrouwen borstkanker juist door de biopsie10.

Ook door biopsie van de alvleesklier, longen of nieren kan kanker zich uitzaaien. Een leverbiopsie is het riskantst: daarbij is bij een op de zes gevallen een ‘significant risico’ van kankeruitzaaiing11.
Toch blijven artsen screening en biopsie adviseren, schijnbaar zonder rekening te houden met het medische principe primum non nocere (het belangrijkste is niet te schaden).

Kanker wegsnijden veroorzaakt kanker

De behandeling van kanker bestaat nog steeds uit de drie-eenheid van chirurgie, bestraling en chemotherapie: door critici ook wel ‘cut, burn and poison’(snijden, verbranden en vergiftigen) genoemd. Over chirurgie zijn de critici meestal het minst afwijzend omdat ze aannemen dat je de ‘tumorlast’ voor het lichaam verlaagt door de kanker weg te snijden. Maar is chirurgie wel altijd even goed?

Volgens de borstkankerchirurg Michael Baum is een operatie niet altijd goedaardig. Hij verwijst naar cijfers waaruit blijkt dat snijden juist vaak het risico verhoogt dat de kanker terugkomt of dat de patiënt overlijdt. Hij schreef een artikel waar zijn collegae geschokt op reageerden: ‘Does surgery disseminate or accelerate cancer?’ ofwel ‘Leidt chirurgie bij kanker tot uitzaaiing of versnelling van het ziekteproces?’ Daarin zette hij uiteen dat de vorming van metastases (secundaire tumoren) elders in het lichaam door een operatie gestimuleerd kon worden12.

Baum is beïnvloed door de theorieën van dr. Judah Folkman van de universiteit van Harvard, die aantoonde dat tumoren zich uitzaaien door nieuwe bloedvaten te vormen (angiogenese). Dit treedt op wanneer weefsels beschadigd worden en kan een trigger zijn voor de groei en uitzaaiing van een tumor. ‘De nieuw gevormde bloedvaten [na een incisie in een kankergezwel] voeren bloed en zuurstof aan zodat de tumor kan groeien,’ zegt Baum, ‘en tevens kunnen de kwaadaardige cellen erdoor naar andere organen worden meegevoerd om daar nieuwe tumoren te vormen.’

Bij een biopsie gebeurt er volgens Baum iets soortgelijks. Dat is een verklaring voor het feit dat er bij kanker zo vaak uitzaaiing voorkomt. ‘Een biopsie kun je zien als een angiogene schakelaar,’ zegt hij. ‘Neem een latent gezwel, waar een patiënt wellicht nooit schade van zal ondervinden, neem er een biopt van, zet daardoor de schakelaar om, en het gezwel is niet meer latent: het wordt een agressieve ziekte.’

Nog meer kanker door bestraling

Het tweede onderdeel van de behandeling is bestraling. Ook hiervan blijkt uit de ervaringen van de afgelopen dertig jaar dat ze haar doel voorbij kan schieten. Bij deze behandeling wordt het lichaam gebombardeerd met stralen die bij een hoge dosering elke levende cel doden en waarvan bekend is dat ze in welke dosis ook kanker veroorzaken. De gedachte erachter is dat alleen de kwaadaardige cellen bestraald moeten worden, maar die doelstelling is meestal niet haalbaar.

Inmiddels is bekend dat meer dan 60 procent van de patiënten die bestraald worden voor borstkanker, uiteindelijk longkanker ontwikkelt13. Bij sommige vrouwen kan de radiotherapie leiden tot een vorm van kanker die al sneller intreedt, met name tot een zeldzaam, agressief ‘angiosarcoom’. Deze vorm is bijna altijd fataal14. Andere vrouwen krijgen zelfs borstkanker van de bestraling15.

Geen wonder dat bij een recent literatuuronderzoek naar meer dan 20.000 gevallen van borstkanker bleek dat na twee jaar de bestraling al 21 procent meer vrouwen het leven had gekost dan ze had genezen16.

Ook bij longkanker kan radiotherapie volstrekt contraproductief werken. Bij een groot dossieronderzoek onder longkankerpatiënten bleek dat het risico van overlijden na bestraling 21 procent hoger lag dan bij patiënten die geen bestraling kregen17.

En dan zijn er nog de bijwerkingen. De meest voorkomende zijn vermoeidheid, misselijkheid en braken. Maar er wordt ook lichamelijke schade toegebracht, bijvoorbeeld aan het beenmerg met als gevolg osteoporose en gewrichtsklachten. Vooral radiotherapie van de borsten is gevaarlijk. In Engeland werd er een actiegroep opgezet, RAGE genaamd (= woede; Radiotherapy Action Group Exposure), door vrouwen die als gevolg van radiotherapie rampzalig letsel aan de arm(en) opliepen, last hadden van ernstige pijn en herhaaldelijk corrigerende operaties moesten ondergaan.

De kanker vergiftigen heeft geen zin

Het derde belangrijkste wapen tegen kanker is chemotherapie: met toxische stoffen alle cellen doden die aan het delen zijn, zowel de normale als de kwaadaardige, in de hoop dat die stoffen eerder ten onder gaan dan de patiënt eraan overlijdt. De middelen die tegenwoordig voor chemotherapie worden gebruikt, zijn vaak ‘familie’ van mosterdgas.

Ze zijn zo giftig dat het ziekenhuispersoneel bescherming draagt wanneer het de middelen aan een patiënt toedient. De meeste mensen zijn wel op de hoogte van de wrede bijwerkingen van een chemokuur, maar wat de arts zijn patiënt vaak niet vertelt, is dat er maar weinig bewijzen zijn dat deze vorm van schieten met hagel het leven daadwerkelijk verlengt. De Amerikaan Tom Nesi, werkzaam voor de farmaceutische gigant Bristol-Myers Squibb, overtuigde zijn vrouw ervan de nieuwste chemokuur van zijn bedrijf tegen haar kanker in te zetten. Al na twee weken smeekte ze de kuur te staken18.

In de ogen van veel mensen is hun chemokuur inderdaad een zuiverende beproeving: een straf die zo zwaar is dat ze er op wonderbaarlijke wijze door zullen genezen van hun zondige ziekte kanker. Zelf willen artsen geen chemotherapie ondergaan. Bij een Canadese enquête onder artsen bleek dat de overgrote meerderheid een chemokuur zou weigeren omdat ze het té giftig en grotendeels ineffectief vonden19.

De naakte waarheid is dan ook dat afgaande op de wetenschappelijke bewijzen chemotherapie in veel gevallen helemaal niet helpt . Bij een enorm groot borstkankeronderzoek bleek dat ‘adjuvante therapie’ (chemokuur plus bestraling) niet tot een hoger gemiddeld overlevingscijfer bij borstkanker leidde20. Je zou verwachten dat de artsen in reactie op dit nieuws de chemotherapie zouden afschaffen.

Niets was minder waar: ze verhoogden de doses. Een beroemd voorbeeld van een persoon die deze hooggedoseerde chemotherapie dapper onderging, was Linda McCartney, die uiteindelijk bezweek aan ofwel de kanker ofwel de chemokuur. Uit een publicatie uit diezelfde tijd van haar overlijden bleek dat een hooggedoseerde chemokuur 8 procent van de patiënten het leven kost terwijl hij weinig voordelen oplevert21.

Dit was allemaal al jaren bekend. In 1992 voerde de Duitse kankerexpert dr. Ulrich Abel een uitvoerige analyse uit van alle klinische gegevens over chemotherapie bij kanker in een vergevorderd stadium. Zijn conclusie luidde: ‘Er zijn geen directe bewijzen dat chemotherapie de overlevingskans van mensen met carcinomen in een vergevorderd stadium vergroot.’ Daarmee viel hij de algemene opvatting van zijn collegae aan: ‘Veel oncologen gaan er voetstoots vanuit dat een patiënt langer overleeft wanneer er een respons te zien is op de behandeling. Die opvatting is gebaseerd op een denkfout en wordt niet ondersteund door klinisch onderzoek.’22

Volgens Abel gebruiken specialisten de term ‘respons’ om de patiënt te doen geloven dat de chemotherapie helpt, maar ze vermelden er niet bij dat een respons zelden inhoudt dat het leven significant verlengd wordt of dat de kwaliteit van leven significant toeneemt. In 1978 werd dit al uitzonderlijk open toegegeven door een van de belangrijkste Amerikaanse specialisten op het gebied van colonkanker, dr. Charles Moertel van de prestigieuze Mayo Kliniek. ‘Zelfs bij de meest ideale dosis,’ schreef hij in zijn verslag over de waarde van 5-FU (5-fluorouracil), het belangrijkste chemomiddel bij colonkanker, ‘is er slechts bij 15 tot 20 procent van de patiënten een objectieve respons te meten op 5-FU. Meestal is zo’n repons slechts gedeeltelijk en zeer tijdelijk. Deze minieme winst voor slechts een klein deel van de patiënten weegt waarschijnlijk totaal niet op tegen het schadelijke effect van de toxiciteit bij andere patiënten en tegen de kosten en het ongemak voor alle patiënten.’

Toch concludeerde Moertel vervolgens, in navolging van de meeste artsen, dat chemotherapie niet moet worden afgeschaft, maar gebruikt moet blijven als ‘afleidingsmanoeuvre’ om de patiënt ervan te overtuigen dat er nog behandelingen zijn die zouden kunnen helpen. ‘Als een patiënt een gastro-intestinale vorm van kanker heeft, hebben hij en zijn gezinsleden grote behoefte aan hoop.

Als wij hun die hoop niet bieden, gaan ze die heel snel zoeken bij kwakzalvers en charlatans.’23 Hoewel er genoeg bewijzen zijn dat 5-FU zelf een toegelaten vorm van kwakzalverij is, is dit middel 25 jaar later nog steeds de standaardbehandeling voor colonkanker. Het afgelopen jaar werd zelfs Xeloda, en van de laatste ontwikkelingen in de chemotherapie, nog in Nederland toegelaten, terwijl het niets anders doet dan zich in het lichaam in 5-FU te laten omzetten.

Zelfs in de wereld van de kankerbestrijders zelf zijn er tegenwoordig artsen die de volledige behandeling in twijfel trekken. Zij geven openlijk uiting aan hun afschuw voor de wreedheid die de onheilige drie-eenheid ‘snijden, verbranden en vergiftigen’ met zich meebrengt. Zoals de Amerikaanse kankerspecialist dr. Robert Wittes het zegt: ‘We mogen hopen dat in de komende tien tot vijftien jaar de medische vooruitgang ervoor zal zorgen dat de huidige editie van het Handboek zal klinken als een archaïsch geschrift uit de Middeleeuwen.’24

Stijfkoppig onderzoek

Uit welke hoek moet de vooruitgang bij kanker dan komen? De gevestigde belangen van chirurgie, chemotherapie en bestraling zullen niet staan te springen om veranderingen in de status-quo. Zoals een grappenmaker het ooit zei: ‘Er zijn nu eenmaal meer mensen die leven van kanker dan mensen die eraan doodgaan.’ Partijen waarvan je vooruitgang zou mogen verwachten, zijn misschien de charitatieve instellingen, die immers altruïstisch zouden moeten zijn en geen commerciële belangen zouden mogen hebben.

Deze grote organisaties zijn de rijkste charitatieve instellingen ter wereld. Het Britse Cancer Research UK (CRUK) ontvangt bijvoorbeeld jaarlijks 300 miljoen pond aan giften en het Nederlands Kanker Instituut ontvangt, naast zijn donateursgelden, jaarlijks rond de 9 miljoen euro subsidie.

In Engeland gaat het grootste deel van het geld naar onderzoek, met name klinische trials. En welke mogelijke doorbraken worden daar dan wel niet onderzocht? Antwoord: geen. Van de 188 onderzoeken die op dit moment door CRUK worden gefinancierd, gaat er vrijwel geen over iets anders dan de bestaande chemokuren en bestralingen. Slechts bij één trial wordt (heel summier) gekeken naar het dieet en bij een andere wordt gekeken naar ‘geleide visualisatie en ontspanning’, een techniek die allang goed onderzocht is.

Dus blijft de vraag: waar moet de doorbraak, die de charitatieve instellingen zo oprecht beloven als ze met hun collectebussen rammelen, vandaan komen? Op dit moment is alle hoop gevestigd op een ‘nabije oplossing’ vanuit de hoek van de genetica. De heersende opvatting is dat kanker ontstaat door genetische mutaties bij een aantal oncogenen (kankergenen). Het enige wat we nodig hebben, is een middel dat die genen kan ‘uitzetten’ en hopla!, het is afgelopen met kanker.

Maar als het zo eenvoudig is, waar blijven dan de genezingen? Steeds meer genetici denken dat de eenvoudige reden dat er geen werkzame gentherapie is voor kanker, is dat de uitgangstheorie stijfkoppig en fout is. Brian Goodwin, hoogleraar in de biologie, zegt: ‘Inmiddels weten we dat elke kanker anders is, zodat het erg moeilijk zal worden nieuwe gentherapeutische middelen te vinden die kankercellen specifiek aanpakken.’25

Ook uit onderzoek van de Universiteit van Californië in Berkeley blijkt dat kanker niet in eerste instantie een genetische aandoening is, maar een ziekte waarbij de normale celgroei wordt gestoord door externe factoren, zoals stoffen in het milieu, straling en stress26. ‘Door deze nieuwe/oude opvatting van kanker wordt de nadruk verlegd van genezing naar preventie,’ zegt Goodwin. ‘De vele vervuilende stoffen in het milieu moeten worden onderzocht op de mate waarin ze kanker verwekken. En er moet veel uitvoeriger onderzoek gedaan worden naar het fenomeen van kankerremissie, waarbij het individu op eigen kracht de kanker overwint. Een remissie kan door verschillende soorten stimuli voor het hele lichaam optreden, zoals verandering van dieet, levensstijl en vele andere niet-specifieke invloeden.’

Hoe kan kanker zomaar overgaan?

Het onderzoek naar kanker moet duidelijk een andere kant op. Mogelijk is één richting die van het mechanisme van spontane remissie, zoals professor Goodwin oppert. Door de hele medische literatuur heen duiken steeds casussen op van schijnbaar vergevorderde, soms zelfs ‘terminale’ vormen van kanker die op onverklaarbare en plotselinge wijze verdwijnen. Vlak voor zijn onverwacht overlijden, toen hij nog geen vijftig was, verzamelde medisch onderzoeker Brendan O’Regan meer dan duizend casussen van schijnbaar ‘miraculeuze’ genezingen van kanker; zonder duidelijke medische of zelfs goddelijke interventie27.

Wat hieruit blijkt is dat spontane regressie van kanker geen wonderbaarlijke genezing, fantasieverhaaltje of grap is. Het is een biologisch feit waaruit valt op te maken dat er wellicht toch een schakelaar is die de kanker kan uitzetten. Maar zolang het onderzoek naar kanker niet van richting verandert, zal de geneeskunde altijd in het duister blijven tasten op zoek naar die schakelaar.

Tony Edwards

BRONNEN

1Wall Street Journal, 16 oktober 2002
2Toespraak voor de jaarlijkse bijeenkomst van de American Association for the Advancement of Science, mei 1985
3N Engl J Med, 1997; 336: 1569-1574
4www.statline.cbs.nl
5J Urol, 2001; 165: 445-454
6Prostate Cancer Prostatic Dis, 2000; 3: 13-20
7J Urol, 1953; 70: 937
8J Urol, 1989; 142: 86-88
9Am J Roentgenol, 1999; 173: 1303-1313
10Acta Radiol Suppl, 2001; 42: 1-22
11Dis Colon Rectum, 2003; 46: 454-458
12Lancet, 1996; 347: 260
13Med Oncol, 1994; 11: 121-125
14J Am Acad Dermatol, 2003; 49: 532-538
15Int J Radiat Oncol Biol Phys, 1995; 31: 405-410
16Lancet, 2000; 355: 1757-1770
17Cochrane Database Syst Rev, 2003; 1: CD002142
18The New York Times, 5 juni 2003
19Br J Cancer, 1986; 54: 661-667
20JAMA, 1991; 265: 391-395
21Lancet, 1999; 353: 1633
22Biomed Pharmacother, 1992; 46: 439-452
23N Engl J Med, 1978; 299: 1049-1052
24Manual of Oncologic Therapeutics, National Cancer Institute, 1991
25Rethinking Cancer, from cure to prevention, Institute of Science in Society, 8 februari 2001; www.i-sis.org.uk
26Biochem J, 2000; 348: 497-506
27Spontaneous Remission: An Annotated Bibliography, Sausalito, CA: Institute of Noetic Sciences, 1993


Screening heeft geen zin meer schade dan baat – onnodige behandelingen

Een van de argumenten die zouden staven dat we vooruitgang boeken in de oorlog tegen kanker, is dat artsen tegenwoordig op kanker kunnen screenen. Zodoende kunnen ze de ziekte eerder opsporen en behandelen. Die opvatting is zo vast verankerd in de geesten van de medici, dat het niet uitmaakt hoeveel bewijzen er zijn voor het tegendeel: zelfs niet als eruit op te maken valt dat er geen enkele vorm van kanker is waarbij screenen zin heeft.

Neem bijvoorbeeld het verhaal van de bekering van professor Michael Baum, een vooraanstaande Engelse deskundige op het gebied van borstkanker, tevens een van de drijvende krachten achter de instelling van screening op borstkanker in Engeland in 1987.

In eerste instantie blij met zijn schepping, kreeg hij er in de loop der jaren steeds meer twijfels over. Na nauwkeurige bestudering van de gegevens van de laatste vijftien jaar moet hij concluderen dat de verwachte voordelen van screening grotendeels een mythe blijken. ‘Een veelvoorkomende misvatting is, dat vroegtijdige screening een voordeel is en dat de mortaliteit erdoor daalt,’ zegt hij1. Inmiddels denkt Baum zelfs dat screening juist levens kost doordat ze tot onnodige biopsieën en operaties leidt2.

Hetzelfde geldt voor prostaatkanker. Bij deze ziekte wordt het prostaatspecifiek antigen (PSA) als feilloos teken van de kanker gezien. Uit ervaring blijkt echter dat de test helemaal niets uitwijst. Erger nog: niet alleen is er ‘geen geloofwaardig bewijs’ dat screening op PSA levens redt, er zijn zelfs deskundigen die zeggen dat de screening mensen schade heeft berokkend, soms met de dood tot gevolg, vanwege de onnodige behandelingen die erdoor zijn gegeven.

In een publicatie van de Universiteit van Yale staat het in koude klinische bewoordingen als volgt: ‘… screening van de gehele populatie (bij vele mannen gevolgd door een diagnose en behandeling) leidt tot aanzienlijke morbiditeit en mortaliteit omwille van een ziekte die vaak niet eens dodelijk is.’3

1BMJ, 2003; 327: 101-103
2Int J Epidemiol, 2004; 33: 66-67
3J Sci Am, 2000; 6 Suppl 2: S188-192


De psychologie van kanker hulpeloosheid – hopeloosheid – constante stress

Ooit werd aan Sir Peter Medawar, groot Engels wetenschapper in de immunologie en Nobelprijswinnaar, gevraagd wat het beste recept zou zijn tegen kanker. Zijn antwoord: ‘Een opgewekt karakter.’

Al eeuwen wordt er verslag gedaan van een relatie tussen kanker en persoonlijkheid. Pas in de afgelopen twintig jaar echter is dit onderwerp op de voorgrond getreden omdat we nu meer weten over het verband tussen mentale processen en het immuunsysteem.

Een van de goeroes op dit gebied van de psychoneuro-immunologie (PNI) is de Amerikaanse psycholoog Lydia Temoshok. Zij heeft enkele persoonlijkheidskenmerken gedefinieerd die volgens haar vatbaar maken voor kanker. De twee belangrijkste zijn problemen met het uiten van emoties en de neiging zich hulpeloos/hopeloos op te stellen. Samen maken ze deel uit van wat zij noemt een ‘type C persoonlijkheid’1. Haar redenering luidt dat iemand door deze karaktereigenschappen niet zijn ‘stressoren oplost’, zodat het lichaam gedwongen wordt tot constante stressreactie. Door de stoffen die bij die stressreactie aangemaakt worden, raakt het immuunsysteem overbelast. Zo wordt een persoon vatbaar voor kanker2.

Nog verder doorgevoerd is dit concept door de Duitse oncologisch chirurg dr. Ryke-Geerd Hamer. Hij bestudeerde meer dan 20.000 patiënten met kanker en ontdekte dat de overgrote meerderheid een onopgelost emotioneel conflict had vlak voordat de kanker ontstond. Hamer heeft de chirurgie er nu grotendeels aangegeven ten faveure van de psychotherapie. Volgens hem heeft zijn behandeling met veel succes tot grote veranderingen geleid bij zijn kankerpatiënten.

1Cancer Surv, 1987; 6: 545-567
2Ann NY Acad Sci, 2000; 917: 446-455


Chemotherapie helpt in feite niet oorzaak van nieuwe gezwellen – werkt niet bij vaste tumoren

Chemotherapie leidt maar bij 3 procent van de gevallen van kanker tot een substantiële remissie. Dat geldt met name voor bloedkanker zoals de ziekte van Hodgkin, leukemie en Burkitt-lymfomen. Ook bij kanker van de testikels en eierstokken boekt de therapie succes.

Toch kunnen er zelfs bij deze ziekten ernstige bijwerkingen optreden, zowel op de lange als op de korte termijn. Veel chemotherapeutica veroorzaken zelf weer kanker op latere leeftijd. Bijna 8 procent van de kinderen die voor leukemie worden behandeld, ontwikkelt later kanker van de botten, schildklier en borsten1. Bij eierstokkanker is er een verband tussen chemotherapie en een hoge incidentie van leukemie op latere leeftijd2.

Maar de soorten kanker die tegenwoordig het meest voorkomen, vormen vaste tumoren, waartegen chemotherapie minder goed werkt. Voorbeelden zijn kanker van de borsten, longen, colon, maag, lever, alvleesklier en prostaat. Tegen al die vormen heeft chemotherapie in feite geen enkel effect.

Zoals de New yorkse kankerdeskundige dr. Albert Braveman het zei: ‘Artsen in opleiding zouden moeten leren dat chemotherapie geen vast onderdeel uitmaakt van de behandeling van elke kankerpatiënt. Veel oncologen raden chemotherapie aan bij vrijwel elke tumor. Ze blijven onvermoeid vertrouwen op een behandeling die vrijwel altijd faalt.’3

1J Natl Cancer Inst, 2001; 93: 618-629
2Prog Clin Biol Res, 1992; 374: 167-174
3Lancet, 1991; 337: 901-902


De beste alternatieven oorzaak opsporen – ontgiften – metabole type vaststellen

Als de reguliere behandeling zo slecht werkt, waar moet u dan naartoe? Volgens Lothar Hirneise van Menschen Gegen Krebs en Frank Wiewel van People Against Cancer zijn er overeenkomsten te vinden tussen mensen die kanker overleefden. Dit zijn enkele kenmerken:
– Zij vonden en veranderden de psychologische/emotionele oorzaak. In de theorieën van de Germanische Neue Medizin (Ryke-Geerd Hamer), Synergetik (Bernd Joschko), nexus (Lothar Hirneise) en adrenaline (Waltraut Frida) wordt de oorzaak van kanker bestreden in plaats van de symptomen. Alle vier methoden elimineren de stress en lossen het trauma of onopgeloste conflict op dat tot kanker heeft geleid.
– Zij veranderden hun eetgewoonten. Ze bereikten het meeste succes met:
o het metabolic typing diet, ontwikkeld door William Wollcott, die ontdekte dat elk mens een andere behoefte heeft aan koolhydraten en eiwitten in zijn dieet;
o het Stockholmprotocol, een supplement tegen kanker op basis van co-enzym Q10. Bij een hoge dosis daarvan (400-600 mg) kan de tumor in grootte afnemen en zelfs verdwijnen. Het protocol bestaat uit een goed multivitamine/mineralenpreparaat plus 1,2 g gammalinoleenzuur, 3,5 g omega-3, 58 mg (32, 248 IE) bètacaroteen, 2,8 g vitamine C, 2500 IE vitamine E, 385 μg selenium en 390 mg CoQ10, in te nemen met een eetlepel olijfolie.
o het Gersondieet (dat veel lijkt op het Moermandieet) en andere rauwkosttherapieën. Deze werken voornamelijk doordat voedingsmiddelen, en de fotonen of de subatomisch lichte moleculen waaruit ze bestaan, op hun sterkst worden gebruikt.
o Dr. Johanna Budwig was een voorstandster van een dieet van olie en eiwitten (met cottagecheese en lijnolie) waardoor het voltage van de lichaamscellen, dat veel te laag is bij kanker, verhoogd wordt.
– Zij ontgiften het lichaam. De meeste kankerpatiënten hebben een zeer vervuild lichaam. Wil welke therapie dan ook slagen, dan is een ontgiftingsproces onontbeerlijk. Dit moet bestaan uit:
o colonzuivering met een koffieklysma en colonhydrotherapie;
o verwijdering van amalgaamvullingen (zie het WDDTY Dental Handbook voor het juiste protocol);
o baden met natriumbicarbonaat om overmatige zuren uit de cellen te verwijderen: deze zijn te hoog bij kankerpatiënten;
o saunabaden met infrarood als er veel chemische vervuiling is.
– Zij vernietigden de kanker geleidelijk. Veilige antikankermiddelen zijn onder andere:
o PAPIMI, ontworpen door de Atheense professor Panos Pappas, waarbij elektromagnetische stralen worden gebruikt om het voltage in lichaamscellen te verhogen;
o elektro-galvano, waarbij elektriciteit met lage voltages wordt gebruikt om tumorcellen te doden (en geen gezonde cellen);
o hoge doseringen hormoonblokkers, zoals busereline, gedurende twaalf weken van 20-40 maal de normale dosering;
o hittetherapie (hyperthermie), waarbij met zeer gerichte radiostralen de temperatuur van de tumor wordt verhoogd tot ongeveer 44 ˚C (vernietigt alleen kankercellen);
o kankervaccins;
o specifieke immuuncellen die zo geprogrammeerd zijn dat ze alleen kankercellen aanvallen;
o koortstherapie, waarbij bacteriële toxinen worden gebruikt om koorts te veroorzaken zodat de kankercellen vernietigd worden.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met People Against Cancer (tel. 001 515 972 4444; fax 001 515 972 4415; e-mail: info@PeopleAgainstCancer.net; website: www.PeopleAgainstCancer.net); Menschen gegen Krebs (tel. 0049 715 191 0217; fax 0049 715 191 0218; email: mgk@krebstherapien.de; website: www. krebstherapien.de). Zie ook het artikel over Lothar Hirneise in Ode 60: www.ode.nl/article.php?aID=3751.

1Biochem Biophys Res Commun, 1994; 199: 1504-1508


Kanker voorkomen

Het verband tussen kanker en leefstijl
De Mayo Kliniek in Rochester legde in een onderzoek onder 30.000 Amerikaanse vrouwen het verband vast tussen voeding, leefstijl en kanker. Vrouwen die zich hielden aan de richtlijnen van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds, bleken 35 procent minder kans op kanker te hebben dan de rest van de onderzoeksgroep die zich niet aan deze regels hield. Deze richtlijnen houden onder meer in: voldoende bewegen, niet roken, niet of matig alcohol drinken, veel groenten en fruit eten en weinig zout en vet. Vlees mag, maar niet meer dan 80 gram per dag, en dan liever wild of gevogelte dan rund-, varkens- of lamsvlees. Daarnaast wordt geadviseerd twee keer per week vis te eten. Tot slot bleek dat zwaarlijvigheid de kans op kwaadaardige tumoren vergroot.
Voor meer informatie zie: www.wcrf-nl.org en www.mayo.edu.

 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...