De obesitas-paradox

De obesitas paradox medischdossier.org

Een beetje overgewicht of zelfs zwaarlijvigheid zou ons beschermen tegen vroegtijdig overlijden. Sommige onderzoeken lijken deze zogenaamde obesitasparadox te bevestigen. Tijd voor een kritische noot. Want als je de ongerijmdheden uit deze onderzoeken haalt, wordt de ware impact van overgewicht alsnog onthuld.

Mensen met een beetje overgewicht zouden beter beschermd zijn tegen een reeks chronische gezondheidsproblemen en zouden mogelijk zelfs langer leven. Dit merkwaardige verschijnsel dat uit sommige onderzoeken naar voren komt, staat bekend als de obesitasparadox.

Volgens BMI-metingen (BMI staat voor bodymassindex) wordt obesitas gedefinieerd als elke score boven de 30. Maar mensen met overgewicht ofwel een BMI van 25 tot 29,9 lopen het laagste risico op een vroege dood volgens sommige onderzoeken. Daardoor lijkt het alsof dat beetje vet rond het middel voor een langer in plaats van korter leven zorgt.

Mensen met overgewicht zouden dezelfde bescherming hebben als slanke mensen met een BMI-score tussen 18,5 en 24,9. Vreemder: mensen met ondergewicht – met een BMI van 18,5 of lager – zouden het grootste risico hebben op een vroege dood, gelijk aan mensen met morbide obesitas ofwel een BMI van 35 of hoger. En jonge mensen met een laag BMI (18,5 tot 24,9) zouden meer kans hebben op vaatwandstijfheid; een voorbode van hart- en vaatziekten.1

‘Zwaarlijvigheid op zichzelf kan een overlevingsvoordeel opleveren, onafhankelijk van leeftijd, medische zorg of behandeling (…) misschien moet de definitie van zwaarlijvigheid worden herzien,’ aldus onderzoekers van het Naval Medical Center in San Diego.2

Standaardmaatstaf

Een discussie aangaan over de wetenschap achter de BMI-score, de standaardmaatstaf voor het voorspellen van gezondheid en levensduur, blijkt niet eenvoudig. Artsen die het percentage aan lichaamsvet vroeger beoordeelden met eenvoudige gewichts- en lengtemetingen, gebruiken nu de nauwkeurigere BMI-score: het gewicht in kilo’s gedeeld door het kwadraat van de lichaamslengte in meters.

Dit is dus geen directe meting van lichaamsvet, maar vormt wel een redelijke leidraad, aldus de Centers for Disease Control and Prevention (CDC), de Amerikaanse volksgezondheidsdienst.

BMI houdt geen rekening met spiermassa

Dit is geweldig nieuws voor de 30% van de Amerikaanse volwassenen met overgewicht die gemiddeld zo’n drie fastfoodmaaltijden per week naar binnen werken. Zelfs de 42% zwaarlijvige Amerikanen lijken zich niet al te veel zorgen te hoeven maken, aangezien hun gewichtspro-blemen het risico op vroegtijdig overlijden met slechts

3% verhogen. Alleen mensen met morbide obesitas zouden de inname van koolhydraten moeten verminderen. De schatting van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is dat overgewicht wereldwijd direct verantwoordelijk is voor 2,8 miljoen sterfgevallen per jaar. Dat klinkt als veel, maar met een wereldbevolking van 8 miljard is dat een jaarlijkse sterfte door gewichtsgerelateerde gezondheidsproblemen van slechts 0,035%.

h?

Dit alles klonk totaal niet logisch voor Ryan Masters, universitair hoofddocent sociologie aan de Universiteit van Colorado. Hij besloot uit te zoeken hoe het werkelijk zat. Masters vermoedde dat de BMI-score de kern van de paradox was. BMI houdt namelijk geen rekening met verschillende lichaamssamenstellingen – bijvoorbeeld met de spiermassa van sporters of gewichtheffers – en ook niet met hoe lang iemand op zijn of haar huidige BMI-score zit.

Ook is de BMI gestoeld op een westerse kijk op lichaamstypes. De Inuit-bevolking van Groenland heeft lange torso’s en korte benen, wat betekent dat zij meer wegen voor hun lengte dan witte mensen, op wie de BMI-metingen zijn gebaseerd. Volgens de BMI zijn de meeste Inuit daardoor zwaarlijvig – en toch is ziekte een zeldzaamheid bij deze fysiek actieve bevolkingsgroep die nog altijd als jagers-verzamelaars leeft.3

Ryan Masters maakte een nieuwe analyse van de BMI-scores en gezondheidsgegevens van meer dan 17.000 Amerikanen die tussen 1988 en 2015 hadden deelgenomen aan de National Health and Nutrition Examination Survey (NHANES).4

Ongeveer 20% van de deelnemers, die volgens hun BMI-score gezond waren, had het voorgaande decennium overgewicht of obesitas. Omgekeerd had 37% van de deelnemers pas sinds kort overgewicht of obesitas. Gezondheid en BMI-niveaus ‘werken niet als een lichtknop,’ aldus Masters. ‘Het kan vele jaren duren voordat de echte impact van obesitas op iemands gezondheid zichtbaar wordt.’

Ongerijmdheden

Als deze ongerijmdheden worden gladgestreken, wordt de ware omvang van de schade door obesitas duidelijk. Overgewicht is verantwoordelijk voor 16% van alle sterfgevallen per jaar en is dus minstens vijf keer dodelijker dan dat de huidige schattingen van de WHO suggereren.

Overgewicht en obesitas verhogen het risico op vroegtijdig overlijden tussen de 22 en 91%, berekende Masters. Als hij gelijk heeft, is obesitas direct verantwoordelijk voor 10,7 miljoen doden per jaar wereldwijd.

De paradoxale U-vorm die de onderzoeken laten zien, verdwijnt en in plaats daarvan ontstaat een stijgende rechte lijn, waarbij de lichtste mensen het laagste en de zwaarste mensen het hoogste risico lopen op vroegtijdig overlijden. Ook het zogenaamde beschermende effect van een beetje overgewicht verdwijnt.

Volgens Masters ‘onderschatten bestaande studies de gevolgen voor de sterftecijfers in een land waar goedkoop, ongezond voedsel steeds toegankelijker is geworden en een zittend leven de norm is geworden.’

Helemaal afstand doen van de BMI is misschien wat voorbarig, maar de tekortkomingen ervan moeten worden erkend en een directere meting van lichaamsvet moet worden overwogen. Zoals met bio-elektrische impedantie analyse (BIA-meting), die gebruikmaakt van elektrische stromen.

Zelfs eenvoudigere metingen, zoals tailleomvang, zijn betere indicatoren voor het ziekte-risico. Een tailleomvang vanaf 102 centimeter bij mannen en vanaf 88 centimeter bij vrouwen is een veel sterkere voorspeller van hartstoornissen volgens onderzoekers.5 Eén ding is zeker: overgewicht of zelfs lichte obesitas is dodelijk, ook al vertellen sommige BMI-onderzoeken misschien iets anders.

Dit artikel is vertaald en bewerkt en komt uit WDDTY, mei 2023.

Bronnen

  1. Curr Hypertens Rev, 2021; 17(3): 245–9.
  2. Crit Care Clin, 2010; 26(4): 583–96.
  3. Int J Circumpolar Health, 2013; 72(1); 21086.
  4. Popul Stud (Camb), 2023; 77(1): 35–53.
  5. American College of Cardiology Scientific Session, Chicago, April 2, 2016.

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Bryan Hubbard

Over de auteur

Bryan Hubbard studeerde filosofie aan de universiteit van Londen. Hij is de echtgenoot van Lynne McTaggart en samen zijn zij directeur van twee uitgeverijen, WDDTY Publishing Ltd en New Age Publishing Ltd. Hij is uitgever van het maandblad What Doctors Don’t Tell You. ( Het moederblad van Medisch Dossier)

Lees meer artikelen van Bryan Hubbard