(a)typisch voorbeeld van ongezond
De opkomst van atypische antipsychotica
De eerste neuroleptica en hun bijwerkingen
Hoe is die opvatting dan ontstaan? De eerste neuroleptica werden in de jaren vijftig gemaakt om de hallucinogene en paranoïde symptomen tegen te gaan die optreden bij schizofrenie en andere psychoses.
Helaas gaven ze ongewenste bijwerkingen op het niveau van het extrapiramidale zenuwstelsel (het motorische systeem van de hersenen) zoals tardieve dyskinesie (een bewegingsstoornis met spierstijfheid), tics, trillen en andere ongewilde bewegingen.
De introductie van atypische antipsychotica
Na de introductie van clozapine (Leponex), het eerste middel, kreeg deze nieuwe generatie middelen de verzamelnaam ‘atypische antipsychotica’.
Die naam fungeerde als visitekaartje voor de nieuwe klasse medicijnen, waaronder ook olanzapine (Zyprexa), quetiapine (Seroquel) en risperidon (Risperdal) vallen. Veelbelovend was hun onderdrukkende effect op de depressieve en antisociale kanten van psychische stoornissen, die tot dan toe niet met medicijnen te behandelen waren.
En hoewel elk atypisch antipsychoticum zijn eigen batterij aan bijwerkingen had, leek uit de onderzoeken op te maken dat die geen van alle zo ernstig waren als de hiervoor beschreven extrapiramidale bijwerkingen1. Dat betekent echter niet per se dat ze veiliger zijn.
Dubieus
Onderzoeksmethoden onder de loep
Bij bestudering van de publicaties over zowel de moderne als de oudere antipsychotica, ontdekten de onderzoekers soms dubieuze methodologieën. Zo werden bevindingen gebaseerd op niet-vergelijkbare doseringen uit verschillende klinische trials. Door de bank genomen bleken de atypische antipsychotica geen duidelijke voordelen te hebben wat betreft werkzaamheid, verdraagbaarheid of mentaal functioneren.
De onderzoekers waarschuwden zelfs dat ‘het veelgebruikte argument voor de moderne antipsychotica van het kleinere risico van extrapiramidale symptomen moet worden afgewogen tegen andere ongewenste bijwerkingen’2.
Ernstige bijwerkingen
De lijst van schadelijke (en soms levensgevaarlijke) bijwerkingen van atypische antipsychotica is zeer lang. We noemen er een paar:
• Agranulocytose (een te lage telling witte bloedcellen), waardoor de vatbaarheid voor infecties groter wordt. Dit wordt zo vaak gezien bij gebruik van clozapine, dat dit middel alleen nog als laatste redmiddel wordt voorgeschreven, en dan nog alleen onder strenge (en dure) controle3.
• Acathesie (extreem rusteloze bewegingen van armen en benen): een extrapiramidaal symptoom. In een recente casusstudie kregen twee patiënten dit symptoom na gebruik van quetiapine4.
• Cognitieve problemen, wederom aangetroffen bij quetiapine5.
• depressie: volgens een recente casus gezien bij een schizofrene patiënt die quetiapine nam. Misschien verergeren atypische antipsychotica de aandoening waarvoor ze worden voorgeschreven juist of houden ze haar in stand6.
• Diabetes en gewichtstoename (zie kader).
• Hyperprolactinemie (abnormaal hoge waarden van het hormoon prolactine): vaak aangetroffen (bij 60 procent van de vrouwen en bij 40 procent van de mannen) bij de oudere antipsychotica, maar ook bij de prolactineverhogende versies van de nieuwere (zoals risperidon). Symptomen zijn borstontwikkeling bij mannen, abnormale productie van borstmelk, seksuele disfunctie, onvruchtbaarheid en menstruatiestoornissen7.
• Maligne neuroleptisch syndroom (MNS): een zeldzame en mogelijk fatale aandoening waarbij iemand een veranderd bewustzijn heeft, koorts, onstabiele bloeddruk en spierstijfheid. MNS is gemeld bij clozapine, risperidon, olanzapine en quetiapine8.
• Alvleesklierontsteking: het lijkt aannemelijk dat clozapine, olansapine en risperidon, in die volgorde, deze potentieel dodelijke ziekte kunnen veroorzaken9.
• Seksuele disfunctie: gevonden bij een groot Spaans onderzoek met 636 patiënten van wie 35,3 procent olanzapine gebruikte, 18,2 procent quetiapine en 43,2 procent risperidon. Ook bleek risperidon het hoogste risico te geven van reproductieve bijwerkingen (onvruchtbaarheid of schade aan de vrucht)10.
