De jongste theorieën over kanker

Kanker is een epidemie geworden. De recentste schattingen gaan ervan uit dat de helft van alle mensen op enig moment in zijn of haar leven kanker krijgt. Maar over de oorzaken ervan tast de geneeskunde nog steeds in het duister. In dit artikel doen we enkele nieuwe theorieën uit de doeken die kunnen verklaren waarom iemand kanker krijgt.Waarom krijgt iemand kanker? Een zeer redelijke vraag gezien het feit dat er jaarlijks 840.000 Europeanen en 500.000 Amerikanen aan deze ziekte sterven. Helaas is de medische stand meer bezig met de behandeling van de ziekte – liefst met een scala aan dodelijke geneesmiddelen en extreme operaties – dan met inzicht in de oorsprong ervan.
Dringen we echt aan op een antwoord, dan zal men in de geneeskunde antwoorden dat er globaal drie oorzaken zijn:

• leefstijl en voeding;
• omgevingsfactoren en vervuiling;
• genetische factoren.

Afgezien van het duidelijke verband tussen roken en longkanker krijgt de derde oorzakengroep de meeste aandacht in de moderne medische opleidingen. Als de ziekte veel voorkomt in iemands familie, is de kans dat zo iemand deze ook krijgt veel groter. Erfelijke aanleg wordt momenteel als de belangrijkste risicofactor gezien, vooral bij borstkanker. Verder is er nog de fatalistische opvatting dat, aangezien we allemaal veel langer leven dan vroeger, er toch iets moet zijn waaraan we overlijden. Met andere woorden: vroeger stierven de mensen eerder en aan andere ziekten, voordat kanker de tijd kreeg greep op ze te krijgen.

Aangezien de geneeskunde zich in principe meer met effecten bezighoudt dan met oorzaken, houdt het debat hier op. In elk geval binnen de geneeskunde. Maar buiten de colleges voor medici in spe houdt het onderwerp terecht de knappe koppen bezig van wetenschappers, zowel reguliere als non-conformistische. Hierna beschrijven we enkele van de interessantste theorieën die een poging doen de oorzaak van kanker te achterhalen, wat die theorieën zeggen over de huidige epidemie en wat we er dus aan zouden kunnen doen.

Cellulaire theorieën

Het idee van associatie-inductie is in de jaren vijftig voor het eerst ontwikkeld door Gilbert Ling. Freeman Cope paste het in de jaren zeventig aan tot een mogelijke verklaring van kanker en als theorie ter ondersteuning van de Gersontherapie. De theorie, die nogal complex is, heeft haar wortels in de geavanceerde biologie. Ze probeert te verklaren waarom cellen schade oplopen en verslechteren totdat er degeneratieve ziekten optreden zoals kanker, hartvaatziekten en artritis.

De cellen van het menselijk lichaam leven in een serum dat veel natrium bevat en weinig kalium. Dat serum vloeit voortdurend door de cellen, terwijl de gemiddelde cel zelf een natriumgehalte heeft van maar 7 procent, terwijl de kaliumconcentratie 32 keer zo groot is als die in het serum. Om dit te verklaren kwamen de biologen met de theorie van de ‘natriumpomp’. Volgens die theorie heeft elke cel een pompmechanisme in de celwand, dat overmatig natrium naar buiten werkt en daarbij kalium naar binnen trekt. Een van de aannames in de theorie is dat de energie voor die pompen wordt geleverd door het enzym adenosinetrifosfaat (ATP) dat op zijn beurt wordt bevoorraad door koolhydraten.

Ling was het niet eens met de pomptheorie en stelde in plaats daarvan de hypothese van associatie-inductie voor. Eenvoudig gesteld veroorzaken volgens Ling de kalium-ionen een aantrekkingskracht die ervoor zorgt dat watermoleculen met hun zuurstofatomen naar één kant gaan liggen en hun waterstofatomen naar een andere. Dit noemde Ling ‘gestructureerd water’. Hij stelt dat watermoleculen niet willekeurig georganiseerd zijn, maar zeer geordend, zoals duidelijk te zien is in ijskristallen. Naarmate het water zich verder van de cel af bevindt, is het minder geordend en kan het dus minder kaliumionen opnemen.

In theorie kan een gezonde cel het kalium eindeloos vasthouden zonder dat dit energie kost. Alleen beschadigde, getraumatiseerde of vergiftigde cellen hebben energie uit ATP nodig om hun kalium vast te houden. Uiteindelijk, zo ontdekte Freeman Cope, ontstaat een degeneratieve aandoening zoals kanker wanneer beschadigde cellen het gevecht beginnen te verliezen en overladen raken door het natrium eromheen. Dat proces is alleen in een zeer vroeg stadium te stoppen en terug te draaien.

Cope zag parallellen tussen de theorie van Ling en die van dr. Max Gerson. Deze werkte tot zijn dood in 1959 aan een behandeling tegen kanker die bestond uit ontgifting, reiniging en een strikt dieet. Nadat hij zowel Ling als Gerson had bestudeerd, voorspelde Cope dat kankerpatiënten gebaat zouden zijn bij een dieet met veel kalium en weinig natrium, omdat de verzwakte cellen daarmee de stapeling van natrium konden tegengaan1.

Elektromagnetische velden

Het idee van de elektromagnetische velden (EMV) is ontwikkeld door Jean-Claude Mainguy, voormalig directeur van het Moanda-ziekenhuis in Gabon. Het kan bogen op een rijke historie en wordt ondersteund door eminente kwantumfysici zoals Erwin Schrödinger, beroemd om zijn gedachte-experiment met de kat, en Fritz-Albert Popp. Er zijn verschillende varianten van ontstaan, maar in essentie gaat de theorie ervan uit dat alle levensmechanismen worden geregeerd door elektromagnetische velden (EMV’s), binnen (endogeen) en buiten de cel (exogeen). Dat zou betekenen dat levende wezens ongeveer functioneren zoals een radiozender en -ontvanger en dat ze gestructureerd en georganiseerd kunnen worden, of gedesorganiseerd kunnen raken, door laagenergetische EMV’s.

Mainguy besloot de theorie uit te proberen op vijf verschillende stammen van tumorcellen: van kanker van de longen, borsten, lever, het colon en de nier. Hij wilde ontdekken of het mogelijk was al deze verschillende cellen te vernietigen door ze bloot te stellen aan pulsaties van EMV’s. Inderdaad toonden Mainguy en de zijnen aan dat de maligne (kwaadaardige) cellen werden vernietigd wanneer ze gedurende 48 uur aan EMV’s werden blootgesteld en dat dit destructieve proces nog 72 uur doorging na het uitzetten van de EMV-pulsaties. Alle gezonde cellen bleven onaangetast.
De cruciale ontdekking was dat de pulsaties van de magnetische velden precies dezelfde frequenties hadden als die van de kankercellen zelf. Dat kan verklaren waarom de gezonde cellen niet aangetast werden.

Deze bevinding duidt niet alleen op een niet-invasieve manier van kankerbehandeling, maar ook op een andere reden waarom iemand eigenlijk kanker krijgt2: onze eigen elektromagnetische frequenties raken verstoord.

Geest-lichaamtheorieën

Volgens de geest-lichaamtheorie hebben mensen een veel grotere kans kanker te krijgen in een periode van hun leven waarin ze geen controle hebben, of overstelpt worden door gebeurtenissen. Dit idee werd geopperd door de controversiële psycholoog Hans Eysenck en is in de loop der jaren met een serie medische trials beproefd. De eerste die het idee uitprobeerde was David Spiegel, en wel in 1989 aan de medische faculteit van de Universiteit van California. Spiegel toonde aan dat bij vrouwen met borstkanker in een gevorderd stadium de overleving verdubbelde wanneer ze – ondersteund door psychotherapie – hun leven in eigen hand namen3.

Zelf testte Eysenck zijn theorie met de hulp van R. Grossarth-Maticek van de Universiteit van Londen door met psychotherapie kankerpatiënten te helpen grip te krijgen op hun leven en zo hun gevoel van hulpeloosheid te verminderen. Eysenck constateerde een verhoging van de overleving met 64 procent bij patiënten met een vorm van kanker in het eindstadium4. Michael Marmot van het University College London ontdekte dat een gevoel van hulpeloosheid een belangrijke bijdragende factor is in gevallen van hartvaatziekte5. In zekere zin komt de theorie van Eysenck overeen met het medische model: onze persoonlijkheid, en dus onze neiging controle over ons leven te hebben, kan gedeeltelijk bepaald zijn door onze genen.

De conflicttheorie

Bij de conflicttheorie wordt Eysencks controletheorie naar een ander niveau gebracht, waardoor ze nog meer controverse en smaad te verduren kreeg. De theorie is ontwikkeld door dr. Ryke-Geerd Hamer, een Duitse oncochirurg. Hij baseert zijn idee op het ziekteverloop van 20.000 patiënten. Na een onderzoek van hun dossiers concludeerde Hamer dat kanker het meestal op één orgaan gemunt heeft en zelden uitzaait naar het omliggende weefsel. Een vrouw met baarmoederhalskanker heeft bijvoorbeeld bijna nooit ook kanker van de baarmoeder. Tevens merkte hij dat de patiënten een psycho-emotioneel conflict hadden doorgemaakt dat nooit opgelost was.

Uit röntgenopnames van de hersenen van de patiënten maakte Hamer op dat ze allemaal een schaduwgebied hadden in het gedeelte van de hersenen dat correleerde (overeenkwam) met de soort kanker die ze elders in hun lichaam hadden. Tevens was er een correlatie tussen de locatie van het schaduwgebied in de hersenen, het soort kanker en het soort conflict dat de patiënt nog had.
Volgens Hamer zal een conflict op zichzelf niet tot uiting komen in de vorm van kanker. Dat gebeurt alleen met conflicten die niet worden opgelost. In die gevallen raakt het emotionele reflexcentrum in de hersenen langzaam in verval en begint het verkeerde signalen uit te zenden naar het orgaan waarmee het in verbinding staat. Als gevolg daarvan beginnen er in dat orgaan misvormde, ofwel maligne, cellen te ontstaan.

De eindconclusie is dat kanker niet behandeld dient te worden met geneesmiddelen of bestraling, maar met psychotherapie en oplossing van het oorspronkelijke conflict. Als dat lukt, beginnen de kankercellen te genezen en verdwijnt de schaduw in de hersenen, aldus Hamer. Zijn theorie heeft veel kritiek uitgelokt – Hamers ruwe manier van doen maakte het alleen maar erger – terwijl de authenticiteit van zijn theorie enkel door hemzelf verdedigd wordt en niet door legitieme, onafhankelijke onderzoeksteams. Het enige onderzoek naar Hamers theorie eindigde met de conclusie dat er totaal geen ondersteunend bewijs voor was6.

Psychotherapie

Dit concept, voorgesteld door klinisch psycholoog Lawrence LeShan, lijkt op dat van Eysenck en Hamer in die zin dat het een parallel trekt tussen de ziekte en de persoonlijkheid en ingrijpende gebeurtenissen. LeShan begon zijn klinisch onderzoek in 1952 en verdiepte zich al gauw in de rol van emoties als oorzaak van kanker. Begin jaren zestig had hij de causale factoren teruggebracht tot persoonlijkheidsfactoren en traumatische gebeurtenissen in het leven7,8.

Op basis van die eerste bevindingen begon LeShan een vorm van psychotherapie te ontwikkelen waarmee patiënten zichzelf weer energiek konden maken en contact konden maken met hun verdrongen creatieve en expressieve zelf. De theorie die hij later ontwikkelde staat beschreven in zijn populaire boek Cancer as a turning point9. Hierin beschrijft hij kanker als een negatieve levenskracht. Kanker is een keerpunt, of een oproep tot gevecht, en een kans voor de patiënt om ‘de blokkades te analyseren die hem ervan weerhouden te leven naar zijn ware aard’, aldus LeShan.

LeShan beweert dat bij patiënten die zijn vorm van psychotherapie hebben ondergaan, de tumoren in regressie gingen en de overleving veel sterker steeg dan te verwachten viel bij iemand met kanker in het eindstadium. Maar net als bij Hamer is zijn bewijs zuiver anekdotisch en is er geen onafhankelijk onderzoek gedaan naar de effectiviteit van zijn werk of zijn theorie. Toch is zijn idee opgepakt door de Duitse stroming van Synergetik-werk. Deze biedt een intensieve therapie met als doel de persoonlijkheidsthema’s en mentale blokkades te ontdekken die we allemaal in ons leven creëren.

Neuropeptiden

De theorieën die we hiervoor beschreven, waren ofwel ‘lichaamsgebaseerd’ ofwel gebaseerd op het idee van ‘geest-boven-lichaam’. Bij de theorie van neuropeptiden wordt er tussen die twee een brug geslagen. Deze theorie gaat ervan uit dat het hele debat over lichaam en geest stoelt op een foutieve indeling. De theorie is ontwikkeld door Candace Pert, hoogleraar in de fysiologie en biofysica aan de medische faculteit van de Georgetown University in Washington DC.

Volgens haar functioneert de lichaam-geest als een enkel psychosomatisch netwerk van informatiedragende moleculen die onze gezondheid en fysiologie reguleren. Onderdeel van onze totale chemische opmaak zijn neuropeptiden en hun receptoren, aldus Pert, en die vormen de biologische fundering van ons bewustzijn. Ze manifesteren zich als emoties, opvattingen en verwachtingen en ze bepalen tevens hoe we de wereld om ons heen zien en ermee omgaan.

Deze biologische boodschappers brengen op een intelligente manier informatie over door het hele lichaam. Daarmee ondersteunen ze continu een groot aantal bewuste en onbewuste lichaamsprocessen. Intelligentie is dus niet gelokaliseerd in de hersenen, maar gelijkelijk verdeeld over het lichaam als geheel. In haar boek Molecules of Emotion10 schrijft Pert dat ziekte en kanker het onvermogen van het lichaam weergeven om emoties uit te drukken. Kanker is het gevolg van een grote hoeveelheid opgekropte emoties waardoor een disbalans van neuropeptiden ontstaat.

Maar ook naar deze theorie, net als bij LeShan en Hamer, is geen onafhankelijk onderzoek gedaan, al valt met rede te verdedigen dat ze ook onmogelijk in de praktijk te testen is. Aanhangers van de theorie van Pert beroepen zich echter op het pionierswerk van de non-conformistische kankertherapeut Joseph Issels, die in de jaren zeventig aantoonde dat psychologische factoren een belangrijke rol spelen in het vroege beginstadium van kanker11.

Hoe incompleet ook, de meeste van deze theorieën duiden op een energetisch-emotionele component bij kanker die een veel subtielere benadering behoeft dan de ‘snijd, verbrand en vergiftig’-benadering van de moderne geneeskunde. In plaats van te proberen de tumor simplistisch weg te snijden zouden we kunnen proberen de ongezonde leefstijl en de psycho-emotionele componenten uit ons leven weg te snijden. Zelfs in de medische literatuur over spontane genezingen blijkt steeds weer dat mensen die hun visie op het leveningrijpend veranderen, hun eigen kanker genezen. Dat doet sterk vermoeden dat kanker primair een ziekte van de ziel is.

BRONNEN:

1Physiol Chem Phys, 1978; 10: 449-464, 465-468
2Erfahr Heilk, 1997; juli: 398-404
3Lancet, 1989; 2: 888-891
4Behav Res Ther, 1991; 29: 17-21
5Lancet, 1997; 350: 235-239
6Swiss Study Group for Complementary and Alternative Methods in Cancer; document no. 01/02
7J Am Soc Psychosom Med, 1962; 9: 76-82
8Arch Gen Psychiatry, 1962; 6: 333-335
9Londen: EP Dutton, 1989
10New York: Touchstone Books, 1999
11Clin Trials J, 1970; augustus: 357-365


Uw geest opruimen

Er is een aantal ‘geestestechnieken’ waarvan gebleken is dat ze een uitgesproken effect hebben op het immuunsysteem, de thymus (zwezerik), de lymfeklieren en het communicatiesysteem van de neuropeptiden. Neem verantwoordelijkheid voor uw ziekte en voor de behandeling én voor uw leven. Uit een onderzoek naar negen patiënten die overleefden na een bevestiging van de diagnose terminale kanker, bleek dat ze allemaal de verantwoordelijkheid op zich namen voor de ziekte1.

Mediteer. Richard Davidson, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Wisconsin, heeft onlangs aangetoond dat door slecht een paar weken meditatie het immuunsysteem meetbaar beter gaat functioneren. Verder bewijst zijn onderzoek naar Tibetaanse monniken dat meditatie ook de elektrische signalen in de hersenen vermeerdert die bij een vrolijke gemoedstoestand horen2,3.
Verbaliseer. Door verbale stellingen kunt u met behulp van autosuggestie negativiteit en angst uit uw geest bannen, en de weg vrij maken voor positieve verwachtingen. Het idee is dat door aldoor een stelling te herhalen, meestal in de vorm van een feit (‘Ik ben gezond en vrolijk’; ‘Ik ben altijd gezond en vrolijk geweest’), het onderbewustzijn wordt gevoed.

Visualiseer. Visualisatie is de vaardigheid innerlijke imaginaties te gebruiken om tot een gewenst resultaat te komen. Deze techniek is ontwikkeld door dr. Bernie Siegal en dr. Carl Simonton. De patiënt moet actief zijn kankercellen voorstellen als een soort metaforisch drama, Vergeven en verzoenen. Onderzoek na onderzoek naar gevallen van spontane regressie wijst uit dat de patiënt een grote psychologische verschuiving doormaakt: een religieuze bekering, een verzoening, een nieuwe levenspartner of huwelijk4.

Ontmoet lotgenoten, bijvoorbeeld via een patiëntenvereniging, om uw problemen te bespreken en u emotioneel te laten bijstaan. Kies een arts die gelooft dat u kunt genezen. Voor u is het best wanneer u iemand heeft die ook gelooft dat u niet zomaar automatisch terminaal bent. Vervul uw droom… Lawrence LeShan gelooft dat kankerpatiënten een blokkade hebben als het erom gaat te leven naar hun ware identiteit, zodat ze hun leven laten leiden door verplichtingen in plaats van ‘enthousiasme en vrolijkheid’. Wat is uw werkelijke levensdoel? Als u nog niet ‘uw eigen lied zingt’, begin daar dan nu mee!

Probeer Neurolinguistisch Programmeren (NLP). Dit is een techniek die u kan helpen uw geest te ‘herprogrammeren’ met positieve gedachten, verwachtingen en attitudes.

1J Humanistic Psychology, 1989; 29 (1) : 59-83
2Neuroreport, 2000; 11: 1581-1585
3Psychosomatic Medicine, 2003; 65: 564-570
4Am Soc, Psychosomatic Dentistry and Medicine, 1983; 30 (4): 151-155


Uw leefstijl beteren

Ter preventie en behandeling van kanker kunt u de volgende veranderingen aanbrengen in uw eet- en leefgewoonten.

• Verander uw eetgewoonten zodanig dat u weinig vet, veel vezels en volkorenproducten en onbewerkte voeding eet. Neem vette vis en tomaten op in uw voeding en verlaag de hoeveelheid vlees en zuivel1.
• Bepaal uw metabole type. Kijk op www.healthexcel.com voor manieren om te bepalen of u misschien meer koolhydraten of juist eiwitten nodig hebt. Er bestaat heel veel anekdotisch bewijs dat deze pijler van het programma van William Kelley voor veel kankerpatiënten werkt.
• Sport regelmatig. Door inspanning verbetert de immuniteit, de zuurstofvoorziening, de lymfedrainage, de ademhaling en de eliminatie van schadelijke stoffen. De organen en lichaamssystemen worden er sterker van en zodoende krijgt het lichaam extra kracht in het gevecht tegen kanker.
• Ontgift. Laat allereerst uw amalgaam vullingen verwijderen en alle achtergebleven kwik. Klysma’s met koffie stimuleren de lever om gifstoffen uit te drijven en ook infrarood sauna’s ontgiften kankerpatiënten heel effectief.
• Verwijder alle overbodige chemicaliën in uw leven: verzorgingsproducten, schoonmaakmiddelen, make-up, chemicaliën in uw huis en tuin, en vervang ze door veiliger alternatieven. (zie het boek van What Doctors Don’t Tell You: Your Healthy House. www.wddty.co.uk/shop/detail.asp?id=4395.)
• Zorg voor genoeg zon. Uit een recent Noors onderzoek bleek dat diagnoses van kanker die gesteld waren in een zonnig zomer of najaar, waardoor de mensen meer vitamine D hebben, gepaard gingen met lagere overlijdensrisico’s2. Breng elke dag een halfuur in de zon door, maar verbrand niet.

Vul uw dieet aan met:
• Vitamine A (4000-25.000 IE), B-complex, C (10 g), D (1000-4000 IE/dag als u niet geregeld in de zon komt), E (minimaal 400 IE), selenium (200 mcg/dag een half uur voor het eten; aanzienlijk meer als u nog amalgaamvullingen heeft), magnesium (400-800 mg), jodium en zink (30-50 mg).
• Bessen, zwarte bessen, bosbessen, aardbeien, frambozen en zwarte kersen, die belangrijke kankerbestrijdende fytochemicaliën bevatten.
• Zwarte thee. De antioxiderende componenten van zwarte thee beschermen tegen de mogelijk hormoongerelateerde ontwikkeling van bepaalde kankers3.
• Voedingsmiddelen rijk aan carotenoïden zoals tomaten (liefst gekookt), pompoen, spinazie, watermeloen en citrusfruit, die het risico van kanker verlagen4.
• Visolie, lijnzaadolie en biologisch lijnzaad (gemalen en meteen gegeten), vooral in combinatie met actieve culturen en sulfadryl-eiwitten (in cottage chees, kwark en yoghurt). Aanbevolen dosering: 1 eetlepel (5 ml) visolie per dag.
• Groene thee. De belangrijkste flavonol in groene thee, EGCG, vertraagt op natuurlijke wijze de progressie van kankercellen5. Volgens Frank Wiewel, van de non-profitorganisatie People Against Cancer, blijkt uit recente onderzoeksdata dat bepaalde groenethee-extracten met een gestandaardiseerde hoeveelheid EGCG tot 90 procent van de kanker kunnen voorkomen.
• Granaatappels bevatten vier stoffen waarvan bekend is dat ze anti-kankereigenschappen hebben en dat ze nog beter werken als ze tegelijk worden ingenomen6. Maak er sap van.

1Acta Oncol, 2005; 44 (3): 277-281
2Cancer Causes Control, maart 2004; 15 (2): 149-158
3Cancer Lett, 28 sep 2005; 227 (2): 125-132
4Int J Cancer, 1 maart 2005; 113 (6): 113 (6): 1010-1014
5Int J Cancer, 10 dec 2004; 112 (5): 787-792
6Invest New Drugs, maart 2005; 23 (2): 121-122

 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...