25-07-2008

De ins en outs van vetarme melk

Al jarenlang propageert men enthousiast vetarme koemelk als de volmaakte gezondheidsdrank, waarmee volwassenen wel essentiële vitaminen en mineralen binnenkrijgen, maar niet de vetten van de volle melk die zogenaamd slecht voor het hart zijn.
Nieuw onderzoek wijst echter uit dat halfvolle melk ons misschien wel meer kwaad dan goed doet en de kans op ernstige gezondheidsproblemen vergroot, van onvruchtbaarheid tot prostaatkanker. Erger nog: wetenschappers veronderstellen dat het onttrekken van vet aan melk – omdat men de melk daarmee gezonder denkt te maken – weleens juist de reden voor de toxische effecten van deze drank zou kunnen zijn.

 

Zuivel en prostaatkanker
In twee grote onderzoeken is ontdekt dat een dieet met veel zuivel de kans op prostaatkanker vergroot, maar de ware schuldige zou weleens de zuivelindustrie kunnen zijn die zijn miljardenomzet baseert op het idee dat dierlijke vetten hartziekten kunnen veroorzaken (zie Medisch Dossier, jrg. 9, nr. 4, april 2007). Wetenschappers vermoeden nu dat het eigenlijke probleem ligt bij industriële melkproducten met een laag vetgehalte die zijn ontdaan van hun beschermende en gezondheidsbevorderende eigenschappen.
De twee afzonderlijke onderzoeken, die allebei in februari 2007 gepubliceerd zijn, hebben het groeiende vermoeden bevestigd dat er een verband bestaat tussen melkproducten en prostaatkanker. Een van deze onderzoeken is de CLUE II-studie, die bij bijna 4000 mannen in Washington County, Maryland, is uitgevoerd. Hierin bleek dat degenen die vijf keer of vaker per week een portie melk gebruikten, meer kans hadden prostaatkanker te krijgen dan de mannen die hooguit eenmaal per week een melkproduct nuttigden.1 Ook in de andere studie, een analyse van de gegevens van meer dan 29.000 Finse mannen die deelnamen aan de Alfa-Tocoferol Bètacaroteen Kankerpreventie Studie (ATBC Study), bleek dat de kans op prostaatkanker toenam wanneer een man meer zuivelproducten nuttigde.2
Deze resultaten vormen een dubbele klap voor de melkindustrie, maar toch is het verband tussen zuivel en prostaatkanker niet nieuw. Al in 1975 constateerden wetenschappers dat er een sterke correlatie was tussen melkconsumptie en het aantal sterfgevallen door prostaatkanker.3 Sindsdien hebben nog veel meer rapporten bevestigd dat er een verhoogde kans op prostaatkanker is als gevolg van zuivelproducten, met name melk, het meest gebruikte zuivelproduct.

Vetarm
In de eerste verklaringen voor dit verband werd de schuld gelegd bij de verzadigde vetten in zuivel,4 maar er komen steeds meer aanwijzingen dat het tegendeel weleens waar zou kunnen zijn. Juist het verwijderen van vet uit melk zou voor dit kankerverwekkende effect verantwoordelijk kunnen zijn.
Bij een Amerikaans onderzoek werden meer dan 3600 mannen tien jaar lang gevolgd (prospectief onderzoek) voor de eerste National Health and Nutrition Examination Epidemiologic Follow-up Study (NHEFS). Het bleek dat de mannen die de meeste zuivel gebruikten, meer dan twee keer zoveel kans hadden prostaatkanker te krijgen dan de mannen die de minste zuivel gebruikten. Toen de onderzoekers echter keken hoeveel zuivel elke individuele man nuttigde, vonden zij dat het risico alleen hoger was bij halfvolle melk, niet bij volle melk of andere zuivelproducten. Volle melk had zelfs een licht beschermend effect, al was dat niet statistisch significant.5
De Physician’s Health Study van Harvard kwam tot dezelfde conclusie. In dit onderzoek, waarin meer dan 20.000 mannen elf jaar lang gevolgd werden, bleek dat de verhoogde kans op prostaatkanker in verband met de zuivelconsumptie primair te wijten was aan afgeroomde melk. Van de vijf onderzochte zuivelproducten (melk en cornflakes voor het ontbijt, volle melk, magere melk, kaas, ijs) vertoonde alleen magere melk een significant positief verband wanneer mannen deze melk een keer per dag of vaker dronken.6
Vergelijkbare resultaten vonden onderzoekers in een prospectieve studie bij meer dan 25.000 Noorse mannen.7 En bij een analyse van het melkgebruik en dieet in 41 landen vond dr. William B. Grant van het NASA Langley Research Center in Virginia dat magere melk het sterkste verband met het aantal sterfgevallen wegens prostaatkanker vertoonde.8

Ongebonden calcium
Dus in plaats van een gezonde keuze is halfvolle melk – en mogelijk ook andere zuivelproducten met een laag vetgehalte – in werkelijkheid misschien wel schadelijk voor de gezondheid bij mannen. Maar waarom zou dat zo zijn?
Een van de theorieën is dat melk, door er het vet uit te halen, tegelijkertijd ontdaan wordt van bepaalde voedingsbestanddelen die van vitaal belang zijn voor de gezondheid. Er zit niet voor niets vet in melk. Zo bevat het de vitaminen A en D, die allebei nodig zijn om de kalk en eiwitbestanddelen in melk op te nemen en te gebruiken. Zonder deze vitaminen worden melkeiwit en calcium veel moeilijker opgenomen en kunnen ze zelfs een toxische uitwerking op het lichaam hebben.
Met name calcium blijkt, vooral in grote hoeveelheden, een nadelig effect te hebben: het onderdrukt de aanmaak van calcitrol, de hormonale vorm van vitamine D. Omdat calcitrol een effect op de prostaatcellen heeft dat het ontstaan van kanker tegengaat, veronderstellen wetenschappers dat een dalende hoeveelheid calcitrol in de bloedsomloop het gevaar van prostaatkanker kan vergroten.9
Inderdaad is uit een recente studie in Harvard gebleken dat het gebruik van veel calcium – hetzij via de dagelijkse voeding hetzij via supplementen – verband hield met lagere calcitrolwaarden en een verhoogde kans op prostaatkanker.10 Het eerder genoemde Finse onderzoek wees eveneens op een verband tussen calcium en prostaatkanker.11
Terwijl de onderdrukkende effecten van calcium uit volle melk mogelijk geneutraliseerd worden door de grotere hoeveelheden vitamine D, vindt een dergelijke omkering van de effecten van calcium misschien niet plaats bij halfvolle melk, omdat deze afgeroomde melk weinig of geen vitamine D bevat. Maar ook als er aan magere melk vitamine D wordt toegevoegd, zoals in de VS gebeurt, kan het nog steeds zo zijn dat die vitamine minder goed wordt opgenomen uit melk met een verlaagd vetgehalte.
Dit is bevestigd in onderzoeken naar verschillende soorten melk. Daaruit bleek dat calcium uit halfvolle of magere melk samengaat met een verhoogde kans op prostaatkanker terwijl dat bij calcium uit volle melk niet het geval is.12,13
Het blijkt dus dat calcium lang niet altijd zo goed voor ons is en zelfs een nadelig effect op het lichaam kan hebben als het gescheiden wordt van het vet in melk.
 

De CLA-theorie
Een andere mogelijke verklaring is dat door vet uit melk te verwijderen er ook andere belangrijke bestanddelen uit worden gehaald die tegen kanker beschermen, zoals geconjugeerd linolzuur (conjugated linoleic acid of CLA). CLA is al meer dan twintig jaar geleden ontdekt als een afzonderlijk bestanddeel van melk en zuivelproducten en uit onderzoek is gebleken dat het een zeer krachtig middel tegen kanker is. Als menselijke borstkanker- en darmkankercellen in het laboratorium werden ondergedompeld in melkvet met veel CLA van koeien die buiten graasden, nam het aantal kankercellen met 58 tot 90 procent af.14,15
Hoewel de moderne melktechnieken en melkverwerking geen goede invloed hebben op de hoeveelheid CLA in melk, hadden vrouwen die vier keer of vaker per dag een zuivelproduct met veel vet gebruikten, half zoveel kans om kanker aan de dikke darm of endeldarm te krijgen als vrouwen die minder dan eenmaal per dag zo’n portie gebruikten; zuivel met weinig vet had geen effect. De onderzoekers schrijven de resultaten toe aan CLA, hoewel zij opmerken dat andere bestanddelen die in aanleg tegen kanker werken, zoals sfingomyeline en etherlipiden, misschien ook een rol hebben gespeeld.16
CLA beschermt misschien tegen prostaatkanker doordat het de effecten neutraliseert van de in aanleg kankerverwekkende groeifactoren die in melk worden aangetroffen, zoals de insulinegelijkende groeifactor IGF-1. Dit gebeurt van nature en op dezelfde manier bij zowel de koe als de mens. Omdat koeien gemolken worden tijdens en na hun dracht – dan zijn de groeifactoren het sterkst aanwezig – maken wetenschappers zich zorgen dat de IGF-1-waarden bij de mens kunnen stijgen door de consumptie van melk en zuivelproducten – mogelijk doordat ze de darmwand passeren – en een abnormale reactie in gang zetten die bijvoorbeeld tot bepaalde vormen van kanker leidt.
Verhoogde IGF-1-waarden worden inderdaad sinds kort in verband gebracht met een verhoogde kans op maag- en darmkanker en borstkanker,17,18 longkanker, kanker bij kinderen, melanoom en kanker aan pancreas en prostaat.19,20
Het verband met de prostaat blijkt bijzonder sterk. In één onderzoek hadden mannen met de hoogste IGF-1-waarden meer dan vier keer zoveel kans prostaatkanker te krijgen dan de mannen die de laagste waarden hadden.21
Het is nog niet bekend of de groeifactor IGF-1 in melk werkelijk de boosdoener is. Wel duidelijk is dat wanneer melk van zijn natuurlijke vetten wordt ontdaan, de kans groter wordt dat deze melk kanker bevordert. Hoe meer melk daarentegen zijn natuurlijke vetten – en CLA – behoudt, des te groter zal zijn kankerbestrijdende werking zijn.

Onvruchtbaarheid
Maar het zijn niet alleen de mannen die aan de gevaren van vetarme melk blootstaan en kanker is ook niet het enige probleem. Onderzoekers in Harvard hebben een verband bevestigd tussen zuivel met een verlaagd vetgehalte in het dieet en een verhoogde kans op onvruchtbaarheid door het uitblijven van de eisprong, de zogeheten anovulatoire onvruchtbaarheid.
In dit onderzoek werden 18.555 Amerikaanse vrouwen gevolgd die tussen 24 en 42 jaar waren en nooit vruchtbaarheidsproblemen hadden gehad en die tussen 1991 en 1999 zwanger probeerden te raken of zwanger waren geraakt. Het bleek dat bij vrouwen die twee keer of vaker per dag een zuivelproduct met een laag vetgehalte nuttigden, bijvoorbeeld magere melk of yoghurt, de kans op anovulatoire onvruchtbaarheid met meer dan 85 procent toenam in verhouding met vrouwen die minder dan eenmaal per week een zuivelproduct met een laag vetgehalte nuttigden.
Voor de melkproducten met een laag vetgehalte gold dat vrouwen die minstens een keer per week magere of halfvolle melk dronken, significant meer kans op anovulatoire onvruchtbaarheid hadden dan de vrouwen die minder dan eens per week een dergelijk product gebruikten. Gingen de vrouwen daarentegen dagelijks een portie volle melk drinken, dan daalde de kans op onvruchtbaarheid met meer dan de helft. Andere zuivelproducten met veel vet, bijvoorbeeld ijs, gingen eveneens samen met een lager risico.

Lactose
Eerder onderzoek heeft erop gewezen dat lactose, de suiker die in melk wordt aangetroffen, mogelijk ook betrokken is bij anovulatoire onvruchtbaarheid, maar in het hier aangehaalde onderzoek is zo’n verband niet gevonden. De onderzoekers menen juist dat het feit dat er in zuivelproducten een vetoplosbare stof zit die de eierstokfunctie verbetert, de geringere kans op onvruchtbaarheid bij volle melkproducten zou kunnen verklaren. Net als bij de onderzoeken naar prostaatkanker lijkt er een stof te zijn die van vitaal belang is voor de gezondheid van de eierstokken en die de aanwezigheid van vet vereist om goed in het lichaam te kunnen worden opgenomen.22

Eierstokkanker
Dit verklaart misschien ook waarom onderzoek naar het verband tussen zuivelconsumptie en eierstokkanker uitwees dat magere en halfvolle melk wel, maar volle melk niet verband hield met een verhoogde kans op kanker. In de Brigham and Women’s Hospital Nurses’ Health Study onder meer dan 80.000 vrouwen hadden degenen die dagelijks een of meer keer halfvolle of magere melk dronken, 32 procent meer kans op enige vorm van kanker aan de eierstokken – en 69 procent meer kans op de meest voorkomende, ernstige vorm daarvan – dan de vrouwen die hooguit drie keer per maand dat soort melk dronken. Volle melk had overigens geen effect.23
Zo bleek ook in de Iowa Women’s Health Study dat magere melk wel, maar volle melk niet significant samenging met een verhoogd risico van eierstokkanker.24

Hoe luidt het vonnis?
Zoals elk verhaal meestal twee kanten heeft, zo zijn er ook onderzoeksresultaten die niet de hypothese ondersteunen dat een laag vetgehalte slecht en een hoog vetgehalte goed is. Zo leidde volle melk in één onderzoek tot een drievoudige toename van de kans op eierstokkanker, terwijl halfvolle melk dat risico verlaagde.25 Dit waren echter zogeheten case-control studies, die retrospectief zijn en daarom meestal minder betrouwbaar.
Uit een recente meta-analyse van de gegevens van een groot aantal studies is zelfs gebleken dat de case-control studies naar het verband tussen melk en de kans op eierstokkanker elkaar tegenspreken, terwijl de betrouwbaardere prospectieve cohortstudies – waarin de proefpersonen gevolgd worden en er relevante gegevens geregistreerd worden voordat een aandoening ontstaat – met elkaar overeenstemmen. En uit die prospectieve studies blijkt dat halfvolle melk, in tegenstelling tot volle melk, verband houdt met een toegenomen kans op eierstokkanker.26

Vetarme melk: weg ermee?
Een van de meest verontrustende aspecten aan deze uitkomsten is dat melk met een verlaagd vetgehalte zo populair is. Volgens het productschap Zuivel en het CBS maakt halfvolle en magere melk 80 procent uit van onze totale melkconsumptie27Toch zijn er ontzettend veel redenen om dit spul niet meer te drinken.

Acne
Alsof prostaatkanker, onvruchtbaarheid of eierstokkanker nog niet erg genoeg is, hebben wetenschappers namelijk ook een verband opgemerkt tussen vetarme melk en acne. Voor een retrospectief onderzoek werd opnieuw naar de gegevens uit de Nurses’ Health Study gekeken en daaruit bleek dat vrouwen die als tiener op de middelbare school regelmatig vetarme zuivelproducten hadden gebruikt zoals halfvolle melk, magere melk en kwark, in die periode meer kans hadden op zo’n ernstige vorm van acne dat zij hiervoor een arts raadpleegden.
Magere melk bleek het sterkste verband te vertonen, wat voor de onderzoekers aanleiding was te vermoeden dat veranderingen in de samenstelling van de melk die bij het onttrekken van vet aan de melk ontstaan, de acne zouden kunnen verergeren. Een veranderde hormoonbalans in de melk zou bijvoorbeeld een verklaring kunnen zijn. De eiwitten uit wei, die aan halfvolle en magere melk worden toegevoegd om de consistentie van volle melk na te bootsen, zouden daarbij ook een rol kunnen spelen.28

Hartziekten
Maar de laatste nagel aan de doodskist van vetarme melk wordt geleverd door dr. Grant van de NASA in zijn overzicht van de groeiende hoeveelheid onderzoeksresultaten waaruit blijkt dat magere melk een belangrijke factor vormt bij het ontstaan van hartziekten. In zijn rapport wijst hij erop dat magere melk, waarin een aanzienlijke hoeveelheid melkeiwit zit, heel weinig vitaminen B bevat. De inspanningen van het lichaam om al dit eiwit zonder de hulp van vitaminen B te verwerken dragen eraan bij dat de hoeveelheid homocysteïne toeneemt, een bekende marker van hartaandoeningen. Het wekt geen verbazing dat Grant met zijn statistische analyse van de invloeden van de dagelijkse voeding op coronaire hartziekten in 32 landen tot de conclusie kwam dat magere melk daarmee het hoogste verband vertoonde bij mannen van 45 jaar en ouder en bij vrouwen van 75 jaar en ouder – meer dan enige andere voedingsfactor, zelfs inclusief verzadigde vetten.29
Het is duidelijk dat het idee om vet uit melk te halen om het hart te beschermen niet alleen andere ernstige gezondheidsrisico’s oplevert voor zowel mannen als vrouwen, maar ook nog volstrekt de plank misslaat.

Hoe nu verder met melk?
Veel onderzoekers doen een oproep om de huidige voedingsrichtlijnen voor de zuivelconsumptie, die in Nederland en de VS vergelijkbaar zijn, bij te stellen. Zo zegt dr. Jorge Navarro, universitair onderzoeker aan de afdeling Voeding van de Harvard School of Public Health en eerste auteur van het onderzoek naar zuivel en onvruchtbaarheid, dat de huidige voedingsrichtlijnen voor de Amerikanen (dat wil zeggen volwassenen moeten driemaal daags of vaker een portie vetarme melk of een vergelijkbaar zuivelproduct gebruiken) ‘mogelijk schadelijk zijn voor vrouwen die zwanger willen worden’. Zijn advies aan vrouwen die kinderen willen krijgen, is hun dieet te veranderen. ‘Zij dienen te overwegen vetarme zuivelproducten in te ruilen voor volle zuivel, bijvoorbeeld door magere melk te vervangen door volle melk en door ijs in plaats van magere yoghurt te eten.’
Als we kijken naar de andere negatieve gezondheidseffecten in verband met vetarme melk, moeten we dan allemaal deze raad opvolgen? Helaas ligt het niet zo eenvoudig. Terwijl volle melk een gezondere keuze lijkt te zijn dan halfvolle of magere melk, raakt ook dit product bij de verwerking enkele voedingsbestanddelen kwijt. Bij pasteurisatie wordt de melk gewoonlijk gedurende een halve minuut tot 63C verhit, waardoor niet alleen goedaardige bacteriën worden vernietigd maar ook alle belangrijke enzymen die de opname van melk in de spijsvertering bevorderen. Ook essentiële vitaminen en eiwitten worden daarbij kapotgemaakt.
Homogeniseren, een proces waarbij de melk door een fijn filter wordt gevoerd, veroorzaakt andere problemen doordat bij deze bewerking de omvang van de vetbolletjes met een factor tien of meer wordt verkleind. Wanneer eiwitmoleculen zich aan deze kleinere vetbolletjes hechten, kunnen die eiwitten op de vetbolletjes meeliften en zo vertering in de maag omzeilen, wat tot onvolledige vertering en allergieën kan leiden.
Bewerkte melk bevat daarnaast nog een heleboel ongewenste bestanddelen (zie kader), wat zou kunnen verklaren waarom niet alleen halfvolle melk, maar ook andere soorten zuivelproducten in het algemeen met een hele reeks ziekten in verband worden gebracht.
Dus in plaats van alle zuivelproducten helemaal te vermijden is het misschien verstandiger om melk in zijn meest natuurlijke staat te drinken, dat wil zeggen rauw, onverwerkt en met alle vet er nog in.
Joanna Evans
 

Zie voor meer informatie over rauwe melk en waar die te krijgen is bijvoorbeeld de website http://www.mc2world.org/melk/

1 Cancer Causes Control, 2007; 18: 41-50
2 Int J Cancer, 2 febr 2007; Epub voorpublicatie
3 Am J Clin Nutr, 2005; 81: 1147-1154
4 Salud Publ Mex, 1997; 39: 298-309
5 Am J Clin Nutr, 2005; 81: 1147-1154
6 Am J Clin Nutr, 2001; 74: 549-554
7 Int J Cancer, 1997; 73: 634-638
8 Altern Med Rev, 1999; 4: 162-169
9 Anticancer Res, 1990; 10: 1307-1311
10 Cancer Epidemiol Biomarkers Prev, 2006; 15: 203-210
11 Int J Cancer, 2 febr 2007; Epub voorpublicatie
12 Am J Clin Nutr, 2005; 81: 1147-1154
13 Am J Clin Nutr, 2001; 74: 549-554
14 Br J Nutr, 2003; 90: 877-885
15 Anticancer Res, 2000; 20: 3591-3601
16 Am J Clin Nutr, 2005; 82: 894-900
17 Int J Health Serv, 1996; 26: 173-185
18 Lancet, 1998; 351: 1393-1396
19 Ann NY Acad Sci, 1995; 766: 402-408
20 J Natl Cancer Inst, 2000; 92: 1910-1917
21 Science, 1998; 279: 563-566
22 Hum Reprod, 28 febr 2007; Epub voorpublicatie
23 Int J Cancer, 2004; 110: 271-277
24 Am J Epidemiol, 1999; 149: 21-31
25 Am J Epidemiol, 1990; 132: 871-876
26 Int J Cancer, 2006; 118: 431-441
27 www.zuivelonline.nl/?PageID=197
28 J Am Acad Dermatol, 2005; 52: 207-214
29 Altern Med Rev, 1998; 3: 281-294
 

Kader
Van koe naar kind
Rauwe melk wordt dagelijks of om de andere dag van de boerderij opgehaald en met een tankwagen naar de melkfabriek gebracht om verwerkt te worden. Bij aankomst worden er verschillende tests op de melk uitgevoerd en zodra het sein veilig is gegeven, wordt de melk gekoeld opgeslagen bij een temperatuur van 6C of minder.
Drinkmelk wordt met verhitting behandeld om de rauwe melk bacteriologisch veilig te maken en de houdbaarheid te vergroten. Dit omvat pasteurisatie, sterilisatie en UHT (ultrahoge temperaturen). Het grootste deel van de melk die in de winkel komt is gepasteuriseerd.
Na pasteurisatie wordt de melk gescheiden in verschillende soorten producten. Een grote centrifuge die circa 7000 omwentelingen per minuut maakt, scheidt de room van de rest van de melk, zodat de afgeroomde of taptemelk achterblijft. Volle melk en halfvolle melk worden gemaakt door de room automatisch terug naar de afgeroomde melk te voeren om een product met het gewenste vetgehalte te krijgen. Alle producten zijn in Nederland gestandaardiseerd volgens de Warenwet: volle melk bevat minimaal 3,5 procent vet, halfvolle melk minimaal 1,5 procent en magere melk maximaal 0,5 procent. De room die overblijft, wordt gebruikt om ijs en boter te maken.
Wanneer de melk gescheiden wordt, is het de gangbare praktijk de melk te homogeniseren en daarmee het melkvet op te breken en door de melk te verspreiden om een gladdere, uniforme structuur te krijgen. Volle melk is meestal gehomogeniseerd om te voorkomen dat het vet bovenop komt drijven.
De melk wordt opnieuw verhit naar een temperatuur van ongeveer 72C en daarna meteen afgekoeld en opgeslagen, klaar om verpakt en bij winkels en supermarkten afgeleverd te worden.
 

Kader
Een drank die niet alleen gezond is
Dat het vet eruit is gehaald is tegenwoordig niet het enige gevaar van melk. Een doorsneeglas met melk zoals die in de winkel te koop is, kan de volgende stoffen bevatten:
• Hormonen en groeifactoren. Clark Grosvenor, endocrinoloog aan de Universiteit van Pennsylvania, heeft een uitgebreide bespreking gewijd aan een aantal bekende bioactieve hormonen en groeifactoren die in een gemiddeld glas melk in de VS worden aangetroffen. De lijst omvat zeven hypofysehormonen, zeven steroïdenhormonen, zeven hypothalamushormonen, acht peptides (ketens van twee of meer aminozuren) uit het maag- en darmstelsel, zes hormonen van de (bij)schildklier, elf groeifactoren en negen andere biologisch actieve stoffen.1
• Puscellen. Veel koeien lijden aan allerlei infectieziekten, waaronder brucellose, rundertuberculose, mond-en-klauwzeer, virale longontsteking en de ziekte van Johne. De koe reageert op een infectie door witte bloedcellen aan te maken. Die komen samen met het celafval en het dode weefsel – de pus dus eigenlijk – in de melk terecht. Volgens de Europese richtlijnen van 1995 voor (de hygiëne van) zuivelproducten mogen er maximaal 400.000 witte bloedcellen in een milliliter onverpakte melk zitten. Dit betekent dat melk tot wel 400 miljoen puscellen per liter kan bevatten en toch voor menselijke consumptie wordt vrijgegeven.2
• Antibiotica. Als koeien niet helemaal gezond zijn, krijgen ze voortdurend antibiotica toegediend. In één studie werden in melk antibiotica-resistente stammen van Salmonella gevonden doordat het vee antibiotica had gekregen.3
• Recombinant bovine somatotropine (rBST). In 1994 heeft de Amerikaanse Food and Drug Administration het gebruik van dit genetisch gemanipuleerde groeihormoon bij koeien goedgekeurd om de melkproductie te vergroten. Melk van koeien die met rBST zijn behandeld, bevat verhoogde hoeveelheden van de insulinegelijkende groeifactor IGF-1, die verband houdt met bepaalde soorten kanker.4 Bovendien hebben koeien die met rBST worden behandeld, vaker infecties en dus krijgen ze meer antibiotica, zodat er in hun melk grotere hoeveelheden van dit geneesmiddel en ook meer pus en bacteriën worden aangetroffen.
Gelukkig heeft de EU samen met Canada, Japan en honderd andere landen een verbod op rBST-melk uitgevaardigd vanwege de effecten van die stof op de gezondheid en het welzijn van de dieren (niet die van de mens). Er gelden echter geen beperkingen voor de import van rBST-zuivelproducten en het is evenmin vereist die producten als zodanig te waarmerken.5
1 Endocr Rev, 1993; 14: 710-728
2 J. Butler, White Lies. The health consequences of consuming cow’s milk. Vegetarian & Vegan Foundation, Bristol 2006
3 N Engl J Med, 2000; 342: 1242-1249
4 Int J Health Serv, 1996; 26: 173-185
5 J. Butler, White Lies. The health consequences of consuming cow’s milk. Vegetarian & Vegan Foundation, Bristol 2006
 

Kader
Hebben we eigenlijk wel melk nodig?
Melk wordt aangeprezen als een geweldige natuurlijke bron van calcium en men houdt ons voor dat wij veel kalk moeten eten om osteoporose, het dunner worden van de botten, te voorkomen. Maar door elke dag zuivelproducten te eten kan de snelheid waarmee het lichaam calcium kwijtraakt toenemen, zodat osteoporose juist wordt bevorderd.
Behalve dat zuivelproducten veel kalk bevatten, zijn ze ook rijk aan eiwitten. Te veel eiwit in de dagelijkse voeding – hetzij uit melkproducten hetzij uit andere voedingsmiddelen zoals vlees, vis of eieren – betekent dat het lichaam de overtollige eiwitten kwijt moet zien te raken. Het is de taak van de nieren om dat overschot weg te werken en tegelijk kalk te verliezen. Door toedoen van het eiwit ontstaat door dit proces een verhoogd calciumgehalte in de urine (hypercalciurie).
In een recente meta-analyse is inderdaad gebleken dat een geringe melkconsumptie niet samenhing met een belangrijke toename van de kans op botbreuk bij zowel vrouwen als mannen.1 Ook de Nurses’ Health Study in Boston, waarin meer dan 80.000 vrouwen twaalf jaar lang zijn gevolgd, heeft geen beschermend effect van een verhoogde melkconsumptie op het risico van botbreuk gevonden.2
Een betere manier om aan gezonde botten te werken is oefenen met gewichten,3 voldoende zonlicht opdoen (ongeveer een kwartier per dag) en meer groene groenten eten, die behalve calcium ook vitamine K, een essentiële factor in de stofwisseling van de botten, bevatten (zie Medisch Dossier, 9, nr. 1).
1 Osteoporos Int, 2005; 16: 799-804
2 Am J Public Health, 1997; 87: 992-997
3 J Bone Miner Res, 1995; 10: 1068-1075
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...