25-01-2011

De geest als genezer: Van de Hoofdredactie

Dr. Bruce Moseley, een orthopedisch specialist in het Methodist Hospital in Houston (Texas), was overtuigd van de grote impact die de menselijke geest heeft op genezing. Hij wierf 180 patiënten met ernstige osteoartritis van de knie en verdeelde ze in drie groepen, waarvan er twee een werkelijke operatie ondergingen om aangetast weefsel en ontstekingsresten te verwijderen. De derde groep kreeg een nepoperatie: deze patiënten werden voorbereid op de operatie, kregen anesthesie en werden de operatiekamer ingereden, alwaar incisies in de knieën werden aangebracht, maar verder geen procedure plaatsvond.

In de loop van de twee jaar daarna wist geen van de patiënten wie de echte operatie had gehad en wie de placebobehandeling, maar toch meldden alle drie de groepen enige verbetering van de pijn en de gewrichtsfunctie. De placebogroep meldde zelfs betere resultaten dan sommige deelnemers die de echte operatie hadden gekregen.
Mentaal rekenen op genezing bleek voldoende te zijn om het zelfgenezend vermogen van het lichaam in gang te zetten. Het idee op zich – ontstaan door de verwachting van een succesvolle operatie – bracht een lichamelijke verandering teweeg1.
De rol van de geest bij genezing – het onderwerp van het hoofdartikel deze maand – is een volkomen raadsel voor de medische wereld. Wel is er veel bewijs voor dat het geloof in een placebo tot dezelfde fysiologische effecten leidt als een actief werkend bestanddeel, zo zeer dat de geneesmiddelenindustrie steeds een groot probleem heeft bij de opzet van klinisch onderzoek. Aangezien zo veel patiënten dezelfde verlichting van klachten melden en zelfs dezelfde bijwerkingen met een placebo als met het geteste middel, is een placebo eigenlijk geen echt goed controlemiddel.
Hoe kan het geloof in genezing – en in dit geval geloof tegen beter weten in – van invloed zijn op een genezende werking? Sommige ideeën hierover zijn afkomstig van intrigerend onderzoek naar de hersenen. Daarin blijkt dat de elektrische activiteit in de hersenen en tussen de hersenen en andere lichaamsdelen dezelfde is, ongeacht of we nu enkel denken aan iets of het ook daadwerkelijk doen. Zo worden bij gewichtheffers de EEG-patronen die in de hersenen geactiveerd worden om een bepaalde motorische taak uit te voeren, ook geactiveerd als de taak enkel mentaal gesimuleerd wordt. Alleen al de gedachte aan de taak is voldoende om de neurale instructies te produceren voor de fysieke uitvoering daarvan. In het geval van placebo’s zou ons lichaam dan geen onderscheid maken tussen een chemisch proces en de gedachte aan een chemisch proces.
Volgens een grootschalig literatuuronderzoek blijkt de enige factor voor overleving te zijn dat de patiënt gelooft dat een therapie zal werken en bereid is hem op welhaast religieuze wijze te volgen. Patiënten in dit onderzoek die zich aan de orders van de dokter hielden, verging het – of ze nu een medicijn of een suikerpilletje namen – allemaal even goed. Degenen die niet overleefden, waren over het algemeen de patiënten die wat slordig met de behandelvoorschriften omsprongen, ongeacht of ze nu een placebo of een echt geneesmiddel kregen2.
Dergelijke onderzoeken doen vermoeden dat onze overtuigingen – over het geneesmiddel, over het eindresultaat van een gezondheidscrisis, over onze binding met de plaats die we hebben in de wereld – een krachtigere genezer vormen dan welk dieet of sportprogramma ook; ze beschermen ons tegen de ernstigste gifstoffen en de grootste tegenslag.
Die wetenschap geeft elke arts de plicht om nooit een negatieve prognose te geven; en elke patiënt de plicht om alleen de behandeling te volgen waarin hij of zij werkelijk gelooft. De gedachte die daardoor in ons wordt gewekt, positief of negatief, is ons sterkste medicijn. Ik hoop dat we er altijd wijs mee zullen omspringen.
 
Lynne McTaggart
 
1N Engl J Med, 2002; 347: 81-88
2BMJ, 2006; 333: 15-19
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...