Column: Tenniselleboog

De term tenniselleboog doet vermoeden dat deze aandoening vooral voorkomt bij tennissers, maar in werkelijkheid kan iedereen ermee te maken krijgen. Vooral mensen die veel repetitieve armbewegingen maken of langdurig kracht zetten met hun handen, lopen risico. Denk bijvoorbeeld aan koks, programmeurs en mensen die veel achter een computer werken. Ongeveer 5 tot 10% van de mensen krijgt er ooit last van.

Door: Wendy Lin

Wendy Lin

Volgens de traditionele Chinese geneeskunde ontstaat een tenniselleboog door een verstoring van de bloedstroom of een tekort aan energie ofwel Qi in het getroffen gebied. In de moderne geneeskunde wordt de nadruk gelegd op spier- en peesspasmen, veroorzaakt door stuwing in de lymfe en aderen, wat kan leiden tot blokkades. Die blokkades kunnen pijn, zwelling, roodheid en bewegingsbeperkingen veroorzaken. Acupunctuur wordt vaak gebruikt om de bloedsomloop te verbeteren, spierspanning te verminderen en het herstel van het weefsel te versnellen.

Deze blessure treft ook niet-sporters

De behandeling van een tenniselleboog verloopt in twee fasen: de acute fase en de chronische fase. In de acute fase ligt de focus op pijnverlichting en het verminderen van ontstekingen. Hierbij worden bijvoorbeeld vaak kleine naaldjes in de huid geplaatst die enkele dagen blijven zitten en continu stimulatie geven aan de acupunctuurpunten. Dit helpt om het genezingsproces te versnellen en zorgt voor pijnverlichting.

In de chronische fase kan de pijn intenser en langduriger zijn. Hierbij wordt vaak gebruik gemaakt van een speciale kleine vlakpuntnaald, waarmee spier- en peesblokkades kunnen worden opgeheven. Daarnaast wordt cupping – waarbij de huid vacuüm wordt getrokken – toegepast om de spierspanning verder te verminderen. Door deze behandelingen te combineren, wordt niet alleen de pijn snel verlicht, maar ook het risico op een terugval verkleind.

Een praktijkvoorbeeld laat zien hoe effectief deze aanpak kan zijn. Een 43-jarige chef-kok bezocht mijn praktijk nadat hij al meer dan een jaar last had van tintelingen in zijn handen. Na verloop van tijd kreeg hij ook pijn aan zijn linker elleboog, die uitstraalde naar zijn onderarm. Het tillen van zware voorwerpen werd steeds moeilijker en ondanks maandenlang gebruik van pijnstillers, bleef verbetering uit. Bij onderzoek bleek dat de spanning zich niet alleen in zijn elleboog bevond, maar ook in zijn nek, schouders en polsen. Door een combinatie van acupunctuur en cupping verdween na vier behandelingen zowel de pijn in zijn elleboog als de gevoelloze sensatie in zijn arm.

Dit voorbeeld laat zien dat een tenniselleboog geen op zichzelf staande aandoening is, maar vaak samenhangt met spanning in andere spiergroepen. Door een brede aanpak te hanteren, kan niet alleen de pijn worden verlicht, maar ook de oorzaak worden aangepakt.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, is een tenniselleboog dus geen klacht die alleen tennissers treft. Iedereen die herhaaldelijk armbewegingen maakt of kracht zet, kan met een tenniselleboog te maken krijgen. Gelukkig biedt acupunctuur een effectieve en natuurlijke manier om de klachten te verminderen en herstel te bevorderen. ●

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Wendy Lin

Over de auteur

Dokter Wendy Lin woont sinds 1990 in Nederland en heeft een praktijk in Den Haag. Zij is in China opgeleid tot arts-acupuncturist in zowel westerse geneeskunde als traditionele Chinese geneeskunde en rondde de studie geneeskunde nogmaals af in Nederland.

Lees meer artikelen van Wendy Lin