Column: Rouw

Column Bram bakker

Al jaren geef ik als gastdocent les in opleidingen tot rouwbegeleider. In mijn tijd als psychiater werd me vaak gevraagd het verschil uit te leggen tussen ‘normale’ rouw en gecompliceerde rouw of depressie.

Dat me dat nooit goed gelukt is, komt door mijn weerstand tegen het bestempelen van rouw als iets gestoords. Ieder rouwproces zou je eerst en vooral moeten zien als een natuurlijk fenomeen, ook als het heftig verloopt. Je wijst iemand immers af, zodra je diens rouw abnormaal noemt.

Ieder rouwproces moet je zien als een natuurlijk fenomeen

Ik herinner me een discussie over de tijd die een ‘gewoon’ rouwproces zou mogen duren. Sommige gelovigen in de DSM-bijbel vonden zes maanden een grens. Stel je voor: je deelt dertig jaar je leven met iemand en die persoon sterft. Het zou toch pas echt gestoord zijn als je diegene na een paar maanden al niet meer zou missen? Waaruit bestond dan de liefde?

Uit eigen ervaring weet ik dat een verlies dat overzichtelijk lijkt, zoals een beginnende liefdesrelatie die na enkele maanden strandt, je toch jarenlang bezig kan houden. Niet continu, maar wel geregeld, vanuit het niets opstekend.

Wat ik ook heb meegemaakt: rouw met een uitgesteld begin. Eerst het gemis heel lang niet voelen, om er dan jaren later alsnog hevig door te worden geraakt.

Mijn belangrijkste aandachtspunt is: wat ging er aan het verlies vooraf? In hoeverre zegt een rouwproces iets over waar de achterblijver stond ten tijde van het overlijden? Toen mijn vader na een lang ziekbed overleed, had ik daar vrede mee. Maar de dood van mijn dierbare vriend Franky, enkele maanden later, sloeg in als een mokerslag. Is dat los van elkaar te zien? Zou ik dat laatste verlies net zo intens hebben ervaren zonder het overlijden van mijn vader kort daarvoor?

Wat ik nu vooral voel: liever even geen dode mannen meer in mijn leven. Ook omdat ik word teruggeworpen in het machteloze gevoel van zo’n tien jaar geleden, toen me in korte tijd meerdere dierbaren ontvielen. Ook dat kleurt hoe ik nu reageer op het sterven van Franky.

Natuurlijk moeten we ingrijpen als iemand zichzelf schade wil toebrengen na een verlies. Uit verdriet van een hoog gebouw willen springen verdient zorg. Maar niet omdat er sprake is van een stoornis!

Moeten we mensen die niet verder kunnen weerhouden? Ik geloof van niet. Vertrouwen geven is het krachtigste middel om mensen voor het leven te behouden. Maar beslissen doen ze zelf.

Onze uitdaging is simpel: probeer te begrijpen wat iemand beweegt. Niet door je er als een deskundige boven te plaatsen, maar door als bondgenoot mee af te dalen naar de bodem van de put waarin iemand terecht kan zijn gekomen. ●

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Bram Bakker

Over de auteur

Bram Bakker is schrijver, uitgever en spreker, staat in het theater en
werkt met een aantal partners aan het gezondheidsplatform De Balanskliniek. Hij stapte uit de reguliere geestelijkegezondheidszorg (GGZ) omdat hij daar het hart miste. Vanaf nu schrijft hij hier over wat hem beweegt.

Lees meer artikelen van Bram Bakker