Colostomie

Sinds meer dan een eeuw, en tot voor kort, werd het als een must gezien om bij de behandeling van kanker van het colon(dikke darm) en rectum (endeldarm) een permanente colostomie uit te voeren.Hierbij wordt het zieke deel van het colon verwijderd (colectomie) en wordt het functionerende eerste stuk, het deel dat nog aan het bovenste deel van het maagdarmkanaal zit (keel, slokdarm, maag en dunne darm), via een incisie naar het buikoppervlak gehaald.

Vervolgens wordt dat uiteinde van het colon vastgemaakt aan de huid, zodat er een permanente uitmonding op de buikwand ontstaat, een zogeheten stoma. De ontlasting komt voortaan uit in dat stoma, waar ze wordt opgevangen in een zakje dat aan het stoma vastzit. Het onderste gedeelte van het colon, dat aansluit op het rectum en vervolgens de anus, wordt vervolgens verwijderd, of dichtgenaaid en in de buikholte gelaten. De patiënt zal nooit meer een normaal functionerende darm hebben maar moet zijn leven lang stomazakjes gebruiken.

Kwaliteit van leven en andere complicaties

Alsof dat nog niet erg genoeg is, brengt de drastische chirurgische ingreep ook andere nadelen met zich mee. Hoewel veel patiënten er wellicht in slagen te wennen aan een leven met een stoma, is er een significant aantal dat lichamelijke en/of psychische ongemakken krijgt.

Bij een onderzoek naar de kwaliteit van leven van mensen met een permanent stoma meldde 80 procent van de bijna 400 respondenten dat ze hun levensstijl hadden moeten aanpassen en meer dan 40 procent had ook seksuele problemen1. Veel van deze patiënten hebben ook last van een onregelmatige stoelgang, diarree, onbeheersbare winderigheid en urologische klachten2.
Ook zijn er complicaties van het stoma zelf gemeld. Meestal gaat het om een breuk (een uitstulpinkje, zoals ook bijeen liesbreukna de permanente colostomie. Bij een literatuuronderzoek bleek de incidentie (het vóórkomen) van een breuk bij het stoma te kunnen liggen tussen 4,0 tot 48,1 procent van de patiënten3.

Andere complicaties kunnen zijn:
• huidirritatie door diarree die niet goed in de zak wordt afgevoerd en op de huid lekt;
• schimmelinfectie: meestal door Candida albicans;
• stenose ofwel vernauwing van het stoma door littekenvorming of infectie rond de opening;
• prolaps, wat betekent dat het stoma oprekt en naar buiten gaat uitpuilen.

Tijdelijke en permanente stoma’s

Gelukkig worden de chirurgische technieken steeds beter en daarmee de mogelijkheden om de sluitspierfunctie van de anus te behouden. Daardoor is het steeds minder vaak gerechtvaardigd een permanente colostomie uit te voeren. Uit verschillende onderzoeken blijkt zelfs dat een permanente colostomie tegenwoordig nog maar nodig is in 10 tot 15 procent van de gevallen van kanker van colon en rectum.

Nu wordt de voorkeur gegeven aan een tijdelijk stoma in plaats van een permanent. Zo’n stoma wordt ook vaak gebruikt bij mensen met andere darmaandoeningen, zoals de ziekte van Crohn (een chronische ontstekingsziekte van het spijsverteringskanaal, vaak samen met een auto-immuunziekte elders in het lichaam zoals reumatoïde artritis) of diverticulitis (uitstulpinkjes in het colon die geïnfecteerd raken). Het doel van een tijdelijk stoma is afvalstoffen om te leiden zodat ze niet langs de beschadigde of zieke weefsels gaan. Dat bevordert de genezing. Zodra het colon hersteld is, vindt een tweede operatie plaats om het colon weer te bevestigen en het stoma te sluiten. Daarna moet de patiënt weer in staat zijn een normale darmfunctie te ontwikkelen.

Er zijn twee manieren voor een tijdelijke stoma:
• Luscolostomie. Hierbij wordt een lus van het colon via een chirurgische snede naar de buikwand gehaald. Met een plastic schuifje tussen de lus en de buikwand wordt de lus vastgezet. Vervolgens maakt de chirurg een incisie in de darmwand waardoor de ontlasting naar een stomazak kan worden geleid in plaats van door het stuk colon dat moet genezen. Na die genezing wordt de oude situatie weer hersteld.
• Duppelloopscolostomie. Bij deze operatie maakt de chirurg twee afzonderlijke stoma’s op de buikwand: een voor het lozen van ontlasting, en een voor het afvloeien van kleine hoeveelheden slijm en andere vloeistoffen. Als het colon is genezen, worden beide stoma’s weer gesloten.

Wat artsen niet vertellen

Hoewel het een logische aanname lijkt dat een tijdelijke colostomie beter is dan een permanente, kunt u toch beter niet te snel die conclusie trekken. Het sluiten van een stoma is op zichzelf een grote operatie die behoorlijke complicaties kan geven.
• Het slagingspercentage is laag: ongeveer 50 procent. Bij de andere helft van de patiënten wordt de colostomie niet goed gesloten en moet uiteindelijk toch een permanent stoma worden aangelegd4.
• De kans op complicaties is vrij groot. Het aantal complicaties bij sluiting van een colostomie ligt tussen 12 procent5 en 44 procent6. De mediaan ligt rond de 32 procent.
• De complicaties van een stoma bij een tijdelijke colostomie zijn significant in 19,2 procent van de gevallen en de soorten complicaties zijn vergelijkbaar met die van een permanente colostomie. Voorbeelden zijn breuken, stenose, terugtrekking en prolaps7.
• Andere complicaties bij sluiting van een colostomie zijn congestief hartfalen, een beroerte (CVA), longontsteking, fistula’s (abnormale openingen tussen huid en darm), een fatale longembolie en obstructie van de darm8,9.
• Bij de sluitingsoperatie van een colostomie bestaat een klein risico van overlijden, variërend van 1,3 procent10 tot 9,6 procent11.
• Bij diabetespatiënten is het risico van een slecht resultaat van een sluitingsoperatie significant hoger12. Overige factoren met een verhogend effect op het aantal andere ziekten en complicaties zijn de aanwezigheid van hart- en nierziekten.

BRONNEN:

1Dis Colon Rectum, 1999; 42: 1569-1574
2Acta Chir Iugosl, 2002; 49: 45-55
3Br J Surg, 2003; 90: 784-793
4Dis Colon Rectum, 1996; 39 : 1227-1231
5S Afr J Surg, 1998; 36: 57-59
6Br J Surg, 1976; 63: 397-399
7Dis Colon Rectum, 1996; 39: 1227-1231
8Dis Colon Rectum, 1996; 39: 605-609
9Br J Surg, 1976; 63: 397-399
10Am Surg, 1999; 65: 266-269
11Dis Colon Rectum, 1996; 39: 1227-1231
12Am Surg, 1999; 65: 266-269


Wat zijn de alternatieven?

Het aantal nieuwe gevallen van kanker van het colon en rectum is elk jaar 1,5 procent hoger dan het jaar daarvoor. Inmiddels is het de tweede meest voorkomende vorm van kanker als doodsoorzaak. Om de ziekte tegen te gaan is een colostomie echter niet altijd nodig. Onderstaand staan enkele alternatieve behandelingen ter overweging.

• Een megadosering vitamine C. Bij een grootschalige trial onder leiding van wijlen de vitamine-C-goeroe dr. Linus Pauling bleek dat 10 g/dag vitamine C het aantal sterfgevallen verlaagde bij een scala aan soorten kanker in vergevorderd stadium, waaronder ook kanker van het colon en rectum. Bovendien leefde 55 procent van de groep die vitamine C gebruikte, langer dan alle onbehandelde patiënten, die allemaal binnen tweehonderd dagen overleden. Sommige vitamine-C-gebruikers leefden vijf jaar na de diagnose nog steeds1. Omdat de halfwaardetijd van vitamine C zo kort is, luidt het advies van Frank Wiewel, van de Amerikaanse organisatie People Against Cancer, de vitamine intraveneus te nemen of in de loop van de dag in doses van een gram elk uur.
• Het Gerson-dieet. Deze voedingsgeoriënteerde benadering van kanker is erop gericht de balans tussen natrium en kalium in het lichaam te reguleren. Dat gebeurt door de waterhuishouding te beïnvloeden en door hoge doseringen micronutriënten te nemen door regelmatig fruit- en groentesappen te drinken. Het dieet bevat zeer weinig vetten en eiwitten en de patiënten krijgen frequent een koffiebevattend klysma voorgeschreven. Uit anekdotische gegevens komt naar voren dat patiënten met kanker van het colon en rectum een grotere overlevingskans hebben als ze het dieet volgen dan te verwachten is van een reguliere behandeling. In sommige gevallen verdwenen de tumoren zelfs helemaal. Bijwerkingen van het Gerson-dieet kunnen griepachtige symptomen zijn, buikkrampen, diarree en braken. De koffieklysma’s kunnen tot colitis leiden, ofwel ernstige ontsteking van het colon, en tot een disbalans van de elektrolyten, waardoor een ernstige en zelfs fatale infectie kan ontstaan.
• Champignontherapie. In Japan wordt de champignon Coriolus versicolor gebruikt als behandeling van kanker, meestal in combinatie met een operatie, chemotherapie en/of bestraling. Van deze paddestoel is bekend dat hij het polysaccharide Krestine (PSK) bevat, dat antitumor, antimicrobiële en antivirale eigenschappen heeft. Bij een gerandomiseerde placebogecontroleerde trial met honderd patiënten die een operatie voor kanker van het colon en rectum hadden ondergaan, was het aantal patiënten dat na tien jaar nog leefde en waarbij de ziekte afnam, significant hoger bij gebruik van PSK dan van het placebo2. Bij een andere trial met meer dan vierhonderd patiënten, wederom na een colonoperatie, waren de overlevingscijfers beter bij PSK dan bij chemotherapie3. Hoewel C. versicolor niet vaak bijwerkingen geeft, komen ze wel voor in de vorm van misselijkheid, braken, diarree, huidpigmentatie, anorexie, bloedarmoede, leverstoornissen, tekort aan witte bloedlichaampjes (leukopenie) en bloedplaatjes (trombocytopenie).
• Essiac. Dit kruidenmengsel werd in de jaren twintig voor het eerst in Canada gebruikt bij de behandeling van kanker. Het bevat als hoofdbestanddelen grote klit of klis (Arctium lappa), schapezuring (Rumex acetosella), rode iep (Ulmus rubra) en Russische rabarber (Rheum palmatum), en daarnaast kleine hoeveelheden waterkers, bruinalg, gezegende distel (Cnicus benedictus) en rode klaver (Trifolium pratense). Onlangs is bij laboratoriumonderzoek aangetoond dat klis, een van de belangrijkste ingrediënten van Essiac, de kankerverwekkende werking van bepaalde stoffen kan verminderen4.
• Revicitherapie. Deze vorm van chemotherapie, ontworpen door dr. Emanuel Revici, is gebaseerd op lipiden (vetten) met andere elementen zoals selenium en omega-3-vetzuren. Het wordt al sinds 1947 toegepast in het Institute of Applied Biology in New York. In een niet-gepubliceerd rapport5 van dr. Robert Ravich wordt melding gemaakt van een positieve respons bij 48 procent van 186 patiënten met colonkanker.
• Vogellijm (mistletoe, Viscum album). Van deze boomparasiet is een significant effect aangetoond op bloedmonsters van kankerpatiënten. Verschillende vogellijmextracten bleken de productie te stimuleren van cytokinen en tumornecrosefactor (TNF). Dat betekent dat ze sterk immuniteitbevorderend werken6.
• Levend-virustherapie. Deze vorm van immunotherapie is ontwikkeld door dr. Laszlo K. Csatary, die een kippenboer tegenkwam wiens vergevorderde maagkanker compleet genas toen er onder zijn kippen Newcastle disease uitbrak. Dr. Csatary kweekte een levende stam van het Newcastle Disease Virus (NDV) dat hij MTH-68/H noemde. Daarmee ging hij zijn kankerpatiënten vaccineren. Bij een onderzoek onder colonkankerpatiënten bleek dat na twee jaar behandeling met MTH slechts 3 procent van de patiënten was overleden tegenover 23 procent onder de niet-behandelde patiënten7. Bijwerkingen van MTH zijn onder andere lichte voorbijgaande griepsymptomen en uitgestelde-hypersensitiviteitsreacties van de huid.
• Warmtebehandeling. Van kankercellen is bekend dat ze gevoelig zijn voor hitte. Daarom is aan het Lombardi Cancer Center in Washington DC een alternatief ontwikkeld voor chemotherapie bij colonkanker. Warmte (hyperthermie) en intraperitoneale (binnen het buikvlies) toediening van de calciumkanaalblokker verapamil bleken de groei van kankercellen te remmen en ongeveer de helft ervan te vernietigen door geprogrammeerde celdood8.
• Immunoaugmentatietherapie. Deze therapie is ontwikkeld door dr. Lawrence Burton van St Vincent Hospital in New York. De werking is gebaseerd op vermeerdering (augmentatie) van het aantal immuuneiwitten. Met bloedonderzoek wordt vastgesteld welke immuuneiwitten er precies nodig zijn. Tegelijkertijd worden de effecten van toediening van bepaalde eiwitten bijgehouden en de dosis-responsverhouding berekend. Het aantal overlevenden op de lang termijn is onder colonkankerpatiënten hoog. Bijwerkingen zijn onder andere lichte griepsymptomen.
• Cimetidine (Tagamet). Deze maagzuurremmer werd in eerste instantie gebruikt tegen misselijkheid bij chemotherapie. ‘Maar een groot aantal casusstudies in de wetenschappelijke tijdschriften gaf aanzet tot onderzoeken waaruit bleek dat de overleving bij colonkanker met bijna 400 procent toenam,’ aldus de heer Wiewel.
• The Alternative Therapy Program, dat verkrijgbaar is bij People Against Cancer in Amerika, is een programma waarmee de beste behandeling wordt gezocht voor ieder die lid wordt van deze organisatie als zogeheten sustaining member.

1Cancer Res, 1979; 39: 663-681
2Cancer Immunol Immunother, 1990; 31: 261-268
3Dis Colon Rectum, 1992; 35: 123-130
4Mutat Res, 1984; 129: 25-31
5Dr. Robert Ravich, Evaluation of 1047 patients with advances malignancies treated from 1940-1955
6Arzneim Forsch, 1998; 48: 1185-1189
7Proc Annu Meet Am Assoc Cancer Res, 1995; 36: A1336
8Anticancer Res, 1997; 17: 2213-2216

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...