Brandwonden

Jaarlijks worden er in Nederland ongeveer 60.000 mensen medisch aan brandwonden behandeld, van wie er 1500 in een ziekenhuis worden opgenomen. Het zijn mensen van alle leeftijden maar vooral kinderen (0 tot 4 jaar) en ouderen. De behandeling is vaak langdurig en zeer pijnlijk.Brandwonden worden op twee manieren ingedeeld. De eerste is naar oorzaak: vloeistofverbranding (ruim 52 procent) ontstaat door een ongeval met hete vloeistoffen of damp, vaak door heet water, thee, koffie, vet of olie; contactverbranding (ongeveer 17 procent) door contact met een heet object zoals een pan, strijkijzer, kachel of fornuis; vuurverbranding (15 procent) door contact met vlammen van brandstoffen zoals benzine, spiritus, of van lucifers, kaarsen en sigaretten; explosieverbranding (7 procent) zijn meestal het gevolg van vuurwerk; verbranding door chemische stoffen ontstaan door contact met zuren en basen (gootsteenontstopper, ovenschoonmaakmiddel, sterke bleekmiddelen); verbranding door elektriciteit ontstaat bij het aanraken van een ‘actieve’ bron van elektriciteit.

De tweede indeling is naar ernst van de weefselschade: een eerstegraads brandwond geeft oppervlakkige roodheid en zwelling en geneest meestal in drie tot vijf dagen vanzelf met weinig of geen littekenvorming; bij een tweedegraads brandwond is er roodheid, zwelling en blaarvorming, zijn diepere huidlagen aangetast inclusief zweetklieren en haarfollikels; deze geneest in zeven tot tien dagen en meestal blijft er enig littekenweefsel achter; bij een derdegraads brandwond reikt de schade tot in het onderliggende vetweefsel en zelfs spierlagen en botten. Hierbij is het risico van infectie groot en zijn er huidtransplantaties noodzakelijk.

Wat artsen wel vertellen

Alleen van eerste- en kleine tweedegraads brandwonden wordt aangenomen dat ze door de patiënt zelf te behandelen zijn. Voor ernstige tweedegraads en voor derdegraads verbrandingen is medische zorg nodig, omdat het risico van complicaties hier groter is, zoals infecties van de huid of systemische infecties, vochtverlies en shock. Ook verbrandingen door elektriciteit of chemische stoffen moeten in het ziekenhuis worden verzorgd.

De minder ernstige verbrandingen die wel behandeld moeten worden, worden meestal behandeld met een plaatselijke antimicrobiële crème. De standaard is zilversulfadiazine crème. Deze voorkomt dat de verbrande huid geïnfecteerd raakt door bacteriën of schimmels. Gemelde negatieve bijwerkingen van zilversulfadiazine zijn overgevoeligheidsreacties, allergisch contacteczeem en erythema multiforme (waarbij er op de huid symmetrische ronde verheven schrale plekken ontstaan). Bij langdurig en overmatig gebruik kan het zilver via de wond worden opgenomen en in grote hoeveelheden gestapeld worden in lichaamsdelen als de huid, slijmvliezen, tandvlees, nieren, lever en het hoornvlies van het oog1,2. Het gevolg heet ‘argyria’: de huid gaat er blauwgrijs uitzien en bepaalde organen functioneren niet meer goed door toxische schade van het zilver3,4,5.

Tina Tan

BRONNEN:

1Clin Chem, 1995; 41: 87-91
2Ann Dermato Venereol, 2002; 129: 217-219
3J Am Acad Dermatol, 2003; 49: 730-732
4Burns Incl Therm Inj, 1985; 11: 197-201
5Burns, 1992; 18: 179-184


 Alternatieven

De welbekende alternatieve remedies voor brandwonden zijn aloe vera en honing. De vochtinbrengende, ontstekingsremmende en licht antiseptische werking van aloe vera zijn algemeen erkend1,2. De werkzaamheid van honing ter behandeling van brandwonden is bevestigd bij een onderzoek waarin ze werd vergeleken met zilversulfadiazine: 87 procent van de brandwondenpatiënten die met honing werden behandeld, genazen binnen vijftien dagen en dat was significant meer dan de 10 procent in de groep die met zilversulfadiazine was behandeld3. Andere bruikbare alternatieven zijn:

• Sint-janskruid in een crème of huidolie kan de genezing van brandwonden bespoedigen. Het is anti-infectieus, zoals blijkt uit het feit dat het vrije radicalen bestrijdt4. Bij een onderzoek waarin tweede- en derdegraads brandwonden werden behandeld met crème met sint-janskruid genazen de wonden drie keer zo snel als met conventionele methoden, en zonder littekenvorming5.
• Calendula-extract bleek bij plaatselijke toediening op brandwonden de regeneratie van cellen aanmerkelijk te stimuleren, althans bij ratten, waarschijnlijk doordat het gebruik van bepaalde eiwitten voor celgroei erdoor gestimuleerd wordt6. Ook is het bij andere dierproeven ontstekingsremmend gebleken7.
• Gotu kola (Centella asiatica) bevat asiaticosiden, die de vetten en eiwitten stimuleren voor een gezonde huid, en glycosiden, die een functie hebben bij wondgenezing en tegen ontsteking helpen. De gunstige werking op celreproductie en op de aanmaak van collageen ter plaatse van een wond is aangetoond in laboratorium- en proefdieronderzoek8,9.
• Moist exposed burns ointment (MEBO), een zalf op basis van olie ontwikkeld door de Chinezen als alternatief voor de conventionele crèmes op basis van zilver, bevat bèta-sitosterol (ontstekingsremmend), berberine (antimicrobieel), sesamolie en kleine hoeveelheden andere plantaardige ingrediënten. MEBO is effectief tegen de pijn bij brandwonden10 en even effectief voor de wondgenezing als zilversulfadiazine, maar makkelijker in het gebruik; tevens geeft het tijdens de genezing minder ongewenste schilfering11.
• Gekookte aardappelschil wordt gebruikt door artsen in een ziekenhuis in Bombay in de plaats van verbandgaasjes. Hiervan is bewezen dat het werkt bij brandwonden12. Bij een onderzoek waarin de schillen werden getest op derdegraads verbrandingen bij ratten, genazen de huid en de wonden volledig binnen veertien dagen13. Aardappelschillen moeten echter vooral worden gezien als aanvulling op een plaatselijk middel.

1J Med Assoc Thai, 2000; 83: 417-425
2Adv Drug React Toxicol Rev, 2001; 20: 89-103
3Br J Surg, 1991; 78: 497-498
4Life Sci, 2001; 69: 181-190
5Ger Offen, 1975; 2: 406-452
6Acta Physiol Pharmacol Bulg, 1982; 8: 63-67
7Phytochemistry, 1996; 43: 1255-1260
8Indian J Exp Biol, 1996; 34: 1208-1211
9Connect Tissue Res, 1990; 24: 107-120
10J Burn Care Rehabil, 2003; 24: 289-296
11Ann Acad Med Singapore, 2000; 29: 7-10
12Burns, 1990; 16: 137-143
13Burns, 1991; 17: 323-328
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...