Bijnieruitputting

Kunt u mij vertellen hoe bijnieruitputting te behandelen is en of er een test is voor de functie van de bijnieren?
Anne Close, per e-mail

Een aandoening van de bijnierschors is in de reguliere geneeskunde al lang bekend onder de naam ‘ziekte van Addison’. In de alternatieve geneeskunde wordt niet ontkend dat er een syndroom is dat ontstaat door uitputting van de bijnieren, maar men vindt het moeilijk te onderscheiden van het chronisch-vermoeidheidssyndroom (CVS) of ME (mylagische encefalomyelitis).

De symptomen van een volledige bijnieruitputting ontstaan meestal geleidelijk. De meest voorkomende zijn vermoeidheid, spierzwakte, gewichtsverlies, braken, diarree, hoofdpijn, zweten, stemmings- en persoonlijkheidsveranderingen en spier- en gewrichtspijn. Veelvoorkomende tekenen zijn een grote voorkeur voor zout, veranderingen in de huidpigmentatie en geelzucht. De eenvoudigste test voor de ziekte van Addison is een laboratoriumtest. Daarbij worden de bijnieren gestimuleerd met een synthetische vorm van het bijnierstimulerend hormoon om te zien of er cortisol (het ‘stresshormoon’ dat door de bijnieren wordt gemaakt) geproduceerd wordt. Als het cortisolgehalte te laag uitvalt, heeft de patiënt waarschijnlijk de ziekte. Als back-up diagnostiek worden soms echografie of MRI gebruikt.

Nieuwe term

De term ‘bijnieruitputting’ ofwel ‘adrenal fatigue’ (AF) wordt gebruikt sinds 2001 toen er boeken verschenen als dat van dr. James Wilson, Adrenal Fatigue: The 21st Century Stress Syndrome 1. Volgens Wilson krijgen vier op de vijf mensen op enig moment in hun leven AF. De aandoening ontstaat wanneer de bijnieren door ernstige of langdurige stress continu cortisol produceren waardoor het systeem uitgeput raakt en de normale stressreactie onmogelijk gemaakt wordt. Als oorzaak wordt een scala aan problemen genoemd: van depressie, brain fog (niet helder kunnen denken), nervositeit, angst en overmatige premenstruele spanning tot allergieën, vreetbuien met een voorkeur voor koolhydraten, spier-/gewrichtspijn en gevoeligheid, en het prikkelbaredarmsyndroom.

Het hoofdsymptoom is echter vermoeidheid die niet overgaat door slapen, tezamen met algeheel gevoel van malaise en geen puf. Die symptomen zijn natuurlijk moeilijk te onderscheiden van die van CVS/ME. Sterker nog, onlangs is ontdekt dat er wellicht een biochemische basis is voor al deze syndromen. Patiënten met CVS hebben een abnormaal lage concentratie corticotropine-releasing hormoon (CRH) dat op zijn beurt weer zorgt voor een lage concentratie bijnierhormonen2. Bovendien hebben mensen met CVS/ME een lage concentratie cortisol, wat eveneens op een verband duidt 3.

Nog maar tien jaar geleden werd CVS afgedaan als iets wat ‘tussen de oren’ zat. Dat veranderde in de jaren negentig door een onderzoek van de Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC), die nu erkennen dat CVS een echte aandoening is die maar liefst 2,5 procent van de bevolking treft 4. Volgens de CDC is CVS moeilijk op één vorm terug te voeren, maar als officiële diagnose houden zij nu aan: ‘zes of meer achtereenvolgende maanden van ernstige vermoeidheid die niet overgaat door voldoende bedrust en die vergezeld gaat van aspecifieke symptomen waaronder griepachtige verschijnselen, gegeneraliseerde pijn en geheugenstoornissen’.

Diagnostiek

Hoewel er geen specifieke laboratoriumtest is voor CVS, is er wel een batterij van minimaal zestien tests om de meer voor de hand liggende oorzaken van vermoeidheid uit te sluiten. Aangezien dat wel een heel knullige benadering van de diagnose is, wordt er op dit moment veel onderzoek gedaan naar een eenvoudige test voor CVS. Zo hebben Australische onderzoekers afwijkingen gevonden van de rode bloedcellen van patiënten met CVS evenals volumeveranderingen van de bloedplaatjes, veranderingen van de witte bloedceltellingen en van de verhouding tussen neutrofielen en lymfocyten.

Ook hebben ze afwijkingen gevonden in de verschillende aminozuren die in de urine te meten zijn5. De Belgen hebben nog twee afwijkingen gevonden bij CVS-patiënten: een ontstekingsreactie van de witte bloedcellen en veranderde activatie van de T-cellen en de NK-cellen van het immuunsysteem 6. Wetenschappers uit Osaka hebben tot slot gemeld dat ze een succespercentage haalden van 75 procent met de diagnostische test op basis van zichtbare en bijna-infrarode spectroscopie van bloedmonsters 7. Gezien al deze mogelijkheden zal er in de toekomst dus wellicht een laboratoriumtest voor CVS verkrijgbaar zijn.

Behandeling

Wat de behandeling betreft geloven de Belgen dat CVS te behandelen is met antioxidanten die de ontstekingsmediatoren (NF)-kappa-bèta kunnen remmen. Voorbeelden daarvan zijn de specerij kurkuma/koenjit (gewonnen uit de geelwortel), N-acetylcysteïne, quercetine, Mariadistel, liponzuur en omega-3-vetzuren 8. Hoewel geen van deze antioxidanten in klinische trials getest zijn, is van andere supplementen wel bewezen dat ze werkzaam zijn.

BRONNEN:

1 Smart Publications, 2001
2 Srp Arh Celok Lek, 2003; 131: 370-374
3 Endocr Rev, 2003; 24: 236-352
4 BMC Health Serv Res, 2003; 3: 25
5 Exp Biol Med (May-wood), 2007; 232: 1041-1049
6 Neuro Endocrinol Lett, 2007; 28: e-pub voorafgaand aan druk
7 Nippon Rinsho, 2007; 65: 1051-1056
8 Neuro Endocrinol Lett, 2007; 28: e-pub voorafgaand aan druk


Wat werkt bij chronische vermoeidheid?
• NADH (nicotinamide adenine dinucleotide), een co-enzym dat familie is van vitamine B3 (niacine): dosering 5 mg/dag1.
• Melatonine: dosering 5 mg/dag2.
• L-carnitine: dosering 1-3 g/dag3.
• Zoethoutextract4: dosering 200 mg driemaal daags. Zorg dat het een gestandaardiseerd supplement is tot 22 procent glycyrrhizine en bewaak de bloeddruk omdat die kan stijgen door zoethoutextract (drop).
• Ginkgo biloba of Panax ginseng5: dosering 100 mg tweemaal daags.
• Graduele lichaamsbeweging en cognitieve gedragstherapie6: lichaamsbeweging: op een zeer langzame loopband en begin bij 1,5 km/u of langzamer, gebruik een hometrainer of ga wandelen. Begin dan met vijf minuten per dag driemaal per week en bouw dit op tot twintig tot dertig minuten op vier tot vijf dagen per week.

BRONNEN:

1 P R Health Sci J, 2004; 23: 89-93
2 Eur J Neurol, 2006; 13: 55-60
3 Neuropsychobiology, 1997; 35: 16-23
4 Exp Clin Endocrinol Diabetes, 2002 ; 110 : 257-261
5 Pharmacol Sci, 2003; 93: 458-464
6 Psychol Med, 2004; 34: 991-999
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...