Baas in eigen buik?

De geboortezorg heeft een groot doel: de moeder ondersteunen bij het op de wereld zetten van een gezond kind. Hierbij wordt steeds minder risico acceptabel gevonden. Met het gevaar dat gezonde zwangere vrouwen tijdens een normale zwangerschap en bevalling allerlei medische handelingen krijgen aangeboden die dit grote doel voorbijstreven. Tegelijkertijd wordt het voor de zwangere vrouw moeilijker om baas in eigen buik te blijven. Want we willen toch allemaal een gezond kind?

Geboortezorg begint op het moment dat twee partners in verwachting willen raken (preconceptiezorg) en eindigt aan het einde van de kraamperiode, zes weken na de bevalling. Tijdens deze periode kunt u door verschillende zorgverleners begeleid worden, zoals de (klinisch) verloskundige, gynaecoloog, huisarts, kraamverzorgende, zwangerschapsbegeleidster/doula of een lactatiekundige.
Vanaf het eerste moment heeft voorlichting als doel om een zo gezond mogelijk kind te krijgen. Adviezen richten zich daardoor met name op (een steeds langer wordende lijst) leefstijlinterventies met zaken die een zwangere vrouw beter niet kan doen. Natuurlijk is het op zijn plaats om u te wijzen op de risico’s rondom het eten van bepaalde voedingsmiddelen, zoals rauwe vis en rauwmelkse kaas, en het gebruik van alcohol en tabak. Helaas kan de focus op wat u níet mag ook averechtste gevolgen hebben. We zien dit bijvoorbeeld bij het gebruik van vitamine A. Tijdens de eerste afspraak met de verloskundige zal ter sprake komen dat u als zwangere vrouw vooral niet te veel vitamine A binnenkrijgt, geen voedingssupplementen met vitamine A moet gebruiken en geen leverworst moet eten. Doet u dit wel, dan geeft dit schade aan het ongeboren kind. Met dit advies wordt echter voorbijgegaan aan het feit dat een zwangere vrouw een verhoogde behoefte heeft aan vitamine A (800 mcg in plaats van 680 mcg), juist voor een gezonde ontwikkeling van de baby.1 De angst die meegegeven wordt rond het gebruik van vitamine A zorgt echter voor vermijding van de essentiële vitamine-inname, en de goedbedoelde waarschuwing streeft haar doel voorbij.

Geboortezorg in Nederland

In Nederland hebben we een bijzonder geboortezorgsysteem. Er bestaat eerstelijnszorg, uitgevoerd door verloskundigen, en tweedelijnszorg uitgevoerd door gynaecologen en klinisch verloskundigen. De verloskundige doet een risicoschatting en bepaalt of een zwangerschap begeleid kan worden door haar- of hemzelf of dat begeleiding in het ziekenhuis (door een gynaecoloog) noodzakelijk is. Er is echter al vijftig jaar gesteggel in Nederland over dit zorgsysteem, omdat gynaecologen en verloskundigen niet altijd op een lijn zitten. De gewenste integrale methode waarbij verloskundigen en gynaecologen beter samenwerken, komt maar moeilijk van de grond. Dat heeft te maken met een aantal factoren. Er heersen vooroordelen dat de verloskundige alles op zijn beloop wil laten en de gynaecoloog juist wil ingrijpen. Tegelijkertijd worden – ter voorkoming van problemen – steeds meer medische handelingen aan gezonde zwangere vrouwen aangeboden. Want, zo is de gedachte, zorgverleners kunnen beter te veel doen dan achteraf het verwijt krijgen dat ze te weinig hebben gedaan. Recente cijfers laten zien dat het aantal interventies tijdens de zwangerschap en de bevalling toeneemt. Maar liefst 22 procent van de bevallingen wordt ingeleid en 27 procent van de vrouwen krijgt een ruggenprik.2,3 Wat betreft de ruggenprik bestaan er grote regionale verschillen. In Drenthe krijgt 12 procent een ruggenprik, terwijl in Noord-Brabant 37 procent van de vrouwen pijnstilling krijgt. Dit toont aan dat er onder medici geen eenduidigheid bestaat over de noodzaak of wenselijkheid van een dergelijke interventie. Er zijn echter geen aanwijzingen dat het stijgende aantal interventies leidt tot gezondere moeders en kinderen.4

Interventies tijdens de bevalling

De eerste keuze voor een interventie tijdens de bevalling maakt een zwangere vrouw al tijdens de zwangerschap. Wilt u pijnbestrijding of niet? De keuze voor een ruggenprik bepaalt in ieder geval dat u in het ziekenhuis gaat bevallen.
Pijnbestrijding tijdens de bevalling is normaal geworden. Een op de drie vrouwen maakt er gebruik van. Meestal gaat het om een ruggenprik, maar ook het gebruik van opiaten kan overwogen worden. Het gebruik van pijnbestrijding is echter niet zonder risico.
Een ruggenprik kan koorts veroorzaken bij de zwangere vrouw. Om complicaties te voorkomen, wordt daarom preventief antibiotica toegediend. Nog voor uw kind goed en wel geboren is, heeft het dan zijn eerst antibioticakuur al gehad. Verder zorgt een ruggenprik of het gebruik van opiaten voor een grotere kans op een medische bevalling. De pijnbestrijding zorgt ervoor dat de hoogzwangere vrouw haar lichaam minder goed voelt. Dit heeft als gevolg dat beweging niet goed mogelijk is en zij op haar rug zal moeten liggen. Bovendien kan ze door het verminderde gevoel minder goed mee persen met de weeën. De zwaartekracht kan door de rugligging niet helpen om het kindje door het geboortekanaal te leiden. Hierdoor is een tangverlossing of geboorte via een vacuümpomp eerder nodig. Bovendien zijn er vaker weeënversterkers (kunstmatige oxytocine) nodig om de bevalling in beweging te houden.
Deze cascade aan interventies die met een ogenschijnlijk simpele beslissing voor pijnbestrijding in gang wordt gezet, blijkt opeens verregaande gevolgen te hebben.
Het is tijd dat we weer terug durven te gaan naar de basis en dat vrouwen durven te luisteren naar hun lichaam. Dit maakt een natuurlijke bevalling mogelijk.

Natuurlijk bevallen

Een natuurlijke bevalling is belangrijk voor zowel moeder als kind. Ze verbetert de hechting tussen moeder en kind, het slagen van de borstvoeding en bevordert de gezondheid van het kind op de lange termijn.5
In 2018 werden de resultaten van een grootschalige studie gepubliceerd, waaruit bleek dat een interventie tijdens de bevalling nadelige gevolgen heeft tijdens het latere leven van het kind. In totaal werden 491.500 gezonde vrouwen gevolgd tijdens hun zwangerschap, bevalling en de eerste 5 jaar nadat het kind geboren was. Kinderen die via een tangverlossing of door middel van een vacuümpomp geboren werden, hadden een verhoogde kans op geelzucht en vaker last van voedingsproblemen. Elke vorm van interventie, van het inleiden van de bevalling tot een keizersnede, resulteerde in een verhoogde kans op luchtweginfecties, stofwisselingsstoornissen en eczeem bij het kind.
De conclusies van de wetenschappers waren dan ook duidelijk. Vrouwen moeten beter geïnformeerd worden over zowel de korte- als de langetermijngevolgen van interventies tijdens de bevalling. Bovendien zouden interventies gebaseerd moeten zijn op overtuigend wetenschappelijk bewijs.6
Hoe verloopt een natuurlijke bevalling? Allereerst is het belangrijk dat er geen sprake is van angst rondom de zwangerschap en de bevalling. Angst geeft namelijk stress en dat staat een natuurlijke bevalling in de weg. De stresshormonen adrenaline en cortisol zijn weeënremmers en remmen bovendien de pijnstillende werking van de lichaamseigen pijndempende stofjes die vrijkomen tijdens de bevalling. Goede begeleiding door een vaste verloskundige tijdens de zwangerschap en continue begeleiding door één persoon tijdens de bevalling verminderen stress en maken medische interventies tijdens de bevalling minder noodzakelijk.7
Ook thuis bevallen helpt stress te voorkomen. Uit onderzoek vanuit het Reinier de Graafziekenhuis blijkt dat 80 procent van de vrouwen die thuis bevallen, de bevalling vond meevallen. Terwijl 57 procent van de vrouwen die in het ziekenhuis bevielen deze mening deelt.5 Het aantal thuisbevallingen loopt echter al een aantal jaren terug. Lag het aantal thuisbevallingen in de jaren ’90 van de vorige eeuw nog op 35 procent, inmiddels is dat gedaald tot 13 procent. Maar liefst 70 procent van de vrouwen bevalt, al dan niet met medische noodzaak, in het ziekenhuis. De overige vrouwen bevallen in een geboortehuis of geboortecentrum dat verbonden is aan het ziekenhuis.8
Naast rust en ontspanning is het belangrijk dat de bevalling op zijn beloop wordt gelaten, zodat de vrouw in haar eigen tempo en op haar eigen manier haar kindje op de wereld kan zetten. Niet iedere bevalling vindt binnen 12 uur plaats, zoals de protocollen voorschrijven, maar dat maakt medisch ingrijpen niet direct noodzakelijk. De Wereldgezondheidsorganisatie pleit hier ook voor in haar richtlijnen, maar desondanks wordt een bevalling nog geregeld versneld door bijvoorbeeld het toedienen van weeënversterkers, zoals oxytocine.5

De vrouw betrekken

Is een ingreep nodig? Die vraag zou niet alleen beantwoord moeten worden door medisch personeel, maar de vrouw (en haar partner) zou hierbij betrokken moeten worden en een stem moeten krijgen die serieus genomen wordt. Het is namelijk belangrijk dat een vrouw haar bevalling als positief ervaart om de kans op postnatale klachten te voorkomen.
Ongeveer 10 tot 20 procent van de vrouwen ervaart een bevalling als traumatisch. De gynaecologen Martine Hollander en Claire Stamrood vroegen 2000 vrouwen óf en hoe een traumatische ervaring voorkomen had kunnen worden. Opvallend genoeg is een dergelijk trauma niet het gevolg van een medische interventie, maar van een gebrekkige communicatie waarbij betrokkenheid en emotionele ondersteuning ontbrak. Vrouwen gaven aan zich niet goed geïnformeerd te voelen en voelden dat ze de controle over hun eigen bevalling aan het kwijtraken waren.5 Hier ligt een belangrijke taak voor de zorgverleners, waar nog veel winst te behalen valt.
In Denemarken nemen steeds meer vrouwen het heft in eigen hand. Ze kiezen steeds vaker voor een thuisbevalling. In drie jaar tijd is het aantal thuisbevallingen meer dan verdubbeld. De redenen die de vrouwen hiervoor gaven, waren het voorkomen van onnodige interventies en de geborgenheid van van het eigen huis die ontspanning geeft.

Concluderend

Wanneer zijn een zwangerschap en bevalling normaal en wanneer moet je ingrijpen? Daar wordt verschillend over gedacht en daarom zullen we naar persoonlijke zorg moeten rondom de zwangerschap en bevalling.
Tijdens de zwangerschap en de bevalling zijn vrouwen kwetsbaar. Er bestaat een zekere afhankelijkheid van de verloskundige of gynaecoloog, waardoor het moeilijk kan zijn om baas in eigen buik te blijven. Een goede samenwerking en een sterke vertrouwensband tussen zorgverleners, een zwangere vrouw en haar partner is essentieel om een positief gevoel aan de zwangerschap en bevalling over te houden. Gelukkig komt er steeds meer aandacht voor de keuzevrijheid en integriteit van de vrouw. De meeste zwangere vrouwen zijn kerngezond, laten we ze dus niet als zieken behandelen.
Wilt u ook baas in eigen buik worden? Lees dan het nieuwe boek Zwanger, baby, boefje van Cindy de Waard, waarin u (alles) leest over een bewuste zwangerschap en een natuurlijke bevalling, of bezoek het eerste ‘Medisch Dossier Café’ op 11 juni waarin Cindy de Waard en Maarten Klatte u in een avond bijpraten over vernieuwende inzichten rondom gezondheid.

Literatuur
1. https://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/vitamine-a.aspx
2. http://www.perinatreg-data.nl/JB2017/Jaarboek2017.html#tabel4.1.2
3. https://www.ad.nl/gezond/ruggenprik-bij-bevalling-of-niet-in-deze-provincie-gebeurt-het-veruit-het-vaakst~a12c7ae7/
4. Goodarzi B, Amsterdam VU, Seijmonsbergen-schermers A. Thema : Medicalisering van de zwangerschap. Pod voor Bio-eth. 2018;3(December).
5. WHO | WHO recommendations: intrapartum care for a positive childbirth experience. WHO. 2019;
6. Birth. 2018 Dec;45(4):347-357.
7. Cochrane Database Syst Rev. 2011 Feb 16;(2):CD003766.
8. https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/denen-komen-in-verzet-tegen-bevallen-in-het-ziekenhuis-en-zoeken-steeds-vaker-de-woonkamer-op-~b061f3a0/?

Cijfers

Recente cijfers laten zien dat het aantal interventies tijdens de zwangerschap en de bevalling toeneemt. Maar liefst 70 procent van de vrouwen bevalt onder begeleiding van een gynaecoloog in het ziekenhuis. Een eerste zwangerschap leidt op dit moment in 20 procent van de gevallen tot een keizersnee en een vrouw heeft 25 procent kans dat een bevalling eindigt in een kunstverlossing. Maar 55 procent van alle bevallingen verloopt dus ‘normaal’.
Waar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) streeft naar maximaal 10 procent inleidingen van de bevalling, liggen we daar in Nederland met 22 procent ver boven. Evenals met het aantal inknippingen in de tweedelijnszorg. Ongeveer 36 procent van de Nederlandse vrouwen wordt tijdens de bevalling ingeknipt, terwijl de WHO ook hier streeft naar maximaal 10 procent.
Overigens doet Nederland het in Europees opzicht nog relatief goed, ondanks dat deze cijfers misschien anders doen vermoeden. Met de stijging in het aantal interventies begint ook Nederland zich echter langzaam te conformeren aan de Europese trend.

Literatuur
1. https://www.kindenziekenhuis.nl/artikelen_zoalsthuis/interventies-bij-bevalling/
2. https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/wat-is-een-normale-gezonde-bevalling.htm

Wanneer is een interventie nodig?

Dit is misschien wel de belangrijkste vraag. Vrouwen moeten van tevoren zelf nadenken over wat ze wel en niet willen en dit vastleggen in een geboorteplan (hier bestaat geen vaste leidraad voor, maar voorbeelden zijn online te vinden als u zoekt op ‘natuurlijk geboorteplan’). Dit plan kan tijdens de bevalling op ieder moment worden aangepast. U kunt immers altijd van gedachte veranderen of de situatie verandert zodanig dat herbeoordeling noodzakelijk is.
Verder dienen zorgverleners zich ervan bewust te zijn dat een potentieel risico niet betekent dat de betreffende vrouw een daadwerkelijk risico loopt. Dit maakt een persoonlijke afweging noodzakelijk, waarbij het volgen van een protocol afgespiegeld moet worden aan een individuele situatie. In samenspraak kunnen zorgverlener, de vrouw en haar partner afwegen of een interventie noodzakelijk is. De BRAINS-methode kan hierin een leidraad zijn.
Benefits: Wat zij de beweegreden? Wat is het doel van de meting of interventie? Vraag om uitleg of toelichting.
Risks: Wat zijn de risico’s? Wat zijn de risico’s van de interventie of meting? En wat zijn de gevolgen voor mij en mijn kind?
Alternatives: Wat zijn de alternatieven? Welke opties zijn er nog meer om (ongeveer) hetzelfde te bereiken of te weten te komen? (bijvoorbeeld een opgerichte, verticale bevalhouding in plaats van een knip).
Intuitions: Wat vind ik zelf? Hoe denkt u zelf over de situatie? Wat zou u zelf het liefste willen? Wat zegt mijn onderbuik?
Nothing: Wat als we niets doen? Wat kan er dan gebeuren als we helemaal geen interventie of meting doen? Of, wat als we nu niets doen maar over een bepaalde tijd de interventie heroverwegen?
Scuse me: Ik wil hierbij stilstaan. Neem de tijd om te overleggen om na te denken en eventueel te overleggen met iemand, zoals de verloskundige of de geboortebegeleider/doula. Zijn er nog vragen die u wilt stellen voordat u een beslissing neemt?

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere artikelen van Cindy de Waard

Parasitaire darminfecties

Beter naar je gevoel (leren) luisteren deel 2

Luister (niet) altijd naar je gevoel; Deel 1

Wat leren traditionele voeding en leefpatronen ons?

Aderverkalking: Een Stille Bedreiging voor de Gezondheid

Column dr. Wendy Lin; Handzenuw in de knel

Anderhalf jaar geleden kwam een man in mijn praktijk. Hij was net gepensioneerd. Zijn hele leven was hij internationaal correspondent geweest, dus hij had veel tijd achter zijn toetsenbord doorgebracht. Tuinieren was de hobby waarin hij altijd zijn rust had gevonden....

Cindy de Waard avatar

Over de auteur

Cindy de Waard is natuurgeneeskundige en farmaceutisch wetenschapper. Zij heeft zich enkele jaren beziggehouden met wetenschappelijk onderzoek op het gebied van darmgezondheid en richt zich op dit moment op het behandelen van mensen met darm gerelateerde klachten. Naast haar werkzaamheden als therapeut geeft zij gezondheidsvoorlichting met als doel het belang van een gezonde darm onder de aandacht te brengen.
Lees meer artikelen van Cindy de Waard