04-08-2008

Anti- en pro-oxidanten

Ik heb iets gelezen over antioxidanten die door het lichaam in pro-oxidanten worden veranderd en over een laboratoriumonderzoek naar vitamine C die de groei van kankercellen bevordert. Kunt u me zeggen op welk punt een anti-oxidant ongezond wordt? Doet dit probleem zich alleen met supplementen voor of kan het ook met voedsel gebeuren?– MW, MIDDLESEX

 

Ons lichaam wordt gevoed met het voedsel dat we eten; uit de ingeademde lucht halen we de zuurstof die we nodig hebben om in leven te blijven. Maar voedsel en lucht brengen ook vrije radicalen voort (uiterst reactieve moleculen die onze cellen tijdens de stofwisseling vernietigen, zo’n beetje als zuurstof dat ijzer laat roesten). Antioxidanten als vitamine C verdedigen cellen tegen pro-oxidanten en vrije radicalen; het lichaam heeft dus een voortdurende aanvoer van antioxidanten nodig om het tegen oxiderende schade te beschermen.

Verse natuurvoeding zoals fruit, groenten en granen bevatten antioxidanten die door meer dan 150 andere natuurlijke fyto(planten)chemicaliën in evenwicht worden gehouden (zodat ze geen pro-oxidante schade kunnen aanrichten). Dat beschermend evenwicht zult u over het algemeen niet in antioxidantensupplementen aantreffen. De belangrijkste antioxidanten uit natuurvoeding (en supplementen) zijn vitamine C en E en bètacaroteen.

Antioxidanten beschermen tegen de vrije radicalen die normaal tijdens de stofwisseling vrijkomen, en tegen de diverse giftige stoffen in ons dagelijks milieu. Ook beschermen ze tegen de vele aandoeningen die horen bij het ouder worden, tegen de risicofactoren voor kanker en tegen een vroegtijdige dood door welke oorzaak dan ook.1

Vitamine C is cruciaal voor de weerstand, beschermt tegen hartziekten en kan de pijn bij reumatoïde artritis verlichten. Verschillende onderzoeken die door wijlen Linus Pauling werden geïnspireerd, hebben aangetoond dat vitamine C in hoge doses de mutagene en carcinogene (kankerverwekkende) substanties in het darmkanaal aanzienlijk verlagen.2

Elke antioxidant kan echter pro-oxidant worden. Zo werken vitamine C en galluszuur (in druivenpitten en groene thee) als krachtige antioxidanten en als pro-oxidanten die de dood van kankercellen (apoptose) bewerkstelligen.3 We weten echter nog steeds niet wanneer antioxidanten pro-oxidanten worden. Wat we wel weten is dat het lichaam alles wat het niet kan gebruiken, tijdens de stofwisseling omzet en in dat proces ontstaan vrije radicalen.

Na verschillende gerandomiseerde langetermijnonderzoeken werden de beschermende effecten van antioxidantensupplementen in twijfel getrokken; ook was men bezorgd dat ze wellicht kanker veroorzaken bij mensen met een hoog risico. Zo bracht klinisch onderzoek in de Verenigde Staten en Finland aan het licht dat er veel meer gevallen van longkanker voorkwamen onder zware rokers die hoge doses bètacaroteensupplementen slikten.4 Bètacaroteen is een anticarcinogeen, maar paradoxaal genoeg kunnen hoge concentraties van zijn geoxideerde bijproducten kanker in de hand werken.5

Van de onomwonden criticus van antioxidantensupplementen, wijlen professor Victor Herbert, wordt vaak de uitspraak geciteerd dat ‘geen enkel supplement een pure antioxidant is’.6 ‘Er heerste [sprekend over de Food and Drug Administration Conference on Antioxidant Vitamins in Cancer and Cardiovascular Disease] absoluut unanieme overeenstemming dat vitamine C, E en bètacaroteen fout getypeerd worden door ze enkel en alleen als antioxidanten te beschrijven… In feite zijn het redox-agentia: in sommige omstandigheden zijn ze antioxidanten –vaak geldt dat voor de fysiologische hoeveelheden in ons voedsel – en in andere omstandigheden pro-oxidanten, die miljarden schadelijke vrije radicalen produceren,’ zei hij. Hij stelde ook dat vitamine C met name kwaad kan wanneer iemand een hoog ijzergehalte heeft , waardoor vitamine C een agressief pro-oxidant wordt.7

Antioxidanten maken deel uit van een complexe inname van micronutriënten die het lichaam nodig heeft om zichzelf in balans te houden. Hoeveel antioxidanten we ter aanvulling nodig hebben, weten we pas als we meer inzicht hebben in de werking van antioxidanten in het lichaam. Er is dus meer onderzoek nodig. Ondertussen kunt u het best zoveel mogelijk essentiële voedingsstoffen uit uw voeding halen en eventueel het advies van een voedingsdeskundige inwinnen wanneer u denkt dat uw voedingspatroon tekortschiet.

BRONNEN:

1 J Epidemiol, 1992; 135: 115-21; Am J Clin Nutr, 2000; 72: 139-45
2 Cancer, 1981; 47: 1121-5
3 Anticancer Res, 1997; 17: 221-4
4 Nutr Rev, 1996; 54: 178-80
5 Nutr Rev, 1999; 57: 263-72
6 Am J Clin Nutr, 1994; 60: 157-8
7 J Am Diet Assoc, 1993; 93: 526-7
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...