Alternatieven – De vergeten behandeling

(Lees ook deel 2 van dit artikel: Jeugdreuma en de rol van vitamine B3 – Onderzoek in Nederland)

Tientallen jaren geleden gebruikten honderden patiënten een vitamine tegen artrose. Die vitamine staat nu weer in de belangstelling door nieuw onderzoek. Celeste McGovern zocht het uit.

De patiënte, laten we haar Alice noemen, was 78 jaar oud en had altijd een uitstekende gezondheid gehad. Maar zes maanden daarvoor, toen haar jongere zus een beroerte kreeg, was dat veranderd. Ze wilde niet dat vreemden in een ziekenhuis haar zus zouden verzorgen. Daarom besloot ze om haar zus thuis te verplegen. Dat betekende dat ze de hele dag moest traplopen, want de slaapkamer van haar zus was op de eerste verdieping. Ze had het zo druk dat ze vaak gemakkelijke, koolhydraatrijke maaltijden at in plaats van de eiwitrijke voeding die ze normaal gesproken nam.

Nadat Alice dat ongeveer een maand had gedaan, kreeg ze pijnlijke en opgezwollen gewrichten. Ze begon acht tot tien aspirientjes per dag in te nemen, maar dat hielp maar een beetje.
Toen haar zus weer wat opknapte, ging Alice weer minder koolhydraten eten. Toch hield ze constant hevige pijn in haar nek, lage rug en gezwollen knieën, enkels, polsen, handen, ellebogen en schoudergewrichten. Ze had, zei ze, altijd een verdoofd of ‘tintelend’ gevoel in haar handen. Haar handen waren ook gezwollen en toen de arts dat vroeg, kon ze geen vuist maken. De eerste uren van de dag, voordat de aspirine begon te werken, voelde ze zich altijd stijf. ‘s Avonds kwam de stijfheid terug, de medicatie hielp dan niet meer. Ze kon niet goed slapen door de pijn. Koud en vochtig weer maakte het erger, merkte ze.

Daarnaast was ze in drie maanden tijd acht kilo afgevallen en voelde ze zich steeds zwakker worden. En bijna altijd uitgeput. De arts die Alice onderzocht, merkte dat haar polsen en enkels warm aanvoelden. In een uitgebreid lichamelijk onderzoek mat hij het bewegingsbereik (hoe ver ze kon buigen en strekken) van twintig gewrichten. Hij stelde vast dat de werking van de gewrichten ‘ernstig verstoord’ was. Alice stond en liep voorovergebogen. Haar gewrichten waren gezwollen zoals bij klassieke reuma. Bovendien merkte hij op dat haar huid er wat geelbruin uitzag, terwijl haar lever iets vergroot was en gevoelig bij betasting. Ook haar tong en tandvlees waren licht gezwollen.

De remedie

Alice kreeg vitamine B3, in de vorm van nicotinamide, voorgeschreven in een zeer hoge dosering. Drie weken later, bij het vervolgonderzoek, waren de zwellingen in haar gewrichten grotendeels verdwenen. Ze had nog wel last van wat pijn en stijfheid. Haar evenwicht bij het lopen was beter en ze zat rechterop. Het bewegingsbereik van haar gewrichten was ook meetbaar verbeterd. Een kleine drie maanden nadat ze was begonnen met de vitaminekuur was het bewegingsbereik in haar gewrichten nog verder verbeterd. Haar enkels waren nog wel gezwollen. De bezinkingssnelheid van haar bloed – waaraan je ziet of je ontstekingen hebt – was afgenomen van 1,80 mm/min tot 1,00 mm/min. Ze nam nog maar één aspirientje per dag tegen de pijn. Haar arts zei: ‘Ze leek mentaal alerter en lichamelijk sterker.’

Bij de volgende controlebezoeken bleef Alice vooruitgaan. Een klein jaar nadat was begonnen met vitamine B3 had ze geen zwellingen meer in haar gewrichten en kon ze eindelijk weer normaal traplopen. Ze had helemaal geen pijn meer in haar botten en gewrichten, en ze had al acht maanden geen aspirine meer gebruikt.  De bezinkingssnelheid van haar bloed was verbeterd tot 0,56 mm/min. De kracht van de spieren in haar hand (handknijpkracht), die in het begin sterk verminderd was, was zowel links als rechts verbeterd tot normale waarden voor vrouwen van haar leeftijd.

Er was ook geen vergrote of gezwollen lever meer voelbaar. ‘Naast de objectieve verbetering in al haar gewrichten en in haar algehele gezondheid, was er ook een opvallende daling van haar schijnbare leeftijd,’ zag haar arts. ‘Ze vertelde heel tevreden dat ze weer zin had om andere mensen op te zoeken en om zelf bezoek te ontvangen. Ze zag er jonger uit dan toen ik haar voor het eerst zag: ze leek eerder 60 dan 80.’

Het geval van Alice is er een van honderden in het artikel van William Kaufman uit 1949, The common form of joint dysfunction. In dat artikel beschrijft hij, soms tot in de kleinste details, zijn ervaring met het gebruik van nicotinamide (een vorm van vitamine B3) voor de behandeling van artrose. Kaufman was een Amerikaanse arts en fysiologisch onderzoeker in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw. Hij had speciale belangstelling voor behandelingen met vitaminen. Hij vond het fascinerend dat je een zo eenvoudig middel als vitamine B3 kunt inzetten voor de behandeling van artrose, een aandoening die veel schade veroorzaakt. Voor moderne artsen lijkt dat misschien wat erg simpel, maar in zijn tijd was dat volkomen logisch.

De vergeten plaag

Kaufman was opgegroeid in tijden van een inmiddels vergeten dodelijke plaag: pellagra. Die wordt gezien als de grootste epidemie van tekorten aan voedingsstoffen in de Amerikaanse geschiedenis. Pellagra was in die tijd een angstwekkende nieuwe ziekte, die tweemaal zoveel vrouwen als mannen trof. De diagnose van de ziekte werd bepaald door de ‘vier d’s’: 1) dermatitis (ontsteking van de huid): huiduitslag met schilfers, vaak als een soort kraag om de hals, armen en benen; 2) dementie, met beangstigende emotionele uitbarstingen en onredelijkheid; 3) diarree en andere maag-darmproblemen; en 4) dood. Later kwamen daar andere symptomen bij, die op röntgenfoto’s te zien zijn: botontkalking, mineralentekort en tandbederf bij meer dan de helft van de onderzochte patiënten, en ook een gezwollen tong.

In de meeste gevallen ging het tandbederf samen met sterk teruggetrokken tandvlees, bloedvergiftiging, blootliggen van tandcement (de stof die om de tandwortel zit), en uitvallen van tanden en kiezen.1 Pellagra verspreidde zich in het begin van de 20e eeuw zo snel in de VS, dat veel artsen dachten dat het een soort besmettelijke epidemie was. Tussen 1906 en 1940 kregen meer dan 3 miljoen Amerikanen de ziekte. Minstens 100.000 mensen overleden eraan.2 Joseph Goldberger, die was aangesteld door de Amerikaanse Gezondheidsdienst (Public Health Service), toonde in 1926 aan dat de ziekte vooral voorkwam bij een dieet van voornamelijk granen, zonder vlees, vis, eieren en melk. De manieren waarop vroeger granen werden bereid, waren ingeruild voor nieuwe methoden. Daardoor gingen veel voedingsstoffen verloren, waardoor de gebreksziekte zo plotseling optrad. Door vers vlees, melk en zelfs biergist aan het dieet toe te voegen, liet Goldberger zien dat je de ziekte kon voorkomen en genezen.

Spectaculaire genezing

Conrad Elvehjem, professor in de biochemie aan de Universiteit van Wisconsin-Madison, ontdekte in 1937 dat de vitamine niacine (ook wel vitamine B3 genoemd) de ziekte black tongue bij honden kon genezen. Dat is de hondenvorm van pellagra. Het jaar daarna werden de artsen Tom Spies, Marion Blankenhorn en Clark Cooper door het tijdschrift TIME Magazine uitgeroepen tot ‘Man van het jaar’, vanwege het onderzoek waarin zij vaststelden dat niacine ook pellagra bij mensen kon genezen. In datzelfde jaar studeerde Kaufman af aan de Medische opleiding van de Universiteit van Michigan.

Kaufman maakte in de jaren daarop een spectaculair initiatief in de gezondheidszorg mee. De gevreesde pellagra werd zo goed als volledig van de Amerikaanse kaart geveegd. In 1942 werd niacine toegevoegd aan meel en steeg de gemiddelde consumptie van 11 mg naar 17 mg per dag. Sindsdien wordt de ziekte als uitgeroeid beschouwd en behoort pellagra tot de medische geschiedenis. Toch lag de ziekte nog vers in het geheugen bij Kaufman, in een periode waarin artsen tekorten aan voedingsstoffen als een oorzaak van ziekten zagen. Behandelingen met vitaminen kwamen in aanmerking voor prijzen en waren heel gewoon; ze werden niet als randverschijnsel of kwakzalverij gezien.

Nog geen tien jaar daarvoor hadden de Nederlandse arts Christiaan Eijkman en de Engelse biochemicus Frederick Hopkins de Nobelprijs voor de fysiologie of geneeskunde gekregen. Ze hadden ontdekt dat de ziekte beriberi wordt veroorzaakt door een tekort aan vitamine B1, ook wel thiamine genoemd. Beriberi is ook een ziekte met uiteenlopende symptomen, van gezwollen armen en benen tot hartfalen en verwardheid. Ook deze ziekte werd spectaculair genezen door een infuus met één vitamine. Kaufman vroeg zich af of veel symptomen van de patiënten die hij zag, niet gewoon lichtere vormen waren van soortgelijke tekorten. Misschien hadden sommige mensen veel meer vitaminen nodig dan anderen, door een aangeboren afwijking of andere oorzaak.

In 1941 begon hij zijn particuliere patiënten met hoge doses nicotinamide te behandelen. Pas twee jaar later, in 1943, werd het in Amerika verplicht om vitaminen en ijzer toe te voegen aan geraffineerde graanproducten. In een speciaal artikel over nicotinamide uit 1943 beschreef hij dat hij nicotinamide had gegeven aan dertig patiënten met duidelijke artrose. De patiënten namen het middel meermalen per dag in, tot een totale dosering die tegenwoordig nog net als niet schadelijk wordt beschouwd, of zelfs nog iets meer. Hij stelde dat het middel een aantal gunstige uitwerkingen had: meer beweging in de gewrichten en minder stijfheid, zwelling, misvorming en pijn.

Kaufman was niet de enige die experimenteerde met vitaminen als geneesmiddel. Ook andere artsen hebben patiënten met allerlei aandoeningen behandeld met niacine en hebben vergelijkbare successen beschreven. In Canada vermoedde psychiater Abram Hoffer dat de dementie die bij pellagra voorkomt, dezelfde oorzaak had als de schizofrenie die hij tegenkwam. Hij beschreef dat 80 procent van de schizofreniepatiënten die hij met hoge doses vitamine B3 (niacine) behandelde, daar duidelijk baat bij had.3

Internist William Parsons en anderen in de Amerikaanse Mayo Clinic volgden in 1955 Hoffers aanwijzingen met een aantal onderzoeken. Ze lieten zien dat niacine de vetsamenstelling bij hartpatiënten duidelijk verbetert: het verlaagt de hoeveelheid ‘slecht’ LDL-cholesterol en TG (triglyceriden) in het bloed en verhoogt het ‘goede’ HDL-cholesterol.4 Niacine kan als bijwerking blozen (opvliegers) veroorzaken en wordt daarom wel ‘blozende niacine’ genoemd: door verwijding van de bloedvaten kan de huid rood en warm worden en gaan jeuken (zie kader p50). Het is tientallen jaren veel gebruikt, omdat het de enige beschikbare cholesterolverlager was.

In 1959 bracht Hoffer Kaufmans werk opnieuw onder de aandacht. Hij publiceerde een artikel over zijn eigen ervaring met zes patiënten die na het innemen van vitamine B3 (niacine/nicotinezuur of niacinamide) opmerkelijke verbeteringen hadden in de beweeglijkheid van hun gewrichten.5 Een vrouw van 68 had langdurige stress gehad door de ernstige, langdurige ziekte van haar man. Ze werd snel ouder en klaagde over hevige pijn in beide armen, slecht zicht in één oog, slapeloosheid, en pijn en minder beweeglijkheid in haar handen. Ze kreeg ook artroseknobbels op alle vingers.

Ze begon met hoge doses niacine. Na een maand of drie merkte ze een duidelijke verbetering, zowel geestelijk als lichamelijk. De pijn in haar armen verdween, net als de misvormingen in haar polsen en de knobbels op haar vingers. ‘Ze kon haar handen weer normaal bewegen’, zag Hoffer. Hij merkte ook op dat haar huid er jonger uitzag. ‘De rest van dat jaar en nog twee jaar daarna bleef ze gebukt gaan onder veel stress. In die tijd overleed haar man en had ze allerlei problemen, bijvoorbeeld met haar huis. Ondanks die zware druk bleef ze geestelijk en lichamelijk in orde.’

Een andere patiënt van Hoffer was een jongen die tot zijn veertiende jaar gezond was en toen last kreeg van pijnlijke en stijve knieën. Dat was in 1952. In 1953 werd hij in het ziekenhuis opgenomen, waar hij fysiotherapie en aspirine kreeg. Eerst knapte hij flink op, maar in de herfst van dat jaar ging zijn toestand weer achteruit. In de herfst van 1954 lag hij vijf weken in bed met hevige pijn in zijn heupen, zijn rug en de gewrichten in zijn voeten.

In december van dat jaar kreeg hij naast aspirine hoge doses niacine (nicotinezuur), samen met vitamine C. Vijf dagen later ging het iets beter en ging hij naar school. ‘Vanaf dat moment ging het steeds beter met hem’, zegt Hoffer. Binnen zes maanden hadden zijn voeten, die gezwollen waren tot een breedtemaat E, weer een maat C. Ook zijn vingers waren minder gezwollen en beweeglijker. In 1956 had hij nog maar een kwart van zijn aspirine nodig. In 1957 ging hij nog verder vooruit, al had hij nog wel rugpijn. Zijn rug was ook nog wat stijf. Hij probeerde om minder niacine te nemen, maar elke keer als hij dat deed, voelde hij zijn gewrichten weer stijf worden. De bezinkingssnelheid van zijn bloed was weer normaal. ‘Zijn schoolloopbaan blijft gewoon doorlopen, maar hij kan niet stoppen met de vitamine B3’, schreef Hoffer.

Hij voegde hieraan toe dat Kaufman honderden vergelijkbare gevallen heeft gezien. ‘Deze patiënten namen voortdurend genoeg nicotinamide in. Zonder uitzondering konden ze hun gewrichten weer veel beter bewegen en gebruiken. Vaak ervoeren ze daarnaast allerlei gunstige uitwerkingen, zoals sterkere spieren, meer kunnen werken, minder vermoeidheid, een beter evenwicht en minder psychische klachten als depressie.’

Volgens Kaufmans beschrijvingen werden misvormingen van gewrichten vaak minder ernstig of ze verdwenen als patiënten, die tegenwoordig de diagnose artrose of reuma zouden krijgen, met nicotinamide werden behandeld. Een verhoogde bezinkingssnelheid werd vaak weer normaal, maar de gunstige uitwerking van de behandeling bleef alleen bestaan zolang mensen de vitamine innamen. ‘Misschien forceren deze gigantische hoeveelheden vitamine enige verbetering in de reacties met zuurstof in de cellen,’ speculeerde Hoffer. Als psychiater met ervaring in het gebruik van vitamine B3, zei hij, wilde hij alleen de resultaten van Kaufman bevestigen; reumatologen moeten hun eigen onderzoek doen.

Het zou nog tientallen jaren duren voordat dat onderzoek werd uitgevoerd. In 1996 testten onderzoekers van de Amerikaanse gezondheidsinstituten (NIH) de vitamine bij 72 patiënten die ten minste vijf jaar artrose hadden en dagelijks NSAID’s (niet-steroïdale ontstekingsremmers) gebruikten tegen de pijn. De patiënten werden willekeurig in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg zeer hoge doses nicotinamide, de andere groep kreeg een placebo (neppillen). De patiënten en artsen die de pillen gaven, wisten niet wie de echte behandeling en wie de placebo kreeg.

De resultaten bevestigden de eerdere rapporten van Kaufman en Hoffer. In het 12 weken durende onderzoek verbeterde de algehele toestand van de artrosepatiënten die nicotinamide kregen met 29 procent, terwijl die van de patiënten die de placebo kregen juist 10 procent verslechterde. De pijn veranderde niet, maar de patiënten die nicotinamide kregen, namen 13 procent minder NSAID’s in. Met nicotinamide was de bezinkingssnelheid 22 procent lager en de beweeglijkheid van de gewrichten 4,5 graad beter dan met de placebo.

In de groep die nicotinamide kreeg, kwamen meer bijwerkingen voor (40 procent tegen 27 procent), al waren die meestal licht. Maag-darmproblemen kwamen het meest voor. Die konden meestal worden voorkomen door de vitamine samen met voedsel in te nemen. Eén patiënte werd in het ziekenhuis opgenomen vanwege een maagbloeding, maar ze bleek de placebo te hebben gekregen. De maagzweer kreeg ze waarschijnlijk door haar NSAID-gebruik. De bloedwaarden voor glucose (bloedsuiker), urinezuur, cholesterol en andere markers van de patiënten die nicotinamide kregen, veranderden niet opvallend tijdens het onderzoek. Eén marker (SGOT), die aangeeft of de lever goed werkt, was iets hoger bij de patiënten die nicotinamide kregen, maar was bij geen enkele patiënt reden tot zorgen.

De onderzoekers, onder leiding van W.B. Jonas, waarschuwden dat je de SGOT-waarden regelmatig moet controleren bij patiënten die nicotinamide gebruiken. Ze concludeerden wel dat nicotinamide een rol kan spelen bij de behandeling van artrose, omdat het de algehele impact van artrose kan verbeteren evenals de beweeglijkheid van de gewrichten, de hoeveelheid ontstekingen en de hoeveelheid gebruikte ontstekingsremmers. Verder gaven ze aan dat meer onderzoek naar het gebruik van nicotinamide bij artrose nodig is.6

In zijn publicatie veronderstelde Jonas dat nicotinamide in grote hoeveelheden zou kunnen werken doordat het de hoeveelheid NAD in de cellen verhoogt. NAD is een belangrijk co-enzym dat een rol speelt bij meer dan tweehonderd reacties in het lichaam, waaronder de energieproductie in de mitochondriën (dat zijn de energiecentrales van de cellen, die minder goed gaan werken als we ouder worden). Doordat nicotinamide voor meer NAD zorgt, kan het de energie en stoffen leveren die belangrijk zijn voor om kraakbeen te herstellen, dacht hij.

Nieuw onderzoek

Een hele reeks verdere onderzoeken lijkt het idee van Jonas te bevestigen. Onderzoek richt zich nu meer op hoe supplementen met voorlopers van vitamine B3 en een nieuwe interessante stof, nicotinamide-riboside (NR), de vorming van NAD kunnen verhogen en op cellulair niveau voor een scala aan gunstige effecten kunnen zorgen. In een artikel uit 2018 in het tijdschrift Nature staat beschreven dat een supplement met NR veilig was en de hoeveelheid NAD bij gezonde mensen van middelbare leeftijd met 60 procent verhoogde.7 NR is daardoor een trendy supplement geworden.

Maar de ontdekking heeft ook gezorgd voor hernieuwde belangstelling voor een veel goedkopere en gemakkelijk te gebruiken voorloper van NAD: nicotinamide. Een overzichtsartikel uit 2019 over de diverse functies van nicotinamide beschrijft het middel als een ontstekingsremmer die ook tegen depressie en angst werkt. Het is aangetoond dat nicotinamide de huid beschermt tegen UV-licht en huidkanker. Het verbetert ook acne en andere huidaandoeningen en gaat verlies van gezichtsvermogen en gehoor tegen. Verder beschermt het de hersenen, onder andere tegen de afbraak van zenuwcellen zoals bij Alzheimer en Parkinson.8


Geen vervolg

Verrassend genoeg hebben de Amerikaanse gezondheidsdiensten (NIH) en anderen verder niets gedaan met de veelbelovende resultaten van Jonas. In de bijna 25 jaar die inmiddels verstreken zijn, was artrose de belangrijkste oorzaak van arbeidsongeschiktheid in de VS. De Amerikaanse CDC (Centers for Disease Control and Prevention) rapporteert dat 54,4 miljoen Amerikanen in 2015 artrose hadden, en dat aantal neem naar verwachting alleen maar toe. De CDC schat dat over twintig jaar 78 miljoen volwassenen (meer dan een kwart van de volwassen bevolking van de VS) de diagnose artrose heeft.9

Net als bij pellagra hebben vrouwen onevenredig vaak artrose: bijna twee derde van de patiënten met artrose is vrouw. In Nederland hebben 1,5 miljoen mensen artrose. Verwacht wordt dat ook dat aantal de komende twintig jaar zal stijgen met ongeveer 40 procent naar 2,1 miljoen.10 Hoe en waarom hebben onderzoekers wereldwijd een studie genegeerd die aantoont dat een relatief veilige vitamine na slechts drie maanden gebruik een aanzienlijke verbetering kan geven in de symptomen van artrose?

Volgens Andrew Saul, naast Abram Hoffer medeauteur van het boek: ‘Niacine: The real story (Basic Health Publications, 2015), zijn er twee redenen. Ten eerste is de geschiedenis van niacine-tekort niet alleen door het publiek vergeten. ‘De meeste artsen hebben alleen oppervlakkig de aspecten van voeding bestudeerd,’ legt hij uit. ‘Ten tweede valt er geen geld te verdienen met een behandeling met voedingsstoffen. Het is goedkoper om een patiënt een maand lang te behandelen met nicotinamide dan hem één dag een medicijn te geven waar een octrooi op zit. Geen enkel farmaceutisch bedrijf zal het gebruik van een goedkoop, vrij verkrijgbaar middel aan-moedigen als het met een ander middel veel geld kan verdienen.’

BRONNEN:
1 J Natl Med Assoc, 1952; 44: 241–2
2 Yale J Biol Med, 1992; 65: 211–21
3 Psychosomatics, 1970; 11:522–5
4 AMA Arch Intern Med, 1959; 103: 783–90
5 Can Med Assoc J, 1959; 81: 235–8
6 Inflamm Res, 1996; 45: 330–4
7 Nat Commun, 2018; 9: 1286
8 Metabolomics, 2019; 15: 137
9 US CDC, Arthritis-Related Statistics. www.cdc.gov
10 www.volksgezondheidenzorg.info

 

De relatieve gevaren van B3

Het gebruik van vitamine B3 is niet helemaal zonder risico’s. In 2017 nam een 22-jarige atleet in één keer 20 gram niacine in. Dat is zelfs volgens de normen van Kaufman en Hoffer een extreem hoge dosis. Hij kreeg acute leverbeschadiging en had met spoed een levertransplantatie nodig.1

In een literatuuroverzicht over leverbeschadiging door niacine uit 1992 staan bijwerkingen genoemd van hoge doses nicotinezuur (ongewijzigd niacine, de ‘blozende’ vorm van vitamine B3, waardoor de huid warm en rood wordt) bij zes patiënten. Van preparaten met verlengde afgifte (die het middel langzaam aan het bloed afgeven) staan bijwerkingen vermeld bij twee patiënten. De patiënten gebruikten geen andere medicijnen.
Nog eens tien patiënten kregen bijwerkingen aan de lever, nadat ze ineens waren overgeschakeld van ‘blozende’ preparaten naar preparaten met verlengde afgifte. Vier van deze patiënten kregen binnen zeven dagen tekenen van leverbeschadiging. In al die gevallen trad herstel op toen ze stopten met niacine.2

In een nieuwer onderzoek schakelde een vrouw van 74 plotseling over van ‘blozende’ niacine op een vorm met verlengde afgifte. Voor zover we weten, was dat de eerste keer dat iemand overleed door de leverbeschadiging die daarvan het gevolg was.3
De kans op leverbeschadiging is bij niacinamide kleiner dan bij niacine. Kaufman schreef in 1955 dat niacinamide (alleen of in combinatie met andere vitaminen), in de ‘duizend patiëntjaren dat hij het gebruikt had’ nooit bijwerkingen had veroorzaakt.4
Het onderzoek van de NIH uit 1996 wijst erop dat je moet uitkijken voor leverbeschadiging. Hoe hoger de dosis, hoe groter het risico.5

Beschadiging komt uiterst zelden voor, vooral in vergelijking met de medicijnen die veel gebruikt worden bij artrose. Toch is het belangrijk om hoge dosis vitamine B3 alleen onder toezicht van een arts te gebruiken en goed te letten op tekenen van leverbeschadiging: misselijkheid en braken, gelige huid en ogen (geelzucht), buikpijn en opgezette buik, benen en enkels, donkergekleurde urine en verminderde eetlust.

BRONNEN:
1 Am J Gastroenterol, 2017; 112: 1345–6
2 Am J Med, 1992; 92: 77–81
3 Hepatol Commun, 2018; 2: 1293–8
4 J Am Geriatr Soc, 1955; 3: 927–36
5 Inflamm Res, 1996; 45: 330–4

 

Vitamine B3 uitgelicht

Vitamine B3 maakt onderdeel uit van het vitamine B-complex. B-vitamines zijn wateroplosbaar. Vitamine B3 speelt een belangrijke rol bij de stofwisseling van onze voeding, energievoorziening van cellen en bij de werking van het zenuwstelsel.
Vitamine B3 komt voor in onder andere: vlees en vis, gevogelte, noten, peulvruchten, zaden en graanproducten. Daarnaast kan het lichaam vitamine B3 deels maken uit het aminozuur tryptofaan (bouwsteen van eiwitten). Hierdoor dragen ook eiwitrijke producten zoals zuivel en eieren bij aan de aanmaak van vitamine B3 (via de omzetting van tryptofaan).

De behoefte aan vitamine B3 is afhankelijk van de hoeveelheid energie die iemand nodig heeft. Gemiddeld heeft een volwassen man met een inactieve leefstijl ongeveer 18 mg vitamine B3 per dag nodig. Voor vrouwen is dit gemiddeld 14 mg.
Soms is de behoefte hoger, dan kan een vitamine B3-supplement gecombineerd worden met een vitamine B-complex. Begeleiding door een arts is hierbij van belang.

Vitamine B3 komt in twee vormen voor: nicotinezuur (of niacine) en nicotinamide (of niacinamide). Van het gebruik van grote hoeveelheden nicotinamide zijn geen nadelige effecten bekend. Nicotinezuur kan zorgen voor bloedvatverwijding in de huid. Dit ‘blozen’ ontstaat door een plotselinge bloedtoevoer naar hoofd en ledematen en geeft een warme, branderige en/of prikkelende sensatie. Deze reactie is van voorbijgaande aard en heeft geen ernstige gevolgen. De bovengrens voor nicotinamide is gesteld op 900 mg. Voor nicotinezuur/niacine is dit 10 mg per dag.

BRONNEN:
1 www.vitamine-info.nl
2 www.orthokennis.nl

 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Het laatste woord; Gewoon een dagje ouder?

Uit nieuw onderzoek zou blijken dat statines geen spierpijn veroorzaken. Onderzoekers hebben namelijk vastgesteld dat oudere mensen last hebben van pijntjes. Er zijn meer dan genoeg onderzoeken die laten zien dat statinegebruikers veel pijn lijden ‘Het lijdt geen...

Uitgelezen; Leer je hond,kat of konijn kennen

De auteurs zijn beiden holistisch dierenarts en laten je in dit boek kennismaken met de Vijf Elementen, een duizenden jaren oude stroming binnen de Chinese geneeskunde. Het doel is om eigenaren van honden, katten en konijnen te leren begrijpen waarom een bepaald dier...

Lasertherapie voor een kerkuil

Proefondervindelijk bewijsIn een NRC-artikel begin dit jaar over lasertherapie en long covid trekken alle bevraagde medisch deskundigen de werking van lasertherapie in twijfel.1 Het succes zou te maken hebben met het placebo-effect van de behandeling. Maar wilde...

Een vertraagde schildklier

Steeds meer mensen hebben te maken met schildklierproblemen. Bij lichte afwijkingen worden deze niet altijd behandeld. Ralph Moorman pleit ervoor dat wel te doen. In dit artikel legt hij uit wat je zelf kunt bereiken met voedings- en leefstijlinterventie. Een huisarts...