Nieuwe richtlijnen kankerpreventie

Categorieën: Maatschappij

Op basis van meer dan 10 jaar onderzoek heeft het Wereld Kanker Onderzoek Fonds nieuwe richtlijnen uitgebracht om kanker te voorkomen.

De oude richtlijnen stamden nog uit 2007, dus het was tijd voor een update. Zeker nu er steeds sterker wetenschappelijk bewijs komt dat voeding en leefstijl een rol spelen bij het ontstaan van kanker. Maar liefst 40 procent van de gevallen zou voorkomen kunnen worden met een gezond leefpatroon. De nieuwe richtlijnen zijn praktisch gemaakt, zodat ze voor iedereen toepasbaar zijn.

10 punten van aandacht

Uiteraard ontbreken adviezen zoals niet roken en veilige blootstelling aan de zon niet. Verder zal het u ook niet verbazen dat er de nadruk wordt gelegd op een gezond voedingspatroon rijk aan groenten, fruit, volkoren granen en peulvruchten, voldoende beweging en het beperken van bewerkt voedsel en alcohol. Opvallender is de aanbeveling aan vrouwen om borstvoeding te geven. Dit beschermt zowel moeder als kind tegen het ontwikkelen van kanker. Vrouwen die borstvoeding hebben gegeven, hebben minder kans op het ontwikkelen van borstkanker. Kinderen die borstvoeding krijgen, hebben minder kans op overgewicht, waardoor hun kans op kanker afneemt.

Voedingssupplementen

Het meest opvallend is het advies om niet te vertrouwen op voedingssupplementen. Dit leidt in de eerste instantie misschien tot opgeheven wenkbrauwen, maar het blijkt iets genuanceerder te liggen. Met name het gebruik van hoog gedoseerde supplementen wordt afgeraden. Er is onvoldoende wetenschappelijk bewijs, behalve voor calciumgebruik ter preventie van dikke darmkanker, dat hoge doseringen vitaminen of mineralen de ontwikkeling van kanker kunnen voorkomen. Er zijn zelfs aanwijzingen dat bijvoorbeeld betacaroteen juist de ontwikkeling van longkanker kan bevorderen. Het is daarom beter om vitaminen en mineralen zo veel mogelijk uit voeding te halen. Mocht dit niet haalbaar zijn, dan is aanvullende suppletie natuurlijk wel zinvol om in de persoonlijke behoefte van het lichaam te kunnen voorzien.

Bron: World Cancer Research Fund