Longkanker: medicijnen die niets helpen

Longkankerpatiënten krijgen meestal Iressa (gefitinib) voorgeschreven. Artsen zullen de arme patiënt waarschijnlijk vertellen dat de medicijnen de groei van de kankercellen tegengaan doordat ze de overdracht van signalen op moleculair niveau blokkeren die van vitaal belang zijn voor het overleven van kankercellen. Wat ze waarschijnlijk niet vertellen, is dat de medicijnen in slechts 10 procent van de gevallen aanslaan en dan vooral bij patiënten met niet-kleincellige longkanker, een vorm die vaak bij niet-rokers wordt vastgesteld. En na enige tijd werken ze zelfs helemaal niet meer. Erger nog: ze stimuleren de groei van kankercellen.
Oncologen weten dat het medicijn nieuwe tumorgroei op gang lijkt te brengen, ook wel bekend onder de term ‘verworven’ of ‘secundaire’ resistentie. Onderzoekers proberen te achterhalen waarom dit verschijnsel zich voordoet. Ze traceerden zes patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom die de medicijnen kregen voorgeschreven. Bij drie van hen groeiden nieuwe tumoren. Ze kwamen er niet achter waardoor de tumoren zo’n virulente resistentie tegen de medicijnen ontwikkelden, maar wisten wel te bevestigen dat de nieuwe mutaties genvarianten bevatten die ‘zij al eerder waren tegengekomen’. Nou, nou, wat een opluchting.1
1 Persbericht Memorial Sloan-Kettering Kankercentrum, 21 februari 2005.
 

Trefwoorden
longkanker Iressa