Gehoord in de wachtkamer

Als je het eenmaal hebt, moet je er maar mee leren leven... Dat is de gebruikelijke gedachte bij slechthorendheid, waar naar schatting een op de dertien Nederlanders aan lijdt.

De meeste slechthorenden zullen een mechanisch hulpmiddel gaan gebruiken. Die zijn er in alle soorten en maten en zijn ontworpen om uiteenlopende gehoorproblemen te verbeteren.

Zo zijn er hoortoestellen (ook wel gehoorapparaten genoemd), die u in of net buiten het oor draagt. En voor ernstigere en permanente slechthorendheid – waarbij het geluid het binnenoor niet bereikt – zijn er implantaten. Sommige daarvan zorgen ervoor dat het geluid rechtstreeks op het bot komt, andere worden operatief aangebracht en zetten geluid om in elektrische pulsen die naar het middenoor of de hersenen worden geleid.

De bekendste hiervan is het cochleair implantaat (CI). Dat bestaat uit twee delen: een microfoontje achter het oor dat geluid oppikt en in elektrische pulsen omzet, en een implantaat met elektroden in het slakkenhuis om deze signalen op te vangen.

Deze elektroden in het slakkenhuis nemen het werk van de beschadigde trilhaartjes over: ze geven de geluidssignalen (trillingen) door aan de gehoorzenuwen, die ze op hun beurt aan de hersenen doorgeven.

Dit hulpmiddel biedt ernstig slechthorenden en doven de mogelijkheid om weer iets te horen, vooral kinderen die doof geboren zijn of voor hun derde levensjaar doof geworden zijn. Zij leren in 80 tot 90 procent van de gevallen net zo goed spreken en horen als andere kinderen. Een nadeel is dat een CI minder goed werkt in een lawaaiige omgeving: het geluid wordt dan een moeilijk te ontwarren brij.

Verder is er een kleine kans dat er complicaties optreden: de aangezichtszenuw kan uitvallen of beschadigen, er is kans op duizeligheid, evenwichtsproblemen, tinnitus (oorsuizen) en – geloof het of niet – soms gaat het eventuele ‘restgehoor’ verloren.

Bij de aandoeningen die we onder neurale doofheid scharen, is operatief ingrijpen mogelijk. Bij de stapedectomie, een chirurgische ingreep, wordt de stijgbeugel (een van de gehoorbeentjes) die niet goed functioneert, vervangen door een prothese. Net als bij elke operatie kunnen er ook hier dingen misgaan. Mogelijke complicaties zijn evenwichtsstoornissen, tinnitus, perforatie van het trommelvlies, beschadiging van de aangezichtszenuw en jawel, gehoorverlies. En net als bij een nieuwe knie of heup kan de nieuwe stijgbeugel slijten of zich verplaatsen, waardoor een hersteloperatie nodig is, vaak met minder gunstige uitkomsten dan de eerste.

Hoe ingenieus al deze hulpmiddelen en operaties ook zijn en hoezeer ze een uitkomst kunnen bieden, ze kunnen natuurlijk nooit volledig de complexiteit evenaren van geluid waargenomen door het menselijk gehoororgaan. Dat blijkt wel uit het aantal gebruikers dat geregeld zijn hoortoestel uitzet om niet langer aan de kakofonie van geluiden te worden blootgesteld. Mijn oma was daarvan een treffend voorbeeld: ze werd liever door haar familieleden toegeschreeuwd dan dat ze haar hoortoestel droeg.

Wat tinnitus betreft zijn er bijna geen effectieve behandelingen. De geneeskunde geeft deze patiënten antidepressiva en rustgevende middelen in lage doseringen, en soms worden corticosteroïden in het middenoor toegediend in een poging de symptomen te onderdrukken.

Maar er is hoop want in ons hoofdartikel van deze maand (pagina 52) wordt beschreven hoe Cate Montana de schedelacupunctuur ontdekt. Daarbij prikt de acupuncturist de naaldjes op specifieke punten in de schedelhuid. Deze vorm van acupunctuur blijkt goede successen te boeken in het genezen of verbeteren van allerlei ‘permanente’ beperkingen. Vooral als het neurologische beperkingen zijn, zoals slechthorendheid en tinnitus.

We noemen hier slechts één voorbeeld van een Duitse casestudie, gepubliceerd in het tijdschrift Forschende Komplementärmedizin, over twee patiënten met plotseling optredend perceptief gehoorverlies (SSHL). Het betrof een student van 22 en een piloot van 48, die allebei leden aan tinnitus, ernstige slechthorendheid en een drukgevoel in het oor. De behandeling die ze hadden ondergaan, had de klachten alleen maar erger gemaakt.

De student kreeg gedurende vijf dagen schedelacupunctuur en elektroacupunctuur (waarbij de naaldjes aan elektroden worden bevestigd). De piloot werd zeven dagen behandeld. Na de eerste behandeling merkte de student al grote verbetering, en na tien behandelingen was hij volledig hersteld. Ook de piloot was enorm vooruitgegaan.

Voor tinnitus is een gecontroleerde studie uitgevoerd, waarbij patiënten die acupunctuur kregen werden vergeleken met patiënten die geen behandeling kregen. De conclusie was dat acupunctuur een statistisch significante verbetering van de tinnitus gaf.

Hoewel uit literatuurstudies blijkt dat sommige onderzoeken niet goed zijn uitgevoerd, kunnen we uit de ervaringen van acupuncturisten concluderen dat artsen er goed aan zouden doen hun oren daar te luisteren te leggen.
  ...

Lees het hele artikel:

Bestel dit nummer of    log in als u abonnnee bent.