De natuur is slimmer dan de dokter

De gevaccineerden krijgen kinkhoest en de bof. Maar waarom?

Je mag het eigenlijk niet hardop zeggen, maar de mensen die tegen vaccineren zijn hebben een punt. Natuurlijk verworven immuniteit verslaat vaccinatie keer op keer. Zelfs de wetenschappers stellen hun mening schoorvoetend bij (alhoewel hun antwoord altijd nog is: vaker inenten, maar daarover later).

De opmars van bof en kinkhoest

In de Verenigde Staten is sprake van een toenemend aantal gevallen van bof en kinkhoest. De voorstanders van vaccineren betogen dat angst over de veiligheid van vaccinaties -met name het idee dat het veelvoudige enten tegen mazelen, bof en rode hond de kans op autisme verhoogt- een daling van de vaccinatiecijfers tot gevolg heeft, waardoor het beschermende effect van groepsimmuniteit verloren gaat.

Een stelling die gebaseerd is op de theorie dat een ziekte kan worden uitgeroeid als voldoende mensen ertegen gevaccineerd zijn. Deze paradox is opgemerkt door wetenschappers die er niet van overtuigd zijn dat het instorten van de groepsimmuniteit het probleem is.

Vaccinatie beschermt maar een paar jaar

De ene groep onderzocht de opleving van kinkhoest en de andere hield zich bezig met de onstuitbare opmars van de bof. En hoewel ze zich met totaal verschillende vaccins bezig hielden, kwamen ze tot dezelfde conclusie: vaccinatie beschermt maar een paar jaar. Maar omdat we aannamen dat vaccinaties een leven lang bescherming bieden missen we de rode vlag. Van de jonge mensen die als kleine kinderen gevaccineerd zijn, loopt een derde deel tussen 10 en 14 jaar de kans om mazelen op te lopen, zeggen de onderzoekers van de Harvard T.H. Chan School of Public Health.1

En raad eens? Alleen degenen die mazelen en kinkhoest op een natuurlijke manier hebben doorgemaakt, hebben een levenslange immuniteit opgebouwd. Niet één vaccin overtreft de natuur, vinden de beide onderzoeksteams. De Harvard onderzoekers menen dat de toename van het aantal mazelengevallen te maken heeft met de significante afname van het beschermende effect van de entingen. Het heeft volgens hen niets te maken met het teruglopen van de groepsimmuniteit of de suggestie dat het virus het vaccin te slim af is.

De schatting is dat 25 procent van de gevaccineerden z’n immuniteit binnen 8 jaar verliest. Dus een tweejarige zou kwetsbaar zijn rond zijn tiende en niemand die het in de gaten heeft. Hoewel tieners een risicogroep vormen, blijkt de ziektetoename vooral manifest in de groep 18- tot 29-jarigen. Een fenomeen dat zich vanaf 2006 openbaart.

De toename van kinkhoestgevallen begon veel eerder, sommigen praten van begin tachtiger jaren, en lang voordat anti-groepen hun twijfels over de veiligheid van vaccineren lieten horen. Het eerste vaccin werd geïntroduceerd rond 1940 en bewerkstelligde een bijna 100 procent vermindering van ziektegevallen. Dit succes werd door de University of Michigan betiteld als ‘The honeymoon period’, ofwel de wittebroodsweken.2

Er zijn er twee nodig voor succes en dat geldt evenzo voor ziektevrije tijdperken: in dit geval bepaald door de combinatie van gevaccineerden en degenen die op een natuurlijke manier hun immuniteit opbouwden. Maar in de loop der jaren begon deze laatste groep uit te sterven en de mensen die gevaccineerd waren, werden plotseling kwetsbaar.

Kinderen vaker vaccineren?

Het originele ‘whole-cell’ vaccin werd vervangen door de acellulaire versie en de onderzoekers pikken het verhaal op vanaf 1990 als hun rekenmodellen de stijging van het aantal kinkhoestgevallen in Massachusetts tot 2005 in beeld brengen.

Hier komen twee zaken samen: er komt een eind aan de bescherming door groepsimmuniteit omdat de groep mensen met hun natuurlijke immuniteit uitsterft en er een inadequaat DKTP-vaccin, dat ondermeer tegen kinkhoest moet beschermen, op de markt komt. Dit vaccin is om meerdere redenen ontoereikend, maar vooral omdat het slechts bescherming biedt voor een gelimiteerde periode. Weliswaar langer dan de geschatte zeven jaar, maar het beschermt niet langer dan 10 jaar. Dus een peuter van twee, wordt rond z’n 12de levensjaar kwetsbaar voor infecties. Het antwoord op dit probleem van beide onderzoeksgroepen luidt, kinderen vaker vaccineren, ook op tienerleeftijd. Maar deze suggestie wordt ontzenuwd door hun eigen onderzoeken. Want elke vaccinatie beschermt voor een beperkt aantal jaren en geen enkele inenting is zonder risico’s, zoals de US’s Vaccine Adverse Event Reporting System kan bevestigen.

De enige echte conclusie die je kunt trekken is dat uitsluitend degenen die de ziekte overwonnen hebben, levenslang immuun zijn. Dus in plaats van de vaccinatiedruk op te voeren, kun je mensen beter leren om hun immuunsysteem te versterken met goede voeding zodat kinderziekten de goedaardige overgang naar een volgende levensfase markeren. Precies zoals de anti-prikkers altijd hebben beweerd.

Literatuur

  1. Science Translational Medicine, 2018; 433: eaao5945
  2. Science Translational Medicine, 2018; 434: eaaj1748

Lees het hele artikel:

Bestel dit nummer of    log in als u abonnnee bent.