De onrechtvaardige pil

We leven in een onrechtvaardige tijd, misschien wel een van de onrechtvaardigste in de geschiedenis. En wij hebben een idee wat daarvan de oorzaak zou kunnen zijn.

Het zou weleens te maken kunnen hebben met – geloof het of niet – aspirine en paracetamol: die alledaagse pijnstillers die we erg makkelijk kopen en slikken om de pijn van het dagelijks leven te dempen.

Het probleem is dat deze pijnstillers ook onze emoties dempen, zoals we beschrijven in ons artikel in de rubriek Uitgelicht (pagina 18).

Bryan Hubbard schrijft over psycholoog Naomi Eisenberger en haar collega’s van de Universiteit van Californië, die de bronnen van pijn in de hersenen hebben onderzocht. Zij ontdekten dat het deel van de hersenen dat fysieke pijn registreert (de anterieure cingulate hersenschors) ook sociale pijn registreert, zoals afwijzing, uitsluiting, of zelfs een gevoel van onrecht. En nu blijkt dat het behandelen van de ene soort pijn ook de andere soort pijn beïnvloedt.

Recente studies laten zien dat een dosis paracetamol niet alleen fysieke pijn verdooft, maar ons ook ongevoeliger maakt voor sociale pijn zoals gekwetste gevoelens of de woede die we normaal gesproken voelen als er onrecht plaatsvindt, en zelfs voor positieve gevoelens ten opzichte van een sociale groep.

Met andere woorden: pijnstillers maken ons een beetje minder menselijk, en minder betrokken bij andere mensen, of ze vriendelijk of wreed tegen ons zijn en, erger nog, of we iets goeds terug willen doen. Door pijnstillers zijn we minder bezig met empathie, het inleven in anderen, en onrecht.
Denk eens aan de gevolgen hiervan, gezien de hoeveelheid pijnstillers waaraan we ons laven. Zoals u in ons hoofdartikel (pagina 24) kunt lezen, krijgen alleen al in de VS jaarlijks 259 miljoen mensen een recept voor opioïde pijnstillers: dat is bijna een recept per inwoner, kinderen meegerekend. En jaarlijks geven Amerikanen nog eens ongeveer 4 miljard dollar uit aan vrij verkrijgbare pijnstillers. In Nederland wordt er jaarlijks voor bijna 73 miljoen euro aan opioïden voorgeschreven aan bijna 1 miljoen gebruikers.

Al die mensen die minder gevoelig worden naar anderen. Al die mensen die verslaafd raken aan deze medicatie. Al die mensen die minder tot zelfs helemaal niets meer geven om rechtvaardigheid.

Dat is een probleem: de ziel van een succesvolle samenleving draait om geven en nemen, om wederkerigheid, om eerlijkheid. Zodra mensen groepen gaan vormen die groter zijn dan hun gezin, blijken ze een sterk rechtvaardigheidsgevoel te ontwikkelen.

Onze mogelijkheid om te overleven hangt af van ons vermogen om iedereen een kans te geven, en in hoeverre een samenleving uiteenvalt hangt samen met de mate waarin gevoelens van rechtvaardigheid en basale wederkerigheid afnemen.

Dat is gebleken in het uitgebreide onderzoek naar rechtvaardigheid, van de econoom Ernst Fehr van de Universiteit van Zürich. Fehr heeft zijn theorie dat mensen uit zichzelf rechtvaardig zijn, uitgebreid getest met een klassiek spelexperiment: het Ultimatumspel. In dat spel worden vrijwilligers willekeurig in tweetallen verdeeld, maar ze ontmoeten hun partner niet.

De tweetallen worden vervolgens verdeeld in ‘voorstellers’ en ‘respondenten’. De voorsteller krijgt een geldbedrag, bijvoorbeeld 10 dollar, en mag de respondent zoveel bieden als hij wil: van 1 tot 10 dollar. De respondent hoeft het aanbod alleen maar te accepteren of te weigeren. Als hij het accepteert, krijgt hij het geboden bedrag en houdt de voorsteller de rest. Maar als de respondent het aanbod afwijst, gaan beiden met lege handen naar huis.

Er is maar één kans, en beide partijen weten dat, vandaar de naam Ultimatumspel. Er is geen mogelijkheid om op een betere deal te wachten. Bovendien, omdat het spel maar één keer gespeeld wordt, weten beide partijen dat er nooit een tweede kans komt.

Als mensen van nature alleen maar egoïstisch waren, zou het volkomen logisch zijn als de voorsteller het leeuwendeel voor zichzelf hield en zo min mogelijk weg zou geven. En de respondent zou het altijd accepteren, want iets – hoe weinig ook – is altijd beter dan niets. Er is bij dit spel geen sociale druk om vrijgevig te zijn, aangezien de twee nooit meer iets met elkaar te maken zullen hebben.

Toch komt dat scenario in alle samenlevingen ter wereld zelden voor, ook niet bij inheemse volkeren, die geen geld kennen en om tabak spelen.
Wat blijkt uit het Ultimatumspel? Het meest voorkomende geldaanbod is 50 procent, en de totale gemiddelden variëren van 43 tot 48 procent. Zelfs als het betekent dat ze persoonlijk verlies lijden, delen de meeste mensen liever fiftyfifty met mensen die ze nooit hebben ontmoet en nooit meer gaan ontmoeten.

En nu hebben we het missende puzzelstukje hiervan misschien gevonden. Het enorme verschil tussen rijk en arm in de VS en andere westerse landen komt misschien niet alleen door het banksysteem of de globalisering. Misschien heeft het ook iets te maken met die gigantische drugsdealer, de farmaceutische industrie, die de mens in gevoelloze junkies heeft veranderd.
  ...

Lees het hele artikel:

Bestel dit nummer of    log in als u abonnnee bent.