‘Wondermiddelen’ tegen kanker die niet werken

Nieuwe ‘wondermiddelen’ tegen kanker helpen patiënten niet om langer te leven of om hun kwaliteit van leven te verbeteren, zo blijkt uit een recente studie. Dit zijn de twee meest belangrijke doelen van ieder kankergeneesmiddel, maar bijna geen van de nieuwe middelen die zijn goedgekeurd door Europese registratieautoriteiten bereiken een van deze doelen, zelfs niet nadat ze drie jaar gebruikt werden.

Toch worden de ‘wondermiddelen’ door de kankerpatiëntenorganisaties (waarvan er veel gesponsord worden door de farmaceutische industrie) aangekondigd als de volgende grote doorbraak in de behandeling van kanker.

48 kankergeneesmiddelen

Deze tekortkomingen doen twijfels rijzen over de studies die uitgevoerd werden om de geneesmiddelen goedgekeurd te krijgen, zeggen onderzoekers van het King’s College London. Zij keken naar de tot dan toe bekende effecten van 48 kankergeneesmiddelen die door het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) tussen 2009 en 2013 goedgekeurd werden.

In werkelijkheid was er voor bijna geen van deze middelen veel bewijs dat ze de overlevingskansen en de kwaliteit van leven verbeterden op het moment dat ze goedgekeurd werden, en meer dan drie jaar nadat ze op de markt kwamen was er nog steeds weinig bewijs.

Dit komt meestal doordat de geneesmiddelen als succesvol worden beschouwd op basis van wat ‘surrogaat markers’ genoemd wordt. Dit houdt in dat ze een of ander vooropgezet doel bereikten, zoals het reduceren van de tumorgrootte, meestal in een lab, maar het totale effect op de patiënt werd niet geregistreerd. Ongeveer 57 procent van de onderzochte geneesmiddelen werd goedgekeurd op basis van surrogaat markers.

Deze praktijken zijn gevaarlijk en duur. Het is gevaarlijk, omdat kankerpatiënten niet behandeld worden met oudere geneesmiddelen waarvan wel is aangetoond dat ze een bepaald effect hebben en in plaats daarvan een van de nieuwe ‘wondermiddelen’ krijgen die niet werkzaam zijn. Bovendien gaan de nieuwe middelen meestal gepaard met zeer hoge kosten en dit betekent dat er altijd iemand is die dat moet betalen.

Bron: BMJ, 2017; 359: j4530