Kaakproblemen verergeren migraine

Als u last hebt van migraine is het goed om uw kaken te laten nakijken. Een temporomandibulaire dysfunctie (TMD), een verzamelnaam voor stoornissen van de kaakgewrichten en -spieren, blijkt gekoppeld te kunnen worden aan migraine en doet de kans op een ernstige aanval verdrievoudigen.

Hoe erger de TMD is, hoe ernstiger en frequenter de migraineaanvallen zijn, ontdekten onderzoekers. Andersom hebben chronische migrainepatiënten (mensen die gedurende 15 dagen per maand aanvallen hebben) ook drie keer meer kans op een ernstige TMD, stelden onderzoekers van de Universiteit van Sao Paulo in Brazilië vast.

Het onderzoek

Zij volgden 84 jonge vrouwen, waaronder 21 chronische migrainepatiënten, 32 met een episodische vorm van migraine (een serie van aanvallen die afgewisseld wordt met migrainevrije episodes) en 32 gezonde vrouwen als controlegroep. Iedere patiënt met chronische migraine leed ook aan een ernstige TMD en 80 procent van de patiënten met een episodische vorm had enige mate van TMD, net als de helft van de mensen zonder migraine.

Hoewel er een verband is zijn de onderzoekers er niet van overtuigd dat TMD migraine veroorzaakt, of vice versa. In plaats daarvan denken ze dat het een vicieuze cirkel is. Daarbij gaat migraine samen met pijn aan de kaken, die kan leiden tot problemen met het kaakgewricht of de kaakspieren, die op hun beurt migraine in de hand kunnen werken.

Stress-gerelateerd

Problemen met de schuivende scharnierbeweging van het gewricht tussen het kaakbot en de schedel zijn stress-gerelateerd en hebben te maken met een overbelasting van de spieren, zeggen de onderzoekers. Tot de symptomen behoren: gewrichtspijn, een verminderde beweeglijkheid van de kaak, problemen met kauwen, het klikken of ploppen van de kaak, vermoeide kaakspieren en spierpijn die kan uitstralen naar het gezicht en de nek.

Hoewel de meeste migrainepatiënten ook TMD hebben, is het niet noodzakelijk dat mensen met TMD migraine zullen krijgen, benadrukken de onderzoekers.

Bron: J Manipulative Physiol Ther, 2017; 40: 250–4