Psychische honger

Veel terreinen van de moderne geneeskunde – de psychiatrie, de farmaceutische industrie, zelfs veel therapeutische takken in de psychologie – gaan uit van het idee dat chronische spanning, angst en een aantal andere psychische ziekten ontzettend moeilijk te behandelen zijn, en dat mensen jarenlang medicatie moeten slikken voordat, in het gunstigste geval, hun symptomen afnemen.
Veel psychiaters in Amerika nemen tegenwoordig zelfs niet eens meer de moeite om gesprekstherapie te proberen; ze schrijven alleen nog pillen . Een paar jaar geleden interviewde de New York Times een vooraanstaand psychiater die bekende dat zijn praktijk was uitgegroeid tot 1200 cliënten. Dat was mogelijk omdat hij voor elke cliënt slechts een kwartier uittrok, waarin hij vooral de voorgeschreven medicatie besprak.
Geen wonder dat psychiatrische medicatie de meest winstgevende sector vormt van de farmaceutische industrie, die sowieso een van de meest winstgevende industrieën is. Ongeveer één op de vijf Amerikanen gebruikt enige vorm van psychofarmacon: een medicament dat je mentale toestand verandert. In de VS wordt jaarlijks ongeveer 11 miljard dollar aan antidepressiva en 16 miljard dollar aan antipsychotica uitgegeven. Veel daarvan is om spanning en angst te bestrijden. Maar of het helpt?
Al die medicatie doet namelijk weinig goeds. Uit studies blijkt dat antidepressiva vaak niet beter werken dan een placebo, en dat meer dan de helft van de voorgeschreven antipsychotica gebaseerd is op onduidelijk wetenschappelijk bewijs. Dat zeggen wetenschappers aan de Stanford Universiteit en de Universiteit van Chicago. Op dit moment ligt het gemiddelde succespercentage voor de behandeling van spanning en angst op 12 procent. Bovendien is het risico op verslaving groot: medicijnen tegen angstklachten zijn berucht om hun onmiddellijk verslavende effect.
Nu blijkt uit nieuw onderzoek dat deze psychofarmaca de zieke hersenen helemaal niet genezen, maar ze blijvend beschadigen.
Zoals ons hoofdartikel op pagina xx laat zien, is deze medicalisering bovendien overbodig. De oplossing voor veel spanning en angst, zo ontdekten wij, is waarschijnlijk gelegen in het slikken van een simpel vitaminepilletje.
De Canadese psychiater Abram Hoffer was de eerste die ervoor pleitte psychische ziekten te behandelen door eerst naar iemands voedingstoestand te kijken. Hij had ontdekt dat de symptomen van een tekort aan bepaalde B-vitaminen leken op die van schizofrenie.
‘Als er geen vitamine B3 meer in onze voeding zou zitten, zouden we binnen een jaar allemaal psychotisch zijn,’ schreef Hoffer.
 Hoffer, en na hem vele anderen, gingen ernstige angst- en spanningsklachten met groot succes te lijf door vitamine B voor te schrijven. Mensen die jarenlang aan invaliderende fobieën hadden geleden of zelfmoordneigingen hadden gehad, en die een hele batterij aan medicijnen hadden geprobeerd, werden plotseling beter.
Nu is er een nieuwe studie die een verklaring biedt voor hoe dit mogelijk is: een groot deel van de mensen heeft een mutatie in het gen dat is betrokken bij de opname van B-vitaminen. Door deze mutatie hebben deze mensen meer van deze vitaminen nodig om hun vitamine B-spiegel op peil te houden.
Ook uit andere studies blijkt dat B-vitaminen het aangewezen supplement zijn voor allerlei zogeheten psychische ziekten. Al eerder toonde onderzoek aan dat het innemen van vitamine B12 een eenvoudige oplossing kan bieden bij depressie. In Engeland is een huisarts die veel van zijn depressieve patiënten met B12-injecties heeft genezen.
Patiënten met een obsessief-compulsieve of bipolaire stoornis en zelfs een psychose knapten op door het gebruik van multivitaminesupplementen die hoge doses B-vitaminen bevatten.
Naast psychische ziekten blijkt ook bij neurologische aandoeningen zoals MS (multiple sclerose) vitamine B12-tekort een belangrijke onderliggende oorzaak te zijn. De onlangs overleden Britse arts Patrick Kingsley behandelde duizenden MS-patiënten met succes. Een van de hoofdbestanddelen van zijn behandeling waren injecties met hoge doses B12.
Dat wijst allemaal in de richting van een wonderlijk idee: dat veel zogeheten psychische ziekten, ernstige spanning en angst of neurologische aandoeningen misschien wel helemaal niet psychisch zijn, maar gewoon het gevolg van een tekort aan essentiële micronutriënten die voor onze rust, balans en stemming zorgen.
Dat hoeft geen verbazing te wekken, gezien het feit dat juist B-vitaminen verloren gaan bij de bewerking van voedingsmiddelen: het raffinageproces. Een psychische ziekte is vaak niet zozeer een ziekte; we kunnen het beter een ‘psychisch tekort’ noemen.
En als dat zo is, dan kunnen we de volgende conclusie over onszelf trekken: we zijn niet gespannen of ‘gek’. We hebben gewoon honger.
  ...

Lees het hele artikel:

Bestel dit nummer of    log in als u abonnnee bent.