Uitbraak bof bij gevaccineerde kinderen


Kinderen die gevaccineerd zijn tegen bof kunnen de ziekte alsnog krijgen, zeggen Amerikaanse gezondheidsfunctionarissen. Ze proberen te begrijpen waarom er in het afgelopen jaar een uitbraak is geweest met vijf keer zoveel gevallen als normaal. Deze uitbraak deed zich grotendeels voor in de staat Washington, met 367 gevallen; de meeste daarvan waren gevaccineerde kinderen. Maar ook in de rest van de VS is een plotselinge stijging te zien: 5300 gevallen in 2016 tegenover ongeveer 1000 gevallen in het jaar daarvoor.
Ongeveer 90 procent van de kinderen in Washington die de bof kregen, had alle vaccinaties gehad, zegt Paul Throne, directeur van het vaccinatieprogramma in deze westelijke staat.
Wetenschappers vermoeden dat er sprake is van een gemuteerd virus, waardoor het vaccin niet meer afdoende is. Sowieso was het altijd al zo dat, ondanks de BMR-injecties (bof, mazelen, rode hond), kinderen soms toch een van de ziekten krijgen.
Een probleem is dat artsen niet altijd weten hoe ze de ziekte moeten behandelen, omdat ze nooit eerder een geval van de bof hebben meegemaakt. Bof verspreidt zich door hoesten, niezen en via speeksel (zoenen of het delen van eten en drinken). Mensen die besmet zijn, kunnen anderen zeven dagen voordat ze zelf symptomen krijgen al besmetten, en nog acht dagen daarna.
De ziekte veroorzaakt zwelling van de speekselklieren, koorts, hoofdpijn en vermoeidheid. In zeldzame gevallen kan de bof tot hersenvliesontsteking leiden.
ABC News, 7 februari 2017