Vitamine D: een daadkrachtige dosis

Gezondheidsautoriteiten blijven maar zeggen dat te veel vitamine D niet goed is, maar uit nieuw onderzoek blijkt dat hoge doses van deze vitamine – tot wel 5000 microgram – kunnen helpen bij het herstellen van schade aan de huid, zoals bij verbranding door de zon. Cate Montana heeft dit onderzocht.

Je komt maar zelden iemand tegen die nog nooit last heeft gehad van zonnebrand. De meesten van ons hebben dit veel vaker meegemaakt. Dat is niet goed. Onderzoek laat zien dat het aantal keren dat iemands huid in zijn leven is verbrand in de zon, direct verband houdt met een verhoogde kans op melanoom (bij verbranding op jongvolwassen leeftijd), en op basaalcelcarcinoom (BCC) en plaveiselcelcarcinoom (PCC) bij verbranding op jongvolwassen of volwassen leeftijd.1

Onlangs is een onderzoek uitgevoerd naar de effecten van hooggedoseerde, via de mond (oraal) ingenomen vitamine D op zonnebrand. De resultaten van dit onderzoek zijn hoopgevend: mocht u per ongeluk verbranden in de zon, dan zou een megadosis vitamine D kunnen helpen om de ergste effecten te ontlopen.

Het begon allemaal met een experiment bij muizen. De onderzoekers wilden kijken of hoge doses vitamine D kunnen helpen om de effecten van huidbeschadigingen tegen te gaan en om wonden te genezen. Bij muizen met huidbeschadigingen die door chemicaliën waren veroorzaakt, bleek dat vitamine D inderdaad ontstekingen en huidschade tegenging. Bovendien bevorderde het de algehele gezondheid van de muizen. Jeffrey Scott, dermatologisch oncoloog in het Universitair Medisch Centrum in Cleveland (Ohio) en gespecialiseerd in chirurgie bij huidkanker, was coauteur van het oorspronkelijke onderzoek. Hij besloot om vervolgens te onderzoeken of een eenmalige, hoge dosis vitamine D de effecten van zonnebrand bij mensen hielp tegengaan.

In zijn onderzoek werd bij 20 gezonde volwassenen op één arm een experimentele zonnebrandplek gemaakt, met behulp van blauwe ultraviolette (uv B-)straling. Een uur later kregen zij, willekeurig ingedeeld, ofwel een placebo (nepmiddel), of een dosis vitamine D3 (cholecalciferol) van 1250, 2500 of 5000 microgram.

‘Het verminderde absoluut de zichtbare roodheid op de huid van de deelnemers,’ vertelt Scott. ‘Maar de zonnebrandplek verdween niet volledig.’ De hoogste doses vitamine D waren duidelijk het meest effectief. Alleen de proefpersonen die de grootste hoeveelheden vitamine D hadden gehad, kregen een minder rode huid.

‘We denken dat vitamine D, aangezien het in onze huid wordt gevormd, een rol kan spelen bij het in stand houden van bepaalde inwendige evenwichten,’ zegt Scott. ‘Ons lichaam vormt het niet alleen om de botten gezond te houden, het kan ook vitamine D vormen om ons beter te beschermen tegen uitwendige verwondingen. Onze publicatie heeft daar geen gegevens over – het onderzoek was niet zo opgezet dat het deze vraag kon beantwoorden. Maar. . . als vitamine D ontstekingsremmend kan werken, zou het dan ook in onze huid niet op die manier werken, aangezien het daar continu gevormd wordt?’

De zonne-vitamine

Vitamine D komt in twee vormen voor. Vitamine D2 komt voor in paddenstoelen die zijn blootgesteld aan zonlicht. Vitamine D3 wordt in onze opperhuid gevormd als onze huid wordt blootgesteld aan UVB-straling van de zon. UVB-licht stimuleert een stof in de opperhuid (7 dehydrocholesterol), die daardoor vitamine D gaat produceren. Vitamine D3 zit ook in sommige vette vissen, zoals zalm, haring en makreel.
Vitamine D uit beide bronnen – in onze huid en uit ons voedsel – is zelf niet biologisch actief (dat betekent dat het geen effect heeft in ons lichaam). Het moet eerst door de lever en dan door de nieren verwerkt worden om de biologisch actieve vorm te maken. De actieve vorm heet calcitriol.2 Hoewel deze stof technisch gezien is afgeleid van een vitamine, is het in feite een hormoon, met belangrijke effecten op vele organen in het lichaam.3

Men heeft tientallen jaren gedacht dat vitamine D alleen zorgt voor gezonde botten. Een gebrek eraan bleek namelijk verantwoordelijk voor een tekort aan mineralen in het skeletstelsel, een aandoening en die ook wel de Engelse ziekte (rachitis) heet. Vitamine D-gebrek kan ook verweking van de botten (osteomalacie) veroorzaken. Uit laboratoriumproeven bleek dat vitamine D onze botten sterker maakt door de opname van calcium en fosfaat in de darmen te stimuleren. Ook zorgt het ervoor dat in het lichaam opgeslagen reserves aan calcium en fosfaat vrijkomen als die nodig zijn voor de groei en het herstel van botten.

Inmiddels weten we dat vitamine D allerlei functies heeft bij het onderhoud van onze gezondheid. De meeste soorten weefsels en cellen hebben namelijk receptoren voor vitamine D.

Vitamine D helpt bij de transcriptie: de eerste stap in het ‘aflezen’ van genen, waarbij de informatie in DNA wordt omgeschreven in RNA. De laatste tijd is er ook veel aandacht voor het belang van de vitamine voor het immuunsysteem.

Vitamine D regelt bepaalde genen die verantwoordelijk zijn voor de vorming van antimicrobiële middelen, zoals cathelicidine. Het immuunsysteem gebruikt deze middelen om mogelijk schadelijke bacteriën te bestrijden.4 Er zijn ook aanwijzingen dat vitamine D het immuunsysteem stimuleert om bepaalde vormen van kanker aan te vallen.5

Vitamine D-gebrek hangt samen met het voortschrijden van tuberculose6 en met de kans op hart- en vaatziekten7 en chronische nierziekte.8 Het stimuleert de aanmaak van insuline, en vitamine D-gebrek houdt verband met insulineresistentie en diabetes.9 Een laag gehalte vitamine D is in verband gebracht met de aanwezigheid en ernst van astma bij volwassenen.10 Ook blijkt vitamine D de woekering van cellen tegen te gaan, wat wijst op een mogelijke rol bij het voorkómen van kanker. Vitamine D-gebrek werd met name gekoppeld aan een grotere kans op darmkanker.11

Vitamine D en ontsteking

Het onderzoek van Scott naar de effecten van vitamine D op zonnebrand laat duidelijk de ontstekingsremmende werking ervan zien. Scott geeft aan dat hij en zijn medewerkers wel een idee hebben hoe dat gaat. ‘Wij denken dat het volgende gebeurt, en de gegevens uit ons onderzoek ondersteunen dit: vitamine D activeert bepaalde immuuncellen, die helpen om de ontsteking te genezen en de wondgenezing te versnellen. Op de een of andere manier activeert vitamine D die cellen. Vervolgens gaan die naar de huid, waar ze de ontsteking helpen kalmeren.’

De proef van Scott is niet de eerste waaruit de ontstekingsremmende werking van vitamine D en de invloed ervan op het lichaam blijkt. Onlangs is ontdekt dat vitamine D de vorming en regeling van ‘inflammatoire cytokinen’ beïnvloedt. Dat zijn kleine eiwitten die door cellen van het immuunsysteem worden uitgescheiden, en onder andere verantwoordelijk zijn voor de communicatie tussen cellen. Ook remt vitamine D de woekering van cellen die ontsteking bevorderen. Beide functies zijn belangrijk bij de ontwikkeling van ontstekingsziekten.12

Vitamine D beschermt ons tegen ontstekingsprocessen bij aderverkalking13 en bleek veelbelovend bij de behandeling van de darmontstekingsziekten colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn.14 Vitamine D-gebrek zou ook een rol kunnen spelen bij de verergering van multiple sclerose, een chronische ontstekingsziekte van het centrale zenuwstelsel.15

Een interessante vraag

Het gaat er inmiddels niet meer om of vitamine D ontstekingsprocessen in ons lichaam tegengaat, of dat vitamine D-gebrek direct verantwoordelijk is voor een groot aantal ziekten, al dan niet met ontstekingen. De interessante vraag is nu of vitamine D gebruikt kan worden als preventief middel om mensen te helpen om sowieso geen ontstekingen te krijgen. Scott geeft duidelijk aan dat zijn kleine onderzoek slechts het begin is van een voortdurend klinisch onderzoek naar het mogelijke gebruik van vitamine D als behandeling van zonverbranding.

Hoewel de vitamine duidelijk een gunstige werking tegen verbranding door de zon heeft, zegt hij, moeten bepaalde onderdelen nog worden opgehelderd voordat we vitamine D-therapie een veilige en effectieve behandeling bij zonnebrand kunnen noemen.

‘We weten dat ons immuunsysteem heel belangrijk is bij het onderdrukken van de vroege stadia van het ontstaan van huidkanker,’ zegt Scott. ‘We weten dat ons immuunsysteem in feite de rem zet op de gebeurtenissen die tot huidkanker leiden. Dit leidt tot interessante speculaties als je onze gegevens verder doortrekt: als je ontstekingen in de huid na zonverbranding onderdrukt, zou je daardoor de kans op huidkanker juist kunnen vergroten, omdat je de processen afsluit die iemand normaal beschermen. Je zou aanvankelijk de zonverbranding verminderen. Maar over het geheel genomen laat je intussen de huidkankerprocessen misschien ongecontroleerd hun gang gaan.’

Een prangende kwestie

We mogen het belang van verder onderzoek naar de vele mogelijkheden van vitamine D-therapie, bij ontstekingsziekten en andere gezondheidsproblemen, niet onderschatten.

Onderzoek laat zien dat bijna de helft van de wereldbevolking lijdt aan een vitamine D-tekort (wat minder ernstig is dan een vitamine D-gebrek). Daarnaast hebben naar schatting wereldwijd 1 miljard mensen een vitamine D-gebrek.16 Dit kan allerlei verschillende oorzaken hebben. Op de eerste plaats zitten we steeds meer binnen. Bovendien kan de huid op veel plaatsen op de wereld door de luchtvervuiling minder UVB-straling opnemen. Het wijdverbreide gebruik van zonnebrandmiddelen heeft de hoeveelheid vitamine D die mensen opnemen ook radicaal verminderd.

olgens de Amerikaanse vereniging van osteopaten kan het gebruik van een zonnebrandmiddel met beschermingsfactor 15 of hoger de vorming van vitamine D3 in ons lichaam met 99 procent verminderen. En de kwaliteit van veel traditionele voedingsbronnen van gezonde vitamine D gaat achteruit. Zo blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek dat gekweekte zalm veel minder vitamine D bevat dan wilde zalm.17 En in eieren uit legbatterijen – waar de kippen niet buiten komen – zit tot 400 procent minder vitamine D dan in eieren van kippen die in de zon lopen.18

Steeds meer ziekten worden nu in verband gebracht met lage gehalten vitamine D. Dat betekent dat het de moeite waard is om ervoor te zorgen dat ons lichaam voldoende vitamine D krijgt. Alle intrigerende links met onze gezondheid bij elkaar genomen, doen vermoeden dat vitamine D op een dag weleens een beschermingsmiddel tegen zonnebrand zou kunnen worden.

Proeven met muizen laten zien dat het plaatselijk aanbrengen van 1,25 dihydroxyvitamine D3 bescherming biedt tegen zonlicht.19 En er zijn ook indirecte aanwijzingen. Zo is bijvoorbeeld bewezen dat onze huid bij het ouder worden minder goed vitamine D kan aanmaken.20 Het is dan ook geen verrassing dat we sneller verbranden naarmate we ouder worden.

Ook stress blijkt een negatieve invloed te hebben op de ongeschonden toestand en de beschermende functie van de hoornlaag: de stevige buitenste laag van onze huid. Het is echter nog steeds onduidelijk hoe. Kan het zijn dat een tekort aan vitamine D een van de boosdoeners is?
Stresshormonen blijken de bij depressie waargenomen verstoringen van de stresssystemen na te bootsen,21 en in veel onderzoeken is een verband aangetoond tussen een laag vitamine D-gehalte en depressie. Eén onderzoek liet inderdaad zien dat vitamine D-therapie bij de behandeling van depressie effectiever was dan lichttherapie.22 Een laag vitamine D-gehalte hangt niet alleen samen met depressie, maar ook met schizofrenie en alcoholisme,23 en met een verminderde cognitieve functie bij ouderen.24

Het verhaal van vitamine D, zijn vele verschillende functies in het lichaam en zijn relatie tot onze gezondheid is een uiterst gecompliceerd verhaal. Maar het verband tussen vitamine D-gebrek, een niet langer ongeschonden huid en een toegenomen kwetsbaarheid voor zonnebrand staat buiten kijf, net als het belang van deze vitamine bij veel andere ontstekingsziekten.

Daarom gaan we door met het ontrafelen van de rol van vitamine D, om ons te helpen de pijnlijke gevolgen van zonnebrand na een dagje strand of veel ergere aandoeningen te vermijden. In de tussentijd lijkt het verstandig ervoor te zorgen dat u voldoende van dit belangrijke hormoon krijgt, uit welke bron dan ook.

Literatuur
1. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev, 2014;23:1080-9
2. J Pharmacol Pharmacother, 2012;3;118-26
3. Am J Clin Nutr, 2008;88:491S-9S
4. Microbiol Spectr, 2016 Jun;4(3). doi: 10.1128/microbiolspec.MCHD-0006-2015
5. Clin Ther, 2017;39:884-93
6. Emerg Infect Dis, 2010;16:853-5
7. Am J Med Sci, 2009;338: 40-4
8. World J Diabetes, 2016;7:89-100
9. J Steroid Biochem Mol Biol, 2016 Dec 5. pii: S0960-0760(16)30338-7
10. Respir Res, 2013;14:25
11. J Natl Cancer Inst, 2008;100:796-804
12. J Inflamm Res, 2014;7:69-87
13. Circulation, 2013;128:2517-31
14. Clin Nutr, 2017 Jun 15. pii: S0261-5614(17)30222-4
15. Ann Neurol, 2012;72:234-40
16. N Engl J Med, 2007;357:266-81
17. Public Health Nutr, 2017;20:2042-9
18. Nutrition, 2014;30:481-4
19. J Dermatol Sci, 1998;18:11-8
20. J Clin Invest, 1985;76:1536-8
21. World J Biol Psychiatry, 2005;6 Suppl 2:5-22
22. J Nutr Health Aging, 1999;3:5-7
23. J Neural Transm (Vienna), 2000;107:839-42
24. Am J Geriatr Psychiatry, 2006;14:1032-40

[kadertekst] Hoeveel vitamine D is genoeg?

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) vitamine D die de Gezondheidsraad heeft vastgesteld, is afhankelijk van uw leeftijd en hoeveel u in de zon komt. Alle mensen hebben 10 microgram vitamine D per dag nodig, behalve mensen vanaf 70 jaar, die hebben 20 microgram per dag nodig. Het grootste deel daarvan moeten we aanvullen: kinderen tot 4 jaar 10 microgram; mensen van 4 - 50 jaar (vrouwen) of 4 - 70 jaar (mannen) 10 microgram, behalve als u een lichte huid hebt en voldoende wordt blootgesteld aan zonlicht, dan is aanvulling niet nodig; vrouwen van 50 - 70 jaar 10 microgram; vanaf 70 jaar 20 microgram; zwangere vrouwen 10 microgram. De Europese voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) geeft als veilige bovengrens een aanvulling van maximaal 100 microgram vitamine D per dag voor kinderen vanaf 11 jaar en volwassenen, en maximaal 50 microgram per dag voor kinderen tot 10 jaar.

Onderzoek laat zien dat de hoeveelheid vitamine D in ons lichaam optimaal is als de serumconcentratie van 25-hydroxyvitamine D hoger is dan 75 nanomol per liter.1 De Gezondheidsraad gaat echter uit van 30 nanomol per liter.

Omdat de basishoeveelheid vitamine D in het serum bij iedereen anders is, is het heel moeilijk om de juiste dosering voor iedereen individueel vast te stellen.

De meningen over juiste doseringen zijn sterk verdeeld. Michael Holick, professor in de geneeskunde, fysiologie en biofysica in Boston en een toonaangevend woordvoerder op het gebied van vitamine D-gebrek, denkt dat bijna iedereen een tekort aan vitamine D heeft. In een artikel in The New England Journal of Medicine beschrijft hij dat vitamine D-gehaltes die nu als normaal worden beschouwd (tussen 21 en 29 nanogram per milliliter bloed) eerder in verband zijn gebracht met een groot aantal gezondheidsproblemen, van depressie tot diabetes en astma. Hij stelt voor dat minimaal 30 nanogram per milliliter een gezonder gemiddelde zou zijn.2

De verschillen tussen de instituten komen volgens Scott doordat ‘niemand nog goed begrijpt wat de ideale dosis is’. Scott was betrokken bij het onderzoek dat een verband legde tussen vitamine D en verbranding door de zon.

Hij wijst er ook op dat een ideale dosis mogelijk per individu kan verschillen, afhankelijk van wat je wilt voorkomen. De aanvullende dosis die iemand moet nemen om botbreuken te voorkomen, kan anders zijn dan de dosis die hij nodig heeft om zijn afweer te versterken. ‘Maar een dosis tot 50 microgram per dag is waarschijnlijk veilig,’ zegt hij.

Literatuur
1. Am J Clin Nutr, 2008;87:1952-8
2. N Engl J Med 2007;357:266-81

[kadertekst] Oorzaken waardoor u sneller verbrandt

Hieronder staat een aantal zaken die de buitenste beschermlaag van uw huid kunnen aantasten, waardoor de kans op zonnebrand toeneemt. Het is goed om u hiervan bewust te zijn.

Huidverzorgingsproducten: Kijk op het etiket van uw huidlotions of er alfa-hydroxyzuren, bèta-hydroxyzuren en tretinoïnen zoals retine A in zitten. Al deze verbindingen verminderen het beschermende vermogen van de huid. Mogelijk irriterende stoffen en andere allergenen in lotions (waaronder zonnebrandmiddelen) en cosmetica die de beschermende eigenschappen van de huid kunnen aantasten, zijn geurstoffen, parabenen, vitamine E, essentiële oliën, benzylalcohol, propyleenglycol, conserveermiddelen waaruit formaldehyde vrijkomt, iodopropynylbutylcarbamaat en lanoline.1 Middelen tegen acne die benzoylperoxide bevatten, kunnen ook lichtgevoeligheid veroorzaken.

Geneesmiddelen: Antibiotica, waaronder sulfonamiden, tetracyclinen (doxycycline, tetracycline) en fluorchinolonen (ciprofloxacine, ofloxacine, levofloxacine); antischimmelmiddelen; antihistaminen; benzocaine; niet-steroïdale ontstekingsremmers zoals ibuprofen en naproxen; antipsychotica; orale anticonceptiemiddelen; orale diabetesmiddelen (sulfonylureumverbindingen); tricyclische antidepressiva en traditionele kruidengeneesmiddelen waaronder sint-janskruid en Chinese engelwortel (dong quai) kunnen allemaal bijdragen aan toxische reacties onder invloed van licht die uw huid kunnen aantasten. Ouderen moeten ook voorzichtig zijn als ze bloeddrukverlagers, cholesterolverlagers of plasmiddelen gebruiken.

Voeding: Vijgen, limoenen, peterselie, wilde wortelen, selderie, dille en venkel kunnen de gevoeligheid voor zonlicht verhogen.

Literatuur
1. J Clin Aesthet Dermatol, 2008; 1: 38-44

[kadertekst] Hoe snel verbrandt u?

De schaal hieronder is in 1975 ontwikkeld door Thomas Fitzpatrick, professor aan de medische opleiding van de Harvard Universiteit, om de pigmentatie van de huid te classificeren. Deze schaal geeft aan hoe gemakkelijk mensen bruin worden of verbranden. Vitamine D wordt sneller gevormd in lichter gekleurde huidtypen, hoewel die ook sneller verbranden.

Fitzpatrick-schaal

Type I: verbrandt altijd, wordt nooit bruin (zeer lichte huid; lichtblond of rood haar; blauwe ogen, sproeten)
Type II: verbrandt meestal, wordt nauwelijks bruin (lichte huid; blond of rood haar; blauwe, groene of lichtbruine ogen)
Type III: verbrandt soms licht, wordt egaal bruin (licht getinte huid; met alle kleuren haar en ogen)
Type IV: verbrandt minimaal, wordt altijd goed bruin (getinte huid)
Type V: verbrandt zeer zelden, wordt heel gemakkelijk bruin (donkere huid, donkere ogen)
Type VI: verbrandt nooit, wordt nooit bruin (zeer donkere huid, diep gepigmenteerd, zwart haar)

[kadertekst] Bronnen van vitamine D

De meest efficiënte manier om voldoende vitamine D te krijgen, is nog altijd de ouderwetse manier: van de zon. Maar de hoeveelheid zonlicht die nodig is om 7 dehydrocholesterol om te zetten in de voorloper van vitamine D (die ons lichaam kan gebruiken) varieert sterk afhankelijk van iemands huidtype (zie kader), leeftijd, geografische plaats en de tijd van het jaar.

Voorbeeld: iemand in Boston met huidtype III op de Fitzpatrick-schaal, die ongeveer een kwart van zijn lichaamsoppervlak van april tot oktober om 12 uur ’s middags blootstelt aan de zon, zou ongeveer 3 tot 8 minuten nodig hebben om 10 microgram vitamine D aan te maken.

Levertraan. Het smaakt beter dan het spul dat uw moeder u ooit gaf, en het is het beste vitamine D-supplement in de winterperiode. Slechts één theelepel levert maar liefst 11 microgram vitamine D. Levertraan is ook een van de beste bronnen van omega 3-vetzuren op deze aarde, en van vitamine A, dat met vitamine D samenwerkt om botten sterk te houden. Koop levertraan in een donkere fles en bewaar die op een koele, donkere, droge plaats om te voorkomen dat hij ranzig wordt.

Zalm. Eet wilde zalm, geen gekweekte. Gekweekte zalm bevat namelijk verontreinigingen en bevat veel minder vitamine D dan vis uit zee. 100 gram levert al meer dan 11 microgram vitamine D. Het geeft ook grote hoeveelheden van alle B ¬vitaminen, omega 3-vetzuren en kalium, en het zit vol met selenium en het sterke antioxidant astaxanthine.

Makreel. Slechts 100 gram levert meer dan 11 microgram vitamine D, en daarnaast omega 3-vetzuren, vitaminen A, B6, B12, C, D, E en K, calcium, ijzer, magnesium, fosfor, kalium, natrium en selenium. Makreel bevat ook het antioxidant co-enzym Q10.

Tonijn. 100 gram bevat ruim 6,5 gram vitamine D en daarnaast gezonde hoeveelheden vitamine A, B1, B2, B3, B6 en B12, fosfor, kalium en jodium.

Sardientjes. Ze stelen niet de show, maar sardientjes zijn wel heel gezond, en slechts 100 gram levert 5 microgram vitamine D. Sardientjes zijn ook een geweldige bron van vitamine B12, selenium, omega 3-vetzuren, eiwitten, fosfor en calcium.

Rauwe melk, kaviaar en eidooiers van vrije-uitloopkippen leveren aanzienlijk minder vitamine D, maar zijn toch ook nog goede bronnen. ...

Lees het hele artikel:

Bestel dit nummer of    log in als u abonnnee bent.