Niet de ouderdom, maar de pillen

Een aantal geneesmiddelen staat onder de verdenking van mogelijke veroorzaker van voortijdig overlijden bij 65-plussers.

Het overlijden van een oudere hoeft niet altijd het natuurlijke gevolg van ouderdom te zijn. Het kan ook door een veelgebruikt geneesmiddel komen dat hij of zij gebruikte vanwege een ziekte als depressie, angst, blaasproblemen of glaucoom. Voor het eerst is wetenschappelijk een verband aangetoond tussen een bepaalde groep geneesmiddelen en verhoogde mortaliteit.
Het gaat om anticholinerge middelen: deze blokkeren de belangrijkste neurotransmitter in de hersenen, acetylcholine. Ze blijken van directe invloed te zijn op de levensduur.
Acetylcholine zorgt voor de overdracht van signalen tussen zenuwcellen. Van dementie is reeds bekend dat de activiteit van acetylcholine verminderd is. Geneesmiddelen tegen alzheimer, zoals rivastigmine en galantamine, zijn gericht op verhoging van die activiteit.

Nu vrezen onderzoekers van de universiteit van East Anglia in Norfolk dat anticholinerge middelen niet alleen de mentale aftakeling bespoedigen – wat in eerdere onderzoeken reeds is aangetoond – maar ook verantwoordelijk zijn voor vroegtijdig overlijden van de patiënt. Dat is waarschijnlijk nog niet het geval wanneer iemand één middel met een anticholinerg effect gebruikt, maar wel bij een cocktail van dit soort middelen. ...

Lees het hele artikel:

Bestel dit nummer of    log in als u abonnnee bent.

Trefwoorden
anticholinerge middelen verhoogde mortaliteit