Dossier Borstkanker: van de Hoofdredactie

 

Hoe nuttig is de mammografie?

 

Borstkankerscreening heeft geen invloed op sterfte

Eindelijk is de voor de hand liggende vraag gesteld: heeft borstkankerscreening wel enig effect? Het antwoord is een kort maar krachtig: nee. Dit blijkt uit het hoofdartikel in dit nummer. Geen enkel screeningsprogramma, waar ter wereld ook, heeft ook maar enig effect op de sterfte.

Volgens de gezaghebbende Cochrane Collaboration, die een van de meest omvangrijke en onafhankelijke literatuuronderzoeken tot dusver deed, hebben mammografieën niet alleen geen effect maar zijn ze zelfs riskant en leiden tot onnodige ingrepen.

De kans op vals-positieve uitslagen (men ziet iets dat er niet blijkt te zitten) blijkt heel groot, net als het ten onrechte benadrukken van goedaardige afwijkingen. Daardoor kan screening tot meer en onnodige agressieve chemische en operatieve behandelingen leiden, met alle verminkende gevolgen van dien.

Borstkankerscreening van jonge, gezonde vrouwen begon rond de jaren negentig. In een Zweeds artikel werd toen vastgesteld dat regelmatige screening de sterfte aan de ziekte onder vrouwen van 50 jaar en ouder met 30 procent verminderde. Hoewel de conclusie niet gold voor vrouwen beneden die leeftijd ging dit cijfer van 30 procent binnen de geneeskunde een eigen leven leiden. Op basis daarvan werd screening soms uitgebreid tot andere groepen, waaronder jongere vrouwen.

Ondanks alle bewijs van het tegendeel adviseerden artsen zelfs vrouwen van 30 jaar om jaarlijks een mammogram te laten maken.

Maar wie de interpretatie van de Zweedse onderzoeksstatistieken nauwkeurig bekijkt ziet dat die wel erg ‘kort door de bocht’ is. De conclusie van 30 procent verbetering van de overlevingskans is gebaseerd op een samenvoeging van de uitkomsten van ‘de meest wetenschappelijke studies’. De onderzoeken vielen uiteen in twee typen: studies die onderzochten wat in de loop van de tijd in verschillende groepen vrouwen gebeurde en studies die met terugwerkende kracht analyseerden wat al gebeurd was. Werd een studie op zichzelf beschouwd dan was meestal geen positief effect te zien. Uit drie van de vier studies kwam geen statistisch significant voordeel van screening naar voren, zelfs niet bij vrouwen ouder dan vijftig. Twee daarvan, die 80.000 vrouwen omvatten, werden door voorstanders van screening afgedaan als zogenaamd ‘te klein’.

Sindsdien is er weinig bewijs gevonden voor enig voordeel in welke leeftijdgroep dan ook, maar wel ruimschoots bewijs dat screening veel kwaad aanricht vanwege vals-positieve uitslagen en vroegtijdig ingrijpen. Eén onderzoek gaf aan dat van de veertien vrouwen met een verdacht mammogram er slechts één in werkelijkheid borstkanker heeft.

Een groot probleem met de moderne geneeskunde is wat ik zelf noem ‘redeneren naar algemene opvatting’, gebaseerd op de aanname dat iets sowieso nuttig is. De voordelen van het idee kanker zo vroeg mogelijk op te sporen lagen zó voor de hand dat jarenlang niemand zich afvroeg of dat eigenlijk wel klopte, laat staan dat er onderzoek naar verricht werd.

Maar deze gedachte gaat alleen op als de technologie perfect is. Maar mammogrammen, die alleen maar zacht lichaamsweefsel via röntgenstraling in beeld brengen, zijn verre van nauwkeurig en bovendien niet onschuldig. Het probleem is dat ze een overvloed aan onbelangrijke weefselvariaties in beeld brengen maar het belangrijkste, de kwaadaardige tumor, juist niet. Bovendien is regelmatige blootstelling aan röntgenstraling kankerverwekkend.

Gelukkig hebben de wetenschappers van Cochrane eindelijk de vraag gesteld die kennelijk niemand durfde te stellen: beantwoordt screening wel aan zijn doel?

Lynne McTaggart

  ...

Lees het hele artikel:

Bestel dit nummer of    log in als u abonnnee bent.